'Het Syrische regime voedt het volk met haat'

In Syrië zijn inmiddels 2,5 miljoen huizen vernield, er zijn miljoenen ontheemden. Een van de belangrijkste geestelijk leiders, Sjeik Moaz al- Khatib, probeerde tevergeefs te bemiddelen.

Stel je een gegoede wijk in Damascus voor, en een appartementencomplex voor mensen met goede banen. Daar woont een 35-jarige tandarts die Omar heet, samen met zijn 28-jarige vrouw en hun kind van 2,5.

Een paar weken geleden stonden de veiligheidsdiensten van president Assad op de stoep van het complex. Ze stormden naar de zesde verdieping, beukten de deur in en sloegen de boel kort en klein. Toen vroegen ze aan de verbouwereerde eigenaar: 'Waar is de dokter?'

'Welke dokter?'

'Dokter Omar.'

'Die woont een etage hoger.'

'Oh.'

De veiligheidsagenten renden nog een trap op, beukten opnieuw de deur in, sloegen opnieuw de boel kort en klein. Daarna arresteerden ze de tandarts, diens vrouw en hun zoontje van 2,5. "De laatste keer dat ik er bericht over hoorde, zat het kind nog steeds vast", zegt Sjeik Moaz al-Khatib.

Met het verhaal over tandarts Omar illustreert Khatib, zelf afkomstig uit een vooraanstaande soennitische familie in Damascus, waarom ook de gegoede klasse in de hoofdstad zich van het Syrische regime afkeert. Dat heeft een tijdje geduurd. Terwijl de rest van Syrië al bijna een jaar in brand stond, bleef de hoofdstad (net als de andere grote stad Aleppo) rustig. Pas in de zomer sloeg ook daar de vlam in de pan, nadat rebellen van buiten infiltreerden en zo de strijd naar de steden brachten.

De theorie was steeds dat de rijke stedelingen te veel te verliezen hadden bij maatschappelijke onrust. Daarom zouden niet alleen alawitische geloofsgenoten van president Basjar Assad het regime steunen, maar ook welvarende soennieten. Als dat al zo was, stelt Khatib, dan is het inmiddels voltooid verleden tijd. "De natuur van mensen is dat ze niet van oorlog houden. Maar de meeste mensen die ik ken, willen dat het regime valt."

Vandaar dus zijn verhaal over tandarts Omar en het kort en klein slaan van het huis van de verkeerde mensen. Een regime dat zich zo gedraagt, bedoelt hij, vervreemdt uiteindelijk iedereen van zich. "Die mensen op de zesde etage gingen dood van angst. En dan zo'n kind in de cel. Het is die mentaliteit die ervoor zorgt dat het regime al zijn vrienden kwijt zal raken. Het regime is dom, het maakt zichzelf en zijn bondgenoten kapot."

Khatib, een zachtmoedig ogende man, met wat normaal pretogen zouden zijn - als er iets te lachen viel - ondervond het aan den lijve. Als een van de belangrijker geestelijken in het land zocht hij het afgelopen jaar twee keer toenadering tot het regime. "Ik heb twee keer het initiatief genomen om de problemen op te lossen, twee keer belandde ik in de gevangenis. Vanwege die houding zal dit regime uiteindelijk ineen storten."

Dat Khatib (1960) in Rotterdam is, en zegt dat het regime moet vallen, vormt zo een bewijs op zich dat de kloof tussen regime en bevolking in Syrië onoverbrugbaar is geworden. Hij probeerde lang een bemiddelende rol te spelen - al was het maar om de mensen die hem als spiritueel leidsman zien, te behoeden voor nog meer bloedvergieten. Dat is voorbij, zegt hij nu. "Ik kan mezelf niet meer als bemiddelaar beschouwen, want ik denk dat het regime slecht is en dat mensen het volledige recht hebben om in opstand te komen."

Een grote vriend van het regime was Khatib eigenlijk nooit, maar contact bleef er altijd wel. Zijn vooraanstaande religieuze positie bood tegelijkertijd enige bescherming. Khatibs vader en grootvader waren decennialang imam van de Omajjaden-moskee in Damascus, het belangrijkste godshuis van het land. Khatib zelf vervulde die functie ook een paar jaar, tot hij midden jaren negentig in ongenade viel en een preekverbod kreeg. "Ik sprak over vrijheid, en toen er een plan was om nucleair afval op te slaan in de woestijn heb ik me daartegen gekeerd en erover gesproken in de moskee. Dat leidde uiteindelijk tot het verbod."

Het conflict met de autoriteiten probeerde Khatib naar eigen zeggen niettemin altijd te vermijden, de 'kritische grens' overschreed hij nooit. Celstraf wist hij zodoende al die jaren te voorkomen. Hij deed zijn werk als geestelijk leidsman, en bouwde onder gelovigen een grote reputatie op.

Hij geldt als gematigd, maar is ook populair onder conservatieve, salafistische Syriërs - zoals de inwoners van Doema, een arme voorstad van Damascus. Doema was een van de eerste plekken in het land waar mensen de straat op gingen om te demonstreren, en ook een plek waar al vroeg doden vielen door hard optreden van de autoriteiten. Khatib was erbij toen in Doema voor het eerst 'martelaren' herdacht werden. "Ik sprak over eenheid. En ik zei: Vrijheid is een geschenk van God, ze behoort niet toe aan de leider. Dat vonden ze binnen het regime niet leuk."

Dat bleek. De eerste keer dat de veiligheidsdiensten hem kwamen halen, werd Khatib anderhalve dag vastgehouden. Daarna tien dagen. En afgelopen mei 25 dagen. Toen hij signalen kreeg dat hij de volgende keer misschien niet meer vrij zou komen, verliet hij het land. "Het was heel zwaar om te vertrekken, ik had nooit gedacht dat ik mijn thuis ooit zou verlaten."

Inmiddels woont hij in Caïro. Hij reist rond, praat met mensen, adviseert, en houdt lezingen, zoals in Rotterdam, op uitnodiging van Hivos. Khatib doet het allemaal op eigen titel, want bij de oppositie heeft hij zich niet aangesloten: "De oppositie is niet verenigd, en ik wil goede verhoudingen behouden met iedereen."

Behalve met het regime dan natuurlijk, dat een week voor het gesprek in Rotterdam Khatib nog een extra represaillemaatregel heeft opgelegd. Straaljagers bombardeerden de boerderij van zijn grootvader, even buiten Damascus. "Ook de kleine olijffabriek die ernaast stond hebben ze helemaal vernietigd. Ik weet niet of het was om mij te straffen. Maar het heeft er in ieder geval in geresulteerd dat iedereen in de omgeving gestraft is: alle bewoners zijn gevlucht. Het dorp is leeg."

Exemplarisch, meent Khatib. Het regime is als een gokverslaafde die niets anders kan dan steeds weer geweld inzetten. Zo drijft het regime de bevolking langzaam maar zeker tot het uiterste.

Zuchtend: "Er zijn inmiddels 2,5 miljoen huizen vernield, er zijn miljoenen ontheemden. Er staat een strenge winter voor de deur. Er zijn geen scholen, geen fabrieken, geen werk. Het regime voedt de mensen met steeds meer haat. De bevolking heeft niets meer te verliezen." In die omstandigheden, vindt zelfs de gematigde sjeik, zit er voor mensen niets anders op dan door te vechten. "Ik denk dat het slecht zou zijn om te stoppen. Dan heb je die prijs voor niks betaald. Je moet op z'n minst de overwinning behalen."

Dat is een vrij hopeloze boodschap, geeft Khatib onmiddellijk toe, zeker uit de mond van iemand die toch bekend staat als de vleesgeworden dialoog. Maar hij vindt tegelijkertijd dat westerse media de strijd nogal eenzijdig belichten, te veel nadruk leggen op alles wat mis kan gaan, op de sektarische strijd die op het punt van uitbreken zou staan. Er gebeuren ook goede dingen in Syrië, wil hij maar zeggen. "In het noorden (dat min of meer in handen van de rebellen is, red.) zijn mensen heel goed georganiseerd. Ze zorgen dat de stoplichten het doen, dat er voldoende voedsel is voor iedereen. Het zijn vreedzame mensen, met een open hart."

Bovendien: "Ook in de dorpen die zwaar getroffen zijn, vinden nog demonstraties plaats waarin de bevolking scandeert 'Wij zijn één hand.' " Het is de leus uit het begin van de opstand, toen die nog vreedzaam was. Het was de tijd dat demonstranten wilden benadrukken dat zij één front vormden - van soennieten, sjiieten, alawieten, christenen, Koerden. Alle bevolkingsgroepen van het land keerden zich - als één hand - tegen het regime.

Khatib wil daar geen kanttekeningen bij plaatsen. Dat de opstand een steeds soennitischer karakter heeft gekregen, met rebellenmilities die zichzelf steeds meer van islamitische retoriek en symbolen bedienen, vindt hij logisch en niet verontrustend. "Ze hebben een identiteit nodig. Alle groepen in de regio hebben een duidelijke identiteit. Waarom zouden soennieten dat niet mogen? De media praten steeds over de alawieten en de minderheden - maar nooit over de meerderheid. Terwijl de soennieten vijftig jaar lang geen rechten hebben gehad."

Over mogelijke radicalisering van de rebellen maakt Khatib zich dan ook geen zorgen, en ook niet over de (toenemende) invloed van orthodoxe salafisten op de gewapende opstand. "Het woord salafist zegt niets. Er zijn zoveel soorten salafisten. Je hebt vrijdenkende salafisten, fanatieke salafisten. In Syrië zijn de meeste salafisten heel open. Ik ben hun favoriete sjeik, ik ken hun ideeën. Het zijn gematigde, tolerante mensen. Of ze voorstander van democratie zijn? Democratie is een woord voor een bepaald politiek systeem. Ik ben niet geïnteresseerd in woorden, ik wil dat mensen hun rechten hebben. Als het woord democratie iemand niet aanstaat, dan zeg ik: prima, het gaat om de kern. Wil je vreedzaam samenleven met andere mensen? Als diegene ja zegt, is het prima. Het is niet zo ingewikkeld als het soms lijkt."

Khatib wil ook niets weten van de suggestie dat een geprononceerd onderscheid tussen soennieten en alawieten na de eventuele val van het regime voor problemen kan zorgen. Hoe ga je straks weer als één volk verder? "Het regime probeert te suggereren dat er burgeroorlog uitbreekt als het valt, dat het een bloedbad wordt onder minderheden", zegt Khatib. "Dat is een leugen. Mensen haten degenen die hen martelen en doden, maar zij haten niet specifieke groepen."

Ook een recent artikel in de New York Times overtuigt hem niet van het tegendeel. De Amerikaanse verslaggever tekende daarin gesprekjes op die hij had met Syrische kinderen in een vluchtelingenkamp in Jordanië. Stuk voor stuk zeiden ze na hun terugkeer alle alawieten te willen vermoorden. Khatib: "Dat is geen bewijs dat mensen in zulke algemene termen haten. En trouwens - ik vind het niet leuk om te zeggen - maar als je naar de andere partij kijkt, daar is het nog veel erger. Veel alawieten zaaien slechte zaadjes in de harten van hun eigen mensen."

Khatib is hoe dan ook optimistisch dat 'wijze leiders' dit soort ideeën weer kunnen bijbuigen, na de val van het regime. Maar dan vertelt hij een anekdote, die aangeeft hoe moeilijk dat zal worden. "Een vriend uit Deraa, zijn broer is arts, vertelde me dat een op de drie kinderen onder de tien daar weer in bed plast. Uit pure angst. Er zijn mensen gemarteld, kinderen ook. De neef van Assad is daar hoofd van de veiligheidsdienst. Toen een delegatie van vaders naar hem toe kwam om te informeren naar hun verdwenen kinderen, zei hij hele slechte dingen. Hij zei: 'Ga naar je vrouw, neuk haar, maak maar nieuwe kinderen en vergeet deze.' "

"Dat is niet makkelijk. Je moet je goed realiseren wat mensen moeten doormaken."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden