Het verhaal van Max

Voor Nederlanders die belgenmoppen vertellen, is het heilzaam bij tijd en wijle een Belgische mop over Nederlanders te horen: je ziet jezelf in de lachspiegel. Een grap van Joden over christenen kan als enig tegenwicht voor de vele grappen in omgekeerde richting ook geen kwaad.

Ik ken een hele goeie. U moet er maar even voor gaan zitten, want de Witz is niet een twee drie verteld, hij zit zorgvuldig verpakt in een hilarisch verhaal van Moshe Waldoks. Ik vond het in de fraaie collectie joodse verhalen die Steve Zeitlin bijeenbracht onder de titel Because God loves stories. Ik vertelde u al eerder over dat boek; het is helaas in Nederland niet verkrijgbaar. Ik vertel het verhaal in mijn eigen woorden na. Het verhaal van Max.

Zeventig jaar oud is hij en hij woont in New York. Na vijftig jaar gelukkig getrouwd te zijn ontvalt hem zijn vrouw. Max is ontroostbaar. Het leven heeft geen enkele zin meer voor hem, hij zit maar te zitten en wil nog maar één ding: herenigd worden met zijn vrouw. Dan grijpen de kinderen in. ,,Vader, dit kunt u niet maken. Wij houden van u, wij willen u graag nog een hele tijd bij ons hebben, wij kunnen het niet verdragen u zo te zien wegkwijnen. Moeder zou nooit gewild hebben, dat u het hoofd in de schoot legt, u moet echt wat gaan ondernemen.''

Max houdt het zich voor gezegd, hij klautert weer wat overeind, gaat weer een beetje voor zichzelf zorgen en op een goed moment bedenkt hij dat het misschien wel goed is als hij eens op fitness ging.

Hij naar de Paris Health Club, op de hoek van WestEnd Avenue en de 96ste straat. Het doet hem goed, waarachtig, het doet hem goed.

Op een dag loopt hij op Broadway en een vriend van hem houdt hem staande en zegt: ,,Ben jij dat, Max, ik herkende je zo gauw niet, wat zie jij er patent uit, als ik niet beter wist zou ik denken dat je nog maar zestig bent.''

Max dacht: ik zestig? Dat gaat de goede kant op. En helemaal wanneer ik voortaan alleen nog maar gezondheidsvoedsel eet, natuurproducten. Hij naar een reformwinkel, koopt zilvervliesrijst, scharrelmuesli, havervlokken, sesamzaad, wortelsap en onbespoten groenvoer, hij heeft a gezegd, nu zal hij ook b zeggen. Max gaat ook joggen, en dat kan sowieso al geen kwaad in New York, wie rent wordt iets minder gauw overreden dan wie loopt. Dagelijks draaft Max door Central Park, eerst kalmpjes aan, hij is per slot zeventig jaar, maar na een tijdje loopt hij een hele mijl, daarna maakt hij er twee mijl van en zo bouwt hij het langzaam op. Als ie op een dag ter hoogte van de 59ste straat bij Columbus Circle het park uitloopt, komt hij bij het stoplicht een oude vriend tegen. ,,Ben jij dat, Max? Ik herkende je zo gauw niet, wat zie jij er patent uit, je lijkt wel een vent van vijfenveertig!''

Vijfenveertig?, denkt Max, ben ik even goed bezig! Welaan, ik heb nog wat dollars op de bank, waarom zou ik daar niet wat mee doen? Hij laat zich een snel pak aanmeten en een toupet, koopt een vlotte hoed, te gekke schoenen, en paradeert zo door de buurt waar hij in de diamanthandel zat. Daar komt hij een vriend tegen. ,,Waarachtig, Max, ik zou je bijna voorbijgelopen zijn, ik zag zo gauw niet dat jij het was, wat zie jij er patent uit, jij lijkt wel vijfendertig.''

Max bedenkt dat er nog meer inzit. Iedereen wordt ouder maar ik word jonger. Weet je wat, ik ga naar Florida. Daar schijnt de zon, je krijgt er een prachtige bruine kleur, nog even en ik zie eruit als een goudhaantje.

Max pakt z'n spullen, vliegt naar Florida en gaat regelrecht naar Muscle Beach, waar je aan bodybuilding kunt doen. Je zult het niet geloven, maar daar is onze Max iedere morgen om halfzeven te vinden, samen met van die enorme jongens uit Cuba: gewichten tillen, halteroefeningen, duwen, stoten, trekken, rekken, je kunt het zo gek niet verzinnen. Loopt ie op een avond over Collins Avenue, houdt een oude vriend hem staande: ,,Weet jij dat jij sprekend lijkt op een vriend van vroeger, op ene Max? Bén jij Max? Kerel, het is net of jij nog maar vijfentwintig bent.''

Vijfentwintig, denkt Max, ik heb eer van mijn werk. Eigenlijk ben ik nu op de leeftijd om te trouwen. Maar ik wil natuurlijk geen vrouw van zeventig, dat hebben we gehád. Weet je wat, ik maak 's een praatje met een van die grootmoeders hier op het strand, d'r is er vast wel eentje bij die een aardige kleindochter in de aanbieding heeft.

En waarempel, na een week of wat stapt er zo'n grootmoeder op hem af. ,,Max, ik heb een meisje dat helemaal bij jou past, een kleindochter van me, achttien jaar oud, ze heeft net haar diploma gehaald op de Miami Beach Highschool.'' Dat lijkt Max wel wat, dom is ze in ieder geval niet.

,,Vertel 's wat meer over haar.''

,,Het is een heel energiek meisje, ze was ook cheerleader.''

,,Een cheerleader?''

'Ja, met van die pompons.'

Dat van die pompons deed 't 'm: dit moest 'r zijn. Ze ontmoeten elkaar, hij vraagt haar ten huwelijk en het meisje stemt toe. Max wil een mooie trouwerij. Max hecht aan tradities. Hij wil bijvoorbeeld dat dezelfde rabbijn het huwelijk voltrekt als de rabbijn die dat vijftig jaar geleden deed. Laat die stokoude man nu nog in leven zijn! ,,Ik kan je niet zeggen hoeveel plezier mij dit doet, Max,'' zegt de rabbijn. ,,Je ziet er zo patent uit, de tijd lijkt wel te hebben stilgestaan, je ziet er nog precies zo uit als toen.''

Max glundert, Max geniet. En voor de huwelijkreis wil hij naar Disney World, meteen na de plechtigheid, want je doet de dingen goed of je doet ze niet.

De rabbijn geeft het jong geluk de zegen, Max breekt het glas en ze gaan naar buiten, waar een grote witte stretch limousine voor hen klaar staat, een boot van een wagen. Keurig laat Max zijn lieve bruid eerst instappen, loopt kwiek om de auto heen, een jonge god, een stralend tweede leven lacht hem toe, maar hij kijkt alleen even niet goed uit, hij struikelt, komt onder een voorbijrijdende taxi en is op slag dood.

Max komt boven, bij de hemelpoort, helemaal op tilt. ,,Dit is onmogelijk, dit moet een fout zijn. Ik bedoel: er kan veel, maar dit kan niet, dat begrijpt u toch zelf ook wel?''

,,Wat begrijp ik zelf ook wel?'', vraagt de engel aan de poort.

,,Ik wil onmiddellijk naar de aarde terug, ik moet met mijn bruid naar Disney World en ik moet nog veel meer, ik wil terug, en wel nu.''

,,Het spijt me, maar dat gaat echt niet'', zegt de engel. ,,Wij hebben dat eens één keer eerder gedaan, iemand terug laten gaan, dat was zo'n tweeduizend jaar geleden, maar daar hebben we geen goede ervaringen mee, dat heeft ons veel narigheid bezorgd.''

,,Dan wil ik de Baas spreken'', roept Max uit, en langs de verbouwereerde engel beent Max regelrecht naar het hoofdkantoor. DE ALMACHTIGE staat er op de deur. Max bonst op de deur, wacht niet tot hij wat hoort, gooit de deur open: daar zit de Eeuwige op de troon van zijn heerlijkheid. Max ziet omhoog en zegt: ,,Hoe kunt u dat nu doen, weet u wel wat u aanricht?''

,,Ga zitten'', zegt de Eeuwige, ,,en vertel eerst eens even hoe je heet.''

,,Ik ben Max'', zegt Max.

,,Max?'', zegt de Eeuwige, ,,ben jij werkelijk Max? Waarachtig, ik had je zo gauw niet herkend, wat zie jij er patent uit!''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden