HET TRAUMA VAN 1965 JEUKT EN ZEURT

In Indonesie voltrok zich dertig jaar geleden een massale slachting onder de communisten. Tot op vandaag zijn de wonden niet geheeld; nog altijd staat de een bekend als 'goed', de andere als 'fout'. Maar het trauma jeukt en zeurt, langzaam begint de kruik met leugens te barsten.

Het is dertig jaar geleden dat zich in Indonesië een gruwelijk drama begon te voltrekken. Een mislukte 'coup' op 1 oktober 1965 en een massale slachting onder de communisten in de maanden daarna. De schattingen over het aantal doden lopen uiteen van 500 000 tot 1 miljoen, 200 000 'verdachten' zijn vaak zonder proces jarenlang gevangen gezet en mishandeld. De pijn is nog niet verwerkt. Het trauma kan ook niet worden verwerkt, zolang niet is vastgesteld wat waar en niet waar is. De machthebbers die profiteerden van de coup, schreven hun eigen geschiedenis en indoctrineerden een ganse natie. Maar Het Trauma jeukt en zeurt, langzaam begint de kruik met leugens te barsten.

Zoals na de oorlog in Europa weet iedereen in Indonesië wie na 1965 goed of fout is. Het is erin gehamerd: leden van de communistische PKI zijn fout en dat wordt hun kinderen nog nagedragen. Ex-politieke gevangenen uit die tijd dragen het stempeltje nog letterlijk op hun indentiteitsbewijs. Maar in de dorpen op Java en Bali, waar vooral is huisgehouden, weet iedereen die destijds leefde wie de sadisten waren die vader, moeder, broer of zus op gruwelijke wijze vermoordden. De haat sluimert.

Een ex-politieke gevangene vertelt hoe het doorstane leed altijd weer terugkomt, ook na haar vrijlating. “Wat mij erg droevig maakt, is dat mijn kinderen zulke verschrikkelijke dingen leren over Gerwani (de aan de communistische PKI gelieerde vrouwenorganisatie, red.). Ik merkte dat mijn zoon iets achterhield. Tenslotte kwam hij naar me toe en vroeg: 'Ma, waarom ben je lid geworden van zo'n verdorven groep die het land zoveel schade heeft gedaan. Was jij ook een hoer? Iedereen zei dat alle Gerwani-leden hoeren waren, slechte vrouwen.' Hoe kan ik hem uitleggen waar ik voor leefde, wat mijn idealen waren? Ik zie nog de verwarring en schaamte in zijn ogen. Hoe zal hij ooit mijn leven begrijpen?”

Het is precies de reden waarom M. R. Siregar, die als politiek vluchteling in Nederland woont, aan het schrijven is geslagen. Toen zijn kinderen hem bezochten, vroegen zij wat er nu werkelijk was gebeurd op 1 oktober 1965. Dat confronteerde hem met het feit dat de jonge generatie verstoken is gebleven van het recht om te weten. Hij publiceert vandaag een boek van 620 pagina's: Een minutieuze beschrijving van de gebeurtenissen in 1965 vanuit het gezichtspunt van de PKI. In het Bahasa Indonesia, want het is voor hem belangrijk dat het in Indonesië wordt verspreid en gelezen, als tegenwicht voor de propaganda van de Indonesische regering die de PKI als bron van alle kwaad heeft afgeschilderd.

Het is dertig jaar geleden en nog is de ware toedracht van de coup niet onomstreden vastgesteld. Journalist, schrijver en na de machtsovername minister en vice-president Adam Malik zei: “Er was en is een samenzwering om te zwijgen. Een soort Freudiaanse blokkade lijkt de mensen die het kunnen weten de mond te snoeren.” Gebrek aan juiste informatie brengt de wildste verhalen in de wereld. Verhalen die in Indonesië de ronde doen via de Kaber Angin, de wind die geruchten verspreidt. Vooral de ideologische tegenstellingen hebben de werkelijkheid geweld aan gedaan. Veel zou opgehelderd kunnen worden als de persoonlijke archieven van een van de hoofdrolspelers, president Soeharto, open zouden gaan. Wie weet, na zijn dood.

Toch valt na veel schiften wel het meest waarschijnlijke verhaal te schrijven. Een geschiedenis die voor 'waar' doorgaat zolang niet het tegendeel blijkt.

De coup is niet het verhaal van de nacht van 30 september/ 1 oktober 1965. Al jaren daarvoor dienen de voortekenen zich aan en in de jaren daarna blijken de immense effecten op de samenleving.

Indonesië is een jonge staat en de eerste president Soekarno is een groot orator die zichzelf graag hoort spreken. De populist is vooral vanwege zijn charisma geliefd. Hij heeft echter meer aandacht voor ideologie dan economie. Het land verkeert in een deplorabele staat. Vooral als hij in 1957 in één klap de Nederlandse bedrijven nationaliseert, stort de economie in en halverwege de jaren zestig is er geen teken van herstel. In 1964 en 1965 blijkt steeds vaker dat Soekarno ernstig ziek is en niet meer aan regeren toekomt. De discussie in binnen- en buitenland gaat vooral over zijn naderende overlijden en de gevolgen daarvan. De vrees voor chaos is groot, want ondanks alles is Soekarno als enige in staat het land bijeen te houden.

In de samenleving nemen de spanningen toe. Tussen communisten en het leger, tussen de boerenbonden en de moslimse orthodoxie (de santri) en ook tussen legeronderdelen onderling. Het is een kruitvat waar een gerucht als een gevaarlijke ontsteking kan werken. En geruchten zijn er volop. Al vanaf januari 1965 verdenkt iedereen elkaar van pogingen de macht te grijpen.

Wie het gerucht heeft verspreid en òf het waar is, zal nog moeten blijken, maar de jonge linkse officieren beginnen te geloven dat er een 'Raad van generaals' is, die onder aanvoering van opperbevelhebber Nasoetion gereed staat om de macht te grijpen, op 5 oktober. Jonge officieren uit de lijfwacht van Soekarno willen dat voorkomen en onder leiding van de luitenant-kolonel Untung wordt het plan gesmeed om in de nacht van 30 september op 1 oktober de 'vermeende' Raad van generaals in één klap uit te schakelen. Zij krijgen zes van de zeven legerleiders te pakken en schieten er drie ter plekke dood. Alleen Nasoetion weet via de achterdeur te ontkomen. Zijn adjudant wordt meegenomen. Zijn dochtertje van zeven wordt bij de schermutselingen doodgeschoten.

De jonge militairen vervoeren de generaals dood en levend naar de luchtmachtbasis Halim, waar de groep haar basis heeft en gooien de lijken bij Lobang Buaya (krokodillenkuil) in een diepe put. Veel verder komt de actie niet. Er is onvoldoende vooruit gedacht. Soekarno zou de actie later een 'infantiele stommiteit' noemen. Dat maakt het voor generaal Soeharto, na de moord op legercommandant Yani de eerste in lijn achter opperbevelhebber Nasoetion, vrij eenvoudig om nog voor de middag de opstandige legeronderdelen in het gareel te krijgen.

Soekarno, die zich even bij de opstandige militairen op de luchtmachtbasis Halim voegde maar er waarschijnlijk niet echt bij betrokken was, maakt dan een domme en wellicht cruciale fout. Hij passeert Soeharto, die toch de meest voor de hand liggende kandidaat is om legercommandant te worden. Soekarno is niet dol op Soeharto en noemt hem een stijfkop. De president benoemt de jonge generaal-majoor Pranoto tot plaatsvervangend legercommandant. Het is zeer waarschijnlijk dat die miskenning bij Soeharto zo slecht valt, dat hij niet meer luistert naar de president, diens orders negeert en zijn eigen plan trekt. Een plan dat uiteindelijke Soeharto aan de macht zal brengen en dat daarom wel de tweede coup wordt genoemd.

Er zijn er die menen dat Soeharto alles in scène heeft laten zetten en als superbrein een succesvol machtsspel heeft gespeeld, met als bekroning het presidentschap. Een knullig voorspel als dat van Untung en de zijnen laat zich echter nauwelijks regisseren. Waarschijnlijker is dat Soeharto als rasopportunist stap voor stap goed van de onoverzichtelijke chaos heeft geprofiteerd en als overwinnaar uit de bus is gekomen.

Wel wordt aangenomen dat Soeharto van tevoren op de hoogte is gesteld door een van de coupplegers uit het gezelschap van Untung, kolonel Latief. Bij zijn proces in 1978 heeft Latief zelfs verklaard tot twee keer toe Soeharto te hebben bezocht: twee dagen voor de coup en vier uur voor de moordpartij op de generaals. Soeharto deed niets om zijn collega's te redden.

Soeharto zelf doet geheimzinnig over het contact met Latief. De kolonel bezocht hem die nacht in het hospitaal, waar hij waakt over zijn vijfjarige zoontje Tomy, dat een pan hete soep over zich heen kreeg. Soeharto verklaart in interviews dat Latief kwam om poolshoogte te nemen en tot zijn tevredenheid zag dat er van Soeharto niets te duchten viel. Zijn hoofd stond immers niet naar militaire zaken. Later zou Soeharto echter zeggen dat Latief niet de moed had om hem in het hospitaal neer te schieten.

Hoe intrigerend de gebeurtenissen in de eerste oktobernacht in Jakarta ook zijn, wat er in de maanden en jaren daarna gebeurt, is bloedstollend en heeft een bom onder de toekomst van Indonesië gelegd. In het machtsvacuüm dat ontstaat (Soeharto bouwt langzaam aan zijn Nieuwe Orde en wordt pas in maart 1966 premier en in 1967 waarnemend president), vinden vooral op Java en Bali onmenselijke slachtpartijen plaats, waarbij iedereen die iets met het communisme van doen had, te grazen wordt genomen. Jonge moslims worden opgejut en van wapens voorzien. Niet zelden gaat het daarbij om het vereffenen van oude rekeningen. De nieuwe elite brengt, gesteunt door het leger, de oude elitie om.

Soeharto wil in één klap afrekenen met de communisten en de PKI. Zij krijgen de schuld van de mislukte coup, terwijl het vrij zeker is dat de partij als geheel nauwelijks weet heeft gehad van de couppoging. Alleen de PKI-leider Aidit zat in het complot, maar opereerde zeer eigenzinnig. Voor de afrekening met de communisten in Indonesië wordt een smaadcampagne opgezet, waarbij de communisten als verdorven duivels worden afgeschilderd. De onrust in het land wordt niet gedempt, maar gestimuleerd.

De Amerikanen tonen grote interesse voor de campagne tegen de PKI. De onhandige coup en het opportunistische antwoord van Soeharto dragen waarschijnlijk niet de handtekening van de Amerikaanse inlichtingendienst, de CIA, ondanks spannende verhalen over mysterieuze tussenpersonen. Maar de ambassadeur van de VS in Jakarta heeft de militairen na de coup zeker gestimuleerd schoon schip te maken met de communisten. De Amerikanen tobben al genoeg met Vietnam en zien het potentieel rijke Indonesië graag in het westerse kamp. Ambassadeur Marshall Green telegrafeert, naar later is gebleken, vrij openlijk met Washington over de campagne tegen de PKI: “We denken dat het leger blijft proberen, wellicht niet altijd even doelgericht als wij zouden willen, om de zaken te laten marcheren in een richting die wij graag zien. Hun succes of mislukking bepaalt het onze in Indonesië in de komende tijd.”

Minister van buitenlandse zaken Dean Rusk wordt volledig geïnformeerd over de steun van de militairen bij de massamoorden en hoe de militairen Soekarno dwarsbomen in zijn pogingen het bloedvergieten te voorkomen. Toch laat hij de ambassadeur weten dat de militairen kunnen rekenen op de steun van de VS voor een grote campagne tegen de PKI. Een slachtoffer van de haatcampagne is de communist Gatot. Hij is aanvankelijk ondergedoken, maar wordt al snel gepakt. Pas in 1975 wordt hij voorgeleid en in 1976 veroordeeld tot de dood. Ondanks felle internationale protesten vindt in juli 1985 de geheime executie plaats op de dan zestigjarige man. Zijn vrouw, die elders gevangen zit, weet van niets. Tijdens zijn proces hield Gatot een urenlange aanklacht tegen de nieuwe machthebbers, waarin hij de gruwelen beschrijft:

“Sadisme en onbeschrijfelijk onmenselijke martelingen vergezelden de massale slachtpartijen. Gezinnen werden geheel uitgeroeid, waarbij kinderen voor de ogen van hun ouders één voor één gedood werden, tot het tenslotte de beurt van de vader was. Een vrouw die zwanger was en toevallig dorpshoofd, werd vermoord. Vrouwen werden met hun kinderen op hun heup gedood aan de oevers van rivieren. Er werden wedstrijden gehouden in het moorden. Wie het beste iemand met één houw in tweeën kon klieven van boven naar beneden, kreeg er een extra beloning voor. Dit is gebeurd in Singosari. Vele moorden hadden plaats aan de oevers van rivieren zodat men geen graven hoefde te delven. Afgehouwen hoofden werden opgehangen op de markten, voor de huizen, aan de kant van wegen, sommige zelfs met kalk besmeurd. Er dreven lijken van vrouwen met een baby zogend aan de borst in de rivier de Brantas en in de rivier de Bengawan Solo bij Bjonogoro werden lijken tot een vlot samengebonden. Op een brug in de buurt van Babat, die had gediend als mensenabattoir, bewees een stroom van geronnen bloed hoeveel mensen daar waren gedood. Sommige slachtoffers werden langzaam gedood door hun ledenmaten een voor een af te snijden, anderen werden gedwongen in een greppel te springen om daar levend begraven te worden. In een gevangenis bevalen regeringstroepen die buitengewoon anticommunistisch waren de gevangenen met hun hoofd omlaag van een platform te springen en als er dan nog een slachtoffer in leven zou blijken te zijn, dan moet dat een godswonder genoemd worden. Mannelijke schaamdelen werden afgesneden en naar aantal kreeg men uitbetaald. Die slachtpartijen waren niet zomaar een exces of een gevolg van massahysterie maar ze waren georganiseerd. Beraamd en bewust overwogen.”

Dat concludeert ook Saskia E. Wieringa, antropologe verbonden aan het Institute of Social Studies, die op 8 oktober aan de Universiteit van Amsterdam promoveert op de rol van vrouwen voor en na de machtsovername. Van een levende vrouwenbeweging, die onder Soekarno heel wat in de melk te brokken had, zijn slechts theekransjes overgebleven waar men leert koekjes te bakken, zegt Wieringa. De metamorfose is volgens haar het gevolg van de bewuste smaadcampagne tegen politiek bewuste vrouwen die in 1965, 1966 is opgezet en die nog voortduurt. Politiek actieve vrouwen worden afgeschilderd als brutaal, verdorven en hoerig. Het ideaalbeeld van devote moeders met kinderen wordt opnieuw opgepoetst.

Saskia Wieringa sprak met vele, inmiddels oude vrouwen. De ex-politieke gevangenen vroegen haar hun geschiedenis te onderzoeken en herschrijven, als tegenwicht tegen de smadelijke verhalen van het leger en de regering.

De aan de PKI gelieerde vrouwenbeweging Gerwani kreeg de schuld van gruwelijke mishandeling van de vermoorde generaals. Opgepakte vrouwen deden wilde bekentenissen op speciaal belegde persconferenties. De meest bizarre berichten verschenen in de kranten. De verdorven vrouwen, die werden opgeleid in trainingskampen op de luchtmachtbasis Halim, zouden met scheermessen de generaals de ogen hebben uitgestoken en gecastreerd. De vrouwen dansten daarbij in hoerige kledij. Ze waren geïnjecteerd met stoffen om de lusten op te wekken. De boodschap was duidelijk: het communisme perverteert onze vrouwen. Mannen moeten bang zijn voor communistische vrouwen, die brutaal voor hun mening uitkomen en desnoods tot castratie overgaan.

De lijken van de generaals zijn nauwkeurig onderzocht en daarbij zijn slechts schotwonden en kneuzingen gevonden. Blauwe plekken die het gevolg kunnen zijn van slagen met geweerkolven of van een val in een diepe kuil. Soeharto kent het rapport, want zijn handtekening staat eronder, maar hij laat de smaadcampagne voortduren. De dan al machteloze president Soekarno doet nog een poging het tij te keren. Hij laat het sectierapport openbaar maken om de gekte in zijn land te stoppen. Maar slechts één krant drukt een klein berichtje af. Voor het overige is het rapport van de lijkschouwer in Indonesië nooit publiek geworden. Het is pas gepubliceerd in 1987, in de VS door de Amerikaans wetenschapper Ben Anderson.

Soeharto dicht de vrouwen een grote rol toe bij de machtsovername. Hij richt de organisatie ter Bevordering van het Welzijn van het gezin op, de PKK. De PKK is terug te vinden in elke kampong en wordt voorgezeten door de echtgenote van het dorpshoofd. In zijn autobiografie schrijft Soeharto: “Een hechte natie krijg je alleen wanneer zij kinderen voortbrengt die straks zullen opgroeien tot lichamelijk en geestelijk gezonde staatsburgers, intelligent en met een sterke persoonlijkheid, vaardig en nobel, verantwoordelijk en geprezen om hun doen en laten. Zulke kinderen kunnen alleen maar opgroeien als zij worden verzorgd en grootgebracht door moeders die hun moederrol ook kunnen vervullen.”

Soeharto heeft na de coup in 1965 Indonesië in een ijzeren greep gekregen en met veel machtsvertoon dertig jaar lang de orde weten te handhaven. Zijn rol in de coup die hem aan de macht bracht, is waarschijnlijk gewoner dan gedacht. Zijn betrokkenheid bij het wegvagen van de communisten nadien is echter groot.

Regelmatig duiken geruchten op over de gezondheid van de nu 74-jarige Soeharto. Dit voorjaar nog dachten velen dat hij in het ziekenhuis lag en dan slaat menigeen de schrik om het hart. De dood van Soeharto kan een machtsvacuüm doen ontstaan waarin oude vetes oplaaien, zoals ook onder de in 1964 steeds zwakker wordende Soekarno het geval was. Weliswaar draait de economie beter, maar de onvrede over de onvrijheid, de sociale ongelijkheid, de corruptie en de verrijking bij de elitie is groot.

Er valt veel af te rekenen. In elk dorp weet men nog wie de beulen waren. Er is veel haat gezaaid en als het deksel van de ketel vliegt, zijn er geen structuren, zoals oppositionele politieke partijen om de woede te kanaliseren. Zo kan de 'Nieuwe Orde' in zijn eigen val stappen en creëert 'het zachtste volk der aarde' nieuwe helden en slachtoffers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden