HET SYSTEEM RECHTS, LINKS; NU STERVEN OF LATER

Elke beschrijving van de gebeurtenissen moet op de systematiek van de waanzin stuiten. Niet het sadisme, maar de perfecte ordening van het kwaad, de efficiëntie van de gruwel in de fabriek Auschwitz, heeft de wereld het meest verbijsterd. Deportatie, concentratie, eliminatie - in de 'Endlösung' werd de dood een geoliede, moderne machine.

Het klonk opgelucht, de SS-ers hadden hen even daarvoor toegeschreeuwd: “Als er zieken zijn of mensen die te moe zijn om nog een eind te lopen, kunnen zij met de karren naar het kamp.” Karren opgesteld langs de trein die niet verder reed omdat de rails eindigden in Birkenau. Een aankomst op een dag in de lente van 1944, waarover overlevende Eva Schloss schrijft: “Later vernamen we dat de mensen op de karren meteen de gaskamers waren ingejaagd.” Een onderdeel van het draaiboek, maar dat wisten de nieuwkomers niet.

In Auschwitz-Birkenau werd de 'selectie' tegen het einde van de oorlog minder nauwgezet bedreven dan in het begin. Ouderen, zwakken, zieken, kinderen, zuigelingen werden rechtstreeks verwezen naar Birkenau, waar negentig procent van de aangekomen 'transporten' werd vernietigd. Dit voltooid deelwoord - vernietigd - is een feitelijk juiste beschrijving. Associaties met een gelijksoortige systematische, industrieel opgezette mensenvernietiging in de historie schijnen onmogelijk. Het overkwam miljoenen Joden, zigeuners, homofielen, Jehova's Getuigen, anti-fascisten en verzetsmensen uit heel Europa. De 'minderwaardigen' van het slavische ras zoals Poolse en honderdduizenden Sovjet-Russische krijgsgevangenen trof eenzelfde lot.

Op het grondgebied van Groot-Duitsland waren in 1939 al meer dan honderd concentratiekampen voor de tegenstanders van het regime. Na de bezetting van Europa kreeg het door de SS beheerde netwerk zijn optimale omvang en verspreidden de namen alleen al gruwel en verschrikking: Dachau, Buchenwald, Bergen-Belsen, Natzweiler, Ravensbrück. De naam Auschwitz staat sindsdien voor Holocaust, de door Hitler beraamde en uitgevoerde vernietiging van het Europese Jodendom.

Rudolf Höss, kampcommandant van 1942 tot najaar 1944 in dit grootste 'Vernichtungslager', schatte in het proces van Neurenberg het aantal onder zijn bevel vermoorde mensen op tweeëneenhalf miljoen. Later in Polen draaide hij dat getal terug en historici schatten nu dat in Auschwitz vermoedelijk 1,1 tot 1,5 miljoen mensen zijn vernietigd. Eugen Kogon heeft in zijn klassieke werk 'Der SS-Staat - Das systeem der deutschen Konzentrationslager' een totaal aantal van in de kampen omgekomen mensen van meer dan zes miljoen genoemd.

In het Auschwitz-complex in Polen werd - daartoe aangespoord door 'Reichsführer-SS' Heinrich Himmler - een record bereikt: de vergassing van 34 000 mensen in vierentwintig uur.

De selectie, het keuren van de gevangenen voor tijdelijke bruikbaarheid als slavenarbeider of de dood, gebeurde door SS-artsen. Maar het is voorgekomen dat de stroom gedeporteerden zo groot was (15 000 per dag in mei-juni 1944), dat ze ongeselecteerd de gaskamers in gingen omdat er onvoldoende ruimte in het kamp was. De SS-artsen spoorden ook de zwakste patiënten in de ziekenbarakken op. Eugen Kogon beschrijt in zijn klassieke werk 'Der SS-Staat - Das System der deutschen Konzentrationslager' dat de selecties in Auschwitz op onberekenbare tijdstippen gebeurden: soms tussen de twee à drie maanden, dan weer twee keer binnen veertien dagen. Toen in de loop van 1944 de methode om ernstig zieken direct naar de gaskamers te sturen niet afdoende was (er kwamen teveel uitgehongerde gevangenen) stuurden de SS-artsen alle lichamelijk zwakken in groepen van drie- tot vierhonderd naar de gaskamers. “Kwam de SS-arts met zijn staf, dan moesten de mensen zich naakt opstellen, werden zij voor en achter snel bekeken en afhankelijk van de luimen van de arts voor het opschrijven van het 'Hüftlingsnummer' naar rechts verwezen; dat betekende de dood, of naar links, dat betekende terug naar het blok: dus levensverlenging.”

Op 4 juli 1942 werd in Auschwitz voor de eerste keer een transport (uit Tsjechoslowakije) geselecteerd. Van de 1 000 mensen gingen er 372 naar het kamp, de andere 628 naar de gaskamers. Eva Schloss over de selectie na haar aankomst: “SS-ers verdeelden de stoet in links en rechts. Alle oude vrouwen (mannen en vrouwen waren eerder gescheiden) en kinderen tot vijftien jaar moesten naar rechts en de rest van de vrouwen naar links. (...) Op deze manier werden families systematisch uit elkaar gerukt. We beseften echter nog niet wat selectie eigenlijk inhield.”

De voor de dood geselecteerden verwachtten een bad. Het ging er ordelijk aan toe: in de kleedkamers hingen mededelingen in de belangrijkste Europese talen dat de kleren netjes moesten worden neergelegd; en de schoenen konden aan elkaar worden gebonden. Eenmaal in het 'Baderaum' (elk kon 2 000 mensen bevatten) stroomde, zodra de deuren waren gesloten, via de douches het gas naar binnen. Dit blauwzuur, Zyklon-B, een insectenverdelgingsmiddel, maakte de longen kapot. Volgens Kogon konden de doodskreten van de slachtoffers buiten de gaskamers worden gehoord. Na vier à vijf minuten werd het stil.

Zogeheten 'Sonderkommandos', samengesteld uit KZ-gevangenen, trokken daarna de lijken naar buiten, namen de ringen af en knipten het haar, dat in zakken voor verwerking naar fabrieken werd gestuurd. De leden van de Sonderkommandos ontkwamen niet aan de vergassing, want ze waren Joden, bovendien wenste de nazi-top geen getuigen.

Adolf Hitler heeft geen schriftelijke order gegeven voor uitvoering van de 'Endlösung der Judenfrage', de 'definitieve oplossing van het Jodenprobleem'. Wel liet hij er ver voor de oorlog, niet alleen in zijn boek 'Mein Kampf', geen enkel misverstand over bestaan dat hij het werktuig was van de voorzienigheid om het 'internationaal gif' van het Jodendom uit te roeien. Nadat Hitler in 1933 rijkskanselier was geworden, voltrok hij in etappes, eerst met vernederingen, isolering, het dragen van de gele davidster, economische discriminatie en tenslotte terreur (Kristallnacht, 1938), het vonnis naar de fysieke vernietiging.

Op initiatief van de Amerikaanse president Roosevelt werd in 1938 in het Zwitserse Evian nog een internationale vluchtelingenconferentie gehouden. Natuurlijk was de belangrijkste vraag: waarheen met de Joden van Europa, omdat niet alleen Duitsland, maar ook Polen en Roemenië hen kwijt wilden? De vertegenwoordigers van 32 landen vonden hierop geen antwoord. “Voor iedereen die wilde zien en de krant las, waren de Joden van Europa in 1938 als slachtschapen ingesloten, die wachtten op de slachter en de christelijke wereld keek toe” (dr. Hans Jansen, 'Christelijke theologie na Auschwitz').

In 1941, het jaar van de Duitse aanval op de Sovjet-Unie (22 juni 1941) verbood Hitler de Joden nog te emigreren. De uitroeiing begon achter de snel oprukkende Duitse Wehrmacht met massale executies door speciale 'Einsatzgruppen' van de SS. De 3 000 leden van de Einsatzgruppen hebben voornamelijk met de mitrailleurs ongeveer 1 400 000 Joden tijdens de opmars in Rusland en Oost-Polen omgebracht. In Polen en de Sowjetunie waren miljoenen Joden onder Duits bestuur gekomen. Daarop vooruitlopend had Adolf Hitler in de lente van 1941 mondeling bevel gegeven aan onder meer Heinrich Himmler, om de Endlösung te organiseren. Op de zogeheten Wannsee-conferentie van 20 januari 1942, gaf de SS-topofficier Reinhard Heydrich aan topfunctionarissen van de voornaamste Duitse ministeries een toelichting op de plannen. Heydrich, een 'SS-Obergruppenführer', was chef van de Gestapo en de Sicherheitspolizei, die in de praktijk samenviel met de SD (Sicherheitsdienst).

Heinrich Himmler, hoogste chef van Gestapo en SD had de leiding. Maar er was één SS-officier die de uitvoering leidde: Adolf Eichmann, chef van het in Berlijn gevestigde bureau Afdeling IV-B-4 (van de Gestapo, de geheime politie), verantwoordelijk voor 'Joodse zaken en deportaties'. 'Obersturmbannführer' Eichmann vond het doodschieten door de Einsatzgruppen weinig efficiënt èn een verspilling van munitie. Een andere nazileider meende dat de Duitse soldaten 'al die bloedbaden moesten worden bespaard'. Hoewel de SS-ers in de eerste plaats werden getraind op 'hardheid', viel Himmler bijna flauw toen hij bij een officieel bezoek aan de Einsatzgruppen bebloede, deels nog bewegende lichamen in een kuil zag.

Adolf Eichmann wilde een rationele en fabrieksmatige aanpak. De executerende SS-ers kregen daarom gesloten vrachtwagens met aanhangers waarin tweehonderd mensen konden worden geperst. Het uitlaatgas (van de dieselmotoren) kwam tijdens het rijden in de afgesloten ruimte, waarna de daarin opgesloten mensen de verstikkingsdood stierven. Eichmann en andere experts, die ervaring hadden met het vergassen van geesteszieken in het kader van het nazi-euthanasieprogramma, pasten al gauw dit gebruik van koolmonoxide toe in de kampen Belèec, Sobibor en Treblinka in Oost-Polen. Tenslotte bleek Zyklon-B sneller te werken en werd dit het middel tot vergassing in Auschwitz.

In april 1940 was, op vijftig kilometer van Krakau, bij het Poolse Oswiecim (Auschwitz) in opdracht van Himmler een kamp ingericht om het groeiend aantal Poolse gevangenen onder te brengen. De eerste gevangenen, dertig criminelen, moesten met driehonderd Joden uit Oswiecim enkele verlaten legerbarakken en paardestallen geschikt maken, waarna pas later nieuwe barakken werden gebouwd. Deze gevangenen waren ook de eerste kampoudsten, blokoudsten en Kapo's (opzichters). Tot het systeem behoorde dat de verschillende groepen gevangenen een nummer kregen en een gekleurde driehoek links op de borst op het gestreepte gevangenenpak. Dit gebeurde in alle concentratiekampen, terwijl in Auschwitz het nummer op de linkerarm werd getatoeëerd. De driehoek was geel voor joodse, rood voor politieke gevangenen en rose voor homofielen, paars voor Jehova's Getuigen, groen voor criminelen, zwart voor 'a-socialen' en bruin voor zigeuners. De buitenlanders droegen de eerste letter van hun nationaliteit op de borst, bijvoorbeeld de N van Nederlander.

In 1941 werd het 'Stammlager' (Auschwitz I) plotseling uitgebreid: bij Birkenau verrees een tweede kamp voor 100 000 krijgsgevangenen. Ook ging Himmler ermee akkoord dat de Duitse chemische industrie IG-Farben er een groot bedrijfscomplex door gevangenen kon laten bouwen. In Monowitz werden de 'Bunawerke', een fabriek voor kunstmatig vervaardigd rubber van IG-Farben, gevestigd met als arbeidskrachten de concentratiekamp-gevangenen. Krupp, Thyssen, Flick en Siemens profiteerden onder het Hitler-regime massaal van de slavenarbeid. Naarmate het leger meer mannen opslokte, verdrong de Duitse oorlogsindustrie zich bij de SS-burelen met aanvragen voor dwangarbeiders.

De exploitatie van de KZ-gevangenen, die bij slavenarbeid een levensduur van hooguit negen maanden hadden, leverde de SS (met de opbrengst van de lijkenroof zoals sieraden en ringen) ruim 1 600 Rijksmark per mens op.

Ook de medische experimenten op de gevangenen in Dachau, Buchenwald, Sachsenhausen, Natzweiler, Ravensbrück en Auschwitz werden uitgevoerd in samenwerking met de Duitse industrie en wetenschappelijke instituten. In Auschwitz werden proeven genomen met sterilisatie, waarvoor de SS grote belangstelling had: het onvruchtbaar maken van grote mensenmassa's kon interessant worden. Dr. Horst Schuhmann stelde bij voorbeeld de geslachtsdelen van 'arbeitsfühige Juden' in de leeftijd van 20 tot 24 jaar bloot aan röntgenstralen en ontmande de slachtoffers twee tot vier weken later. Anderen, die door de experimenten waren verzwakt, werden vergast. Naast vergassen werd het doden van 'wertlose' mensen met een spuitje, het zogeheten 'abspritzen' systematisch door SS-artsen toegepast.

Voor gevangenen, vooral joodse mensen, die niet meer arbeidsgeschikt waren, kreeg kampcommandant Höss van Auschwitz in de zomer van 1941 een ondubbelzinnige opdracht van Himmler. Hij moest 'einen Platz zur Massenvernichtung vorbereiten um diese Vernichtung durchzuführen'. Eichmann had een overzicht gemaakt van de te verwachten miljoenen-transporten uit Oost-, Midden- en West-Europa, en Auschwitz leek door goede railverbindingen en verborgen ligging bij uitstek geschikt als vernietigingskamp. Bij een rondwandeling over het terrein vonden Himmler en Eichmann een goede plaats voor een gaskamer. Door experimentele vergassingen hierin (het was een boerderij geweest) van Russische krijgevangenen bleek al gauw hoe het vernietigingsproces zo doelmatig mogelijk kon worden georganiseerd.

In Auschwitz II-Birkenau kwam uiteindelijk de grote vernietigingscentrale. Eugen Kogon beschrijft in zijn 'Der SS-Staat' een samenhangend systeem van gaskamer met vier crematoria, waar ook weer gevangenen, meestal Joden, het werk moesten doen. Sommige concentratiekampen hadden crematoria die tevens executieplaats waren. Zo ook Auschwitz-Birkenau waar het vijfde crematorium geen ovens had, maar een reusachtige zogeheten 'Glühgrube'. “Voor dit 'gloeiende graf' werden de slachtoffers naakt opgesteld en door de SS neergeknald, waarna de lijken, of de gewonden direct in het vuur vielen.” Eugen Kogon vertelt dat de SS-Oberscharführer Moll er plezier in had naakte vrouwen bij de Glühgrube op te stellen en dan op het onderlichaam te schieten totdat ze in het vuur stortten. De as uit de crematoria werd in Auschwitz deels gebruikt om de straten tussen de barakken te bestrooien of werd in de omgeving verkocht als kunstmest.

In januari 1945 wachtten naar schatting 65 000 mensen in Auschwitz op hun bevrijding. Twee maanden eerder waren de gaskamers en crematoria, met het oog op de naderende Sowjetlegers, opgeblazen. De Russen waren in aantocht, maar de tienduizenden KZ-gevangenen werden nog geterroriseerd door de SS. Zij werden ingedeeld in eindeloze kolonnes en zonder verzorging of medische begeleiding te voet opgejaagd naar het Westen. De 'evacuatie' van 60 000 gevangenen wordt beschreven als een lijdensweg bij twintig graden onder nul, waarbij er honderden een nekschot kregen of werden doodgeknuppeld. De mensen die het overleefden, werden na een treinreis op open wagons ondergebracht in Buchenwald, Dachau, Mauthausen en Ravensbrück; concentratiekampen die pas later in het voorjaar van 1945 werden bevrijd.

Eva Schloss, die Auschwitz levend verliet, onder meer doordat ze zich wist te onttrekken aan de dodentocht, geeft een schets van het kamp toen de SS-ers met hun duizenden gevangenen waren verdwenen en de Russen nog moesten komen: “Toen we de volgende morgen wakker werden, was alles rustig en stil. Ik stond op en ging naar buiten op onderzoek. Er was niemand meer, alle SS-bewakers met hun honden waren opeens weg. (...) De lichamen van de doden lagen naast de barak op elkaar gestapeld. In het hele kamp, waar zich tot voor kort tienduizenden gevangenen en hun bewakers bevonden, waren nu nog maar een paar honderd zielen over. Tachtig procent van hen was te ziek om te lopen en wachtte op de dood. De volgende dagen heb ik meer mensen zien sterven dan tijdens mijn hele verblijf in Birkenau.”

Toen de soldaten van het Rode Leger Auschwitz betraden, troffen zij zo'n 7 000 uitgeteerde overlevenden en stervenden aan. Het was zaterdag 27 januari 1945, Auschwitz was bevrijd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden