Het troetelhoen eist een droge lente

Zijn witte kontveren doen denken aan de kanten onderbroek van een revue-danseres. Boven het oog is de haan verfraaid met felrode rozen. Natuurbeschermers doen alles om de 'kor' voor Nederland te behouden, ze stellen zelfs voor een compleet bosgebied voor hem te kappen. Maar als de junimaand koud en nat is, helpt zelfs dat niet meer.

Het korhoen (of korhaan) komt nog voor op de Sallandse Heuvelrug, maar het is alleen de vraag hoe lang nog. Het perspectief voor de kleine restpopulatie is somber, ondanks alle aanbevelingen en maatregelen van de afgelopen jaren. Het aarzelende herstel lijkt niet door te zetten. Dit jaar vormt een absoluut dieptepunt met nog maar acht getelde hanen in het gebied.

Er zijn teveel factoren -vooral het klimaat- die niet zijn te beïnvloeden. Als herstel uitblijft, zal de sinds het Mesolithicum (10000 tot 5000 jaar v.Chr.) in Nederland voorkomende vogel misschien wel helemaal van het toneel verdwijnen. In heel West-Europa staat de Tetrao Tetrix Brittanicus er trouwens niet best voor.

Ondanks alle denkbare beheersmaatregelen wil de 'kor' niet echt gedijen in zijn gespreide heidebedje op de Sallandse Heuvelrug. De eerste fase van het Soortbeschermingsplan Korhoen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij, is na tien jaar afgerond. De kleine populatie blijkt uiterst kwetsbaar, zo niet ten dode opgeschreven. 'Ronduit zorgelijk', schrijven de ecologen van Alterra, het Researsch Instituut voor de Groene Ruimte in Wageningen. Ze nemen geen blad voor de mond in het onlangs verschenen Faunabeheerplan Nationaal Park Sallandse Heuvelrug (i.o.). Zonder het korhoen overigens helemaal af te schrijven. Freek Niewold, een van de samenstellers van het Faunaplan: ,,Eigenlijk ligt het meer in de lijn der verwachting dat ze níet uitsterven, na alles wat we hebben gedaan'.

In het rusthuis van Nijverdal kan een hoogbejaarde zich de tijd misschien nog heugen dat het 'zwart' zag van de korhanen tussen de boekweit. Niet dat de beheersmaatregelen geen succes hebben gehad. Andere bedreigde diersoorten, zoals de nachtzwaluw, de roodborsttapuit en de levendbarende hagedis varen er wel bij. Ook de korhaan-grafieken geven aanvankelijk een duidelijk zichtbaar herstel aan. Het jaar 1998 piekte met 22 en 1999 met 23 hanen. De neerwaartse spiraal zette in 2000 weer in toen er nog maar 15 hanen werden geteld, in 2001 nog maar 14. Dit jaar hakt er in met een schamele 8. ,,Droevig, een beter woord weet ik niet te verzinnen', zegt boswachter Sjaak van Dijk van Staatsbosbeheer gelaten in het Informatiecentrum van Staatsbosbeheer op de Sallandse Heuvelrug.

In de baltsperiode met het hoogtepunt in de maand april, is de korhaan op zijn mooist. Ook een opgezette vogel maakt hier duidelijk dat de strijd om de soort zo de moeite waard is. Over het zwarte verenpak ligt een staalblauwe glans. De 'liervormige' staart loopt aan weerskanten uit in sikkels. De witte kontveren doen denken aan de kanten onderbroek van een revue-danseres. Boven het oog is de haan extra verfraaid met felrode rozen. De hen is sober uitgevoerd. Ze doet in haar eenvoud denken aan een fazantenhen. Ze is zo onopvallend mogelijk geschapen om haar eieren ongestoord te kunnen uitbroeden op de grond.

De doodsoorzaak van de opgezette korhaan heeft Sjaak van Dijk niet exact kunnen achterhalen. ,,In de maag zat alleen heide- en berkenzaad, dat kan het dus niet zijn geweest. Misschien toch geslagen door een havik.'

Een groot leefgebied is van levensbelang voor het korhoen, daar is iedereen het over eens. Maar dat is een doelstelling die niet eenvoudig is te realiseren, tegen de oprukkende bebouwing en het 'vijandige' cultuurlandschap in. En dan zijn er nog de twee particuliere eigenaren op de heuvelrug, die niet willen participeren in het Nationaal Park en het Soortbeschermingsplan Korhoen.

Staatsbosbeheer en de Vereniging Natuurmonumenten, de beheerders en eigenaren van het grootste deel van het natuurgebied, hebben het areaal open heide inmiddels vergroot van 700 naar de aanbevolen 1000 hectare, maar dat is volgens de nieuwste inzichten niet genoeg. De heide op de Sallandse Heuvelrug is in termen van de Alterra-deskundigen eerder 'zorgwekkend' klein. Volgens de korhoenwatchers in Europa moet het leefgebied voor een geïsoleerde populatie minimaal 2000 hectare omvatten. Uitbreiding met ten minste 500 hectare op de Sallandse Heuvelrug is noodzakelijk, in aanmerking genomen dat het werkelijke leefgebied van het korhoen veel kleiner is, omdat delen niet of minder geschikt zijn. Niewold: ,,Hoe groter de oppervlakte, hoe beter. Het terrein moet in elke fase geschikt zijn voor de beesten. Nu kan een kleine verstoring al desastreus zijn.'

In de jaren vijftig, toen het korhoen nog talrijk was, was het heide-areaal nauwelijks groter dan in de jaren tachtig, maar de aangrenzende bossen waren jong met nog veel stukken open heide. Bovendien konden de korhoenders nog een graantje meepikken op de omringende akkers, waar de intensivering van de landbouw nog niet echt had toegeslagen. Nu kan het hoen geen kant meer uit. De dichtstbijzijnde populatie is te vinden in België, hemelsbreed op 200 kilometer afstand en rond de Lünenburger Heide in Duitsland, op nog grotere afstand. Het korhoen komt niet verder dan 30 tot 35 kilometer, al is hij een snelle vlieger. Vandaar dat het accent vooral ligt op uitbreiding van de biotoop op de Sallandse Heuvelrug, waarop het korhoen is aangewezen. De vraag is alleen: waar kunnen de hectaren vandaan gehaald worden? En is uitbreiding eigenlijk nog wel nodig is als het korhoen toch blijft kwakkelen?

Volgens ecologen kunnen 40 tot 100 korhoenders gedijen op 1000 hectare. Over de noodzakelijk geachte verdere opvulling van de 'hoefijzervormige' heidebegrenzing op de aangrenzende Noetselerberg hoeft het korhoen zich voorlopig geen illusie te maken. Dit aantrekkelijke bosgebied, met bosbes en vossebes, zou na kap een zeer geschikt terrein kunnen opleveren, maar is particulier grondbezit. ,,Dit 'wensbeeld' kan slechts in overeenstemming met de eigenaren gerealiseerd worden', rapporteert Alterra over deze uiterst gevoelige kwestie.

Er zijn andere uitwijkmogelijkheden. Een optie is het bosgebied tussen de Sprengenberg, de Holterheide en het Numendal. Ecoloog Niewold ziet ook kansen in oostelijke richting van het Reggedal, waar de omstandigheden (kwel, kruidenrijke hooigraslandjes) een waar paradijsje kunnen vormen voor het korhoen. ,,In Engeland zie je dat in dat soort gebieden enorme dichtheden van korhoenders voorkomen. Maar we moeten snel zijn en daar ben ik nogal pessimistisch over. We kunnen niet wachten tot alles is dichtgebouwd. Er wordt al zo lang over gepraat, maar er gebeurt niets.'

Alle denkbare maatregelen zijn getroffen om het korhoen te gerieven en des te meer wringt het dat het verwachte voortplantingssucces totnutoe is uitgebleven. De massarecreatie is teruggedrongen naar de randen van het gebied, het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer is verplaatst en de toegankelijkheid van het centrale gebied is verder beperkt.

De heide ligt met haar paarse prachtkleed op een doordeweekse nazomerdag te pronken in de zon. Hier en daar duikt een wandelaar op. In de verte gloort de lelijke geasfalteerde 'Toeristenweg', die het leefgebied van het korhoen als een vijandig element doorsnijdt en volgens Alterra bij voorkeur helemaal zou moeten verdwijnen. In het kader van de beschermende maatregelen is de weg nu van 9 uur 's avonds tot 9 uur 's ochtends verboden voor gemotoriseerd verkeer en in de broedtijd afgesloten met een slagboom. Dat neemt niet weg dat regelmatig lange files auto's het gebied doorkruisen. ,,Het is volstrekt verboden op de Toeristenweg stil te staan of te parkeren', zegt Sjaak van Dijk, die met zijn verrekijker net een stilstaande auto heeft gevangen. Fietsers worden in grote delen van het natuurgebied geweerd, vooral met het oog op de overlast van mountainbikers. Honden mogen wonderwel nog, maar alleen aangelijnd.

Van Dijk wijst op de variaties in het heidelandschap waaraan het korhoen hoge eisen stelt: oud, jong; hoog, laag -om te kunnen baltsen en paren, nestelen en broeden. De ervaring heeft geleerd dat door rigoureus kappen en plaggen en het inzetten van grazende schapen, weliswaar nieuwe, maar soortenarme struikheide van uniforme hoogte verschijnt en dat de bessen verdwijnen. Er wordt nu alleen nog kleinschalig geplagd. De schaapskudde is verdwenen. Ook het rigoureus verwijderen van jonge houtopslag en het al te fanatiek bestrijden van vergrassing is niet aan te bevelen. 'Niets doen' verdient in sommige gevallen zelfs de voorkeur, oordelen de ecologen.

Boswachter Van Dijk wijst op de vliegdennen waartussen de korhaan graag beschutting zoekt, op de prachtige struiken met vossebessen, het bloedkoraal van de Sallandse heuvelrug, waar hij graag van snoept. ,,Daar zijn ze gek op, de bessen zitten er tot in december aan en vormen een erg belangrijke voedselbron.' Net zoals de bosbessen, waarvan de pluk aan banden is gelegd.

Hoe lang nog blazen, sissen, koeren en bolderen de korhanen in de baltsperiode, een jaarlijkse topattractie, gadegeslagen door honderden mensen? ,,De natuur laat zich maar ten dele verklaren, hoeveel deskundigen zich ook over het voortbestaan van het korhoen buigen', zegt Sjaak van Dijk met een nuchtere boswachterskijk. Hij schrijft het uitblijven van het voortplantingssucces voor een belangrijk deel toe aan het wisselvallige klimaat. ,,Over de hele linie, dus ook in andere gebieden in West-Europa waar het korhoen nog voorkomt, zie je een vergelijkbare curve.' Die indruk wordt bevestigd in het rapport van Alterra: 'Weersfactoren kunnen een belangrijke oorzaak zijn van schommelingen in aantallen'. Van Dijk: ,,De junimaand mag niet te koud en niet te nat zijn. In de eerste veertien dagen eten de kuikens alleen insecten. Als het insectenaanbod klein is, door klimatologische omstandigheden die je niet in de hand hebt, gaan de kuikens dood of ze verkleumen. De hoeveelheid insecten hangt nauw samen met een koude of zachte winter', legt hij uit. ,,Het is een misverstand dat een zachte winter meer insecten oplevert. Integendeel.'

Maar er zijn ook natuurlijke vijanden die het korhoen bedreigen, voormalige plaagdieren als kraaien en vossen. De effecten van de nieuwe Flora- en Faunawet zijn nog niet te meten, maar Sjaak van Dijk heeft wel de indruk dat het aantal vossen in het gebied is toegenomen. Met kraaien en roofvogels valt het in het arme heidegebied volgens hem mee. Het (met vergunning) afschieten van vossen, in boswachterstaal 'beheren', heeft volgens hem niet altijd het gewenste effect.

Freek Niewold van Alterra acht een betere registratie van 'gepredeerde' korhoenders wenselijk, ook bij vossenholen, omdat totnutot moeilijk is na te gaan welk aandeel de vos heeft. ,,De algehele monitoring kan veel beter', vindt Niewold. ,,Als we de jonge hanen hadden geïnventariseerd, hadden we nu al veel meer kunnen weten. Monitoring moet heel systematisch en grondig gebeuren. Waar worden de kuikens groot, waar vinden reproducties plaats? We moeten exact weten wat er aan de hand is met het korhoen.'

Van Dijk heeft één lichtpuntje: in juli heeft hij een koppel van acht volgroeide kuikens gezien. ,,Dat geeft aan dat er méér jonge vogels kunnen zitten.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden