'Het verhaal over Srebrenica is nooit af'

Mient Jan Faber, die gisteren zijn oratie als buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit hield, blijft het onbegrijpelijk vinden: ,,Waarom heeft Dutchbat na terugkomst uit Srebrenica niet gezegd: we hebben ons ontzettend vergist?''

Zijn studenten zijn nu 20, 22 jaar. ,,Toen de moslims van Srebrenica werden vermoord, waren ze twaalf jaar. Dat nieuws hebben ze niet bewust meegemaakt. Het verbaast me dan ook hoe geïnteresseerd ze zijn, hoe graag ze er meer van willen weten. Mijn taak is om vanuit mijn eigen ervaring het verhaal van Srebrenica door te geven. Dat verhaal is nooit af.''

Mient Jan Faber (64) hield gisteren aan de Vrije Universiteit zijn oratie als buitengewoon hoogleraar. Zijn leerstoel heeft de naam 'Burgerinitiatieven in oorlogssituaties'. ,,Dat betekent dat je van onderaf kijkt'', legt Faber uit. ,,Dat je nagaat hoe mensen een oorlogssituatie beleven en hoe ze ermee omgaan. Dat is een heel andere ervaring dan wanneer je er van de andere kant naar kijkt. Dat botst nogal eens.''

Zijn oratie is doortrokken van zijn ervaringen rond de val van Srebrenica, deze zomer tien jaar geleden. Toen werden naar schatting zevenduizend moslims, die waren toevertrouwd aan de zorg van Dutchbat, afgeslacht door de Bosnische Serviërs van generaal Ratko Mladic. Ook hield hij zijn gehoor van hoogleraren en studenten gisteren in bittere bewoordingen voor hoe pijnlijk de keuzes van commandant Karremans uitpakten voor de plaatselijke bevolking. Volgens Faber liet Dutchbat zich volledig leiden door de eisen van Mladic, die de moslimmannen liet afvoeren en vermoorden.

,,Ik wou dat Dutchbat na terugkomst gewoon had gezegd: we hebben ons ontzettend vergist. We waren niet meer in staat om de situatie te overzien en zijn erin meegesleept. Maar ze hebben een rechtvaardiging voor hun optreden ontwikkeld; dat ze toch wel mooi 25000 vrouwen en kinderen hebben gered. En die redenering is later door de regering en de Tweede Kamer overgenomen. Ze hebben op het essentiële moment niet gedaan wat ze hadden moeten doen. Namelijk álle vluchtelingen, mannen en vrouwen, beschermen.''

Dat Nederland achteraf een rechtvaardiging zocht voor 'Srebrenica' is niet uitzonderlijk. Het is eerder gebeurd, zegt Faber. ,,Van de politionele acties in Nederlands-Indië in de jaren veertig hebben we nooit willen toegeven dat we fout zaten. We hebben ook nooit willen erkennen dat in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog relatief de meeste joden zijn weggevoerd. Er zit een soort constante, een soort lijn in de Nederlandse geschiedenis bij dit soort situaties. Op het moment dat de dingen heel erg misgaan en dat dus grote fouten gemaakt zijn die veel mensenlevens gekost hebben, hebben wij de neiging onze kop heel diep in

het zand te steken en naar een rechtvaardiging te zoeken die weliswaar niet de werkelijkheid dekt, maar die in ieder geval wel een tijdlang goed is voor onze gemoedsrust.''

Nederland heeft sterk de neiging de schuld van zich af te schuiven en te wijzen naar andere landen die helemaal niets deden in voormalig Joegoslavië, zegt Faber. Het werd Faber heel indringend duidelijk dat Nederland de schuldvraag niet kan ontlopen toen hij in oktober 1995, drie maanden na de val van Srebrenica, in Tuzla werd aangesproken door een man die zei: 'Kom jij uit Nederland? Dan ben jij verantwoordelijk voor wat er met mijn ouders en mijn broertje is gebeurd.'

De man was Hasan Nuhanovic, destijds tolk van Dutchbat. Zijn vader, moeder en jongere broer behoorden tot de slachtoffers van de Serviërs. Faber: ,,Hij werd vreselijk boos en raakte heel erg geëmotioneerd. Toen heb ik tegen hem gezegd: vertel het maar, ik ben bereid om álles te horen wat je wilt zeggen. Ik ben toen met hem meegegaan, Servisch gebied in, om zijn familie te zoeken. Want hij kon daar als moslim niet alleen heen. Toen heb ik me heel goed gerealiseerd dat ik écht verantwoordelijk was, als Nederlands staatsburger. En ik heb toen ook beseft dat als je mensen als Hasan tegenkomt, je dan absoluut niet meer bij ze weg mag lopen. Dat je mensen met een verhaal als het zijne krankzinnig serieus moet nemen. En dat je ze tot op het bot moet bevragen en moet luisteren om te weten te komen wat er is gebeurd. Hun verhaal, hoe zij het beleefd hebben, dat moet in Nederland bekend worden.''

Dat is het ene deel van Fabers taak als buitengewoon hoogleraar aan de VU, waar hij ruim dertig jaar geleden promoveerde in de wis- en natuurkunde. De andere kant is de geschiedenis van de Europese vredesbeweging van de afgelopen twee eeuwen. Ook op dit terrein laat Faber duidelijk weten aan welke kant hij staat. Hij vindt dat de vredesbeweging tekortschiet met haar traditionele rol: het voorkomen van oorlog tussen staten en, als ze eenmaal zijn uitgebroken, proberen ze zo snel mogelijk te beëindigen.

Faber vindt dat de vredesbeweging waarin hij zelf decennia actief is geweest, vooral ook contact moet zoeken met de basis. Om het jargon van de jaren zeventig te gebruiken: mensen ter plaatse, tegenstanders van het regime, dissidenten, of hoe ze verder ook mogen heten.

Ten tijde van de Koude Oorlog sprak hij al met vertegenwoordigers van Charta 77 (Tsjechoslowakije), Solidarnosc (Polen) en dissidentenbewegingen in Hongarije en Rusland. ,,Hun mening moet je serieus nemen, ook al gaat het om zaken waar je als traditionele vredesbeweging van gruwt.''

In zijn oratie kwam Faber gisteren met het voorbeeld van drie journalisten uit Kosovo die ten tijde van de oorlog in dit deel van het voormalige Joegoslavië om ingrijpen van de Navo vroegen. Op zijn initiatief zeiden twee van de drie journalisten tijdens een grote vredesconferentie in Den Haag: ,,We zijn blij dat de Navo ons komt bevrijden.'' Faber: ,,Nou, je had de mensen in de zaal moeten zien reageren. Dat was absoluut vloeken in de kerk. Die wilden daar niets van weten. Daar zag je het probleem ten voeten uit. De traditionele taak van de vredesbeweging is oorlog voorkomen, de Navo was ten oorlog getrokken tegen Joegoslavië, dus je moest daar tegen zijn. En dan kwamen daar twee van die jochies die zeiden blij te zijn met de Navo. En die hadden ook nog een aantal bondgenoten in Nederland. Nou, dat botste dus.''

Een paar jaar later kwam het schisma in de vredesbeweging nog scherper naar voren. Dat was voor en tijdens de inval van de Amerikanen en Britten in Irak. ,,Ik vond dat wij de plicht hadden om met de mensen daar in Irak in contact te komen en hun stem te laten horen. En zij zeiden tegen ons: 'Als wij verlost zouden kunnen worden van Saddam Hoessein, al zou de duivel het doen, laat het alsjeblieft gebeuren'. En dat geluid heb ik gebracht, nou dat viel dus buitengewoon slecht.''

Een meerderheid binnen het Interkerkelijk Vredesberaad, waarvan Faber als secretaris het gezicht was, vond het echter absoluut ondenkbaar dat een vredesgroepering zich achter een militaire inval in een land zou scharen, hoe nobel misschien ook de doelen. ,,De hele westerse wereld liep tegen de Britten en Amerikanen te hoop. Je mag die Saddam Hoessein dan misschien niet mogen, maar je moet een probleem niet met oorlog oplossen, dat kwam heel sterk naar voren.''

,,Toen ik de mensen in Irak een gezicht probeerde te geven, brieven liet lezen die ik had gekregen, waarin stond: 'Weten jullie wel wat hier aan de hand is?', gaf dat een enorme spanning binnen het IKV. Mijn hoop is dat we die spanning, dat dilemma, eens grondig op een rijtje kunnen krijgen. Ik zie het ook een beetje als mijn taak als bijzonder hoogleraar die spanningen te beschrijven en door te geven. Omdat ik door die hele beweging heengegaan ben en die ontwikkeling heb ondergaan, ''

Het pikante is dat Faber dat kan doen op kosten van het IKV, dat zijn leerstoel financiert. ,,Er zijn bij mijn vertrek diepe kloven geslagen; de manier waarop het ging was onaangenaam. Er was een reorganisatie gaande en opeens zag ik op papier dat mijn functie niet meer bestond. Ik kon een plaats langs de zijlijn krijgen, maar daar heb ik voor bedankt. Ik vond het een diskwalificatie.''

Het idee voor de leerstoel bestond volgens Faber al geruime tijd. ,,Het was afkomstig van de vroegere rector-magnificus van de VU, maar eerder had ik er geen tijd voor. Nu wel. Het IKV had belangstelling en wilde graag dat zijn naam aan de leerstoel werd verbonden. Dat heb ik geaccepteerd. Want, ondanks alles wat er is gebeurd, heb ik geen rancune.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden