Het verlangen naar de tropen is met de metro in tien minuten vervuld.

Leegstand en verpaupering, dat zijn woorden die je associeert met de Bijlmermeer. Het is een van de meest verguisde en besproken woonwijken van Amsterdam en niet direct een plek om te gaan wandelen.

Na jaren van experimenten met videobewaking en flatwachten werd in 1990 erkend dat de Bijlmer in zijn opzet was mislukt. Veel inspraakavonden later werd besloten dat het rigoureus anders moest, een groot deel slopen en laagbouw ervoor in de plaats en meer variatie.

Inmiddels is een groot deel van die veranderingen klaar en gemeente en stadsdeelraad proberen nu alles om er een leefbaar en aantrekkelijk woonoord van te maken. Dat schijnt te lukken, tenminste vinden ze zelf. Ze zijn zelfs zo tevreden dat er een gidsje is uitgekomen, ’Bijlmerlicious’, met wandelingen waarin we volgens het achterblad naar de kleurrijkste en gezelligste plek van Nederland gaan.

Als we de metro nemen miezert het, is het nog koud en hebben we zo onze twijfels of we wel in tropische feeststemming zullen komen. Dat gevoel verdwijnt zodra we in de metro zitten. Ingenieus gevlochten afrokapsels, veel bling bling aan oren en handen, hiphopmuziek ergens uit een jas vandaan maken dat we bij het uitstappen toch het gevoel krijgen niet in een doorsneebuurt van Nederland te zijn beland.

In 1964 was het voormalige Bindelmeer (drooggelegd in de 17de eeuw) nog landelijk gebied en de belofte voor de toekomst. Juist of ondanks alle goedbedoelde plannen van architecten gebaseerd op theoretische idealen van architect Corbusier uit de jaren twintig, werden flatgebouwen met voormalige boerderijnamen als Gliphoeve en Gerenstein oorden van drugs, verkrachting en moord.

Waarom is dat ideaalbeeld met gescheiden functies van wonen, werken en recreëren hier zo dramatisch mislukt? Het was hier toch een van de veiligste plekken waar je zelfs niet door een auto overreden kon worden, door het stelsel van gescheiden autowegen, fiets en voetpaden? Ruime luxueuze flats met centrale verwarming en veel parkachtig groen eromheen waren er gebouwd, bedoeld voor gezinnen met middeninkomens. Maar de flats kreeg de gemeente niet verhuurd, want die gezinnen gingen liever naar een eengezinswoning in Purmerend of Almere.

De gemeente had nog een ander probleem in die tijd – de grote immigrantenstroom vanuit tropische en subtropische streken moest ergens gehuisvest worden. Hoe het verder met het zuidoostelijke deel van Amsterdam verging, weten we.

We stappen uit bij ’Ganzenhoef’, het roemruchte metrostation dat na de ’Metromorfose met lange verlichte roltrappen licht en ruimtelijk is verbouwd’. Aan de overkant is een nieuwbouwcomplex waar we in ’de Smeltkroes’, de kantine van het Cultureel Educatief Centrum Zuidoost, belanden. Op de kaart staan Surinaams-Javaanse gerechten als broodjes bakkeljauw, bakabana en Markoesa (passievruchtenlimonade). Op de grote achterwand ’the Wall of Fame’ hangen tientallen foto’s met fotoportretten van Erney, Sherita, Mirwais, Carla, et cetera, die allemaal zo hun bijdrage aan een leefbare buurt hebben geleverd .

Achter het centrum staan nog de oude honingraatflats waarvan nu goed zichtbaar is hoe verloederd ze zijn geraakt door het contrast met de andere flats die al gerenoveerd zijn. Door toeterende auto’s worden we erop attent gemaakt dat we nu weer moeten opletten bij het oversteken naar winkelcentrum Ganzenpoort. Hier overheersen de toko’s en voelen we ons lichtelijk een toerist in eigen stad, als we bij Toko Kaiching naast de Madame Jeanette saus (hete peper) en hairstraightmiddelen nog tientallen producten zien staan waar we het bestaan niet van wisten. Maar we krijgen uitgebreide uitleg bij de aanschaf van een fles siroop. Een klein geel A4’tje op de deur met een eigenhandig verbod tot samenscholing laat zien dat nog niet alle problemen zijn opgelost. Verder kunnen we niet heen om de stoffenwinkel van de familie Oppong met zijn bonte verzameling kleurige grafische bedrukte stoffen en de toko met grote rode plastic bakken boordevol met diepgevroren vis en kip uit Afrika.

Opmerkelijk genoeg begint het achter het winkelcentrum opeens naar platteland te ruiken. Hier staat kinderboerderij ’de Gliphoeve’, kneuterige houten huisjes met roodwitte luiken waar geitjes en pony’s tussendoor draven. Een bizarre levendige locatie midden tussen de hoge flats.

Halverwege onze wandeling is iets van het nieuwe bouwen te zien op het Humberto Delgadoplein. Het plein is gebaseerd op een Afrikaanse compound en naar een idee van een Afrikaanse architect ontstaan. Iets verderop zien we Aziatische invloeden in de Shri lkasmischool, een hindoe basisschool ontworpen door Ashok Balotra.

Uiteindelijk komen we bij het Anton de Komplein, waar het onlangs onthulde beeld van de vrijheidsstrijder uit Suriname Anton de Kom staat. Het beeld is omstreden, omdat een Nederlandse beeldhouwer het heeft gemaakt: De Kom is naakt afgebeeld en met gesloten ogen. Respectloos en te veel als een slaaf neergezet, is de mening van veel tegenstanders. Er gaan stemmen op in de deelraad om een nieuw beeld te laten maken; het gekrakeel gaat nog wel een tijdje voort.

Als we via de shopperhal (een overdekte hal met kleine winkeltjes en eetkraampjes) met een tas vol zout vlees en kousenband belanden onder het enorme gewelfde houten dak van het nieuwe station Bijlmer, weten we dat ons verlangen naar de tropen met de metro in maar tien minuten is vervuld.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden