Het toneel als speeltuin

In de serie De Schepping vertellen kunstenaars hoe hun werk tot stand komt. Vandaag: de Ashton Brothers, die een show maakten op de grens van circus, variété en cabaret. 'We lijden allemaal aan het Peter Pan-syndroom, we worstelen met opgroeien.'

Als je twee mannen ziet zwieren aan een trapeze - de één in een rolstoel met zijn tanden aan de stok, de ander 'normaal' - dan ziet dat er heel makkelijk uit. Niets is minder waar. Het is hard werken, veel oefenen en nog meer op je bek gaan. Pols gebroken? Kleinigheid. Versleten knieën? Hoort erbij. En onder de blauwe plekken zitten ze eigenlijk altijd. Welkom in de wereld van de Ashton Brothers, die magische, sprookjesachtige voorstellingen maken om te lachen. Muzikaal, fysiek uitdagend, op de grens van circus, variété en cabaret. Pim Muda, Joost Spijkers en Friso van Vemde begonnen vorige zomer min of meer al met een halfuurtje dat ze bedachten voor de Parade: 'Un dos tres, cerveza!' Dat breiden ze nu uit naar een uur nieuw materiaal voor 'Welcome to the Ashton Brothers' in De Kleine Komedie in Amsterdam. En ze hopen dat dat uur een mooie fundering zal blijken voor hun nieuwe theatershow 'Enfants Terribles' waarmee ze komend seizoen door heel Nederland te zien zijn.

Ruim twee maanden voor de première (vanavond in De Komedie) sluiten de Ashton Brothers zich - samen met hun vaste ploeg achter de schermen: Peter, Emma en Leendert - op in het repetitielokaal, een loods in Zaandam. Daar werken ze van 10.00 uur 's ochtends tot ergens in de middag. Als ze moe zijn, houden ze op. Het is een zootje in de ruimte, hoewel de mannen stellen dat ze net hebben opgeruimd. Er slingeren allerlei oude en nieuwe rekwisieten rond. Er staat een stellage met grote pvc-buizen, rolstoelen, er slingeren slippers rond, er staat een scherm met grote zwarte elastieken en een skelet ligt zielloos op de grond. Er hangen lijsten met steekwoorden aan de muur en op de spiegelwand, dat zijn alle ideeën die ze tot nu toe bedacht hebben: hoofdendans, volkszanger in elastiek, vogelman, skelet/röntgen, amoebes.

Van Vemde: "Onze drive om voorstellingen en scènes te maken is na zestien jaar onverminderd. Het is misschien, nu we voor het eerst met zijn drieën zijn (zie kader), nog wel sterker dan ooit. We zijn ook zo jong als het maar kan. We barsten van de energie en de ideeën."

Spijkers beaamt: "We hebben nu meer ideeën dan we tijd hebben om ze uit te werken."

Ook Muda valt bij: "Nee, daar schort het helemaal niet aan. Maar voordat je een idee vervolmaakt hebt, en er echt iets bijzonders uitkomt, zijn we weken verder. Daar hebben we gelukkig nog alle tijd voor."

Van Vemde: "Wat een idee waard is, weet je pas echt als je het twintig keer voor publiek hebt gespeeld. Dan voel je wat de volle potentie van een nummer kan zijn. We hebben geleerd om niet lang over een idee te praten. Het theater dat wij maken, kun je niet beoordelen op een blaadje papier. Je moet het gewoon doen en dan zien of het werkt. Als het niks is, komen we daar snel genoeg achter."

Muda: "Of we vinden een zijweg."

Van Vemde: "Precies. Misschien dat het oorspronkelijke idee niet goed werkt, maar als we een paar dingen anders doen kan dat gewenste, onverwachte bijwerkingen hebben. Het kan zelfs een heel nieuwe scène worden. We worden later pas kritisch. Je moet iets wel een kans geven."

Sta jezelf toe om kind te zijn

Het gaat daarom nooit zoals ze vooraf bedenken. Bij de eerste try-out is er meestal een derde van de voorstelling klaar. Van Vemde: "We werken eigenlijk altijd vanuit een probleem en daar verzinnen we dan een creatieve oplossing voor." De fase in de loods is nog luchtig. Wie de Ashton Brothers ooit aan het werk heeft gezien, weet dat hun ongebreidelde fantasie en kinderlijke nieuwsgierigheid de motor is van hun werk. Spijkers: "Het heet niet voor niks 'spelen' wat wij doen op het toneel. Je moet jezelf toestaan om kind te zijn en rommel te maken."

Muda: "We creëren in het repetitielokaal eigenlijk een speeltuin voor onszelf. Letterlijk. Een ding waar we op kunnen klimmen, waar we uit kunnen vallen, iets waar we op kunnen springen. Dat kind moeten we altijd blijven opzoeken in onszelf, dat is ook de basis van onze shows. We lijden allemaal aan het Peter Pan-syndroom, we worstelen met opgroeien."

Van Vemde quasi-verschrikt: "We zijn toch prima opgegroeid?" Dan: "Wij knijpen hem voortdurend als we iets nieuws moeten maken, bang dat er niks komt. Je kunt dan maar één ding doen en dat is gewoon beginnen. Als je jezelf maar toestaat om zo onbevangen mogelijk naar de dingen te kijken. En je moet zo veel mogelijk conventies en gekende waarden overboord gooien, zodat je vers naar de materie kunt kijken. Je moet toch iets bedenken dat nog niet eerder bedacht is, of in ieder geval een goeie variant daarop."

Zwoegen

Een kleine maand voordat ze in De Kleine Komedie in Amsterdam neerstrijken, verhuizen de Ashton Brothers hun hele inboedel naar Heerenveen, om daar te zwoegen op een aantal werkvoorstellingen waarin de nieuwe acts worden uitgeprobeerd voor publiek.

Muda: "Zo'n tussenmoment is voor ons heel fijn. Omdat we hier voor publiek spelen, gaan we deze week een snelkookpan in. We moeten gewoon op straks, dus we moeten knopen doorhakken en een aantal acts nog even goed repeteren. Zo slijpen we fijn. De lijn van 'Welcome to the Ashton Brothers' is: een dag uit het leven van een circusfamilie. Misschien zie je dat straks niet letterlijk terug, maar voor ons is het een grote inspiratiebron. Zo'n act die van vader op zoon wordt doorgegeven, daar zit voor ons een heel verhaal achter. Daar zit een scène in, want misschien wilde die zoon wel helemaal niet. Of had hij het talent er eigenlijk niet voor. Die tragiek vinden wij interessant. We gebruiken circuselementen, maar we maken eerder theater óver die wereld en beschouwen de dingen die achter de schermen gebeuren. Want circus is natuurlijk: iemand kan één kunstje en laat zien hoe goed hij dat kan."

Spijkers: "Dat vakmanschap, iemand die zijn leven lang erover doet om één nummer tot in de kleinste finesses te beheersen, vind ik heel inspirerend."

Van Vemde: "We hebben daar veel respect voor, maar zelf vinden we het een enorme beperking. Als trapezewerker mag je nooit iemand aan het lachen maken, terwijl dat heerlijk is om te doen."

Muda: "Voordat je van een idee naar een act bent, daar doen wij ook lang over, een paar maanden zeker. Wat we in Heerenveen laten zien, is pas de eerste stap. Daarna moeten we afspraken maken met ons team, want sommige dingen zijn best ingewikkeld en kunnen alleen omdat we ook een ploeg hebben die achter de schermen met ons werkt. Daar zijn we afhankelijk van, zij zorgen dat rekwisieten en kostuums op de juiste plek liggen, maar ook dat we goed gezekerd zijn als we weer eens door de lucht zwieren bijvoorbeeld. We maken de voorstelling echt samen."

Meer structuur

Hoofddorp, een week voordat de mannen De Kleine Komedie over zullen nemen. In de kleine zaal van de Meerse staat het decor voor de voorstelling en er wordt druk geoefend en gesleuteld. Het is wederom een chaos, maar nu staat alles in het teken van de voorstelling en is er veel meer structuur. De paniek is er niet minder om. Voor de zekerheid hangt Friso van Vemde de min of meer definitieve lijst op in de coulissen voor de doorloop: de amoebes staan er nog steeds op, evenals de act met het skelet en de vogelman. De drie doen alles in kostuum en ook de gastoptredens - jongleur Nigel Voets, illusionist Niek Takens en Bas Hoeflaak - krijgen vorm. Hoeflaak, normaal gesproken de helft van cabaretduo Droog Brood, speelt in deze voorstelling een rekwisiteur die hoopt op een carrière in de spotlights. Natuurlijk mislukt dat steeds. Toneelmeesters Emma en Leendert rennen de hele tijd koortsachtig heen en weer om spullen en mensen op tijd op de juiste plek te krijgen.

Spijkers: "Het werk zit hem bij ons dus niet in het idee, maar in de uitvoering. Dat is ambacht: tot op de seconde uitzoeken hoe de act in elkaar zit en hem choreograferen. Het moet van A tot Z kloppen. We zijn net een Zwitsers uurwerk wat dat betreft."

Verschrikkelijk

De Kleine Komedie, twee dagen voor de eerste try-out. De paniek is iets minder. Het decor staat op zijn plek, er wordt de laatste hand gelegd aan het lichtontwerp, er wordt nog even een schommel geknutseld voor een bepaalde act en de overgangen tussen de scènes worden geperfectioneerd. Om dit werk te kunnen doen, hebben alle drie de Ashtons een eigen personal trainer die ze in conditie houdt met een speciaal op ieder van hen toegesneden programma aan oefeningen. Verschrikkelijk, vinden ze alle drie, maar het moet.

Spijkers: "Onze conditie moet sterker zijn dan wat we nodig hebben voor de show. Anders krijg je blessures en daar kom je niet meer van af. Want: the show must go on."

Daarom raadplegen ze ook fysiotherapeuten die gespecialiseerd zijn in dansers. Muda: "Zij weten hoe belangrijk het is dat we op moeten. En dat we best wel ver willen gaan om op te kunnen. Pijn is nooit echt een issue, maar we willen niet iets kapotmaken."

Nu ze op het punt staan om voor een maand circus te maken aan de Amstel, zijn ze het over één ding eens: het wordt hoog tijd dat er publiek bij komt. Spijkers: "We zijn benieuwd: waar moeten mensen om lachen? Hoe lopen de overgangen tussen de acts als er wordt gelachen of geklapt? Veel scènes hebben we tot nu toe 'op goed geluk' gedaan. Dat is prima tijdens het repeteren, maar nu moet het gaan leven."

Speciaal gemaakt

De show 'Welcome to the Ashton Brothers' - met naast de Ashton Brothers als gasten: Bas Hoeflaak (Droog Brood), Niek Takens (Nederlands kampioen goochelen) en Nigel Voets (jongleur) - is speciaal gemaakt voor De Kleine Komedie in Amsterdam. Te zien aldaar t/m 28 juni, vanavond première. Informatie: www.dekleinekomedie.nl

Ashton Brothers in het kort

De Ashton Brothers ontmoeten elkaar op de Kleinkunstacademie in Amsterdam. Pepijn Gunneweg, Pim Muda, Joost Spijkers en Friso van Vemde vinden elkaar in hun fascinatie voor het circus en de wereld daarachter. Ze combineren clownerie met muziek, acrobatiek met een lied en slapstick met levensgevaarlijke trapeze-acts. Het is variété in een modern jasje, met veel humor. Met Peter de Jong (Maxi) als hun leermeester, Peter de Baan als hun regisseur en Jan Aarntzen als hun vormgever maken ze vier programma's: 'De tragiek van de onderman' (2001), 'Ballyhoo!' (2005), 'Charlatans' (2007) en 'Treasures' (2012). Na dat programma houdt Gunneweg ermee op en gaan ze met zijn drieën verder. Volgend seizoen toeren ze met de show 'Enfants terribles' door het hele land.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden