Het vergeten barricadegevoel van Cobra

De kunstredactie van Trouw vraagt een aantal musea om een bijzonder kunstwerk uit het depot te halen, dat nog nooit of lange tijd niet te zien was voor het publiek. In deze aflevering de keuze van Katja Weitering, artistiek directeur van het Cobra Museum: 'Hollandreise' van Karl Otto Götz.

Op tafel ligt een platte kartonnen doos. Daarin een plakboek met foto's en krantenknipsels. Gemaakt door de Duitse Cobra-kunstenaar Karl Otto Götz (1914).

De knipsels en foto's vertellen het verhaal van de roemruchte Cobra-tentoonstelling van november 1949 in het Stedelijk Museum, Amsterdam, de 'Exposition d'art experimental'. Een korte blik op de krantenkoppen volstaat om te begrijpen wat voor impact de tentoonstelling met de kleurrijke, primitieve Cobra-werken had . 'Walging', 'boeren- en burgerbedrog', 'nihilistisch', 'overbodig en ongewenst', 'er is daar niets schoons, niets verheffends'.

De internationale Cobra-beweging, samengesteld uit Denen als Asger Jorn, Belgen als Christian Dotremont en Nederlanders als Karel Appel, Corneille, Constant en Eugène Brands, trad voor het eerst naar buiten voor een groot publiek, en dat publiek was daar, anno 1949, nog niet klaar voor. Alleen Sandberg, de directeur van het Stedelijk die hen een expositie had aangeboden, verdedigde de kunstenaars, omdat ze zich verzetten tegen de 'geest van de officiële kunst, die van de academie'. 'Moet de Nachtwacht dan naar de kelder?', vroeg een recensent zich toen af.

De krantenverslagen en foto's in het plakboek - door Götz 'Hollandreise' gedoopt - ademen de uitdagende sfeer van rebellie. Terwijl de recensenten hun woede uitten in de krantenkolommen, dromden de jonge Cobra-schilders en -schrijvers en hun groupies op de foto's samen in een grote wolk sigarettenrook. Ze hadden er plezier in: Gerrit Kouwenaar opgesloten in een zogenaamde dichterskooi, de dichter-theoreticus Dotremont, de schilders Österlin, Corneille en Doucet met hun vriendinnetjes lachend in de camera. Nu we de jaren zestig achter de rug hebben, oogt het allemaal tamelijk onschuldig, maar in 1949 dacht men daar heel anders over.

"Het publiek voelde zich voor de gek gehouden", zegt Katja Weitering, artistiek directeur van het Cobra Museum. "Dit plakboek vertelt ons iets over Cobra, maar ook over de kunstwereld in naoorlogs Nederland, en zelfs over de algemene normen en waarden van die tijd. Nederland was heel behoudend. Het is niet voor niets dat Cobra-kunstenaars als Karel Appel, Corneille en Constant in de jaren vijftig vertrokken naar Parijs. In Nederland hadden ze niets meer te zoeken."

De Duitse schilder Götz nam de ophef waar en besloot die te documenteren. Weitering: "Götz was niet officieel lid van Cobra, maar nam wel deel aan de tentoonstelling. Samenwerken met een Duitser, zo vlak na de oorlog, was voor de Cobra-kunstenaars geen probleem.

"Als voorkant voor de 'Hollandreise' nam hij de cover van het Cobra-magazine no 4, met de uitgestoken tong, dat min of meer een 'embleem' was van Cobra. Het was de opgestoken middelvinger van de jaren vijftig. De andere pagina's in het plakboek zijn een collage van recensies, een spotprent, fotootjes die hij zelf had genomen, en letters die hij toevoegde. Die zijn nog niet eens af."

Götz schonk het werk later aan Karel P. van Stuijvenberg, een grote verzamelaar van Cobra. Die zag de waarde van dit document en schonk het aan het Cobra Museum. Het ziet er kwetsbaar uit en dat is het ook. Dat is meteen een van de redenen waarom het normaal niet te zien is: het is te kwetsbaar, het kan niet tegen licht en je kunt maar één pagina tegelijk laten zien.

Weitering: "We zullen het ook restaureren en verstevigen. Dat doen we met Japans papier. Gelukkig zitten er geen nietjes in die kunnen gaan roesten."

Tegenwoordig wordt Cobra gezien als een belangwekkende kunststroming en heeft het zelfs een eigen museum. Een aantal van de werken die op de tentoonstelling in 1949 voor zoveel ophef zorgden, hangt er op prominente plekken. Een klas schoolkinderen ontdekt in de kleurrijke, kinderlijk naïeve doeken dinosaurussen, papagaaien en andere exotische wezens. Niemand lijkt nog geschokt door de 'dat-kan-mijn-kleine-neefje-ook'-werken.

Weitering: "Het leuke van dit album is dat het een kant belicht die in de vergetelheid is geraakt. Cobra is onderdeel van de canon geworden. Mensen denken bij Cobra aan de expressieve, kleurrijke werken, maar dat barricadegevoel, die scherpe kant van Cobra, is eraf. Terwijl het een essentieel onderdeel was. Cobra is geboren vanuit verzet. De kunstenaars uit verschillende landen vonden elkaar in de wens om tegen de gevestigde kunstorde in te gaan en volkskunst te maken. Ze zochten daarvoor naar inspiratie bij kinderlijke, primitieve uitingen van 'ongevormden': kinderen, geesteszieken. Dat soort werk zou het volk direct moeten aanspreken. Dit plakboek is een uniek document omdat het laat zien hoe die tentoonstelling verliep - de foto's zijn nog gebruikt voor een reconstructie van de tentoonstelling - en hoe erop werd gereageerd."

Maar is het plakboek daarmee ook kunst? Weitering: "Nee, het is geen echt kunstwerk, zoals een schilderij. Maar het geeft wel weer waar Cobra voor staat. Qua inhoud en vorm is het een echt Cobra-werk. De inhoud zie je terug in het barricadegevoel en het groepsoptreden dat eruit spreekt. De vorm is typisch Cobra omdat het een combinatie is van woord en beeld. Er hadden zich niet voor niets heel veel schrijvers aangesloten bij Cobra, zoals Kouwenaar, Bert Schierbeek, Jan G. Elburg en Lucebert.

"Juist omdat het zo'n typische Cobra-uiting is en ons helpt om Cobra te begrijpen, vind ik het een mooie kans om het nu eens te kunnen laten zien. Alle pagina's zijn gereproduceerd en die hangen we groot op. Zo kan het publiek alle delen van het plakboek zien, dat zelf in een vitrine zal liggen. En zo kan het kennis maken met een belangrijk stuk geschiedenis van Cobra. Cobra viel in 1951 al uit elkaar. Van de harde kern zijn nog twee kunstenaars in leven, Götz en Pierre Alechinsky (1927). Straks is Cobra een dode beweging, en dan is dit document extra belangrijk."

Hollandreise, een uniek plakboek van de Cobra-beweging, is te zien van 4 mei t/m 5 juni in het Cobra Museum te Amstelveen. www.cobra-museum.nl

Afdeling: Documentatie
Titel: Hollandreise
Kunstenaar: Karl Otto Götz (1914)
Datering: November 1949
Verwervingsinforma-tie: schenking 2007, Karel en Rosamarie van Stuijvenberg, Caracas
Depotnummer: KS00240

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden