Het venijn van de stilte

Hoed u voor liefde of vriendschap, want de stilte ligt op de loer. Driekwart van de mensen onderging immers wel eens de geestelijke marteling die Britten the silent treatment noemen, een grimmig zwijgen van vader, moeder, vriend of geliefde, waarbij het slachtoffer zou willen uitschreeuwen: ,,Zeg iets tegen me!'' Niemand kan er tegen, zelfs niet in het laboratorium van de psycholoog.

Het verhaal begint onschuldig, als psycholoog Kipling Williams zijn hond Michelob laat ronddartelen bij een meer en er zelf gaat liggen zonnen. Tot een frisbee vlakbij hem neerploft. Hij pakt het ding op en ziet twee kerels vragend zijn kant uit kijken, de eigenaren zo te zien. Dus vliegt de frisbee naar een van hen, maar die gooit hem met dezelfde gang weer terug. Waarop Williams hem naar de ander zendt, die hem opnieuw retour stuurt.

Als dank mag hij aanschuiven en zo vliegt de frisbee enige tijd de driehoek langs. Tot de twee mannen zonder zichtbaar teken de schijf alleen nog maar naar elkaar over spelen. Williams wacht vergeefs, hij hoort er niet meer bij, wordt genegeerd en zoekt aangedaan zijn handdoek op. Gelukkig, Michelob komt net aangerend. Hij moet haar even knuffelen, een goedmakertje, Williams -onderzoeker aan de Macquarie University in Sydney- hoort in elk geval nog bij haar.

Een kinderachtige psycholoog, die Williams? U begrijpt hem anders maar al te goed. U bent niet vergeten hoe de eenzaamheid al kon toeslaan als je bij het lumFotomelen iets te lang naast de bal greep. Nergens kun je zo in de kou staan als midden tussen de mensen.

Zeker als ze je doodzwijgen, leert een ander voorbeeld uit Kipling Williams boek 'Ostracism': een aboriginal trachtte ogenschijnlijk te ontsnappen uit een gevangenis, maar liet zich gewillig inrekenen tussen de hekken van prikkeldraad. Waarom hij niet wegrende, vroegen ze hem. ,,Niemand praat met mij, niemand kijkt naar mij, niemand verwenst me iets.'' Hij ging niet voor de vrijheid, zei hij, maar rende tussen de hekken om te ontdekken of hij nog werkelijk bestond. Gelukkig, de bewakers kwamen hem achterna.

Ostracisme, het consequent negeren van de ander, is in

zijn ergste vorm een metafoor voor de dood. William James, de Amerikaanse grondlegger van de psychologie, verzekerde in zijn 'Principles of Psychology' (1890) al dat er geen wreder straf bestaat dan een mens volkomen onopgemerkt door het leven te sturen, door alle ogen voorbijgestaard en slechts bejegend met zwijgen en stilte. Een mens moet opgemerkt worden, schrijft James. Begrijp de wreedheid: ,,Als niemand omkijkt als je binnenkomt, geen mens antwoordt als je spreekt, of zich bekommert om wat je doet: als iedereen je als een dode, als een niet-bestaand ding behandelt''.

Het overkwam de eerste zwarte Amerikaanse brigadegeneraal tijdens zijn opleiding aan de academie in West Point: vier jaar lang had hij geen kamergenoot, sprak niemand met hem en at niemand met hem.

Kan het erger? Kipling Williams dacht van niet. Tot hij mevrouw Lee ontmoette, wier echtgenoot haar op een goeie dag doodnegeerde, en dat veertig jaar lang volhield tot zijn laatste zwijgzame ademtocht. Hij at niet meer met haar, sprak geen woord met haar, keek haar nimmer aan, ook niet de paar keer dat ze 'vreeën'. ,,Dit is het gemeenste wat je iemand kunt aandoen. Had hij me maar geslagen, dan had ik misschien terug kunnen vechten. Was ik maar nooit geboren'', bekende mevrouw Lee aan de psycholoog. En nu, veertig jaar later, kon zij zich niet meer herinneren welke misdraging van haar tot die foltering had geleid. Dat is niet zo vreemd, moest Williams haar vertellen. In gesprekken met mensen die soms jaren het venijn van de stilte moesten ondergaan werd hem duidelijk dat voor velen de oorsprong van het geschil doorgaans in de mist hangt. En dat een verzoek om opheldering ,,Wat is er?'' wereldwijd wordt gepareerd met ,,Niks!''.

Maar waarom doet de silent treatment zo zeer, en voelen we ons zelfs bij het onschuldige zwijgen van een volslagen vreemde al enigszins aangedaan? In de lift bijvoorbeeld: een onderzoek uit 1983 leerde dat we met een bedrukter gemoed de lift verlaten als er bij een voor ons onbekende medegebruiker niet eens een vluchtig gedagknikje af kan. Ons 'zelf' lijkt van suikergoed, zo snel als het oplost.

De pijn van het zwijgen zit hem volgens Kipling Williams in vier onvervulde behoeften: de mens voelt zich ellendig als hij er niet bij hoort; hij kwijnt nog verder weg zonder een zeker gevoel van eigenwaarde; zinkt nog dieper als verzegelde monden hem de regie over zijn eigen leven ontnemen; en eindigt helemaal onderin de put als het zinvolle van zijn bestaan door die stijf gesloten lippen geheel dreigt te vervagen.

Dat lijken open deuren, maar die leiden wel naar duistere vertrekken in onze psyche. Zo begrijpen we intuïtief heel goed dat iemand temidden van de zwijgenden er veel erger niet bij kan horen dan de 'eenzame' Steve Fossett in zijn ballonvlucht rond de wereld of de jarenlang verplicht zwijgende monnik, alleen in zijn kloosterkamer. Maar leg eens precies uit waarom.

Wat gebeurt er met je als de medemens zo meedogenloos de deur dichtgooit? Laten we dat eens proefondervindelijk ondergaan, stelde Williams vijf Spaanse collega-hoogleraren voor, toen hij eerder was verbonden aan de universiteit van Toledo. Elk van hen zou een dag lang door de anderen worden genegeerd, van de vroege ochtend tot klokslag 12 uur 's nachts. Het lot bepaalde wie welke dag aan de beurt was; de pineut ontdekte dat 's morgens bij aankomst aan een roze letter O (van ostracisme) boven de deur van zijn werkkamer.

Vooraf schreven de hoogleraren op wat ze van de fictieve silent treatment verwachtten. Enkele commentaren: ,,Dat wordt gegiechel.'' ,,Het lukt me nooit, ik barst in lachen uit.'' ,,Dat doet geen zeer, het is niet echt.'' De profs hadden gewaarschuwd kunnen zijn door ervaringen tijdens de beruchte 'Stanford Prison-studie', waarin proefpersonen in een gefingeerde gevangenis de rol van bewaker óf van delinquent moesten spelen. Het experiment zou twee weken duren maar moest na zes dagen worden afgeblazen omdat de bewakers helemaal in hun rol opgingen en hun 'gevangenen' op brute wijze koeioneerden. Het was maar een spel, maar blijkbaar nemen we ook daarin de motieven van alledag mee. Dat kennen we, zelfs bij Risk komt het mes op tafel.

De elkaar negerende hoogleraren verging het niet anders. Ook voor de grap met de nek aangekeken worden vonden ze bijzonder akelig. Zowel slachtoffer als toediener van de silent treatment raakte uit zijn evenwicht. Het slachtoffer werd de dag na de foltering vaak opmerkelijk vriendelijk bejegend, kreeg een goedmakertje (gebak) toegeschoven, of werd zelfs direct na sluiting van de behandeling, even na middernacht, opgebeld met ,,Sorry, ik vond het vreselijk rot voor je, maar het moest''.

En de slachtoffers? Er kwamen gedachten boven aan vroeger, een postuum medelijden met de eeuwige pispaal op het schoolplein. En hoe goed ze ook beseften dat ze zich te midden van zwijgende acteurs bewogen, er ontstond in hun hoofd herhaaldelijk verwarring over de reden van die onterechte kilte. Het was spel, maar de meesten kregen het niet voor elkaar om het zo te voelen. Aan het eind van de negeerproef slaakten allen een zucht van verlichting.

Hoe vrat het aan ze? Uit de verslagen achteraf bleek dat de vier bovengenoemde, basale behoeften er ernstig onder te lijden hadden. Een paar verzuchtingen: dat nare gevoel van ik mag niet meedoen, en zij wél; de regie ben je kwijt want alles wat je ook probeert, het treft slechts dove oren en blinde ogen; je wordt heel klein voor jezelf, als ze een dag lang niet om je grappen lachen; het is of je bestaan er niet echt meer toe doet, je lijkt wel een spook op begane grond.

Dan was dit nog maar gespeeld zwijgen. Zou het mogelijk zijn, vroeg Kipling Williams zich af, om zulk zwijgen de ernst van alledag mee te geven? Zou je iemand in het lab kunnen ostraciseren, zoals de inwoners van Athene ooit door het schrijven van een naam op een potscherf (het schervengericht of ostrakismos) een onguur type sociaal konden verbannen?

En toen viel hem het tafereel met zijn hond Michelob en de frisbee binnen. Natuurlijk kun je iemand ongemerkt psychisch afknijpen, op dezelfde wijze als hem aan het meer was overkomen. Hij nodigde proefpersonen uit in zijn laboratorium, zogenaamd voor een onderzoek naar hun reactiesnelheid. Daartoe moesten drie deelnemers enige tijd een bal naar elkaar overgooien, en daarbij zo snel mogelijk een ander object uit de lucht grijpen dat de experimentator af en toe naast hen liet neervallen. Of ze moesten na het ballen gooien binnen enkele minuten zoveel mogelijk toepassingen van een voorwerp (een mes) opdreunen.

In werkelijkheid speelden twee van de drie onder één hoedje met Williams. Die gaf zijn handlangers soms het sein om een nietsvermoedend proefkonijn volledig over te slaan. Geen bal mocht hij meer krijgen, geen oogcontact ook. En heb geen mededogen met het slachtoffer, beval Williams, als die zich weer in het spel tracht te wurmen. De geostraciseerde mocht er even helemaal niet bij horen, al begreep de persoon in kwestie totaal niet waarom niet.

Het is zielig om te zien wat er gebeurt, schrijft de psycholoog. De bannelingen -mannen én vrouwen- kijken eerst wat verward, staren dan naar de grond of naar het plafond, rommelen wat in hun tas, of kammen hun haar, en nog eens. Binnen enkele minuten kun je iemand het gevoel bezorgen dat hij een verstotene is, én dat hem de regie over zijn eigen gedrag uit handen is geslagen. En waar je daarna verontwaardiging en onverschilligheid bij de bannelingen zou verwachten, bleken die tijdens de vervolgopdrachten alle moeite te doen om het verloren terrein goed te maken. Zo pijnigden de buitengesloten deelnemers, in vergelijking met proefkonijnen die normaal waren bejegend, extra hun hersenen om zoveel mogelijk scenario's voor het gebruik van een mes te bedenken. En ze knikten instemmend bij elke suggestie van anderen. Om maar een goede beurt te maken, om niet langer het vijfde wiel aan de wagen te hoeven zijn, om... We begrijpen het, allemaal!

Het is verbazingwekkend hoe snel we ons de grond onder de voeten laten wegslaan. Zelfs als we weten dat het spel is, zoals in het experiment waarbij Kip Williams een klaslokaal liet ombouwen tot treincoupé, compleet met treingeluiden. Sommige reizigers moesten andere coupégenoten negeren, soms met argumenten, soms om volkomen duistere redenen.

Ook in die neptrein bleek het voor velen niet te harden om tot niet-bestaande te worden gedegradeerd. En vooral niet als er geen enkel motief aan ten grondslag leek te liggen. Ter illustratie voert Williams de hoofdrolspeler van de film 'Swept Away' (1975) op, die het dek van een luxe jacht schrobt. Daar ligt een mooie vrouw te zonnen die hem geen blik waardig gunt en alleen maar tegen haar hond praat: de matroos bestaat niet, en dus maakt het haar ook niet uit dat zij daar poedelnaakt ligt.

Hij wordt het niets in genegeerd. En als de zonnebaadster nu om de een of andere reden kwaad op hem was, maar nee. In zulke gevallen is ostracisme een metafoor voor de dood, betoogt Williams, een dood die gelijkenis vertoont met de toestand waarin patiënten met het syndroom van Cotard verkeren: lijders aan deze nihilistenwaan hebben het idee dat ze zelf als persoon niet of maar gedeeltelijk bestaan.

De som van er niet meer bijhoren, verlies van controle, van een gebrek aan eigenwaarde en het gevoel een leven zonder enig nut te leiden, die som staat feitelijk voor 'niet bestaan', of de sociale dood. Het is een vorm van negeren die doodzieke mensen herkennen in het gedrag van artsen en verplegers in ziekenhuizen, schrijft de psycholoog David Sudnow in 'Passing on: the social organization of dying'. Ze bepraten je dood boven het bed waar je ligt te sterven en sluiten je ogen, nog voor je aan gene zijde bent gearriveerd.

Ostracisme zendt ons naar het Enge Bos van Bor de Wolf, waar je 'allener' dan alleen bent. Zo gevaarlijk alleen dat je aan je eigen aanwezigheid gaat twijfelen. Dan kan een zelfverzekerd mens wel 'Kom, kom' zeggen, maar vergis je niet in de wankele basis van ons zelfgevoel. Het er-niet-meer-zijn dreigt altijd, weet Williams. Laat mensen maar eens een gesprek voeren, met stevige argumenten over en weer, in een rustieke sfeer of aan de rand van een kerkhof of met een crematorium op de achtergrond. Zie hoe we in die laatste situaties elkaar in argument te vriend houden. Het is keer op keer in experimenten bewezen, zodra we aan de rand van het bestaan komen, zoeken we gauw onderdak bij de medemens.

De doodgezwegene doet niet anders. Niet voor niks liet de aboriginal zich grijpen tussen de hekken van de gevangenis, om zichzelf ervan te overtuigen dat hij nog echt bestond. Ongeloofwaardig? Op de video's uit het lab van Kipling Williams viel iets merkwaardigs op. Kan de twijfel aan het bestaan zo basaal zijn dat proefpersonen op het moment van hun verbanning af en toe wanhopig in hun arm knepen? Die knijp werd herhaaldelijk gefilmd en lijkt iets te zeggen van: ,,Ben ik er nog?''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden