Het succes ligt in de kelder

Er worden nogal wat musea verbouwd in Nederland en België. In Antwerpen leidt dat tot allerlei experimenten, tot gewaagde combinaties. En die pakken geweldig uit. Het publiek stroomt toe.

Het museum is al bijna een jaar dicht, maar de bezoekcijfers zijn gestegen. Raar maar waar. Bij het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. (KMSKA) zijn ze nog steeds niet van de verbazing bekomen. Afgelopen voorjaar sloot het museum de deuren vanwege een verbouwing die tot diep in 2017 duurt. Maar in plaats van kelderende bezoekcijfers boekte het 'gesloten' museum in 2011 een record aantal van 277.000 bezoekers. Het museum is dan wel dicht, delen van de collecties blijven in wisselende samenstellingen zichtbaar op diverse plaatsen in Antwerpen en ook daarbuiten, onder meer in Lier en Mechelen. En die dynamiek spreekt het publiek kennelijk aan.

Een langdurige verbouwing mag in eerste instantie een ramp lijken voor een museum, er zitten ook positieve kanten aan, is de ervaring in Antwerpen. "Je gaat met heel andere ogen naar de collectie kijken", zegt curator Siska Beele. Niet alleen omdat er alvast nagedacht moet worden over de indeling van het vernieuwde museum, dat straks bijna de helft groter is, de langdurige sluiting geeft ook de gelegenheid om te experimenteren met de collectie. Beele: "De exposities die we de komende jaren willen organiseren, zien we als laboratoriumproeven."

En die kunnen heel verfrissend uitpakken, leert de tentoonstelling over Nederlandse kunst uit de negentiende en twintigste eeuw in de Koningin Fabiolazaal, in het centrum van Antwerpen. Voorheen het Veiligheidsinstituut, nu ingericht als expositieruimte voor het KMSKA. Daar hangt zomaar een prachtig schilderij van Kees van Dongen, de beroemde societyschilder die vooral bekendstaat om zijn kleurrijke portretten van vrouwen. Op dit schilderij staat - nogal ongewoon voor Van Dongen - Monseigneur Gerasimos Messara afgebeeld, de Metropoliet van Beiroet. Beele: "Het is een topstuk, maar het hing al jaren in het depot omdat het nergens goed bij paste. En kijk nou eens", zegt ze en wijst naar de combinatie die ze heeft bedacht. Naast het uit 1928 daterende portret van de priester in zijn kleurrijke gewaad, met veel goud, groen en rood, heeft Beele heel brutaal het schilderij Groen Wiel Rood (1965) van Bram Bogart gehangen. Een uiterst vereenvoudigd schilderij dat slechts uit enkele kleurvlakken (groen en rood) bestaat, in vuistdikke lagen aangebracht.

En zo zijn er meer verrassende combinaties op deze tentoonstelling, waarbij je afvraagt waarom het musuem zoveel moois jarenlang heeft verborgen in het depot. Om er nog maar één te noemen: naast het schilderijtje van een aardappelrooister van Vincent van Gogh, dat altijd op zaal hing, duiken nu De aardappelrooiers van Willem Witsen op. Beele: "Dat we niet eerder op deze combinatie zijn gekomen, is toch verbazingwekkend."

Het KMSKA is weliswaar een nationaal museum, maar heeft ook een rijke collectie buitenlandse kunst. Onder die buitenlanders zijn de Nederlanders het best vertegenwoordigd. Bekend is de verzameling Hollandse meesters, zoals Rembrandt en Frans Hals, maar ook de Nederlandse kunst uit de negentiende en twintigste eeuw is met meer dan tweehonderd werken royaal vertegenwoordigd. Alleen wist haast niemand dat, omdat er nooit aandacht aan werd besteed. Het museum maakt dat nu meer dan goed: tot 19 augustus zijn zestig schilderijen, aquarellen en tekeningen geselecteerd uit deze collectie, die zonder een duidelijk plan is ontstaan.

Dat maakte het samenstellen van de expositie niet gemakkelijk, vertelt Beele. Want zomaar zestig werken als los zand naast elkaar tonen, daarmee vertel je geen verhaal. Er lopen nu drie verhaallijnen door de tentoonstelling. Allereerst komt de geschiedenis van de moderne kunst in Nederland aan bod. Van het oudste schilderij op deze expositie, een landschap bij Kleef (1846) van de schilder Koekkoek tot werk van Co Westerik uit 2007. Dan volgt het verhaal van de artistieke relaties tussen Nederland en België. Veel Nederlandse kunstenaars trokken in de negentiende eeuw naar België, vanwege het goede (en gratis) kunstonderricht in Antwerpen en het gunstige kunstklimaat in Brussel. De bekende poezenschilderes Henriëtte Ronner-Trip ging in 1850 met haar man in Brussel wonen omdat daar een markt voor dierenschilderijen was.

Tenslotte wordt ook verteld hoe het KMSKA aan deze verzameling Nederlandse kunst is gekomen. Aanleiding was ooit de constatering dat er zo weinig kunst uit het land van Rembrandt in huis was. Het museum is zelf gaan aankopen, maar ook verzamelaars en mecenassen als Henri Hymans en Johannes Fredericus Samuel Esser verrijkten het museum met waardevolle aanwinsten. De Nederlandse staat droeg eveneens bij, in het kader van de verspreiding van Nederlandse cultuur in het buitenland.

Vooral het verhaal achter de schenking van Esser is bijzonder. Hij was een bekend arts en plastisch chirurg en een verwoed kunstverzamelaar met een grote voorliefde voor Breitner, Sluijters en Mondriaan. Toen zijn collectie was uitgedijd tot 800 werken, besloot hij deze op te delen. In 1934 gaf hij 300 werken aan het KMSKA met de bedoeling dat het museum die langdurig in bruikleen zou nemen. In ruil beloofde hij het museum een aantal werken. De museumcommissie ging niet akkoord en vond dat Esser de werken terug moest halen. Die was naar Amerika geëmigreerd, maar bleek inmiddels overleden. In 1949, enkele jaren na zijn dood, haalden de erfgenamen van Esser de collectie terug. En zoals beloofd mocht het museum een aantal schilderijen uitkiezen, waaronder twee Breitners, de aardappelrooisters van Witsen, een Israëls en een naakte vrouw van Jan Sluijters.

Beele: "De Breitners hingen wel veel op zaal, maar het is toch ongelooflijk dat we nog zo weinig hebben gedaan met al die andere schatten in de museumkelders." Ze wijst naar een stadsgezicht van IJsselstein van Weissenbruch. Een pareltje, vindt ze, dat ten onrechte nooit te zien was. Daarom was het al in langdurig bruikleen gegeven aan het stadsmuseum in IJsselstein, dat het voor deze expositie weer tijdelijk heeft afgestaan aan het KMSKA. Nu ze het ziet hangen, heeft Beele inmiddels spijt dat het in bruikleen is gegeven. Nu ziet ze ineens hoe fraai dit stadsgezicht te combineren is met andere typisch Nederlandse genres, zoals het weidse landschap met koeien, pittoreske stadjes en dorpen, de zee en het vissersleven. Ze heeft er een aparte zaal aan gewijd met de titel: Dit is Nederland. Ze zegt het met enige schaamte: "De werken die hier hangen, komen allemaal uit het depot."

De locaties
Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen is dicht, maar delen van de collectie zijn op diverse plaatsen te zien, zoals in het Museum aan de Stroom (MAS), de Onze Lieve Vrouwekathedraal en de Koningin Fabiolazaal in Antwerpen, het Stedelijk Museum Lier en Museum Schepenhuis Mechelen, www.kmska.be

De expositie De Modernen. Kunst uit Nederland is tot 19 augustus te zien in de Koningin Fabiolazaal, Jezusstraat 28, Antwerpen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden