Review

Het verzet van Schilder: de preek

Jan Ridderbos; Strijd op twee fronten. Schilder en de gereformeerde 'elite' in de jaren 1933-1945 tussen aanpassing, collaboratie en verzet op kerkelijk en politiek terrein. Twee delen, 424 en 458 blz. Kok Kampen, ca. Fl. 140,-.

Vandaag is het precies vijftig jaar geleden dat prof. dr. Klaas Schilder in de Lutherse kerk in Den Haag de 'Acte van vrijmaking of wederkeer' voorlas. Die daad vormde de afsluiting van een lange periode waarin de Kamper hoogleraar overhoop had gelegen met de synode, het hoogste gezagsorgaan van de gereformeerde kerken. Het conflict was al eerder zo hoog opgelopen dat de synode hem had geschorst en afgezet.

De Acte van vrijmaking markeert tegelijk het ontstaan van een nieuw kerkgenootschap, dat vijftig jaar later nog steeds groeit en bloeit, de Gereformeerde kerken vrijgemaakt. Destijds vertrokken er in het kielzog van Schilder 60 000 kerkleden, tien procent van de gereformeerden, inmiddels tellen de vrijgemaakte kerken 120 000 leden (tegen 755 000 'gewone' gereformeerden).

De kerkscheuring van 1944 was voor alle betrokkenen een trauma en hun nazaten zitten tot vandaag met de brokken. Terwijl de hervormden en gereformeerden die in de vorige eeuw vechtend uit elkaar gingen al weer jarenlang pogingen doen om weer één te worden, hoe moeizaam ook, kunnen de vrijgemaakten het vijftig jaar na de breuk nog niet opbrengen om hun voormalige broeders voor de officiële herdenking (op zaterdag 27 augustus) uit te nodigen. De gereformeerde synode heeft eind 1988 weliswaar spijt betuigd over de gang van zaken rondom de vrijmaking, zolang ze zich niet van hun dwalingen bekeren kunnen er geen hartelijke betrekkingen worden aangeknoopt.

Twee fronten

Hoe gevoelig de kwestie rondom Klaas Schilder, die in 1952 op 62-jarige leeftijd overleed, nog altijd ligt blijkt deze maand opnieuw naar aanleiding van de verschijning van een dissertatie over het conflict. In een 900 pagina's dikke studie zet de gereformeerde ds. Jan Ridderbos de kerkstrijd van die dagen in het perspectief van de jaren 1933-1945. 'Strijd op twee fronten' heet het boek en Ridderbos hoopt er in september aan de Vrije universiteit in Amsterdam op te promoveren. Op basis van de eerste berichten over het boek, begin verleden week verspreid via het ANP, voelde hoofdredacteur J.P. de Vries van het vrijgemaakte Nederlands Dagblad zich al genoodzaakt tot een verdediging van prof. Schilder, omdat die door Ridderbos van zijn voetstuk zou zijn gehaald. Zelfs de kerkelijke gezindte van de betrokken ANP-redacteur (gereformeerd) voert De Vries aan om aan te geven hoe eenzijdig het beeld is dat Ridderbos van de vrijgemaakte aartsvader Schilder heeft geschetst.

Onaangenaam fel

Nu raakt Ridderbos ook een paar gevoelige punten. Dat Schilder geen gemakkelijke man was, is bekend. Hij kon in de omgang heel plezierig zijn, maar hij was onaangenaam fel als hij polemiseerde over beginselen. Dan ontzag hij niemand. Vriend en vijand hebben hem evenwel altijd geprezen om zijn houding tegenover de Duitsers. Hij is altijd gezien als een groot inspirator van het verzet tegen de bezetter. Ridderbos nuanceert dit beeld. Eén van zijn stellingen luidt 'Schilder heeft zich onthouden van iedere vorm van verzet tegen de Duitse bezetter'.

Gevaar

Schilder, die in het begin van de jaren dertig in het Duitse Erlangen studeerde om er te promoveren, zag inderdaad al vroeg het gevaar van het nationaal-socialisme en heeft daartegen op de felle manier die hem eigen was gewaarschuwd. Toen hij onmiddellijk nadat hij zijn doctorstitel behaald had hoogleraar aan de Theologische Hogeschool in Kampen werd en daardoor tevens adviseur van de synode, heeft hij zich voortdurend ingespannen om scherpe verklaringen van de gereformeerde kerkleiding tegen de NSB aangenomen te krijgen. In 1936 sprak de synode uit dat het lidmaatschap van de NSB onverenigbaar was met dat van de gereformeerde kerken. Dit was tegen de zin van de hoogleraren van de VU, eveneens adviseurs van de synode.

In met name twee van hen, H. H. Kuyper, zoon van Abraham Kuyper en V. Hepp had Schilder toen zijn belangrijkste tegenstanders gevonden. Verschil van inzicht was er niet alleen over politieke stellingname, maar vooral ook op theologisch terrein. Schilder was een vernieuwer, die door het gereformeerde huis waarvan Abraham Kuyper de grondlegger was, een frisse wind wilde laten waaien. Kuypers erfgenamen aan de VU moesten daar niets van hebben. Zij kregen tijdens dezelfde synodevergadering in 1936 gedaan dat het hoogste gereformeerde gezagsorgaan zich ook over de 'leergeschillen' zou gaan buigen. Dit was geheel tegen de zin van Schilder.

Hard tegen hard

Vanaf dat moment gaat het hard tegen hard. Ridderbos beschrijft de strijd zeer uitvoerig. Alle mogelijke kwesties die hoe dan ook te maken hebben met de houding van de gereformeerde kerken tegenover de NSB en later tegenover de bezettingsmacht snijdt hij aan. Hij laat zien hoe juét in deze tijd het kerkelijke conflict kon escaleren. De synode slaagde er volstrekt niet in om op het politieke front eensgezind leiding te geven en wierp zich vervolgens op de behandeling van de leergeschillen. Schilder nam toen al niet meer aan de synodevergaderingen deel. Enerzijds omdat hij ondergedoken was en anderzijds omdat hij het niet eens was met de synodebesluiten over de 'leergeschillen'.

Met dezelfde verbetenheid waarmee hij vóór en aan het begin van de bezetting tegen het wettige gezag van de Duitse overheid gestreden had, verweerde Schilder zich nu tegen het wettige gezag van de synode. Hetgeen uiteindelijk resulteerde 'het afwerpen van het door de synode opgelegde juk', de vrijmaking.

Ridderbos typeert de houding van Schilder en andere vooraanstaande gereformeerden die bij de kerkstrijd betrokken waren als een vorm van escapisme, of 'innerlijke emigratie'. Dit ter onderscheiding van de andere categorieën waarin de houding van de Nederlanders tijdens de bezetting wel worden ingedeeld: collaboratie, aanpassing en verzet. Schilder moest onderduiken in juli 1942, nadat hij zich in preken opnieuw onomwonden tegen de Duitse ideologie gekeerd had. Ridderbos suggereert daarbij aan Schilders kant een zekere roekeloosheid, omdat de synode zich toch inmiddels over de leergeschillen had uitgesproken. 'Hij sprak als iemand die niets te verliezen had'. Nadat hij was ondergedoken wijdde Schilder zich uitsluitend nog aan de kerkstrijd.

Ridderbos zet daar de gereformeerde predikant F. Slomp tegenover, die in dezelfde maand als Schilder moest onderduiken en die vervolgens als Frits de Zwerver actief aan het verzet ging deelnemen.

Studeerkamergeleerde

In het Nederlands Dagblad brengt J. P. de Vries hiertegenin dat Schilder niet een figuur voor illegaal werk was, maar meer een studeerkamergeleerde. “Iedereen heeft in zo'n situatie zijn eigen gaven.” In het geval van Schilder was dat meer het wakker maken van de verzetsgeest door preken en artikelen. Ridderbos stelt echter meermalen vast dat Schilder en ook diens strijdmakker prof. Greijdanus daadwerkelijke sabotage pas geoorloofd vonden als het belang van de christelijke organisaties en de kerken in het geding was. Hij onthult ook dat van vrijgemaakte zijde geijverd is voor een wat positievere kijk, in het werk van dr. L. de Jong, op Schilders houding tijdens de bezetting.

Ridderbos is trouwens over de houding van vrijwel de gehele gereformeerde elite in de oorlog negatief. Dat gereformeerden desondanks een groot aandeel in het verzet hebben gehad is vooral te danken aan gewone dominees en kerkmensen.

Twee kampen

J. P. de Vries is niet de enige vrijgemaakte die al op voorhand in de bres is gesprongen voor Schilder. In het tijdschrift van de Vereniging voor christen-historici plaatste de vrijgemaakte historicus Roel Kuiper kanttekeningen bij de stelling van Ridderbos dat de kerkscheuring er ook zonder de oorlog wel gekomen zou zijn, omdat er al sinds het ontstaan van de gereformeerde kerken in 1892 twee kampen waren.

Simpel samengevat, dat van Abraham Kuyper en zijn nazaten aan de VU tegenover dat van Kampen. Die visie, zegt Kuiper, doet geen recht aan 'de geestelijke en morele dimensie' van de andere zienswijze, namelijk. dat Schilder probeerde het klimaat van gearriveerdheid in de vooroorlogse gereformeerde kerken te doorbreken, maar door de elite de voet dwars werd gezet. “De vrijmaking was geen kwestie van geestelijke ligging”, aldus Kuiper. En zowel vrijgemaakten als synodaal-gereformeerden ontkomen niet aan de vraag: wat herdenken we eigenlijk als we de vrijmaking herdenken? Een reformatie of een broederstrijd?

Ridderbos' boeiende, hier en daar zelfs spannende proefschrift bevat voldoende materiaal om de komende vijftig jaar te werken aan een antwoord op die vraag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden