Het vaccin

We zijn de pokken vergeten. We zijn vergeten hoe deze ziekte ons eeuwenlang heeft geteisterd. We zijn ze vergeten, al die ellendige epidemieën. De ziekte zit alleen nog in de straattaal: wat is het een pokkeweer!

Een pok is letterlijk een puist of zweertje op de huid. Het meervoud pokken is de naam van de epidemische huidziekte. De aanblik van een patiënt is hartverscheurend: het hele lichaam is overdekt met etterende puisten; de pus vormt dikke gelige schurft en korsten op de huid. De ziekte was besmettelijk. In Europa stierf een op de drie patiënten, en van de kinderen nog veel meer. De Spanjaarden brachten de pokken in de zestiende eeuw mee naar Zuid-Amerika: naar schatting bleven er anderhalf miljoen over van de twintig miljoen oorspronkelijke bewoners.

De achttiende eeuw was een pokkeneeuw. Om de paar jaar was er een epidemie. De dokters wisten zich geen raad. Apothekers stopten kwiksulfaat en schapenpoep in hun medicijnen om de patiënt te laten zweten en kotsen, maar ook dat bleek niet te helpen.

De raad kwam uit het oosten. Uit Istanbul. Via Afrika en India ging daar het wonderlijke verhaal dat je de pokkenpus in een gezonde huid moest krassen. Dat bood bescherming. Of de korsten tot poeder stampen en in de huid krassen. In zijn boek 'Het jaar 1759' geeft Paul Frentrop een fraai portret van de dame die deze kennis van Istanbul naar Engeland bracht: lady Mary Wortley Montagu.

Maar iemand opzettelijk met pokken besmetten? Dat durfde geen arts aan. Lady Montagu ging in 1721 met haar vierjarige dochtertje naar een Londense arts die in Istanbul had gewerkt. Ze nodigde tal van vooraanstaande personen uit om de ingreep bij te wonen, onder wie de hofarts. Het meisje overleefde de inenting en de koninklijke familie raakte geïnteresseerd. De arts kreeg toestemming om de inenting uit te proberen op zes ter dood veroordeelde gevangenen, terwijl vele artsen toekeken. Ze overleefden. Vervolgens op zes weeskinderen. Toen ook zij overleefden, werden de twee dochters van de Prins van Wales ingeënt. Ze overleefden.

De inenting was niet zonder gevaar; drie procent van de mensen overleed eraan. De inenting was ook geen pretje. De voorbereiding van de achtjarige weesjongen Edward Jenner in 1757 was drievoudig: uithongeren, laxeren en aderlaten. Dan volgde de kras met pus en daarna werd hij met enkele lotgenootjes in een stal opgesloten tot de ziekte bij allen was uitgewoed. Edward overleefde de inenting en ging later medicijnen studeren in Londen. Hij werd de huisarts die voor de echte doorbraak zorgde: het koepokvaccin.

In zijn praktijk hoorde Jenner het verhaal dat boeren die koepokken (een verwante runderziekte) hadden gehad, gevrijwaard bleven van 'echte' pokken. Dat intrigeerde hem. Toen een melkmeisje met koepokken hem in 1796 consulteerde, greep hij zijn kans en infecteerde het zoontje van zijn tuinman met haar koepokken. De jongen kreeg alleen enkele milde symptomen. Een paar weken later entte hij de jongen in met het echte pokkenpus. Er gebeurde niets. De jongen bleek resistent tegen de ziekte.

Het koepokvaccin was ongevaarlijk. Overal in Europa en Amerika lieten mensen zich nu 'vaccineren' - de term is afgeleid van het Latijnse woord voor koe: vacca. Het duurde echter nog bijna twee eeuwen voordat het pokkenvirus wereldwijd was uitgeroeid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden