Het verdriet van de achterblijver

Emigratie | interview | Het overgrote deel van Marli Huijers familie vertrok naar het buitenland. Dat heeft veel impact gehad op de Denker des Vaderlands. Ze schreef er een boek over: 'Achterblijven'. 'Wanneer er weinig of geen direct contact is, groei je uit elkaar.'

Naarmate ik ouder word, realiseer ik me meer hoeveel impact het heeft gehad dat het overgrote deel van mijn familie uit Nederland is vertrokken." Vijftien jaar geleden dacht Marli Huijer, Denker des Vaderlands, al dat zij ooit een boek wilde schrijven over wat het betekent om achter te blijven na migratie van familie of vrienden. "Maar pas toen er via e-mail, Skype en Facebook ineens nichten en neven opdoken die ik nauwelijks kende, kreeg ik vat op het thema. Door de digitalisering veranderde ook de verhouding tot mijn geëmigreerde broers. Wat zou daar vanuit de filosofie over te zeggen zijn?"

Huijers grootouders emigreerden in 1950 naar Canada. Zij vertrokken met bijna het hele gezin, negen zoons en dochters gingen mee. En haar grootmoeder was ook nog hoogzwanger. "Mijn vader was de enige die achterbleef." Ook de zussen van Huijers moeder vertrokken, naar Indonesië, Nieuw-Zeeland en Luxemburg. Eén tante kwam terug, de rest bleef weg. In de jaren zeventig gingen Marli Huijers twee oudste broers hun grootouders achterna. "Mijn jongste broer en ik waren de enigen die overbleven in Nederland - er was nog een enkele neef of nicht, maar dat contact verwaterde."

"Mijn ouders zijn jong gestorven, in die tijd vond ik het lastig dat mijn oudste broers duizenden kilometers verderop woonden. Ze kwamen een keer over. Maar de verzorging kwam op ons achterblijvers neer. Ik besefte toen hoeveel achterblijvers moeten regelen, hoeveel emoties ze opvangen. Wat een impact heeft het als de anderen er niet zijn."

Stel: u had geen drie broers gehad, maar één, dan had u toch ook alles samen met hem moeten regelen?

"Klopt, maar je verwacht toch dat je het ziekte- en sterfbed van je ouders met elkaar draagt. Ook ouders kunnen het zwaar vinden dat kinderen er niet bij zijn. Nu was de belasting dubbel, want we moesten de anderen wel op de hoogte houden."

Maakte dat u kwaad of verdrietig?

"Eerder verdrietig. Het kostte me moeite dit boek te schrijven. Ik herinner me de dag dat mijn moeder afscheid nam van mijn tweede broer, haar tweede kind dat vertrok. De dag erna liep zij wezenloos door het huis, zocht in zijn slaapkamer. Waar is hij? De filosofie biedt inzicht in hoe het komt dat je een leegte kan blijven voelen als een naaste emigreert. Je weet dat hij of zij ergens anders op de wereld leeft, eigenlijk hoor je niet te rouwen. Tegelijkertijd voel je je verdrietig, want je beseft - zeker in die tijd - dat de kans niet groot is dat je hem of haar nog vaak ziet. Mijn moeder had gezien hoe weinig er overbleef van het contact met de ouders van mijn vader, en met zijn broers en zussen."

Dat is nu, met alle moderne communicatiemiddelen anders.

"Ja en nee. E-mail is makkelijk. Maar hoe langer de emigratie duurt, des te meer gaan levens uiteenlopen. Mailen aan geëmigreerde familie gaat daardoor lijken op het schrijven van een brief aan een vreemde. Wanneer er weinig of geen direct contact is, groei je uit elkaar."

Uw eigen ervaringen brachten u op het idee dat onze cultuur in Europa er een is van achterblijvers.

"Ik wist dat veel Nederlanders geconfronteerd zijn met familieleden die in de jaren vijftig naar Canada, Amerika, Nieuw-Zeeland of Australië vertrokken. Maar pas toen ik de emigratiecijfers zag, realiseerde ik me: Europa is eeuwenlang een emigratiecontinent geweest. En daarmee een achterblijfcontinent. Die trek vanuit Europa begon al kort na de Middeleeuwen. Honderdduizenden Europeanen vertrokken vanaf 1500 per zeilschip naar nieuw ontdekte werelden in de Oost, de West en Afrika. De echt grote emigratie kwam op gang na de komst van de stoomboot. Tussen 1800 en 1914 lieten ruim zestig miljoen Engelsen, Schotten, Ieren, Italianen, Duitsers, Portugezen, Nederlanders en andere Europeanen het oude continent achter zich om elders in de wereld een beter bestaan op te bouwen."

Dat lijkt me een bizar getal.

"Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog leefde ruim een kwart van de mensen van Europese afkomst buiten Europa. In de eerste helft van de twintigste eeuw verlieten nog ruim 28 miljoen emigranten Europa. Pas in de tweede helft van de twintigste eeuw daalt het aantal emigranten. Tegenover ruim 14 miljoen emigranten staan dan bijna 25 miljoen immigranten."

Wat betekenen deze cijfers voor u?

"Een migrant bestaat bij gratie van de achterblijver. In veel hedendaagse mobiliteitsstudies zijn wetenschappers geneigd emigranten op zichzelf te beschouwen; beweging los te zien van de onbeweeglijkheid. Maar een migrant laat altijd anderen achter, en op dat moment veranderen zij van gewone mensen die met elkaar leven in achterblijvers."

Wat kenmerkt de achterblijver?

"De achterblijver vergelijkt zich met de migrant en denkt: wat raar dat ik hier blijf, moet ik er niet ook op uit trekken? Dat gevoel is bij ons in het gezin altijd aanwezig geweest: wanneer gaan wij de familie achterna? Vanaf de Griekse mythen worden migranten vergeleken met zwanen, soms ganzen - logisch dat de KLM de zwaan als symbool voert. De achterblijver ziet de zwanen vertrekken en denkt: ik moet ook op pad. Dat zou kunnen verklaren waarom Europeanen zo'n hoge waardering voor beweeglijkheid hebben. Tegelijkertijd blijft die achterblijver hopen dat de migrant terug zal komen. Ik gebruik het woord 'geworteld' niet graag, maar iedereen heeft ergens een bed staan, soms is het een paar keer verschoven. Maar als je samen bent opgegroeid, samen bent ingebed in een taal, cultuur, gemeenschap, heeft dat betekenis. De hoop dat de vertrekker de waarde daarvan inziet en terugkeert, zou een van de redenen kunnen zijn dat Europeanen zo geïnvesteerd hebben in Europa, in de cultuur, de steden, de gebouwen, de infrastructuur, de duinen. Vergelijk het met christenen, die ervan uitgaan dat Christus ooit terugkomt. Voor die terugkomst moet alles er goed verzorgd uitzien."

Terugkeren deden de migranten niet?

"Eeuwenlang gebeurde dat nauwelijks. Doordat achterblijvers niet konden rouwen, liepen ze het risico obsessief verdrietig of melancholisch te worden. Dat verdriet werd weggeduwd door hard te werken of gewoon door te gaan."

U spreekt over obsessief verdriet, maar leidde het vertrek niet ook tot verbittering?

"Neem het verhaal van de Verloren Zoon. Een vader heeft twee zoons. De jongste zoon vertrekt, met erfdeel en al. Als niemand het meer verwacht, keert hij toch nog terug. Die vader is intens gelukkig, laat een kalf slachten en richt een feestmaal aan. De menselijke conditie is zo, dat je de afwezigheid van iemand sterker voelt dan de aanwezigheid. Maar de oudste zoon, de achterblijver, voelt een enorm ressentiment: hij heeft altijd gewerkt en voor zijn vader gezorgd. Iets vergelijkbaars zie je bij ouders van wie de kinderen geëmigreerd zijn. Hoe subtiel ook, zij laten vaak blijken dat zij de kinderen die geëmigreerd zijn belangrijker vinden dan de achterblijvers. De stoïcijnse filosoof Seneca, wiens moeder ontroostbaar is na zijn verbanning, schrijft al dat geen van haar kinderen haar regelmatiger voor de geest zal komen dan hij. Niet omdat zij de andere kinderen minder lief heeft, maar omdat het natuurlijk is je hand vaker op de pijnlijke plek te leggen. Bij de achterblijvers wekt dat de indruk dat vertrekken belangrijker is dan blijven."

Is dat nog steeds het geval? Door het vliegen is het migreren toch wel veranderd.

"Zeker. Er bestaan veel meer mogelijkheden contact te houden: goedkope vluchten, e-mail, Skype, sociale media. In de tijd van mijn grootouders kregen we af en toe een plaat opgestuurd of cassettebandjes met verhalen. Omgekeerd moesten wij voor mijn grootmoeder liedjes zingen, die naar Canada werden gestuurd. Bovendien is het gebruikelijker geworden tijdelijk te migreren. Maar dat geldt vooral voor de getalenteerde of welgestelde Europeaan. Voor de minst welgestelden in Europa is emigreren veel minder een optie: voor lange reizen is geen geld en migratiemogelijkheden zijn beperkt door een stringenter grenzenbeleid. De achterblijver is een blijver geworden. In Europa zie je daardoor een kloof ontstaan tussen een flexibele laag die zich graag en makkelijk over de wereld beweegt - wetenschappers, zakenmensen, kunstenaars, studenten, gepensioneerden - en een laag van onbeweeglijken die het continent nauwelijks verlaten, meestal zelfs hun eigen land niet."

Zij ontwikkelen ressentiment, zoals de oudste zoon in de parabel uit het Nieuwe Testament?

"Er is meer aan de hand. Tussen de beweeglijken en onbeweeglijken schuift een laag van niet-EU-vluchtelingen of migranten, die anders dan de blijvers wel de mogelijkheid hadden om van continent te wisselen maar niet makkelijk meer terug naar hun familie kunnen. Zij hebben digitale middelen om contact te hebben met hun familie, maar met elkaar naar de kroeg gaan of even een arm om iemand heen slaan, is onmogelijk."

Er zijn drie lagen in Europa, waarvan de onderste niet kan bewegen.

"Ik spreek niet graag over boven en onder. Maar de laag van de onbeweeglijken voelt ressentiment naar de migrant én naar de welgestelden die zich makkelijk over de wereld verplaatsen. En dan neemt die migrant nu ook nog woningen in gebruik, die zijzelf hadden willen hebben."

Is de woede tegen migranten deels misplaatste woede, die eigenlijk gericht is tegen de welgestelde beweeglijke laag?

"Ja. Zij voelen dat in Europa beweeglijkheid al duizenden jaren de toon zet. Je hoort avontuurlijk, nieuwsgierig te zijn. Achterblijven of blijven wordt als een abominabele toestand gezien. Dat etiket stigmatiseert en voedt het ressentiment."

Is er iets tegen die woede te doen?

"We zouden een balans moeten kunnen vinden tussen beweeglijkheid en onbeweeglijkheid. Dat kan door de onbeweeglijken meer kansen te bieden zich te bewegen."

Als iedereen zich verplaatst, is dat een ramp voor het milieu.

"Precies. Dat betekent dat universiteiten, zakenleven, kunstenaars kritischer moeten nadenken over de beweeglijkheid die zij promoten."

Is dat niet naïef?

"Dat denk ik niet. We moeten de lokaliteit herwaarderen. Het is voor de diversiteit van de wereld desastreus als we langzamerhand veranderen in een toeristenwereld. Een wereld kan niet zonder lokaliteiten. Infrastructuur, onderwijs, zorg, maatschappelijk leven, gemeentepolitiek, verenigingen - ze bestaan bij de gratie van de lokaliteit. Dat kun je niet allemaal overlaten aan een paar blijvers. Een mogelijke oplossing zou zijn dat wie voor een bepaalde tijd vertrekt, daarvoor een compensatie levert. Voor migranten in Nederland is het al decennialang normaal geld te sturen naar de achterblijvers. Voor Europeanen is dat minder vanzelfsprekend geweest. Dat is vreemd. Als jij een tijd weg bent, sla je een gat in de gemeenschap. Daarvoor moet je verantwoordelijkheid nemen. We betalen onroerendgoedbelasting en ontvangen minder AOW als we lang afwezig zijn geweest. Het zou nu tijd kunnen zijn voor een extra afwezigheidsbelasting of andere tegenprestatie die direct ten goede komt aan de lokaliteit die iemand tijdelijk achterlaat."

Zou zo'n maatregel gewaardeerd worden door uw overzeese familie?

"Zij zijn definitief vertrokken en niet te vergelijken met de hedendaagse beweeglijke Europeaan die een tijdelijk verblijf elders combineert met een thuis hier. De meeste van mijn familieleden daar lezen geen Nederlands. Zij zullen mijn boek niet inkijken. Misschien dat mijn oudste broer het leest en boos wordt. Mijn jongste broer, net als ik een achterblijver, is wel heel benieuwd."

Uit het oog uit het hart?

"Nee, maar ik heb wel ervaren dat je voor het in stand houden van een thuis toch je directe omgeving nodig hebt. En die omgeving moeten we ook meer waarderen. Dan hebben achterblijvers minder het idee dat ze niet meetellen en ook zouden moeten vertrekken. Zij zijn onmisbaar voor het onderhoud van de politieke gemeenschap en de lokale cultuur. Sterker, zonder dat alles hebben we ook nieuwkomers weinig te bieden."

Marli Huijer: Achterblijven. Een nieuwe filosofie voor een grenzeloze wereld, uitg. Boom, euro 20,00

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden