Het verhaal van Viottastraat 36

Het huis van de Joodse familie Korijn in Amsterdam moet behouden blijven. Maar of het nog wel authentiek is, weet niemand.

Zelfs vergelijkingen met het Anne Frankhuis zijn al gemaakt: in een huis in de JJ Viottastraat in Amsterdam is een authentiek Joods interieur ’ontdekt’ in een voormalig studentenhuis. Met name de voorkamer zou sinds de deportatie van de familie in 1942 niet meer zijn veranderd. Dat is te stellig.

Ik woonde zelf in het pand als theologiestudent, van 1981 tot 1987. In de zomer van 1987 dwarrelde tijdens een plafondreparatie een briefkaart uit de vloerspleten van de bovengelegen kamer. Geadresseerd aan de familie Korijn, was ze afkomstig van de Nederlandse Studenten Zionisten Organisatie, en in kleinschrift beschreven met feiten uit de Joodse geschiedenis en religie. Zionisme was blijkbaar een belangrijke overtuiging in deze familie.

Na die vondst gingen wij, studenten, op onderzoek uit. We ontdekten de onthutsende geschiedenis van een pand in Amsterdam- Zuid.

De eerste bewoner van de Viottastraat 36, in 1919, is de familie Montijn, eigenaren van een bedrijf ’in drijfriemen, drijfwerken en machinekamerbehoeften’. In 1924 (blijkens aantekeningen op de uitdraai van het kadaster uit 1942) komt de Joodse familie Korijn-van den Berg er wonen. Lodewijk Korijn heeft een NV Bankvereeniging en is ’bankier en commissionair in effecten’.

Via telefoonboeken achterhaalden we dat zijn bedrijf in 1941 is opgeheven. De Duitse bezetter had in maart 1941 alle Joodse bedrijven de facto onteigend. Op 23 februari 1942 is de Viottastraat 36 al in beheer gebracht van de ’Hypotheekbewaarder’ van de Nederlandse Administratie van Onroerende Goederen te Den Haag. Onder welke omstandigheden woonden de Korijns er vanaf dat moment? Ze woonden er nog wel, want Lodewijk Korijn stierf in december 1942, na een kort ziekbed, op 63-jarige leeftijd, (blijkt uit het digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland). ’Liever geen bezoek’, stond in de annonce in Het Joodse Weekblad van 25 december.

In februari 1943 staat het pand op naam van ene Abraham van den Berg, een familielid. Raadselachtig, want hij is al in 1941 overleden. Veelbetekenend is de aantekening: p/a notaris Overberg, Sarphatistraat.

Blijkens het Digitaal Monument stierf dochter Elise (19) in juli 1943 in Sobibor, haar zus Anna Celine de Vries-Korijn (24) kwam in september 1943 om in Auschwitz, en Theodora Helena Ossendrijver-Korijn (27) stierf in oktober 1943 in Auschwitz. Een jaar later (1944) wordt het pand verkocht aan Otto Rebholz, een beruchte bankier uit Noordwijk aan Zee, die onder meer in geroofde Joodse effecten handelt. Hij is in 1955 bij verstek veroordeeld voor collaboratie.

Moeder Deborah Korijn-van den Berg komt op 16 maart 1945 om in Bergen-Belsen, 53 jaar oud, een maand voor het kamp door de Britten wordt bevrijd.

In 1945 wordt het pand verkocht aan Alfred Egon Tauszky, een reizende Hongaarse koopman, die na de oorlog rijk wordt met zwarte handel, en later naar Paraguay vlucht. In 1956 valt het pand onder de ’regeling rechtsherstel’. Het komt nu toe aan Elsa Guerut en Christiaan Antonius JM Hagemeijer, ’koopman’. Een uitdraai van het kadaster met daarop een lijst ’mede-eigenaren in het erfpacht’ laat onder meer de naam zien van Ivo Samkalden, dan nog hoogleraar in Wageningen, later burgemeester van Amsterdam. En uiteindelijk, in 1968, wordt het pand gekocht als studentenhuis voor studenten van de Katholieke theologische hogeschool Amsterdam. Er woonden ook studenten van andere opleidingen.

Het is dus onjuist dat, zoals de afgelopen week is gemeld, studenten sinds de oorlog toezicht hielden. Wat er met het interieur is gebeurd tussen 1943 en 1968 blijft ongewis. Wel kan ik beamen dat sinds 1968 nauwgezet is toegezien op onderhoud en bescherming van wat er was. Het interieur was immers prachtig en maakte op iedere bezoeker indruk. De achterkamer was oorspronkelijk eveneens van een lambrizering en houten vloer voorzien, maar werd begin jaren zeventig bij een brand beschadigd. We gebruikten die voor alle ’heftige’ activiteiten, de voorkamer bleef rustpunt!

Het meubilair is, bij mijn weten, hooguit ten dele origineel. In de loop van de jaren zijn door de studenten zeker enkele fauteuils toegevoegd.

Dat deze kamer bewaard dient te blijven staat buiten kijf, al was het alleen maar uit kunsthistorische overwegingen. De eerste reactie van de huidige eigenaren stemt dan ook hoopvol.

Maar laten we niet al te snel concluderen dat de afschuwelijke gebeurtenissen van 1942-1943 zijn bevroren in het interieur van een woonkamer in Amsterdam Zuid. Er zijn, helaas, te veel huizen in Amsterdam waar de stenen schrijnende verhalen kunnen vertellen.

Doen we de nagedachtenis van de familie Korijn recht door het scheppen van een museale mythe? Of geldt de lijn van hun laatste bericht: een briefkaart met aantekeningen van een les Joodse geschiedenis?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden