Het verraad aan de haven

In de Rotterdamse haven bezingen kunstenaars de neergang. Een chemiefabrikant opent zijn museum Voorlinden in de Wassenaarse natuur. Vanwaar toch dat masochisme?

Jaffe Vink (1951) is filosoof, in 1988 de bedenker van Letter&Geest en op dit moment auteur van de wekelijkse rubriek 'De vooruitgang' in dit katern.

Wanneer ik in de avondschemering de haven van Rotterdam nader, zie ik een zee van licht. Contouren van fabrieken. Lijnen en cirkels. Damp en rook. Je weet niet wat je ziet.

Het doet me denken aan een van mijn eerste filosofiecolleges. De docent zei: je staat in een straat en je ziet een groot huis. Maar wat zie je? Je ziet de voorgevel, misschien een deel van een zijgevel en iets van het dak. De rest denk je erbij.

Als je Rotterdam nadert, zie je in de verte dat feeërieke geheel - en je weet dat daar een wereldhaven ligt met een gigantisch industrieel complex, raffinaderijen, opslagtanks, containerterminals, je weet dat de rivier daar stroomt en dat de olietankers en containerschepen en bulkcarriers af en aan varen en misschien is er nog een late Spido-rondvaartboot.

Rotterdam: een dam in de Rotte, een drabbige veenrivier. Er kwam een nederzetting. Visserij. Een haven. Het werd een handelsplaats, het werd een stad. Eén stenen kerk in de late Middeleeuwen. Twaalfhonderd houten huizen.

Lang was Rotterdam een traditionele haven, een stad aan de rivier, met kades. Een schilderij van Jongkind, 'Canal à Rotterdam' uit 1873, geeft het beeld van een oude koopmansstad, een kade met bomen, stenen huizen, een afgemeerd zeilschip. De bomen reikten hoger dan de mast van het schip.

Ten tijde van dit schilderij moest de revolutie van de elektriciteit nog beginnen. Het is nauwelijks meer voorstelbaar hoe duister het was, eeuwenlang, tot aan de gloeilamp van Edison in 1879. Als de maan niet op het Canal à Rotterdam had geschenen, dan was het een aardedonker schilderij geworden, met alleen op de kade het flauwe schijnsel van enkele recente kolengaslantaarns.

Omstreeks 1900. Een foto van havenarbeiders die poseren op het dek van een graanschip. Op de voorgrond zitten de wegers. Zij kunnen bogen op een lange traditie: hun corporatie van graanwegers is voortgekomen uit een gilde. Maar die lange traditie kan niet op tegen de nieuwe techniek.

De foto markeert het einde van een tijdperk. De industriële revolutie bereikt de haven van Rotterdam. Met de komst van de graanelevator zal alles veranderen.

Op een tweede foto: de graanelevator, een soort drijvende toren die het graan uit een zeeschip opzuigt door middel van zuigbuizen en het vervolgens via een goot in een binnenvaartschip stort. Dat lukt allemaal door het wonder van de stoommachine die een vacuümpomp aandrijft.

De twee foto's betrappen het moment van mechanisering van de haven, de metamorfose van traditie naar vooruitgang. Het is een ware gedaanteverandering.

De eerste graanelevator kwam in 1905 in de haven van Rotterdam, maar toen was het ook snel bekeken. Het handmatig lossen van een zeeschip, door 126 arbeiders, duurde zeven tot acht dagen. Met een elevator werd een schip nu door 14 arbeiders in twee dagen gelost.

De stad was onstuimig gegroeid. Tussen 1850 en 1900 nam het aantal inwoners toe van 90.000 tot 300.000. En de haven werd groter en groter. De Nieuwe Waterweg werd gegraven (1868), de Eerste en Tweede Katendrechtse Haven werden aangelegd (1888-1896) en ook de Rijnhaven (1894).

De overgang van handwerk naar gemechaniseerde overslag voltrok zich in de decennia rond de eeuwwisseling. Kolen, erts, graan, petroleum. De vooruitgang ging verder. Graanelevatoren, elektrische kranen, kolentransporteurs, laadbruggen. Vijftig jaar later werd de haven van Rotterdam de motor van de Wederopbouw en ontwikkelde zich tot de grootste haven ter wereld.

Na de metamorfose van de Industriële Revolutie onderging Rotterdam in de jaren na de Tweede Wereldoorlog een tweede metamorfose: de haven heeft de stad verlaten. De haven veroverde het land, en het gebied van de Oude Maas tot aan de zee werd één reusachtig havengebied, met weidse vertakkingen en onafzienbare industrieën. De Botlek werd aangelegd (1954-1960) en Europoort (1958-1964). In korte tijd werd Rotterdam de grootste haven ter wereld en Shell Pernis de grootste raffinaderij.

Het ging nog verder, de aanleg van de eerste en de tweede Maasvlakte, kunstmatige schiereilanden in de Noordzee: de haven veroverde de zee.

Waar is een moderne Jongkind die deze ontzagwekkende haven schildert, met die zee van licht?

En dan ga je - zoals Martinus Nijhoff 'naar Bommel om de brug te zien' - naar de raffinaderij. Wat zie je? Dit lijkt in de verste verte niet op een fabriek van een kindertekening. Je ziet opslagtanks waar een half dorp in past. Goed, die horen erbij als een graansilo bij een boerderij. Maar dan: die weergaloze wirwar van buizen en pijpen - is dat de fabriek? Ja, dat is de machtige raffinaderij. Buizen en pijpen. Honderdzestigduizend kilometer buizen en pijpen. En niets anders dan buizen en pijpen. Geen gebouw. Geen loods. Geen dak. Geen arbeider. Het is een autonoom proces. Het gaat dag en nacht door. Het is de abstracte wereld waar de schilders van hebben gedroomd.

En er zijn nog talloze bedrijven, met namen die niet zouden misstaan in de moderne poëzie: Caldic, Cargill, Cerexagri en Evonik, Kemira, LyondellBasell. Wat wordt daar gemaakt? Wat gebeurt er allemaal in het kloppende hart van dit uitgestrekte en raadselachtige gebied? Waarom hebben de kunstenaars geen aandacht voor deze nieuwe wereld?

Vanaf onheuglijke eeuwen leefden we ín de natuur. We waren nomaden, we waren boeren. En nu zijn we - geologisch gezien in een flits van een seconde - heerser óver de natuur geworden. We hebben wegen aangelegd, kanalen gegraven, land ontgonnen, de zee bedwongen, we hebben turf, kolen, olie en gas uit de aarde gewonnen, we hebben fabrieken gebouwd, industrieën, havens, vliegvelden, we hebben steden gebouwd, torens, wolkenkrabbers, metropolen. We hebben een nieuwe wereld gebouwd. Van Amsterdam tot New York. Van Rotterdam tot Shanghai.

Het is de glorie van het menselijk vernuft.

Tot mijn verrassing trof ik enkele jaren geleden nieuwe kunst aan in de haven. Een aantal kunstenaars had op uitnodiging van het Havenbedrijf, ter ere van de aanleg van de tweede Maasvlakte, iets gemaakt: Portscapes.

Een Spaanse kunstenares inventariseerde braakliggende terreinen in de haven van Rotterdam. Ze noemt het 'ongerepte natuur die niet door de mens is bezoedeld'.

Ik had gehoopt op enige aandacht voor het menselijk vernuft, maar de kunst blijft steken in de modder van braakliggende terreinen.

Een Nederlandse kunstenares maakte een video over 'de mogelijke aanwezigheid van draken op het nieuwe stukje Nederland dat zal ontstaan wanneer Maasvlakte 2 oprijst uit de zee'. Ze constateerde 'een sterke relatie tot China' en kwam in haar kunstproject tot de ontdekking dat er een groot verschil bestaat tussen de Europese draak en de Chinese draak.

Draken op de Maasvlakte? Hoe leg je dat uit aan een Rotterdammer?

Een Mexicaanse kunstenaar kwam op het idee om een zwerfkei, die hij in Nederland vond, terug te brengen naar Scandinavië, 'het gebied van herkomst'. De kunstenaar heeft ook een tekening gemaakt 'aan het begin van de terugreis van de kei' en deze werd geplaatst als billboard aan de rand van de Maasvlakte.

Een Zwitsers kunstenaarsduo componeerde een lied. Het project begon met het transport van een houten podium over de Rijn, vanuit Bazel naar Rotterdam. Onderweg meerde dit podium aan op verschillende locaties, waar een plaatselijk koor dit 'lied van hoop-in-actie' vertolkte tegen de achtergrond van de lokale industrie. Uiteindelijk kwam het podium aan op de Maasvlakte, waar 'deze hymne, die ons de kracht en de moed geeft voor een toekomst zonder olie', ten gehore werd gebracht door een koor van twintig mensen: The Postpetrolistic Internationale.

De 'Internationale' - dat verwijst naar de ongezellige smartlap van de arbeidersbeweging: 'De staat verdrukt, de wet is logen, / De rijkaard leeft zelfzuchtig voort'. In de laatste regel van deze nieuwe Internationale ziet het Zwitserse kunstenaarsduo de Nieuwe Wereld van industrie en technologie met welbehagen ineenstorten.

Dit alles - van draak en zwerfkei tot en met dat ongezellige lied - werd gemaakt op uitnodiging van en gefinancierd door het Havenbedrijf om de uitbreiding van de haven te vieren. Is er een grens aan het masochisme van de havenhoofden? Mag ik bidden om een beetje zelfvertrouwen voor deze mannen en een greintje zelfbewustzijn? Is het zo moeilijk om trots te zijn op onze wereldhaven?

Het kan nog gekker. Een paar jaar geleden onthulde burgemeester Aboutaleb een beeld van Joep van Lieshout op de kruising van Blaak en Coolsingel. Het is gemaakt in opdracht van de Internationale Beelden Collectie van Rotterdam. Een acht meter hoog 'monumentaal kunstwerk', dat bestaat uit een stapeling van achttien olievaten, waaruit een stroperige massa druipt; in die stroop zijn vormeloze menselijke gestalten te ontwaren in dramatische poses, die aldus de kunstenaar 'omhoog proberen te kruipen maar naar beneden glijden'. Van Lieshout wil de worsteling laten zien van de mens met de wereld en vooral met de economie en het materialisme.

Volgens de projectleider van deze Internationale Beelden Collectie maakt Van Lieshout met dit kunstwerk een 'maatschappelijk statement'. Het appelleert aan de economische crisis, de uitputting van grondstoffen en het failliet van de consumptiemaatschappij. De zuil van olievaten staat, aldus de projectleider, symbool voor de havenstad Rotterdam.

Is het denkbaar dat de burgemeester van Rotterdam in een lucide moment opdracht geeft aan de vuilnisophaaldienst Roteb ('Rotterdams, ondernemend, trots, effectief, betrouwbaar') om dit symbool op te ruimen?

Caldic, Cargill, Cerexagri en Evonik, Kemira, LyondellBasell. De eerste in de rij: Caldic. In 1970 opgericht door Joop van Caldenborgh, 'koopman in chemicaliën', zoals hij zichzelf noemt. Het hoofdkantoor ziet uit op Het Park bij de Euromast, je ziet de schepen op de Maas. De fabriek - de terminal - staat in Europoort. Het begon met chemicaliën, nu is het: chemie en voedingsingrediënten, en ook nog aandrijf- en energietechniek. In Europoort maakt Caldic formaldehyde, een kleurloos gas dat irriteert en stinkt. Het kent honderd en één toepassingen, van lijm in spaanplaat tot ontsmettingsmiddel in schepen en ziekenhuizen, van textiel tot cosmetica, van landbouw tot fotografie - en ook als rookmiddel tegen schimmels bij pootaardappelen en als 'sterk water', preserveermiddel op universiteiten en in mortuaria.

Caldic zou een royaal portret verdienen, een chemisch concern in het hart van de haven, dat vrijwel niemand van binnen kent, maar de koopman in chemicaliën is ook kunstverzamelaar en trekt nu aandacht met iets anders: de oprichting van een nieuw museum in de duinen van Wassenaar, museum Voorlinden.

Het museum opent begin september. Joop van Caldenborgh heeft meer dan vijftig jaar kunst verzameld. Schilderijen, beelden, installaties, foto's, objecten. Het is een weids scala van moderne en eigentijdse kunst, met klinkende namen.

Voorlinden is een landgoed. Het monumentale landhuis is omgeven door een natuurgebied van veertig hectare: parktuinen, graslanden en bossen, aan de rand van de duinen. Het landhuis wordt museumrestaurant, het nieuw gebouwde museum staat midden in de natuur: 'Een museum in het groen, een ideale plek voor kunst- en natuurliefhebbers om te vertoeven'. De nieuwe directeur is Wim Pijbes: 'De combinatie met veertig hectare natuur vind ik spannend'.

Het is een ideale plek en het is prachtig en het is spannend - de bomen en het gras en de duintoppen - maar zou er geen spannender plek te bedenken zijn? Van Caldenborgh begon in 1970 met zijn fabriek in de haven, de grootste haven ter wereld, een haven die de stad heeft verlaten, een haven die de zee heeft veroverd, een haven met een lengte van veertig kilometer, een ontzagwekkend gebied, een zee van licht, contouren van fabrieken, damp en rook, lijnen en cirkels - zou dat niet spannender zijn: een museum midden in dat uitgestrekte en raadselachtige gebied? In de hoogte. Tien hoog. Twintig hoog. Met uitzicht op dat magnifieke industriële landschap, op de rivier, de eeuwige rivier, met zijn schepen. Met uitzicht op de zee.

Is dat niet een gemiste kans? En zou het voor de kunstliefhebbers ook niet spannender zijn om met een boot van Spido, dwars door de wereldhaven, bij het museum aan te komen? En zou het voor de kunstenaars niet spannender zijn om de vitaliteit van het havengebied te verkennen? De buizen en pijpen van de raffinaderij in Pernis. Het geschakeerde rood van het dek van een ertsschip bij de droge bulkterminal op de Maasvlakte. De kolossale kranen. En dan: Caldic, Cargill, Cerexagri en Evonik, Kemira, LyondellBasell. Ga niet langs de Roggewoning en het Snoephuisje en de Wassenaarse Buurtweg, maar ga naar de haven. Volg de route van formaldehyde: het wordt vanuit Rotterdam over de hele wereld verscheept.

Uit de collectie van Museum Voorlinden selecteerde Rudi Fuchs voor zijn tentoonstelling Opwinding - tot en met 2 oktober in het Stedelijk Museum in Amsterdam - een schilderij van Damien Hirst. Titel: Aminobenzo-Trifluoride. Fuchs: 'Als je zonder titel kijkt, ontdek je veel meer'.

Damien Hirst (1965) is misschien wel de beroemdste kunstenaar ter wereld. En zijn haai op sterk water (1991) is misschien wel zijn beroemdste kunstwerk. Sterk water is hét product van Caldic.

Ik hoef geen haai - ik wil een lezing van de Rotterdammer Wim Pijbes over sterk water: een lezing over het productieproces van formaldehyde en over het rood van het ertsschip Berge Stahl en over de spannende toekomst van de Nieuwe Wereld - maar als er één plek is waar die haai thuishoort, dan is dat op de twintigste verdieping van een museum in het hart van de haven, met uitzicht op de terminals, opslagtanks, kranen en schepen, met uitzicht op de rivier, met uitzicht op de zee.

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www..fondsbjp.nl).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden