Het studentenoproer begon in Tilburg

Studenten bezetten het Maagdenhuis. De geschiedenis lijkt zich te herhalen: ook in het voorjaar van 1969 drongen actievoerders door tot het bestuurscentrum van de Universiteit van Amsterdam. Maar het oproer van toen begon in Tilburg.

De kapitalistiese maatschappij is als een bloeiende kaktus; ga er niet te diep in zitten. Zo luidde de tekst op een van de spandoeken die werden opgehangen tijdens de bezetting van de Katholieke Hogeschool Tilburg (KHT) in het voorjaar van 1969. Het maakte duidelijk waar het hart van de initiatiefnemers van de actie lag. Zij hadden linkse sympathieën. Al in februari van dat jaar hadden zij boven de ingang van de KHT een nieuwe naam geschilderd: Karl Marx Universiteit.

Op de avond van 28 april bezetten zij de senaatszaal, nadat de leiding van de hogeschool opnieuw geweigerd had in te gaan op de eis voor meer inspraak voor studenten en medewerkers. De rector-magnificus verklaarde tegenover een aanwezige radiojournalist dat hij geen reden zag om in te grijpen. De verslaggever vroeg wat daarvoor wel een aanleiding zou zijn. Een bezetting van de telefooncentrale, was het antwoord.

De actievoerders gingen graag op die uitnodiging in. Niet veel later drongen studenten ook de telefooncentrale binnen. De leiding van de KHT sloot daarop de opleiding. Voor negen dagen was de hogeschool van de bezetters.

De KHT was een van de parels van de katholieke zuil. De opleiding begon in 1927 als Roomsch Katholieke Handelshogeschool, vanaf 1936 werd het Katholieke Economische Hogeschool en vanaf 1963 KHT. Hier werden jongemannen, en een enkele jonge vrouw, klaargestoomd voor een mooie positie in het bedrijfsleven. Ondernemers met de juiste geestelijke bagage en een correct religieus kompas moesten ze worden.

Ook de Katholieke Volkspartij (KVP) profiteerde van het instituut in Tilburg. Jan van den Brink, minister van economische zaken tijdens de wederopbouw en met zijn 32 jaar de jongste bewindsman ooit, was er cum laude afgestudeerd. Jan de Quay, premier van 1959 tot 1963, had er gedoceerd. Hetzelfde gold voor langjarig partijleider Carl Romme. Die kreeg rond zijn afscheid van de actieve politiek nog een eredoctoraat op de KHT.

De bezetters zetten al ver voor hun actie vraagtekens bij de autoritaire bestuursstijl van de bestuurders van de opleiding. De hiërarchie was bijna net zo strikt als in de katholieke kerk zelf. De manier van doceren beviel de bezetters evenmin. Studenten werden gevormd tot brave ja-knikkers, radertjes in het systeem van 'het grootkapitaal' en 'het militair-industrieel complex'. De actievoerders wilden een kritische universiteit.

Lang niet alle links-radicale eisen en jargon vonden ingang bij de meerderheid van de studenten van de KHT. Er was in die jaren wel wat gaan schuiven. In naam waren ze dan wel rooms-katholiek, maar velen twijfelden over het geloof of de invulling daarvan. De vrije geest van de jaren zestig was ook over hen gekomen. De noodzaak van meer inspraak zagen de meesten wel in.

De beslissing van de leiding van de KHT om de hogeschool tijdelijk te sluiten, speelde de bezetters in de kaart. Het wekte de woede van studenten, waarvan velen vlak voor examen zaten. Die voegden zich nu maar bij de actievoerders. In het bezette gebouw vonden levendige debatten plaats en er werden volop culturele activiteiten georganiseerd zoals optredens van popbandjes.

Na negen dagen bezetting toonde het curatorium van de KHT enige bereidheid om tenminste te praten over democratisering. Verdere toezeggingen deed het niet. De meest radicale actievoerders vonden dat absoluut onvoldoende. Maar de meerderheid van de studenten vond de concessie een overwinning. Door die tweespalt kwam de actie ten einde.

De bezetting in Tilburg, overduidelijk geïnspireerd door studentenacties in onder meer Parijs en Berlijn in het roerige jaar 1968, zette op haar beurt weer Nederlandse jongeren aan hun rechten op te eisen. De Nederlandse Studentenraad had al laten weten: "Dit is maar een begin. Wij gaan door met de strijd."

De geest was inderdaad uit de fles. In de loop van 1969 vonden tal van acties plaats op middelbare scholen, hogescholen en universiteiten. De meest legendarische was de bezetting van het bestuurscentrum van de Universiteit van Amsterdam, het Maagdenhuis, een week na het einde van de bezetting in Tilburg. Anders dan in Noord-Brabant maakten de studenten er niet zelf een einde aan. Op 21 mei ontruimde de politie het pand aan het Spui.

De democratisering van het hoger onderwijs kreeg mede onder invloed van alle protesten wel vorm. Dat gebeurde binnen de opleidingen, maar ook landelijk. In 1970 werd de Wet universitaire bestuurshervorming aangenomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden