Het taboe op praten over misbruik in de sport verdwijnt langzaam

Om in kaart te brengen wat de aard en de omvang is van seksueel misbruik in de sportwereld is een commissie onder leiding van oud-minister Klaas de Vries deze maand gestart met een onderzoek. De personen op de foto's bij dit artikel hebben niets van doen met seksueel misbruik. Beeld Hollandse Hoogte

De commissie die seksueel misbruik in de sport onderzoekt maakt vandaag haar plannen bekend. Volgens sporthoogleraar Marjan Olfers komt het veel vaker voor dan nu bekend is.

Het begint boven in de kamer waar de computer staat. Basketbalcoach Edmar D. nodigt zijn pupillen wel vaker uit. Ze zijn er kind aan huis en mogen er computerspelletjes spelen. Niemand vindt dat raar. De trainer heeft een sterke vertrouwensband met zijn team. Daarom gaat het op het veld ook zo goed.

De feiten die uit de rechtszaak naar voren komen: op een dag speelt één van de jongens, hij zit dan in groep acht van de basisschool, boven in de kamer een spelletje. Ineens raakt zijn trainer hem aan. Het begint met een hand in zijn onderbroek en eindigt op het bed, dat in dezelfde kamer staat.

Het gebeurt in een jaar tijd, tussen 2000 en 2001 een keer of dertig, veertig. De jongen durft het uit schaamte aan niemand te vertellen. Het seksueel misbruik heeft grote invloed op zijn leven. Gevoelens van onmacht, boosheid en verdriet probeert hij te verdoven met drugs. Hij raakt verslaafd. Telkens als de jongen een opleiding begint, gaat het ergens mis. Hij maakt zijn middelbare school niet af.

Vijftien jaar na het misbruik laat hij zich opnemen in een afkickkliniek in Zuid-Afrika. In de ontwenningskliniek komt het seksueel misbruik aan het licht. Eind 2015 doet hij alsnog aangifte tegen zijn voormalige coach.

Dan begint het balletje te rollen. Meer jongens uit het voormalige team melden zich bij de politie. Ook zij kennen de computerkamer, en het bed dat er stond. Niemand weet het van elkaar, ze schamen zich te erg. Als een vader van een van de voormalige pupillen jaren na dato vertelt wat zijn zoon is overkomen, trekt de basketballer wit weg. “Stop maar”, zegt hij. “Het is met mij ook gebeurd.”

Vertrouwensband

In de verschrikkelijke verhalen die de afgelopen maanden in de media zijn verschenen over seksueel misbruik in de sport komt het telkens weer terug. Dat het vaak niet bij één pupil bleef. En dat de vertrouwensband met de trainer de sport zo’n kwetsbare sector maakt.

Om in kaart te brengen wat de aard en de omvang is van seksueel misbruik in de sportwereld is een commissie onder leiding van oud-minister Klaas de Vries deze maand gestart met een onderzoek. Vandaag wordt bekendgemaakt hoe de commissie te werk zal gaan.

De basketbalcasus staat niet op zichzelf. Ook in andere sporten, zowel in de top- als de breedtesport, durven slachtoffers er uit schaamte niet met elkaar over te praten. Zo konden trainers jarenlang ongemerkt hun gang gaan.

Hoogleraar sport en recht Marjan Olfers deed in het verleden onderzoek naar een aantal zaken. Het begint volgens Olfers vaak met aanrakingen, bijvoorbeeld tijdens een massage of als een trainer een oefening voordoet. In sommige sporten, zoals turnen en judo, is fysiek contact tussen trainer en pupil onvermijdelijk. Daardoor is de grens voor oefenmeesters met verkeerde bedoelingen vager dan normaal.

“Na een hand op de verkeerde plek komt er vaak een kusje. Het gaat steeds verder, tot sporters niet meer goed weten waar de grens is. Ze nemen het misbruik vaak op de koop toe.”

Ze hebben hun trainer ook nodig om beter te worden. “Hij werkt lang en hard met je en je wil hem graag blij zien omdat hij zoveel tijd in je stopt. Je voelt op alle terreinen dat hij de macht heeft en daar gunsten voor verleend moeten worden.”

Tekst loopt door onder afbeelding

De personen op de foto's bij dit artikel hebben niets van doen met seksueel misbruik. Beeld Hollandse Hoogte

Alarmbellen

Bij sportvereniging Argon in Mijdrecht, waar Edmar D. werkte, waren de jongens volgens de voorzitter van de basketbalafdeling Anton van Dijk kind aan huis bij hun vroegere trainer. “De deur stond altijd open, er werden vaak feestjes of barbecues gehouden met het hele team. De jongens konden altijd bij hem terecht als ze problemen hadden.”

Omdat het misbruik nooit in groepsverband gebeurde maar in een één-op-éénsituatie, klonken er geen alarmbellen. De coach was bovendien een goede trainer en zorgde ervoor dat de jongens allemaal beter zijn gaan spelen. Men was blij met hem.

Juist dat vertrouwen vanuit verenigingen of bonden zorgt er volgens Olfers voor dat coaches die de fout in gaan, denken dat ze er ongestraft mee weg kunnen komen. De afhankelijkheidsrelatie tussen trainer en sporter wordt ook regelmatig gebruikt als machtsmiddel.

Vorige week vertelde voormalig jeugdspeler bij Vitesse Renald Majoor in de Volkskrant over het trauma dat hij opliep door zijn voormalige elftalleider van de C1 in 1996. Majoor werd aangerand en een nacht lang vastgehouden. Ook hij voelde: die profcarrière kan ik vergeten als ik mijn mond opendoe. Hij meldde het toch. De elftalleider werd ontslagen en veroordeeld tot zes weken voorwaardelijke celstraf. Door de psychische gevolgen van het misbruik stopte Majoor, een veelbelovend talent, op zijn achttiende bij Vitesse.

Manipulatief karakter

Voormalig wereldkampioen wielrennen Petra de Bruin sprak eind vorig jaar in ‘Nieuwsuur’ voor het eerst over het misbruik door meerdere personen tijdens haar profcarrière. Met een begeleider moest ze tien jaar lang tegen haar zin seksuele handelingen verrichten. Een fietsenmaker wilde als bedankje voor een reparatie een tongzoen en aan haar borsten zitten, vertelde ze. Een man van de wielerbond KNWU wilde een betaling in natura in ruil voor advies bij een conflict met de bond.

Toen De Bruin jaren later toch een melding deed bij de bond over het misbruik van de begeleider, zou hij tijdens een bemiddelingsgesprek hebben gezegd dat hij haar aan de hoogste boom zou hangen voor smaad. Ze voelde zich geïntimideerd en durfde niets meer te ondernemen, tot ze eind vorig jaar toch in de media met haar verhaal naar buiten trad.

“Sommige coaches hebben een heel manipulatief karakter”, zegt Olfers. Ze weten precies wat ze moeten zeggen om de sporter te laten doen wat ze willen. “Dat is ook het hele idee van een trainer, dat ze je net een stapje harder laten werken. Maar dat kan ook worden gebruikt om seksueel grensoverschrijdend gedrag toe te staan.”

Die dreiging bestaat zowel in de topsport als in de breedtesport. Ook amateursporters zijn afhankelijk van de coach, die bijvoorbeeld bepaalt of je wel of niet wordt opgesteld. In sporten waarbij harde criteria zoals tijdslimieten gelden om naar een toernooi te mogen, ziet Olfers andere dingen gebeuren. “Je kunt dreigen dat je iemand niet mee wil nemen op hoogtestage of trainingskamp. Dat zit je ontwikkeling als jong talent ook in de weg.”

Taboe

Olfers vermoedt dat de vele – vaak anonieme – verhalen die de laatste maanden naar buiten zijn gekomen pas het topje van de ijsberg zijn. Dat het taboe om erover te praten nu pas langzaam doorbroken wordt.

Bij de vereniging in Mijdrecht, de club waar Edmar D. training gaf, was seksueel misbruik iets waarvan ze nooit hadden gedacht dat het bij hun kon voorkomen. Voorzitter Van Dijk schrok zich rot toen de zedenpolitie zich in maart vorig jaar ineens bij hem meldde. “In het begin heb je geen idee wie de slachtoffers allemaal zijn en hoe groot de zaak is. Verschrikkelijk. Ze hebben het jarenlang met zich mee moeten dragen.”

Er was weleens over het onderwerp gesproken, zeker toen de omvangrijke zedenzaak rondom zwemleraar Benno L. in 2009 in het nieuws kwam. Er zijn na die zaak maatregelen genomen, niet wetende dat het onheil dichterbij was dan gedacht.

Zo moeten vrijwilligers nu onder meer een verklaring omtrent gedrag hebben en mag de trainer bijvoorbeeld niet meer als enige volwassene in de kleedkamer komen. Toch denkt Van Dijk dat het moeilijk is om seksueel misbruik in de sport helemaal uit te roeien. Hun eigen coach, die al jaren weg is bij de club, had bijvoorbeeld geen strafblad. Hij had de verklaring omtrent gedrag zonder problemen kunnen krijgen.

“Bij sommige jongens uit dat team viel hun mond open van verbazing toen ze hoorden wat er allemaal onder hun neus was gebeurd. Ze zaten erbij maar hebben er nooit wat van gemerkt.”

Van Dijk denkt dat alle zaken over misbruik in de sport die naar buiten zijn gekomen ouders al veel oplettender hebben gemaakt. “Vroeger wisten we amper wat een pedofiel was. Trainers kregen automatisch het vertrouwen, ook van ouders. Dat is veranderd. Het is nu een andere tijd.”

Uit de rechtszaak tegen de voormalig basketbalcoach blijkt dat vier spelers uit het team van toen zijn misbruikt. Drie deden er aangifte. Na zijn vertrek bij de club blijft de jeugdtrainer de fout in gaan. Hij doet zich online voor als jong meisje en zet minderjarigen toe tot webcamseks. Begin dit jaar wordt de 50-jarige coach veroordeeld tot 3,5 jaar cel en tbs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden