HET VOGELEILAND, EEN PARADIJS ALS DE WIND GOED STAAT

Het Vogeleiland in het Amsterdamse Bos - af en toe komt de lezer van deze rubriek die naam tegen in de excursieagenda 'En verder'. Van tijd tot tijd houden de Vrienden van het Amsterdamse Bos daar wandelingen, waar iedereen aan kan deelnemen. Ik ken dit stukje natuur in het Bos al sinds zijn ontstaan in het begin van de jaren vijftig.

Een heemtuin heet het Vogeleiland nu. Dat was niet de bedoeling van wijlen boswachter Piet Brander, die met het idee kwam een aantal vogelbiotopen te creëren op een stukje grond van net drie hectaren in het Amsterdamse Bos. Een eiland dat geheel omringd door water alleen te betreden was via een draaibrugje, dat uitsluitend voor excursies werd ontsloten. Er werd een schelpenstrandje aangelegd voor kleine plevier en visdief, tot dat moment nog geregelde broedvogels op weinig begroeide eilandjes in de Schinkelpolder, nu een zwaar bebost deel van het Amsterdamse Bos. Er kwam een steile wand voor ijsvogel en oeverzwaluw, tegen afstorting beschermd met harde turfjes. De ijsvogel broedde ooit in een steile slootoever bij het Openluchttheater. Oeverzwaluwkolonies waren er geweest in de tijdelijke kleibulten, die door graafwerkzaamheden aan de vijvers ontstonden en even snel weer verdwenen.

Er werden houtwallen aangelegd en bosjes voor nachtegaal en zwartkop, spotvogel, fitis en tjiftjaf, roodborst, gekraagde roodstaart en allerhande mezen, een rietland voor baardmannetje, waterral, rietzanger en karekiet en een poel voor amfibieën, die in dat deel van het Bos nog zeldzaam waren.

Maar natuur laat zich niet maken en gaat haar eigen gang. Eind jaren vijftig broedden kieviten en scholeksters op het strandje, maar visdief, kleine plevier, ijsvogel en oeverzwaluw lieten het afweten. Het bos om en op het eiland sloot zo nauw om het open gedeelte dat alleen bosvogels en soorten van kleine rietstroken zoals waterhoen en meerkoet zich er thuis voelden. Het blinkend witte schelpenstrandje werd groen onder een boeiend plantenkleed, dat deed denken aan dat van jonge duinvalleien, met rietorchissen, moeraswespeorchissen, duizendguldenkruid en parnassia. Allengs kreeg het eiland meer en meer het karakter van een zangvogel- en plantentuin. Nog steeds leven op de kleine oppervlakte van het reservaat opmerkelijk veel vogelsoorten dicht bijeen. Dat komt voornamelijk door de toch nog grote variatie aan landschapstypen die je er vlak naast elkaar vindt: loofbos, parkbos, zoom, grasland, berm, ruigte, akker, rietland, poel en water.

Het Vogeleiland is nu dagelijks open voor iedereen die er wil wandelen en genieten van planten en dieren. Ik was er deze week weer eens en het was er prettig in de luwte van het omringende bos. Zittend onder het dicht met klimop begroeide afdak op de heuvel luisterde ik naar de stemmen van roodborst, heggemus, staartmees, Vlaamse gaai, tjiftjaf, kool- en pimpelmees, merel, boomkruiper, grote bonte specht, putter en winterkoning. De zon bescheen de zachte glooiing van de heuvel, in de zomer wemelend van de dagvlinders boven allerlei kruidig geurende planten, zoals wilde marjolein, heelblaadjes, Canadese guldenroede, sintjanskruid, beemdkroon, akkerkool, aarereprijs, agrimonie, margriet, zeepkruid en beemd- en bermooievaarsbek, maar nu nog kaal, met alleen hier en daar wat priegelig wit van vroegelingetje en enkele toefjes stengelloze sleutelbloemen. Er liep een warm goudbruine fazantehaan met blauwe hals en vuurrode kop naast een simpel donker gespikkeld bruin hennetje. Het tweetal trok zich weinig aan van de wandelaars, die regelmatig op het smalle pad voorbijkwamen. Een sleedoorn aan de rand van het veld zag er uit als een bruid in witte tule. Een dagpauwoog fladderde om de top en streek neer op een bloesemtak, de vleugels wijd gespreid om zich te koesteren in de zon.

Onder het afdak Kinderen probeerden op de kleurenplaten aan de achterwand van het afdak vogels terug te vinden, die ze hier hadden gezien. Over de schuilplaats spreidde een grote haagbeuk zijn takken, geel van de vele meeldraadkatjes en daardoor zeker zo opvallend als een bloeiende hazelaar. Ook de taxussen er vlak naast stonden in bloei met rijen gele knopjes tussen de groene naalden, waaruit een licht gekleurd wolkje kwam als je ertegen tikte.

Beneden aan de heuvel glinsterde het poeltje, waarin de fakkels van de grote lisdodde vlokkig uiteenvielen. Een waterhoen scharrelde er rond tussen de verdorde stengels. Er staan daar ook een paar smalle hoge jeneverbesstruiken. In een ervan was een paartje staartmezen bezig met bekken vol korstmos en spinnepluis een groot kogelvormig nest te bouwen met een kleine ronde opening opzij.

Achter de heuvel, meteen als je over het schilderachtige draaibrugje het eiland betreedt, bloeien onder de groenende veldesdoorns en kardinaalsmutsen hele velden van breed longkruid met blauwe en roze bloemen boven breed, ruwharig en wit gevlekt blad. Rechts van het paadje staan gulden sleutelbloemen op ranke stelen naast heel groot uitgegroeide tongvarens, zoals je zelden in de natuur tegenkomt. Onder de tongvormige bladeren zijn de kaneelkleurige sporendoosjes streepvormig naast de nerven gerangschikt.

Door een klimoppoortje wandel je langs bloeiend groot hoefblad op de oever van de ringsloot naar het vroegere strandje, waar goudgele dotters in bloei komen naast de eerste lila pinksterbloemen. De paars geblokte tulpjes van de kievitsbloem waren al bijna open. Via een kort trapje kom je in een parkbosje met muskuskruid, overblijvend bingelkruid, wat bosanemonen en donker lila vingerhelmbloem. Vogeltjes-op- de-kruk worden de laatste wel genoemd: de om en om langs de bloeistengel boven elkaar geplaatste bloemen lijken op langgerekte zittende duifjes. De gele dovenetel zal er nu net in bloei staan, want de bloemknoppen kleurden al tussen het wit gevlekte blad.

Ik telde negen dikke aardhommelkoninginnen, die zwaar brommend rondvlogen in de bloeiende wilgen, waarvan je de nectar duidelijk kon ruiken, als je er dichtbij stond. De aardhommels vlogen ook op de gele narcissen bij de poel, en op het longkruid zag ik de eerste weidehommel. Ik keek uit naar sachembijen en vond een diep oranjebruin vosbijtje midden in een wijd open paardebloem.

Onder de knoestige, krom gegroeide boomhazelaars nestelde een paartje meerkoeten. Steeds opnieuw kwam een van de vogels met lange dorre bladslierten van lisdodde en zegge aanzwemmen om die te verwerken in een ronde bladhoop vlak onder de oever.

Het Vogeleiland kan een paradijs zijn, maar op die dag was de wind verkeerd. Om de paar minuten kwamen vliegtuigen over, want Schiphol ligt net aan de andere kant van de Ringvaart. Ze vlogen zo laag dat het leek of ze de boomtoppen scheerden. Een rondleider moest noodgedwongen een paar minuten zijn mond houden.

NATUUR DEZE WEEK

Op de oevers van beken en bosgreppels groeit een donkergroen levermos, bestaand uit over elkaar heen vallende ronde lapjes. Het heeft nu op witte doorzichtige stelen sporenkapsels die openspringen en een oranje pluisje vrijlaten, waartussen de sporen zitten. - De nieuwe scheuten van de hop, die elke herfst tot de grond toe afsterft, zijn nu al een decimeter lang. In de lente groeit de hop zo snel dat deze klimplant eind mei al de top van vier meter hoge bomen heeft bereikt. - De krenteboompjes staan in volle bloei. Op verscheidene heidevelden staan grote exemplaren en waar er veel bijeen groeien, waant men zich temidden van de bloeiende boomgaarden. Beroemd zijn de krentebossen bij Eerde in Noord-Overijssel. - Heel wat minder valt de bloei op van de kraaiheide. De vrouwelijke bloemen, die in de loop van de zomer uitgroeien tot zwarte bessen, zijn bijna niet te vinden. De mannelijke bloemen bestaan voornamelijk uit meeldraden met karmijnrode helmknoppen, die de bloeiende planten een donkerrood aanzien geven. Het stuifmeel wordt door de wind verspreid. - De meeste iepen zijn nu uitgebloeid. De bomen worden nu groen, niet door ontluikend blad, maar door uitgroeiende vruchtjes. Die vallen in deze maand massaal af: de straten liggen dan bezaaid met groene dubbeltjes. - De berken zijn nu in bloei gekomen met lange dunne meeldraadkatjes en stijve stamperkatjes tussen het ontluikende blad, dat een frisse geur als van juchtleer verspreidt. - Als de berken groen worden, is ook de fitis terug. Dit neefje van de tjiftjaf, uiterlijk het evenbeeld, is in het veld alleen te onderscheiden aan de heel andere zang: een liedje dat heel opgewekt begint en in toon afzakkend mismoedig eindigt. - Tot de in april vliegende voorjaarsvlinders behoort het boomblauwtje, een kleine blauwe dagvlinder die tot midden in de stad eieren legt op klimop, hulst en vuilboom. - De donkerbruin gestreepte tuinslakken en de segrijnslakken zijn in het eerste aprilweekend wakker geworden.

EN VERDER

Vanmorgen kan men met de Stichting Vrienden van het Amsterdamse Bos kijken naar de weidevogels in de polder Meerzicht. Vertrek om 9.30 uur van boerderij Meerzicht bij het Nieuwe Meer. - De hele maand april is in het Fort Hoofddijk, Budapestlaan 17, De Uithof in Utrecht, Nederlands grootste expositie te zien van rotsplanten en -tuinen: 'Dwergen op de rug van reuzen', met ondermeer rotsplanten uit Europa, Azië en Amerika en verschillende voorbeeldtuinen (open van maandag tot vrijdag van 8.30 tot 16 uur, op zaterdag, zondag en feestdagen van 10 tot 16 uur). Vandaag is er een grote rotsplantenshow en -verkoopdag. Entree kost ¿ 5,- per persoon, voor kinderen tot 12 jaar ¿ 2,-. - Vandaag is Hans Laan aanwezig in de winkel van MilieuBoek aan de Plantage Middenlaan 2 bij de Hortus om iedereen die wil weten hoe je een wilde-plantentuin inricht te informeren. - Publieksactiviteiten van het IVN (gratis): morgen voorjaarsflorawandeling in de Mortelen, om 9 uur van de Markt in Oirschot; vogelexcursie in de Westelijke Veldhuizen, om 13.30 uur van kwekerij Wilbrink aan de Vrijenbergweg in Loenen; rondleiding in natuurtuin De Wiedijk in Amsterdam, om 14 uur van het keetje aan de Van Ossstraat; wandeling door het Amerongsebos op de Amerongse Berg langs oude tabaksplantages en een opengewerkt model van een grafheuvel, om 14 uur van Het Berghuis. - Morgen start om 11 uur een voorjaarswandeling van het bezoekerscentrum aan de Van Tienhovenlaan 5 in Oisterwijk. Leden van Natuurmonumenten betalen voor deelname ¿ 3,-, anderen ¿ 5,-, kinderen tot en met 12 jaar ¿ 1,-. Vooraf aanmelden is nodig: tel. 04242- 19209. - Op 15 april organiseert de Jeugdbond voor Natuur- en Milieustudie voor jongeren tussen 12 en 25 jaar de Landelijke Excursiedag. Dit jaar gaat het om zangpostenonderzoek: ontdekken waar vogels het liefst zingen, op de rand van de dakgoot of in het topje van een spar. Info: Martijn Vogels, 04979-1292.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden