opinie

Het succes van vredesmissies staat of valt niet met geld, maar met vertrouwen

Manschappen uit verscheidene landen oefenen in Nederland voor inzet in Mali.Beeld ANP

Meer geld, meer manschappen, dat is vaak het recept om een falende vredesmissie te redden. Maar ze helpen weinig als je niet investeert in vertrouwen, schrijft Scott M. Weber, voorzitter van Interpeace, een internationale organisatie voor vredesopbouw.

Het gesprek over hoe we de vrede moeten bewaken in een wereld met een groeiend aantal conflicten, draait vaak uit op geld. Zoals bij het recente debat over de Navo-bijdragen waar president Donald Trump bij zijn bondgenoten aandrong op verhoging van het defensiebudget. Een geluid dat we al kennen van zijn voorgangers: sinds 2006 voerde zowel George Bush als Barack Obama een vergelijkbare agenda.

Toch moet het echte gesprek niet gaan over een of ander willekeurig begrotingspercentage. Het moet gaan over wat we voor al die dollars en euro's krijgen. En als je kijkt naar de militaire uitgaven die Navo-partners de afgelopen vijftien jaar in Irak en Afghanistan hebben gedaan, kun je vrij stellig beweren dat dit nog niet tot meer vrede en stabiliteit heeft geleid. Was de uitkomst anders geweest als er meer geld was uitgegeven?

Onlangs publiceerden de VS hun vierde rapport met kennis die is opgedaan tijdens de stabiliseringsmissie in Afghanistan. Het kritische document laat duidelijk zien dat de grootste uitdagingen van de missie weinig met geld te maken hadden, maar meer met een gebrek aan kennis en met de gebruikte methodes. 

Een van de conclusies: er is meer aandacht voor vredesopbouw nodig. Werk dat ook geld kost, maar vooral draait om iets dat een stuk lastiger in waarde is uit te drukken: vertrouwen.

Hardnekkige overtuiging

Want hoe verschillend al deze missies ook zijn, de behoefte aan vertrouwen is wat ze gemeen hebben. En als het herstellen of opbouwen van vertrouwen niet een van de belangrijkste uitgangspunten is, zijn ze gedoemd te mislukken. Dankzij recente ervaringen zoals omschreven in het genoemde rapport, is het steeds duidelijker dat er een omslag in denken nodig is.

Eenvoudig zal dat niet zijn. We hebben het over een complexe sector, waar miljarden in omgaan. En waarin overheden, internationale organisaties, ngo's en het bedrijfsleven allemaal een rol spelen. Bij een belangrijk deel van die betrokken partijen bestaat nog altijd de hardnekkige overtuiging dat het inzetten van meer politieagenten en soldaten gelijkstaat aan meer stabiliteit. Daarnaast blijkt het lastig om rekening te houden met de specifieke geschiedenis van een land en de onderliggende verhoudingen die hieruit voortkomen.

Laat ik wat voorbeelden geven. Eerder dit jaar werd de VN-missie in Liberia na vijftien jaar afgerond. Om de onrust in het land het hoofd te bieden, zetten de VN op enig moment in op de uitbreiding van het aantal politieagenten. Hiermee onderschatten de VN de angst die de politie inboezemde na jaren van onderdrukking tijdens het bewind van de verdreven dictator Charles Taylor. Een toename van diezelfde politiemacht werd door de bevolking dan ook eerder als een dreiging ervaren dan als voorbode van vrede.

Of neem Mali, waar het Nederlandse leger actief is. Hier is het niet per se zo dat de dorpen in het noorden sympathiseren met de extremisten. Het is eerder zo dat ze de extremisten minder wantrouwen dan de overheid. Dergelijke, structurele problemen los je niet op met een grotere troepenmacht of meer politieagenten, maar door aan de vertrouwensrelatie te werken. Tussen de mensen onderling. Tussen de mensen en de staat. En tussen de bevolking en de soldaten of agenten die hen moeten beschermen.

Driehoek

Hoe pak je dat dan aan? In ieder geval door de bevolking, of de legitieme vertegenwoordigers van die bevolking, in een zo vroeg mogelijk stadium bij het vormgeven van de missies te betrekken. Over de VN wordt wel eens smalend gezegd dat als plan en praktijk niet overeen blijken te komen, het plan hoe dan ook zal zegevieren. In een vroeger stadium de samenwerking zoeken met de mensen om wie de missie draait, kan helpen deze tirannie van de tekentafel in te dammen.

Daarnaast is het zaak om niet vóór, niet tégen, maar mét de overheid te werken. En hierbij te accepteren dat je dikwijls met een overheid te maken hebt die sterk verzwakt is. Ze kan lang niet alles, maar je hebt de overheid wel nodig om toegang te krijgen tot de juiste instituties en je werkzaamheden van legitimiteit te voorzien.

Dit geldt zowel voor de internationale geldschieters als voor de in het land werkzame ngo's. Beide zijn sterk gebaat bij een gebalanceerde driehoeksverhouding met de lokale overheid. Ook het nastreven van deze balans draait voor een belangrijk deel om vertrouwen.

Belastingbetaler

Want het is dit vertrouwen tussen de verschillende groepen in de samenleving en tussen de bevolking en de staat dat kan uitmonden in een sociaal contract waar iedereen van op aan kan. Als vredesmissies daadwerkelijk trouw zijn aan het streven om uiteindelijk niet meer nodig te zijn, dient alles wat er gedaan wordt in het teken te staan van het opbouwen van dit vertrouwen. En gezien de grote hoeveelheden overheidsgeld die naar dit soort missies gaan, mogen belastingbetalers ook eisen dat dit doel echt centraal blijft staan.

Ten slotte is het nodig manieren te vinden om dit werken aan vertrouwen, dit weerbaar maken van gemeenschappen, ook echt meetbaar te maken. Meten is weten, en dat geldt zeker voor een sector waarin miljarden omgaan. Als je wilt dat zo'n sector verandert, dien je dat zo goed mogelijk te kunnen onderbouwen. 

Door te leren van gemaakte fouten, maar ook door de cijfers voor je te laten spreken. Zodat nog meer partijen de urgentie voelen om de vredesmissies die de wereld zo hard nodig heeft vanuit een andere grondgedachte in te vullen.

Lees ook: 

'In Mali maken we keuzes waarvan Napoleon al wist: zo moet het niet'

Tijdens haar bezoek aan Mali kreeg minister van defensie Ank Bijleveld van Nederlandse militairen een hele lading op- en aanmerkingen op het reilen en zeilen van missies.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden