Het verhaal Rasmussen is het verhaal Kohl

De laatste dagen moet ik steeds aan Bernhard Kohl denken. Vierenhalf jaar geleden sprak ik met de gevallen Oostenrijkse wielrenner, in een rijzig pand in de binnenstad van Wenen. Hij sprak er openlijk over zijn dopingverleden. Hoe hij zijn eerste spuit had gezet, urenlang had geaarzeld voor hij die naald door zijn buikwand joeg. En hoe hij daarna dopingzondaar was - een bewuste keuze. In zijn optiek kon hij niet anders. "Ik zeg dat alle topsporters in de wereldtop dope gebruiken", zei hij daar in Oostenrijk. Hij knipperde niet met zijn ogen.

Bernard Kohl werd in die dagen voor gek verklaard. Zijn verhaal was te duister. Kohl was een fantast die zijn eigen straatje wilde schoonvegen door anderen te beschuldigen. Een jaar eerder had hij in de Ronde van Frankrijk, als exponent van het nieuwe wielrennen, de bolletjestrui veroverd. Toen hij na een positieve dopingplas direct eerlijk zijn hele verhaal vertelde, de omerta doorbrak, werd hij in de wielerwereld als idioot neergezet. Wat een mafketel, die Kohl, met zijn bolle gezicht. "Het hamstertje', werd hij ook wel genoemd.

Afgelopen weken kregen we de klaagzang van Michael Rasmussen te verstouwen. De Deense klimmer vindt zichzelf nogal een slachtoffer. Ik heb even overwogen om hem een diep en intens gevoeld medelijden te gunnen, maar dat ging me toch net te ver. Rasmussen had het erg moeilijk gevonden om te liegen over zijn - volgens eigen zeggen gestructureerd en gedoogd - gebruik bij de Rabobankploeg. Tenminste, dat zei hij zaterdag in deze krant. De bijna-winnaar van de Tour had er zich nooit gemakkelijk bij gevoeld. En om te winnen, moest hij spuiten en slikken. Om dat weer te maskeren, volgde de leugen.

Het verhaal van Kohl en Rasmussen overlapt. Beide renners hebben geen spijt van hun dopegebruik. Het was de enige manier om hun sportieve ambities te verwezenlijken. Kohl zei het in 2009 zo: "Voor het publiek, de supporters, is het bedrog. Maar voor de renners niet. Het is gewoon. Je móet het doen. Als je het niet doet, heb je geen kans." En Rasmussen: "Ik heb willens en wetens gebruikt. Het was fout, dat wist ik, maar tegelijkertijd was het een noodzakelijk kwaad om op dat niveau te kunnen presteren." Eigenlijk zei Kohl in 2009 al wat Rasmussen nu zegt.

Het verhaal van Kohl kwam echter te vroeg. Armstrong was in de tijd van Kohl's biecht nog een held, het wielrennen leefde nog in de fase van ontkenning. Natuurlijk vielen her en der beroemde renners om, maar dat de complete sport in die tijd een zootje was, zoals we nu weten - daar wilde men nog niet aan. Kohl was een roepende schertsfiguur, die we vooral niet al te serieus moesten nemen. Iedereen aan de dope, zoals hij beweerde? Kohl moest het vooral bij zichzelf houden, was toen de opvatting.

Tegenwoordig is Kohl fietsenmaker. Hij drijft in Wenen de grootste fietsenzaak van Oostenrijk. Na zijn positieve plas besloot hij al vrij snel om zijn leven weer op te pakken. Een leven waarin de fiets - zijn grote liefde - nog steeds centraal staat. Hij klaagt niet, voert geen processen tegen oud-werkgevers en glimlacht op zijn site gelukkig (en een stuk dikker dan destijds) in de lens.

Heel anders dan Rasmussen, die vooralsnog zwelgt in zelfmedelijden en de schuld het liefst afschuift: Rasmussen is vooral een slachtoffer van een systeem waarin hijzelf de spil was. En toch: misschien komt ook zijn verhaal te vroeg. Willen we niet geloven dat ook de Rabobank een dopingnest was zoals alle grote ploegen uit die tijd. Blijkt net als bij het verhaal van Kohl dat de waarheid zo kaal en weerzinwekkend is, dat we er het liefst bij wegkijken. Omdat we niet willen dat het waar is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden