Review

Het trauma van de verdwenen Heimat

,,Er bestaat niet zoiets als een nieuw vaderland', schreef de joods-Oostenrijkse intellectueel Jean Améry in zijn 'Jenseits von Schuld und Sühne' (1966). ,,De Heimat is het land van de kindertijd. Wie haar verloren heeft blijft een verlorene. Ook al heeft hij geleerd in den vreemde niet langer als een dronkaard rond te slingeren, maar met een zekere onbevreesheid de voet op de grond te zetten.'

De pijn over dat verlies heeft W.G.Sebald (1944), de in Engeland wonende Duitse schrijver en literatuurwetenschapper, tot het centrum gemaakt van zijn roman 'Austerlitz'. Weer zou ik bijna zeggen, want in zijn verhalenbundel 'Die Ausgewanderten' uit 1992 verhaalde deze melancholieke 'archivaris' van herinneringen al eerder op hartverscheurende manier over ontheemdheid. In deze verhalen zoomde Sebald in op het ontwortelde bestaan van zijn meerendeels joodse personages in het land waarnaar ze emigreerden of in een hen vreemd geworden Heimat.

Hun verdriet wordt gedeeld door de eenzame hoofdpersoon uit 'Austerlitz', een man die zijn naam, zijn taal en zijn geboorteland heeft verloren, en die als een stuurloos schip op de stromen van de tijd meedrijft. We ontmoeten deze Jacques Austerlitz voor het eerst in de zomer van 1967 in het centraal station van Antwerpen. In een wachtlokaal met de veelzeggende naam Salle des pas perdus ('Zaal van de verloren stappen'), maakt hij notities over het negentiende-eeuwse bouwwerk. Daar spreekt de jonge, in Engeland wonende Duitser hem aan, de verteller die in 'Austerlitz' zijn levensgeschiedenis op zal tekenen.

Sebald laat beurtelings deze naamloos blijvende luisteraar en getuige en Austerlitz zelf aan het woord. Hun contact is opmerkelijk. Niet alleen door de grote intervallen tussen elk van hun ontmoetingen, maar ook door het aura van geheimzinnigheid dat Austerlitz omgeeft. Dat aura is niet alleen te herleiden tot de anonimiteit waarin Austerlitz zich hult. Maar ook omdat de ontmoetingen tussen de twee, in Londen, in de zomer van 1967, wel heel toevallig zijn - alsof ze door magnetische kracht naar elkaar toegetrokken worden. Toch blijft Austerlitz in dit gedeelte van het boek nog een abstracte figuur.

Menselijker trekken krijgt Austerlitz in het vervolg van het verhaal als de vriendschap na een jarenlange onderbreking wordt voortgezet, even toevallig als hij begon. Dat is twintig jaar nadat de jonge Duitser voor een korte periode terug is gegaan naar zijn geboorteland en zijn brieven niet meer beantwoord worden. In de winter van 1996 treffen ze elkaar weer in een Londens hotel, kort nadat Austerlitz tot de slotsom is gekomen dat hij een luisteraar nodig heeft voor zijn levensverhaal. Dit schokkende verhaal, verteld in een heldere, poëtische taal, begon zoals in de loop van de roman duidelijk zal worden niet voor niets in een transitruimte.

Stations zijn in 'Austerlitz' namelijk niet alleen symbolische wissels tussen heden en verleden. Ze zetten Austerlitz, 'de man met de verschrikte ogen van een nachtdier', ook terug op een associatief herinneringsspoor naar zijn in het duister gehulde verleden. Dat spoor leidt vanuit Engeland terug naar zijn geboortestad Praag, een kleine halve eeuw nadat de ruim vier jaar oude Jacques Austerlitz in de zomer van 1939 met een kindertransport aankwam in het Londense Liverpool Street Station.

Door een speling van het lot vindt hij onderdak bij een sombere predikant en zijn vrouw in een Welsh bergdorp. Dit vreugdeloze leven voltrekt zich na de dood van zijn enige vriend in alle eenzaamheid. Daarvan wordt Austerlitz pas bevrijd als hij jaren later op zoek naar zijn identiteit in Praag zijn oude buurvrouw en kindermeisje Vera ontmoet. Zijn moeder is vanuit Theresienstadt naar de vernietigingskampen in Polen getransporteerd. Van haar en zijn naar Parijs gevluchtte vader is niets meer bekend.

Deze gebeurtenissen vormen kort samengevat Austerlitz' levensgeschiedenis. Maar het zijn minder deze feitelijke gebeurtenissen, dan de imponerende manier waarop Sebald zijn herinneringstekst weeft die verbaast en ontroert. Meesterlijk construeert hij een complex netwerk van (metaforische) verwijzingen naar objecten en plaatsen. Het geheim van Austerlitz' identiteit wordt vooral onthuld door 'symptomatische' herinneringssporen, zoals de aantrekkingskracht die oude stations op hem uitoefenen. Zonder dat Sebald het woord 'trauma' laat vallen, geeft hij op deze manier het getraumatiseerde bestaan van Austerlitz weer. Een voorbeeld is de scène waarin hij het oude Londense Liverpool Street Station bezoekt. De onbewuste herkenning van het vervallen wachtlokaal leidt tot een overweldigende schok van de herkenning, die Austerlitz als een vloedgolf overspoelt. Zijn visie op de tijd als een ruimte waarin verschillende periodes in elkaar vallen, verraadt zijn verontrustende bestaan in een nooit afgesloten verleden.

Sebalds eigen 'geschiedsmetafysica', het 'spoor van pijn dat door de geschiedenis loopt' zoals hij Austerlitz laat zeggen, probeert de schrijver te reconstrueren als een 'fotograaf' van het verleden. Dat het belichten van het duistere verleden als een tegengif moet dienen tegen de 'herinneringsloosheid' van zijn geboorteland, bleek al uit 'Die Ausgewanderten'. De talloze foto's in 'Austerlitz' lijken het verleden dichterbij te brengen, maar vervreemden het door hun geheimzinnigheid toch ook van de lezer/kijker. Maar sterker nog dan deze foto's verleiden de verhalen in 'Austerlitz' tot de ontraadseling van het enigmatische mensenleven dat Sebald portretteert.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden