Het vlees blijft zwak

De gehaktbal krijgt meer concurrentie van de groenteburger en de pasta met pesto. Toch daalt de vleesconsumptie amper en het marktaandeel van vleesvervangers blijft klein.

Eens even kijken wat er deze week te koop is." Judith Zaal van stichting Wakker Dier tuurt naar het Excelbestand op haar pc met daarin de diervriendelijke aanbiedingen uit de folders van de landelijke supermarkten van deze week. "Sojamelk, vegetarisch gevulde portobello's, vrije uitloop eiersalade, een gourmetschotel met vleesvervangers, nog een gourmetschotel maar dan met biologisch vlees en een hele scharrelkip met twee sterren van het Beter Leven-keurmerk."

Zaal, bij Wakker Dier verantwoordelijk voor de donateurscommunicatie, is redelijk tevreden met deze oogst. "Het komt ook voor dat ik maar twee of drie diervriendelijke aanbiedingen heb. Dat is wel mager." Op basis van die aanbiedingen maakt zij de Wakkere Winkelaar, een nieuwsbrief die naar zo'n 26.000 abonnees wordt gemaild en waarin behalve diervriendelijke aanbiedingen ook altijd een vegetarisch recept staat.

De nieuwsbrief is een steuntje in de rug voor consumenten die diervriendelijker willen consumeren en een aansporing voor supermarkten om de kiloknallers de deur uit te doen.

De groep flexitariërs, consumenten die bewust minder vlees eten, groeit. Uit onderzoek van het Landbouw Economisch Instituut (LEI) van Wageningen Universiteit uit 2012 blijkt dat het aantal mensen dat minimaal een dag in de week de gehaktbal of kipfilet laat staan, is gegroeid van 69,5 procent in 2009 naar 77,1 procent in 2011. 42,5 procent van hen eet maximaal vier dagen in de week 's avonds vlees. Het aantal fulltime carnivoren is gedaald van 26,7 procent naar 18,4 procent. De groep vegetariërs en veganisten is een tikje gestegen van 4 naar 4,5 procent.

"Dierenwelzijn is een overweging om minder vlees te eten, maar ook gezondheid en de recente vleesschandalen zullen daarbij een rol spelen", zegt Hans Dagevos, consumptiesocioloog bij het LEI. "De drie-eenheid van aardappelen, groenten en vlees, is niet langer heilig." Wetenschappers vinden dit een wenselijke ontwikkeling. Dagevos: "Waar de wetenschappelijke tijdschriften normaal vrij voorzichtig zijn, spreken ze op dit punt stevige taal: vlees en zuivel zijn de meest milieubelastende onderdelen van ons voedselpakket. Om in de toekomst een groeiende wereldbevolking te kunnen voeden, moet de vleesconsumptie dalen." Hij noemt de opkomst van de flexitariër een fluwelen groenterevolutie. "Van een war on meat is zeker geen sprake."

Want ook al staat vlees minder op een voetstuk dan voorheen, de totale vleesconsumptie is maar licht gedaald. At de gemiddelde Nederlander in 2000 jaarlijks nog 43,5 kilo aan gehakt, koteletjes, satéspiesen en ander vlees, in 2012 was dat 41,8 kilo. Daarvan is 7,9 procent biologisch, of vlees met een Beter Leven-keurmerk. Hoewel uit publieksonderzoeken, zoals de Staat van het Dier, blijkt dat consumenten dierenwelzijn belangrijk vinden en dat ze er ook meer voor willen betalen, is het vlees kennelijk toch nog zwak. Voor het vleesschap zijn we de beelden van zielige kippen of varkens in kleine hokken snel vergeten. Hebben consumenten een dubbele moraal, of is hun portemonnee uiteindelijk toch doorslaggevend?

Naar de discrepantie tussen de stijging van het aantal vleesminderaars en de relatief lichte daling van de gemiddelde vleesconsumptie is nog weinig onderzoek gedaan. "Maar we hebben wel wat vermoedens", zegt Dagevos. "Een mogelijkheid is dat de verstokte carnivoren meer vlees zijn gaan eten. Het kan ook zijn dat vleesminderaars het er extra goed van nemen met vleeswaren of op de dagen dat ze wel vlees eten. We moeten ook niet uitsluiten dat deelnemers aan publieksonderzoeken soms sociaal wenselijke antwoorden geven."

Dat mensen het afkeuren dat dieren pijn lijden, in kleine hokken leven of in enorme aantallen in vrachtwagens gestopt worden om elders in Europa te worden geslacht, maar tegelijkertijd wel vlees uit de bio-industrie eten, is voor wetenschappers een bekend gegeven, legt hij uit. "Dat noemen we de meat paradox. Je kunt een enorme dierenliefhebber zijn en toch graag een rookworst of speklapje op je bord zien. Dan hoeft er echt geen draadje bij je los te zitten." Dat diervriendelijker alternatieven vaak iets prijziger zijn, heeft daar volgens hem weinig mee te maken. Gewoonte en psychologische processen spelen eerder een rol.

"Vlees wordt door veel mensen nog steeds gezien als een vanzelfsprekend onderdeel van de maaltijd. Mensen creëren bewust afstand van de gedachte dat datgene wat op hun bord ligt een dier is. Ze worden daarbij ook geholpen door de cleane en afstandelijke inrichting van het vleesschap van supermarkten en slagerijen. Alles is netjes voorgesneden en verpakt. Je ziet nergens meer een varkenskop of een koeietong liggen die je eraan herinnert dat je een dier eet. Bovendien is vlees regelmatig in de aanbieding, dus zal het wel normaal zijn om het te eten. Fastfoodketens en 'all you can eat-restaurants' tamboereren op dezelfde trommel.

"Tegelijk ontlasten we onszelf moreel door de verstandelijke en emotionele eigenschappen van dieren die we opeten, lager in te schatten dan die van dieren die we in ons gezin hebben opgenomen zoals honden en katten. Daarnaast wil niemand gekke Henkie zijn. Als mensen zeggen dat ze bereid zijn om meer voor diervriendelijker vlees te betalen, zullen ze dat heus menen. Maar het idee dat zij de enigen zijn die dat kopen, kan ze ervan weerhouden om het vaker te doen", aldus Dagevos.

"Je hebt altijd voorlopers, meelopers en achterblijvers", reageert Sjoerd van de Wouw, campagneleider van Wakker Dier. "Het is de truc om die groep mensen die op de wip zit, mee te krijgen." Dat de vleesconsumptie ondanks de groei van het aantal flexitariërs maar licht afneemt, ziet hij daarvoor niet als een ontmoediging. "Voor een basisproduct als vlees is een daling van 1,7 procent best veel. Bovendien is het marktaandeel van diervriendelijk vlees ondanks de crisis niet gedaald. Samen met de resultaten van enquêtes waarin consumenten zeggen dat ze bereid zijn om meer te betalen voor diervriendelijk vlees, prikkelt dit supermarkten om hun beleid aan te passen."

Bij die supers valt volgens Van de Wouw de meeste winst te behalen. "Met muziek, geur, winkelinrichting en aanbiedingen sturen supermarkten consumenten immers enorm in hun aankoopgedrag." Dat gestunt met vlees is hem vooral een gruwel. Behalve op diervriendelijke reclames, scant de organisatie de folders van de supers ook wekelijks op kiloknallers. De balans tussen de twee is scheef. "In het eerste kwartaal van dit jaar hadden de acht grootste supermarkten 703 keer vlees uit de bio-industrie in de aanbieding. Biologisch vlees werd slechts negen keer aangeprezen."

De supermarkten houden elkaar volgens hem in een houdgreep. "Vlees is van oudsher het startpunt van de maaltijd. Het is het anker waarop mensen boodschappen doen, dus is het aantrekkelijk om daarop te stunten. Het is onze droom dat supers niet op prijs maar op kwaliteit en duurzaamheid adverteren. Supermarkt Plus deed dat laatst als eerste in een tv-spot. Dat was echt een trendbreuk. Helaas tref ik nog veel greenwashing aan."

Hij laat een foto zien van een kilo kipfilet van supermarkt Dirk met daarop een groene sticker en de tekst 'Kies bewust. Met respect voor mens, dier en milieu'. "Terwijl het hier overduidelijk om plofkippen gaat die geen stap naar voren of achteren hebben kunnen zetten."

Er zijn wel tekenen van verandering. Zo kondigde het CBL, de branchevereniging van supermarkten, vorig jaar aan dat de supermarkten vanaf 2015 vlees gaan verkopen van varkens en kippen die iets meer ruimte en afleidingsmateriaal hebben. Ook zijn er gesprekken gaande tussen de veehouderij, supermarkten, vleesverwerkers en het ministerie van economische zaken om prijsafspraken mogelijk te maken, zodat boeren hun dieren een beter leven kunnen geven. Dat zou wel betekenen dat het vlees iets duurder wordt.

Meer lezen

In zijn boek 'Some we love, some we hate, some we eat' gaat de Amerikaanse psycholoog Hal Herzog uitgebreid in op onze omgang met dieren en de morele inconsistenties die daarin zitten. Waarom dringen we wel aan op een verbod op hanengevechten, maar liggen we niet wakker van het lot van talloze kippen die in kratten naar het abattoir gaan, is een van de vragen die hij bespreekt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden