Het visitekaartje van Deventer: industrie

Middeleeuws Deventer wil zijn industrie graag behouden. Niet alleen vanwege de banen die het oplevert, ook om toeristen te trekken. Want fabrieken zijn fraai, vinden ze in de Hanzestad.

Het spandoek hangt prominent naast de fabriekspoort van AkzoNobel in Deventer. Het opschrift is een dringende oproep: 'AkzoNobel zet je vestiging(en) niet zomaar aan de kant, houdt de economie van Deventer en Nederland ook in stand'. Maar het is te laat. Want afgelopen vrijdag besloot de directie van AkzoNobel anders, protesten en stakingen ten spijt. Eind 2016 is het over en uit voor deze nazaat van het Deventer familieconcern Noury & Van der Lande.

In zijn burgemeesterskamer vertelt Andries Heidema (ChristenUnie) daags ervoor nog over zijn actie om AkzoNobel voor Deventer te behouden. Protestmarsen van personeelsleden waren al door de stad getrokken. Heidema zat namens Deventer nog langdurig met de AkzoNobel-directie om tafel om hen te verleiden te blijven. "Het is schouder aan schouder knokken", vertelt hij. Maar zeker is hij niet van het resultaat. "AkzoNobel is een groot mondiaal bedrijf. En Nederland is een vrij land."

Op Heidema's tafel staat een schaal mini-Bussink-kruidkoeken in cellofaan. De burgemeester mag dan uitkijken op de historische binnenstad die drommen toeristen trekt, de lokale industrie wordt niet vergeten. Zoals Bussink's koekfabriek van Continental Bakeries. Deventer koestert zijn industrie die de aanblik en stadsidentiteit voor een groot deel bepaalt. Heidema zegt te genieten van de nieuwste tv-spot van beddenfabrikant Auping: "Die begint met dat mooie stadsgezicht op Deventer."

Deventer is een industriestad en wil dat blijven. Waar elders fabrieken zijn gesloten en arbeiders massaal hun baan verloren, bleven in Deventer schoorsteenpijpen roken, industrieën draaien en havenbuurten in bedrijf. De sluiting van AkzoNobel is dus een klap. Deventer ontkwam een halve eeuw geleden niet helemaal aan de landelijke trend van fabriekssluitingen en massaontslag door automatisering. Maar nog altijd domineren fabrieken de stad met ruim 81.000 inwoners.

Sommige toeristen kiezen niet voor een stadswandeling die langs middeleeuwse hoogtepunten voert, maar gaan naar de Raambuurt. De historische pakhuizen, fabriekspanden en restanten oud goederenspoor trekken steeds meer nieuwsgierigen. Hier zetelt de directie van snoep- en zeepfabriek Senzora (Schoemaker en Zoon Raamstraat) nog altijd. Aan de rand van dit nu hippe wijkje aan de IJssel komen, in een verweerd pand, de lokale fabriekfans bijeen.

In 1995 protesteerden Deventenaren tegen de sloop van de Raambuurt. Daaruit kwam de Stichting Industrieel Erfgoed Deventer (SIED) voort, een historische vereniging die voor Nederlandse begrippen uniek is in haar soort. Financieel gesteund door het bedrijfsleven en omarmd door politiek beijvert de stichting zich voor het behoud en de herbestemming van historische industrieterreinen en fabrieken. "We schamen ons er niet voor een industriestad te zijn", zegt voorzitter Eric Giesbers. "Sterker nog, we zijn er trots op."

Giesbers leidt rond in deze voormalige motoren- en fietsenzaak aan de IJssel. De Stichting Industrieel Erfgoed Deventer is net hierheen verhuisd. Veertig vrijwilligers knappen het nieuwe hoofdkwartier op. Boeken, blikken en reclames herinneren aan de industriële geschiedenis van Deventer. "Nadat de vestingwerken in 1874 hun militaire rol verloren, werden daar fabrieken en arbeidershuizen op gezet", vertelt hij. "Zo is ook de Raambuurt ontstaan."

Rijwielen van Bongers
De worsten van Stegeman, de snoephartjes met teksten als 'ik hou van jou' (Senzora), het drukwerk van Roto Smeets, de bekende bedden met spiraalvering van Auping, de dranken- en conservenblikken van Thomassen & Drijver (nu: Ardagh Group); het is een greep uit het rijke heden en verleden van de Deventer industrie. Prints op katoenen stoffen door Ankersmit, de rijwielen van Bongers: SIED-vrijwilligers hebben nog voor jaren inspiratiebronnen voor nieuwe projecten.

De fabrieken maakten Deventer tot een multiculturele smeltkroes. Trotse inwoners vertellen graag dat de ontwikkeling terugvoert tot in de Hanzetijd, de middeleeuwse bloeiperiode van internationale handel. Toen gaf kerkhervormer Geert Groote vanuit Deventer een stimulans aan de boekdrukkunst en legde de basis voor een drukkerijhistorie die nog voortleeft. Fabrieken lokten vanaf de negentiende eeuw arbeiders uit Friesland, Drenthe en Groningen. Die brachten hun eigen cultuur mee.

Na de Nederlandse arbeiders bleken Spaanse, Italiaanse, Marokkaanse en Turkse gastarbeiders nodig. Er streken zoveel Turken neer in de stad aan de IJssel dat de Turkse overheid er een consulaat opende. De arbeidersstad, gewend aan nieuwkomers, kent een actieve, emotionele bevolking die nooit te beroerd is voor een protestmars naar de Brink of het stadhuis: voor het behoud van het stadsmuseum, tegen de aanwezigheid van pedofielen of om hun fabriekswerk te behouden.

Deventer heeft vaak geluk bij een ongeluk gehad. Het historische centrum van de Hanzestad is niet kapotgebombardeerd. In de jaren zestig was het stadsbestuur te arm om de monumentale, maar vaak vervallen middeleeuwse panden te slopen en te vervangen voor nieuwbouw en verkeerspleinen. De huidige crisis spaarde het Havenkwartier, een oude havenwijk waar de gemeente tien jaar geleden nog sloopplannen had en grootschalige nieuwbouw wenste. Dat plan sneuvelde.

"We zijn gered door de gong", zegt Heidema. "De gemeente vond de gebouwen lelijk. Inwoners en bedrijven eromheen kwamen echter in opstand: ze voelden zich beperkt in hun uitbreidingsplannen. Nu is het een free-for-all-gebied voor vrije initiatieven op het gebied van wonen, werken en cultuur." Stichting Industrieel Erfgoed Deventer beijverde zich voor het behoud van twee grote silo's, waarvan er één monumentaal is. In die oudste silo moet een restaurant komen.

De tijdgeest is veranderd, zegt Giesbers. "Niemand zegt meer: wat is zo'n silo een lelijk ding. Mensen zeggen nu: wat een mooie landmark. Daar moeten we iets mee doen. We leren mensen kijken door uit te leggen waarom een industrieel gebouw of gebied eruit ziet zoals het eruit ziet. Fabrieken zijn altijd gekoppeld aan de specifieke activiteiten die er plaatsvonden." In Deventer is daarvan nog veel te zien, zowel oude als moderne bedrijvigheid.

"Deventer had niet zoals industriesteden als Enschede of Tilburg een monocultuur", zegt Giesbers. "Onze stad ligt gunstig aan de oost-westverbindingen en middenin een agrarische omgeving. Deventer is vooral sterk in de combinatie van metaalindustrie en voeding. Uit smederijen is onder meer Thomassen & Drijver voortgekomen, maar ook Auping, het bedrijf dat dankzij een snijbonenmachine ooit het beddenspiraal uitvond."

Ongevraagd advies
De stichting legt niet alleen de geschiedenis vast, maar maakt met provinciale en rijkssubsidies voorstellen voor herbestemming van vrijkomende fabriekspanden. Giesbers legt een aantal voorbeelden op tafel, zoals 'Voorstel tot behoud Senzoracomplex. Verrassend wonen in een industriële sfeer'. "We zijn er liever op tijd bij", zegt hij. "We doen voorstellen om overheden en bedrijven op ideeën te brengen en geven ongevraagd advies."

"Maar", benadrukt hij, "we wensen niet het imago dat we niks willen laten verdwijnen. Zo hielden we met de Deventer Fotokring een expositie over bedrijven die nu actief zijn. En dat gaan we weer doen." SIED krijgt onder meer steun van de Deventer Kring van Werkgevers (DKW), ook wel 'de eredivisie van het bedrijfsleven' genoemd. DKW verenigt alle grote werkgevers. Er waren ooit, in de tijd van de familieconcerns, zelfs DKW-huizen om het stafpersoneel maar aan Deventer te binden. De diversiteit aan fabrieken, laboratoria en studies, zoals de vertrokken Rijks Hogere School voor Tropische Landbouw, zorgde dat Deventer tijdens crises minder kwetsbaar was. Jacques Windt, gemeentelijk contactpersoon voor het bedrijfsleven, benadrukt dat Deventer ondernemers elkaar steviger vasthouden dan elders. Zo valt MKB Deventer, waar ook DKW'ers lid van zijn, op door zijn grootte: 1100 leden.

Ondernemers organiseren via het 'Deventer Circuit' een introductie voor nieuwkomers, inclusief een officieel examen met de burgemeester erbij. Windt: "Als gemeente adviseren wij de directeuren altijd: ga erheen. Verplicht is het niet, wel handig. Met lesjes 'Deventer' leer je in relatief beperkte tijd de stad kennen, samen met je partner." Hoewel AkzoNobel sluit, blijft Windt namens Deventer industriële bedrijven werven. Aan de A1 ligt een nieuw park voor hen klaar.

Heidema voorziet, ondanks Akzo's fabriekssluiting, groei van het aantal industriële bedrijven in zijn stadsregio. "De Nederlandse maakindustrie is geen zorgenkindje meer; maar wordt juist herontdekt", stelt hij. Van de lokale beroepsbevolking werkt één op de vijf in de maakindustrie, van procesoperator tot onderzoeker. Wel verschuift het zwaartepunt naar research. Nieuwe laboratoria openen de deuren, zoals van Agrolab. En AkzoNobel blijft in Deventer met zijn researchtak.

Intussen is SIED druk bezig met nieuwe projecten. Het bedrijfsarchief van Thomassen & Drijver, de blikmakers, wordt uitgespit. Ook volgt er een studie naar oude goederenspoorlijnen. 'Schoonheid' is niet het juist woord, zegt Giesbers, om de fascinatie voor de industrie te verklaren bij de mannen en vrouwen van SIED. "Maar als je vanaf de A1 Deventer binnenrijdt en al die schoorstenen en silo's ziet, dan denk je: interessant én imposant."

Deventer: fabrieken en ingenieurs
Fabrieken

Nefit (cv-ketels)

Bussink (koek)

Davo (postzegelalbums)

Thomassen & Drijver (blikjes; nu: Ardagh)

Roto Smeets (druk)

Kluwer (vroeger ook druk, nu vakinformatie)

Auping (bedden)

Noury & Van der Lande (chemie; nu: AkzoNobel)

Ankersmit (textiel; gesloten)

Senzora (snoep en zeep)

Burgers (fietsen; overgenomen en vertrokken)

Stegeman (vleesproducten)

Ingenieursbureaus

Antea Group (voorheen Oranjewoud)

Goudappel Coffeng

Tauw

Witteveen+Bos.

Laboratoria

Agrolab

Gezondheidsdienst voor Dieren

Deventer-Apeldoorn-Zutphen: de 'Cleantech Regio'
Zeven gemeenten in Overijssel en Gelderland, waaronder de gemeente Deventer, presenteren zich als Cleantech Regio. Het is een nieuw samenwerkingsverband met onderwijsinstellingen en ondernemers op het gebied van schone technologie. In de stedendriehoek van Deventer, Apeldoorn en Zutphen zijn van oudsher veel fabrieken en ingenieursbureaus gevestigd. 'Cleantech' moet in die regio het midden- en kleinbedrijf bewust maken van de voordelen, ook financieel, van schone techniek.

Studenten uit het beroepsonderwijs en van universiteiten worden daarvoor ingezet. Zij voeren voor de deelnemende bedrijven onderzoeken uit, bijvoorbeeld naar verduurzaming van productieprocessen. De jongeren worden hierdoor gestimuleerd om te kiezen voor een exacte of technische studie. Gemeenten verwachten dat dit helpt tegen zowel de groeiende jeugdwerkloosheid als tegen de talrijke openstaande vacatures bij bedrijven in de (innovatieve) industrie en informatietechnologie.

De nieuwe regionale Technicampus in Deventer biedt jongeren tot 27 jaar, ook ongediplomeerde, een technische opleiding in de bouw, metaal of techniek, inclusief een baangarantie. Het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen voor Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Lochem, Voorst en Zutphen namen het initiatief. In Zutphen komt daarnaast een Cleantech Center. Op het congres 'Cleantech Tomorrow' 3 en 4 februari in Deventer ontmoeten ondernemers, studenten en scholieren elkaar.

AkzoNobel vertrekt
AkzoNobel bouwt in Deventer de productie van chemische peroxiden gefaseerd af. In 2016 sluit de fabriek de deuren. Daarbij verliezen 215 medewerkers hun baan in Deventer. De fabricage wordt in België (Bergen), Noord-Amerika en China voortgezet. Akzo Nobel is in Deventer een voortzetting van het Deventer familiebedrijf Noury & van der Lande dat in 1838 is ontstaan en is daarmee een van de oudste grondleggers van AkzoNobel, waarin het in 1967 is opgeslokt.

AkzoNobel noemt de sluiting in Deventer 'een pijnlijke, maar juiste en noodzakelijke beslissing'. In België ziet het bedrijf meer groeimogelijkheden. De historische band tussen AkzoNobel en Deventer blijft voortbestaan via de researchafdeling van de fabrikant. Die blijft - met 235 banen - voor de stad bewaard.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden