Het Utrechts Byzantijns koor pakt al 55 jaar de toehoorders bij de keel.

In januari 1951 kreeg de Oekraïense dirigent en musicoloog Miroslav Antonowycz het verzoek een Oekraïens Byzantijns koor samen te stellen met Nederlandse zangers. Om te begrijpen waarom Antonowycz deze merkwaardige opdracht kreeg, moeten we een paar jaar terug in de geschiedenis. Naar 1945, om precies te zijn.

De Tweede Wereldoorlog was afgelopen en veel Oekraïners waren hun land ontvlucht. Onder hen bevond zich een groep aankomende priesters. Zij belandden in Nederland en werden ondergebracht in het Augustijner klooster in Culemborg. De seminaristen zongen hun gezangen in de byzantijnse ritus. Dit seminaristenkoor, dat werd geleid door Myroslav Antonowycz, zong ook liturgieën in katholieke kerken elders in Nederland. Maar, zoals dat met studenten gaat: op een dag studeren ze af en verdwijnen naar elders. Toen de laatste seminaristen vertrokken waren, hield het koor op te bestaan. Sommige kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders vonden dit zo jammer, dat ze Antonowycz vroegen een nieuw byzantijns koor samen te stellen.

Op 9 februari 1951 richtte de destijds 33-jarige Antonowycz een koor op met zangers die in Utrecht of omgeving woonden. Een van de eerste leden was Antoon Peek (77). „Samen met een groep vrienden zong ik in een kerkkoor”, vertelt hij. „We hoorden van dat nieuwe byzantijnse koor en zijn er een keer heengegaan. Toen onze pastoor dat hoorde, liet hij ons weten dat hij het maar niks vond dat we bij dat ’tralalakoor’ hadden gezongen. Sommige jongens gingen er daarna niet meer heen. Maar ik bleef.”

Vijftig jaar zou Peek bij het Utrechts Byzantijns koor blijven. Vijftig jaren waar het –inmiddels– oud-lid met trots op terugkijkt. „We zongen liturgieën in kerken. Na een tijdje vroegen de mensen of we ook volksmuziek zongen. Nou, eigenlijk niet, maar omdat er vraag naar was zijn we dat ook gaan doen. Antonowycz schreef de teksten fonetisch voor ons op, zodat het Oekraïens klonk. Wanneer hij ons een nieuw lied leerde, legde hij uit waar het over ging. Dat deed hij op zijn onnavolgbare manier: ’Het gaat over een meisje, en over kussen....’ Na een half jaar oefenen konden we al een concertje geven van liturgische gezangen en volksliedjes.”

Wie van de oudere koorleden je ook hoort over Antonowycz, allemaal herinneren ze zich hem als een bijzonder mens. „Hij was uniek”, zegt koorvoorzitter Bram Turkenburg. „Hij wilde dat we met volle, ronde stemmen zongen, want dat is typisch Oekraïens. Met passie moesten we zingen, de mensen inpakken. Of we de woorden goed uitspraken kon hem niet schelen, dat we andere noten zongen gaf ook niet, zolang de impact er maar was. Dat is de grote kracht van het UBK: dat we een nummer zo zingen dat het de mensen bij blijft. Dat ze na afloop zeggen: ik heb echte kozakken gehoord.”

Peek knikt instemmend. „We zongen zo zwaar, wat een geweld was dat!” Met zichtbaar plezier denkt hij terug aan de keer dat het UBK werd uitgenodigd om de Negende van Beethoven mee te zingen met het Toonkunstkoor. Dirigent Anton Kersjes schrok van het overdonderende geluid dat uit de koorleden kwam en riep: „Heren, heren, rustig aan! Als u zo heftig begint haalt u het eind niet.” Peek: „Maar zo zongen wij dus altijd.”

Begin 1991 voelde Antonowycz zich lichamelijk zo slecht dat hij het koor verliet. Zijn opvolger werd Grigori Sarolea. Als het waar is dat baby’s in de baarmoeder al geluiden kunnen opvangen, dan heeft Sarolea vanaf zijn conceptie byzantijnse muziek gehoord. Zijn ouders zongen in een koortje in een Slavisch byzantijns kerkje in Den Haag. Ze namen de kleine Grigori mee, en van zijn zesde tot zijn twintigste was hij er misdienaar.

Toen Sarolea aantrad als opvolger van Antonowycz, dirigeerde hij al vier koren. Hij had schoolmuziek gestudeerd en aansluitend koordirectie aan conservatoria in Den Haag en Rotterdam. Die begintijd bij het UBK was hartstikke lastig, zegt hij. „Ik had niet veel ervaring. Dirigeren is toch een vak dat je pas in de praktijk goed leert. Daar kwam bij dat het geen makkelijk koor is, het is een stel pittige kerels bij elkaar. Ze waren eigenwijs en wisten alles beter.”

Niet alleen voor hem, ook voor de koorleden was het moeilijk. „Ze hadden een naam. En dan komt er ineens zo’n blaag van 24 binnen die hun even gaat vertellen wat er anders moet.”

„Wij vonden hem een broekie”, knikt Turkenburg.

„Ik had niet het gewicht van Antonowycz”, vat Sarolea de situatie kernachtig samen. „Hij was een kerel, hij stond als een huis. Maar ik wist wel wat ik wilde.”

Aanvankelijk liet Sarolea alles bij het oude. Maar geleidelijk voerde hij veranderingen in. „Antonowycz had het de laatste tien jaar fysiek zo moeilijk gehad, dat het dirigeren wat verwaterd was. Alle nuance was er uit.” De nieuwe dirigent nam het ’forte’ wat terug en legde de nadruk op ’juist en mooi’ zingen. Sarolea: „Ik ben begonnen met afleren en weer opbouwen om het naar mijn eigen hand te kunnen zetten. Niet dat ik het anders wou doen, want elk koor heeft zijn eigenheid. Maar ik moest wel terug naar de basis om er weer verdieping aan te geven.”

De byzantijnse liturgie is een zangcultuur. „Alle teksten worden gezongen”, legt Sarolea uit. „Alles moet aansluiten omdat de byzantijnse liturgie een afspiegeling is van de hemelse liturgie die eeuwigdurend voor Gods troon gevierd wordt. Daardoor is de liturgie onveranderlijk. Vanuit onze blik bezien heeft dat iets conservatiefs. Maar het heeft ook z’n schoonheid. Dat blijkt ook wel uit de belangstelling die er voor is. Voor dit jaar zijn we al uitgenodigd voor vijftien liturgieën. En dan zit zo’n kerk helemaal vol.”

De liturgische teksten worden in het kerkslavisch gezongen. Het koor zingt deels bestaand werk, en deels materiaal dat Sarolea zelf arrangeert. De teksten komen overal vandaan, soms zelfs uit een doodgewone koffer van een overleden Oekraïner. Besalov heette die Oekraïner, en hij had gezongen in het Donkozakkenkoor van de legendarische Serge Jaroff.

Na Besalovs dood vond zijn dochter een enorme hoeveelheid muziek in zijn kamer. Ze deed de stapels papier in een koffer en bracht die naar de kerk waar Sarolea koordirigent was. „De priester wist niet wat hij ermee aan moest en gaf hem aan mij”, zegt Sarolea. „Toen ik hem openmaakte wist ik niet wat ik zag: hij zat vol met handgeschreven partituren! Op sommige stond zelfs: ’Groeten van Jaroff’. Ik heb veel gebruik gemaakt van die muziek. Het grappige is dat die koffer binnen het koor een eigen leven is gaan leiden. Telkens wanneer ik met nieuw materiaal kom vragen de koorleden: Komt het uit de koffer?”

In de 55 jaar van zijn bestaan heeft het UBK bijna 2000 keer opgetreden, waaronder 400 keer in het buitenland. Hoogtepunten waren het optreden in 1958 voor koningin Juliana op paleis Soestdijk, de concertreizen door de Verenigde Staten en Canada in 1975 en 1980, de viering van het duizendjarig christendom van Oekraïne in 1988 in de Sint Pieter in Rome en de concertreis naar Canada in 1995.

Maar het allermooist was toch wel de reis naar Oekraïne in 1990, vlak na de Wende. „In 1990 was daar net weer godsdienstvrijheid, de mensen mochten officieel weer naar de kerk”, zegt Turkenburg. „En precies op dat glorieuze moment was ons koor daar. Dat was een uniek moment.”

Ferry Quik (45) is een van de ’jonkies’ in het koor. Vier jaar geleden meldde hij zich aan. „Ik heb altijd bij dit koor gewild. Mijn enige fout is dat ik me niet tien jaar eerder heb aangemeld. Ik dacht dat het een koor was voor oude mannen, maar dat is niet zo.” Elke man boven de achttien kan zich aanmelden, zelfs al heeft hij nog nooit van zijn leven een noot gezongen. Zo’n aspirantlid doet een stemtest bij zangpedagoog Cor van Dijk. Na de stemtest krijgt hij individuele stemvorming en wordt na een laatste test feestelijk opgenomen in het koor.

Het mooie van het Utrechts Byzantijns koor, zegt Quik, is dat alleen je stem belangrijk is. „We hebben hier een professor en een bankdirecteur, maar ook een slager en een vuilnisman. En toch ben je één, want je hebt allemaal hetzelfde Oekraïense pak aan.” En als ze daar dan met z’n allen in die kerk staan te zingen....... „Dan kijk ik de kerk in en dan zie ik mensen zitten met hun ogen dicht. Sommigen huilen zelfs. Dat zijn van die momenten... dan zou je zelf ook wel willen janken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden