Het tribunaal van de Godin

Als meisje werd Urwashi Anamika het slachtoffer van een groepsverkrachting. Tegenwoordig vangt ze mishandelde Indiase vrouwen op. Ze wordt daarin bijgestaan door krijgsgodin Durga.

'Rechtbanken kun je in India maar beter mijden", zegt Urwashi Anamika. "Dat heb ik de afgelopen vijftig jaar keer op keer bevestigd gezien. Waarom zou dat nu ineens veranderen?"

Urwashi Anamika is activiste. Zonder diploma's en zonder salaris biedt ze hulp aan vrouwen die te kampen hebben met geweld en ander onrecht. In haar eenvoudige huis, gelegen in een drukke volkswijk van Varanasi, is het de hele dag een komen en gaan van geslagen echtgenotes, gemolesteerde weduwen en vrouwen die seksueel misbruikt zijn.

Anamika kan zich niet voorstellen dat de snelrechtbank in New Delhi, in allerijl in het leven geroepen om het proces tegen de verkrachters van Jyoti Singh Pandey te bespoedigen, een kantelpunt zal vormen in de geschiedenis van de Indiase rechtsstaat. Gezien haar achtergrond is dat niet zo verwonderlijk. Nadat Anamika als jong meisje slachtoffer van een groepsverkrachting was geworden, werd ze door haar familie verstoten en aan haar lot overgelaten in een samenleving die seksueel geweld als een enorme schande beschouwt. Voor het slachtoffer wel te verstaan.

"Ik ben in mijn leven alles kwijtgeraakt", zegt ze. Ze heeft haar tengere gestalte in een kleurige sari gewikkeld en haar grijze haren - Anamika is midden zestig - met henna geverfd, waardoor er een fel oranje gloed om haar hoofd hangt. Haar glinsterende ogen verraden niets van de geschiedenis die zo bepalend is geweest voor haar levensloop.

"De mensen die mijn hulp inroepen, zijn het enige dat ik bezit. Meer heb ik niet nodig. Ik heb eens een moment van radeloosheid gehad waarin ik overwoog om zelfmoord te plegen. Bij toeval ving ik via de radio een regel op uit een liedje dat in die tijd heel populair was. Als je niets meer te verliezen hebt, kun je altijd nog iets voor een ander doen. Dat was ongeveer de strekking. Ik was daar zo door getroffen dat ik die hele zelfmoord vergat. Naderhand is die regel mijn levensmotto geworden."

Urwashi Anamika is een nakomeling van de familie Shukla, een geslacht van welvarende brahmanen (leden van de hoogste kaste) die oorspronkelijk verbonden waren aan een vorstendom in de deelstaat Bihar. Haar vader trok naar Varanasi, de heilige hindoestad aan de Ganges, waar hij een hoge functie bij de overheid kreeg. De familie was uitgesproken rijk en bezat minstens acht huizen, verspreid door de stad.

Toen Urwashi Anamika zes maanden oud was, overleed haar moeder. Haar vader hertrouwde met een vrouw die een hekel had haar of geen aandacht aan haar schonk. Urwashi ontwikkelde haar aangeboren vechtlust en groeide op tot een meisje dat haar mondje wist te roeren.

Binnen en buiten de familie viel ze op door haar intelligentie en haar scherpe tong. De echtgenote van haar vader, die intussen drie kinderen op de wereld had gezet, liet geen gelegenheid onbenut om haar stiefdochter in een kwaad daglicht te stellen of - beter nog - uit de familie te verjagen. Onder die laatste omstandigheid zou Urwashi geen aanspraak kunnen maken op haar deel van de erfenis, zodat het familiebezit zou toekomen aan de andere kinderen.

De gemakkelijkste manier om een jong Indiaas meisje in diskrediet te brengen, is door het schenden van haar eer. Op dertienjarige leeftijd werd Urwashi ontvoerd door een groep van vier of vijf mannen die haar opsloten in een kamer en om beurten misbruikten. Van de verkrachtingen zelf weet ze niet veel meer. Vermoedelijk omdat ze buiten bewustzijn was. Of omdat haar geheugen hapert bij de herinnering aan het geweld. Hoe het ook zij, de mannen lieten Urwashi naakt achter op een houten bed. Haar lichaam zat onder het bloed en was overdekt met schrammen en kneuzingen. Ze is ervan overtuigd dat de verkrachtingen zijn aangesticht door familieleden van haar tweede moeder.

Urwashi besloot om haar heil in het nabijgelegen Nepal te zoeken, waar familie van haar overleden moeder woonde. Ver kwam ze niet. Ze werd teruggehaald door politiemannen die haar op beschuldiging van illegale prostitutie achter de tralies zetten, nadat ze zich eerst aan haar vergrepen hadden. Urwashi moest als beklaagde voor de rechtbank verschijnen: "Ik bad met alles wat ik in me had tot de godin Durga. Verder had ik niemand om me bij te staan. Ik heb haar naam net zo lang herhaald tot ik er duizelig van werd. Uiteindelijk ben ik vrijgesproken."

Een rommelig binnenplaatsje leidt naar een rechthoekige ruimte die aan de rest van Anamika's huis is gebouwd. Tegen de achterwand staat een altaar voor Durga, erboven hangen kleurrijke affiches. In de populaire hindoecultuur wordt de krijgsgodin Durga doorgaans afgebeeld op het moment dat ze eropuit trekt om het kwaad uit de wereld te verdrijven: majesteitelijk op een leeuw of tijger, een wapen in ieder van haar vele armen, klaar om de demonen die het kosmisch evenwicht verstoren een kopje kleiner te maken.

Urwashi Anamika gebaart naar het altaar: "Durga is mijn rechter. Vrouwen die geen geld hebben om hun problemen voor te leggen aan een gewone rechtbank, kunnen altijd hier terecht. Onlangs hebben we het geval van een mishandelde weduwe voor het tribunaal van de Godin gebracht. Na de dood van haar man, is ze door haar eigen zoon het ziekenhuis in geslagen. Daarna durfde ze niet meer terug naar huis. We hebben die zoon hier naar toe laten brengen en hebben hem duidelijk gemaakt dat hij zijn moeder moet respecteren. Durga kent geen corruptie, ze neemt geen steekpenningen aan en staat niet aan de kant van de rijken en de machtigen. Zij is de godin van de rechtvaardigheid. En als moeder van het uhniversum is ze er voor iedereen. Ook voor mij."

Het verhaal van Urwashi Anamika is zo buitensporig dat het grotesk lijkt. Maar net als in de geschiedenis van Pi, de Indiase jongen uit de roman van Yann Martel die na een scheepsramp met een Bengaalse tijger in een reddingssloep belandt, is er maar een conclusie mogelijk: de wereld is grotesk. Of liever, India is grotesk. En gruwelijk. Volgens Anamika zal er geen einde komen aan het geweld tegen vrouwen, een standpunt dat door recente gebeurtenissen bevestigd wordt. Zaterdag is in New Delhi, de rape capital van India, opnieuw een lichaam van een jonge vrouw gevonden, vermoord en halfnaakt. Toen de vader aangifte deed van de vermissing van zijn dochter, greep de politie niet in. Het meisje zou zelf wel met iemand mee zijn gegaan.

Nadat ze met hulp van derden een schoolopleiding had weten af te ronden, legde Urwashi Anamika zich steeds meer toe op de hulpverlening aan mishandelde vrouwen. Voor een deel zijn deze vrouwen afkomstig uit gemarginaliseerde groepen die geen deel hebben aan de nieuwe economie waardoor India is opgestuwd in de vaart der volkeren.

Van het kastensysteem, officieel afgeschaft maar nog altijd in hoge mate bepalend voor de maatschappelijke verhoudingen, trekt ze zich niets aan. Anamika is zelf te min bevonden door de koninklijke brahmanen waar ze van afstamt, en weet als geen ander hoe het is om met de nek te worden aangekeken. Soms trekt ze eropuit om de kastelozen van Varanasi te bezoeken die verspreid door de stad in kleine enclaves leven.

"De omstandigheden zijn er erbarmelijk en de vrouwen zijn volledig rechteloos. Laatst was er nog een vrouw die haar dochtertje naar het ziekenhuis bracht omdat het door een hond gebeten was. Het meisje stierf omdat de artsen weigerden haar wonden te verzorgen. De studente die in Delhi na een groepsverkrachting overleden is, was afkomstig uit de middenklasse. Als ze kasteloos was geweest, zou het volk niet de straat zijn opgegaan om te protesteren. Dan hadden we nooit van haar gehoord."

Volgens de hindoefilosofie moet de drijvende kracht achter het universum als vrouwelijk worden gezien. Deze goddelijke levensenergie of shakti zorgt voor het opkomen, bloeien en vergaan van al wat is, en wordt in India onder talloze namen vereerd. De godinnen uit het hindoepantheon vertegenwoordigen ieder een ander aspect van shakti en zijn dus stuk voor stuk een uitdrukking van hetzelfde universeel vrouwelijke principe.

Volgens de Devi Mahatmyam, een heilig geschrift waarin het verhaal van Durga's strijd tegen het kwaad wordt verteld, zijn levende vrouwen ook deel van dit principe, maar die gedachte heeft in het dagelijks leven nauwelijks impact. De Indiase samenleving is een gespleten samenleving en het religieuze bewustzijn van de hindoe is een gespleten bewustzijn. Hemel en aarde zijn gescheiden en de stukken passen niet meer aan elkaar.

Urwashi Anamika opereert al decennialang op dat breukvlak. Ze is niet alleen een activiste die opkomt voor slachtoffers van huiselijk geweld, ze is ook een priesteres die de godin haar rechtmatige plek terug probeert te geven.

Anamika heeft buren en bekenden uitgenodigd voor een kirtan of zangbijeenkomst ter ere van Durga. Dat doet ze iedere week. Haar tempelkamer, de mooiste en grootste van het huis, stroomt langzaam vol met vrouwen en een enkele man. Voor het altaar is een offerschaal neergezet, waarin een vrijwillige bijdrage gedeponeerd kan worden. De vrouwen zetten een lied in.

Een van hen slaat op een trommel, een ander deelt eenvoudige slaginstrumenten rond. Beetje bij beetje raken de stemmen en de instrumenten op elkaar ingespeeld. Door de sfeer van devotie verandert de kamer in een heiligdom waar de Godin met vereende krachten tot leven wordt gezongen.

Urwashi Anamika is een klap in het gezicht van de hindoecultuur. Volgens de heersende normen en waarden hoort een vrouw die slachtoffer is van verkrachting daarover te zwijgen. Seks is onbespreekbaar, seksueel geweld is onbenoembaar. Een vrouw die dat taboe doorbreekt, overtreedt de fatsoensregels en loopt ook in het moderne India nog het risico te worden uitgemaakt voor hoer. Nadat Urwashi als jong meisje op beschuldiging van prostitutie was vastgezet, verscheen haar verhaal in een plaatselijke krant, waardoor ze nergens meer veilig was voor kwaadsprekerij. "De mensen hebben met hun woorden een graf voor me gegraven", zegt ze. "Maar ik heb geen genoegen genomen met de dood. Ik wilde de realiteit van mijn leven laten zien."

In 1971 publiceerde Urwashi Anamika een autobiografische roman waarin ze de gruwelijke gebeurtenissen uit haar meisjesjaren in versluierde bewoordingen omschrijft. Lang voor Jyoti Singh Pandey, die sinds een paar dagen met naam en toenaam bekend is, trad ze met haar verhaal in de openbaarheid. "Door te schrijven kon ik opnieuw geboren worden. Inmiddels kan het me niet meer schelen wat de mensen van me zeggen. Niemand kan me nog tot zwijgen brengen."

Urwashi Anamika zwijgt niet, ze zingt. Een van de vrouwen heeft haar de trommel in de handen gedrukt. Met elke slag neemt haar stem in volume toe. Anamika heeft de uitstraling van iemand die weet dat de wetten en regels van de gevestigde orde van nul en generlei waarde zijn. Ze zingt zich boven die orde uit, met liederen voor de godin die haar in alles heeft bijgestaan.

Marnel Breure is journalist en auteur van 'Dochters van Durga: op zoek naar de godinnen van India' (Uitgeverij Augustus).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden