Het team rijdt Dumoulin in de wielen

Zolang Giant-Alpecin het 'sprintersexcuus' blijft gebruiken, is er voor een ronderenner weinig eer te behalen

Het deed eigenlijk niet ter zake, kniesde Tom Dumoulin na zijn echec in de Ronde van Spanje. Tweede in de Vuelta of zesde: de eindzege, zo dichtbij, gleed zaterdag als zand door zijn vingers. Dat moet bovenal de ploegleiding zich aanrekenen.

Niet eerder de laatste 25 jaar was een Nederlandse renner zo dicht bij de eindzege in een van de drie grote wielerronden als Dumoulin dit weekeinde. De 24-jarige renner van Giant-Alpecin eindigt uiteindelijk als jammerlijke voetnoot bij een geschiedenis die in de voorlaatste etappe door de uiteindelijke winnaar Fabio Aru werd gedicteerd.

Vanzelfsprekend regende het na afloop verklaringen in een kurkdroog Spanje. Hij was 'op', zijn benen liepen 'vol' tijdens de beslissende demarrage van Aru en 'als die afdaling iets technischer was geweest, was ik er nog wel bijgekomen'. Als, als. Veel wijzer zal Dumoulin van zulke weinigzeggende excuses niet worden.

De oorzaak voor Dumoulins sportieve debacle werd daarentegen opzichtig vermeden. Weggemasseerd met een berusting alsof de beslissende etappe zaterdag heel anders had kunnen uitpakken. "Hoed af voor de hele ploeg en groot respect voor wat hier gepresteerd is", wuifde Addy Engels, ploegleider van dienst, alle verantwoordelijkheden weg.

Wat Engels eigenlijk zei, was dat de ploegleiding had gefaald in Spanje. Drie weken vocht klassementsspecialist Dumoulin als de idealist Don Quichot tegen een overmacht aan tegenstanders die op elk gewenst moment konden terugvallen op ploegsteun, om er uiteindelijk achter te komen dat niets is wat het lijkt. Giant is nu eenmaal een sprintploeg, voerde de teamleiding op als de verzachtende omstandigheid. Maar waarom fietst Dumoulin dan de Ronde van Spanje?

Omzeilt de ploeg een antwoord op die vraag zo korzelig omdat het niet de eerste keer is dat Dumoulin de eindzege in een grote ronde door de neus wordt geboord? In 2013, het jaar van zijn internationale doorbraak, was de Limburger in de slotrit van de Eneco Tour op zichzelf aangewezen toen de lont in het kruitvat ging tijdens de beslissende slotetappe over Vlaamse heuvels. Deze krant schreef toen dat het ontbreken van ploeggenoten hem zijn 'eerste aansprekende zege' kostte.

Met die ervaring is bitter weinig gedaan, bleek amper een jaar later in dezelfde rittenkoers door de Benelux. Toen in de Ardennen de beslissende slag viel, bevond klassementsleider Dumoulin zich opnieuw moederziel alleen, omdat zijn ploeg louter sprintknechten telde. Vanzelfsprekend waren er harde woorden gevallen, wilde ploegleider Rudi Kemna destijds na afloop in Trouw doen geloven.

Het 'sprintersexcuus' lijkt de rode draad door Dumoulins loopbaan te worden. De Maastrichtenaar moet zich onderhand toch een keer gaan afvragen of die stoplap een rem is op zijn ontwikkeling.

Sterker nog, je kunt betogen dat de ploegleiding de sportieve progressie van het talent Dumoulin slecht inschat. De ploegleiding ontkent zijn ontwikkeling en ambitie, niemand wil of kan zich in zijn schoenen verplaatsen. Noem het gemis aan empathie, gebrek aan ervaring of besluiteloosheid. Daarbij komt dat, zolang het teammanagement star blijft vasthouden aan het uitganspunt dat sprinters de toekomst vormen voor de ploeg, zij Dumoulin min of meer verplichten zich telkens in nietszeggende rechtvaardigingen te moeten wentelen als hij weer eens met lege handen staat.

In het slechtste geval wordt de Nederlander gedwongen zijn toekomst buiten de ploeg te zoeken. Zover is het nog niet. De jonge revelatie heeft tot eind volgend jaar een contract bij Giant.

Het ligt voor de hand om te veronderstellen dat het aantrekken van klimknechten de oplossing is voor Dumoulin in grote koersen. Zo eenvoudig als die redenering lijkt, zo praktisch zijn de bezwaren, legde ploegmanager Iwan Spekenbrink ooit uit aan de hand van de blauwdrukken voor zijn ploeg. De kans dat je met klimmers dopinggebruikers binnenhaalt, is groot, meent hij.

Spekenbrink wil de wereld met alle macht tonen dat een schone sport mogelijk is. De dopingcijfers geven Spekenbrink gelijk. Gelijktijdig is de ploeg daarmee een gevangene van zijn eigen filosofie. En dus ook een blok aan het been van Dumoulin.

undefined

De discussie duurt nog wel even voort

De toekomst is aan Tom Dumoulin, dat is na drie weken Ronde van Spanje duidelijk geworden. De vraag is welke richting de jonge Limburger het beste kan inslaan. Schuilt er in de tijdrijder, die in de Vuelta ontdekte dat hij een aardig stukje tegen een berg kan oprijden, een allrounder? Iemand die in de Tour, Giro d'Italia of in de Spaanse ronde na drie weken een stevige uitslag kan neerzetten? Of doet het 24-jarige, getalenteerde krachtmens er beter aan te kiezen voor de klassieke heuvelkoersen als Luik-Bastenaken-Luik, Amstel Gold Race, Waalse Pijl en Lombardije?

Meespelen in de grote wielerronden is andere koek. Daarvoor zijn inhoud en ervaring gewenst. Ervaring had Dumoulin er waarschijnlijk van weerhouden onnodig met zijn krachten te gooien in aanloop naar de beslissende etappe zaterdag. In de eendaagse klassiekers zijn zulke beperkingen van minder belang.

Dumoulin heeft de tijd. En beide doelen passen prima in het jaarprogramma van een sterke coureur die op meerdere terreinen uit de voeten kan. De discussie houdt nog wel even aan. Hardloopster Dafne Schippers nam bijna een jaar de tijd voordat ze de knoop doorhakte en besloot zich toe te leggen op de sprintnummers.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden