'Het troosten van hun eigenaren is het zwaarst'

Nijkerkse paardenslager krijgt zelfs hoefdieren uit Duitsland en België aangeleverd

"Kom maar meissie, rustig. 't Is goed." Paardenslachter Jan van de Veen geeft de net binnengelopen zwarte merrie een paar klopjes op het hoofd. Het dier blijft onrustig, totdat Van de Veen het nog eens aan de teugels naar zich toetrekt en over het hoofd aait. Dan zet zijn collega het schietmasker tussen de ogen van het paard. Pang! Het schot galmt door het slachthuis, een pin van tien centimeter schiet de hersenen van het dier in. Het is op slag dood en zakt door de hoeven.

Vervolgens wordt het paard met een achterpoot aan een vleeshaak opgehangen en de halsslagader doorgesneden. Twintig liter bloed stroomt een teil in. Het hoofd wordt afgesneden en ook aan een vleeshaak gehangen. Met een hakmes slaan de slagers het vel rond de hoeven los. Ze villen het paard en zagen het met een kettingzaag door de lengte in tweeën. De slachters, gehuld in witte jassen en schorten met bloedspetters, doen zwijgend hun werk, in grote plassen bloed.

Het karkas hangt binnen twintig minuten in de koelcel, tussen andere karkassen. De hoofden hangen voor de koeling op een rij, met ingewanden er aan. "Vrijwel alles is eetbaar. De lende is het lekkerst als biefstuk, veel andere delen gaan in worsten. Ingewanden worden gebruikt voor hondenvoer."

Wekelijks slacht Van de Veen ongeveer vijftien paarden.

De dieren worden niet gefokt voor hun vlees. Daarom komen in slachthuis Van de Veen in Nijkerk vooral zieke en verzwakte oude dieren. De eigenaren komen vaak mee en nemen afscheid, waarna de deuren van het slachthuis dichtschuiven. "Slechts een enkeling wil erbij staan als het gebeurt." Het troosten van de eigenaren vindt Van de Veen het zwaarste aan zijn werk. "Er vallen hier tankwagens aan tranen."

Van de Veen is 'meer paardenliefhebber dan paardenslachter'. Hij heeft zelf ook een paar hoefdieren op stal. "Als het zover is, dan schiet ik ze zelf. Dat stel ik dan een week uit, tot ik beslis: het moet maar. Dat is even moeilijk, maar als het op de grond ligt, ben ik er emotioneel klaar mee. Dan is het paard er niet meer. Wat er ligt, is een omhulsel."

Van oorsprong is Van de Veen boer, slachten doet hij nu twintig jaar. Als een van de weinigen nog in Nederland. Vanuit Duitsland, Frankrijk en België komen paardenbezitters naar Nijkerk: "Omdat wij de dieren correct behandelen". Frankrijk en België zijn ook belangrijke afzetmarkten. Daar wordt meer paardevlees gegeten dan in Nederland.

Toen er nog grote, arme gezinnen waren, aten Nederlanders veel paardevlees, zegt Van de Veen. Het was toen ook nog niet zo'n troeteldier. "Het paard werkte voor de mens, tegenwoordig werkt de mens voor het paard." Dat mensen overstuur zijn door het paardevlees dat is aangetroffen in onder meer kant-en-klaarmaaltijden begrijpt hij. "Maar paardevlees is gezonder: het is mager, bevat veel ijzer en koper. Het is ook smakelijker. Misschien vinden de mensen het helemaal niet meer lekker als ze straks opwarmlasagne met rundvlees eten." Het is vooral zonde van al dat eten dat vernietigd gaat worden, vindt hij. "Ze kunnen het beter aan voedselbanken geven."

Veel slagers krijgen sinds het vleesschandaal meer vraag naar paardevlees. Van de Veen merkt ook dat de belangstelling groeit. Hij wordt gebeld door mensen die nieuwsgierig zijn naar het vlees. "Dat was in de jaren negentig, met de runderziekte BSE ook zo."

Van de Veen wil tot zijn dood blijven werken als paardenslachter. "Ik ben zeventig, maar kan nog even mee. Het afmaken van dieren vind ik niet leuk, dat zou niet goed zijn. Maar de handel, dat is mijn leven. Het spel van de handel is mooier dan de knikkers."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden