Het stoplicht omarmd

interview| Dertig jaar oud is de fameuze stoplichtgrap van Herman Finkers inmiddels en nog steeds springlevend. Sinds kort omarmt de gemeente Almelo zijn spreuk. Als dank schreef Finkers een cd vol lofliedjes over de Twentse provinciestad, die hij vandaag presenteert.

Rijdt Herman Finkers door Almelo, dan zuigt hij zichzelf terug in de tijd. Zoals op De Riet, de wijk met de kleine huizen die tussen de twee oorlogen is gebouwd voor de textielarbeiders. Het is de wijk waarin Finkers opgroeide. Hij ziet zo weer de groenstroken voor zich die nu zijn getransformeerd tot parkeerhavens. Het erf rondom een stadsboerderijtje waar nu nieuwbouwhuizen staan. Valt zijn oog op de achterom naar zijn ouderlijk huis, dan vertelt hij hoe hij tussen de twee muurtjes omhoog klauterde. Of als een pijl vanuit het gangetje de weg over schoot in de hoop dat er geen auto aankwam. "Kijken wie durft, daar ging het om."

Het zijn deze en heel veel andere herinneringen waaruit hij putte bij het schrijven van de nummers voor zijn nieuwste cd 'Koo wit de floo in Almelo'. Een eerbetoon aan Almelo moet het zijn, twaalf poplofliedjes grotendeels in het Twents over de provinciestad waar Finkers ruim dertig jaar doorbracht. De cabaretier sloeg aan het schrijven toen hij zag dat de gemeente Almelo zijn stoplichtuitspraak na jaren eindelijk omarmt. 'Almelo, altijd wat te doen' valt nu overal te lezen: op reclameborden vastgeklampt aan lantaarnpalen, op bierviltjes in de kroeg.

Dertig jaar geleden is het inmiddels dat Finkers zijn geboorteplaats op de kaart zette met een uitspraak waar elke Almeloër bij voorstelrondjes nog aan wordt herinnerd. In zijn voorstelling uit 1985 beschrijft hij op zijn droogkomische toon het uitgaansleven van de stad. "Eén stoplicht springt op rood, een ander weer op groen, in Almelo is altijd wat te doen." Een vaak verkeerd geciteerde zin, benadrukt Finkers tijdens een rondleiding door zijn stad. Dan veranderen 'één' en 'een' in 'het stoplicht' en lijkt het alsof Almelo maar één kruispunt telt. "Terwijl Almelo natuurlijk een metropool is (72.000 inwoners, red.) waar het wemelt van de stoplichten."

Eén of meer verkeerslichten, de boodschap blijft voor velen hetzelfde: Almelo is het centrum der saaiheid, een provinciestadje waar je overdag een kanon kunt afschieten en vooral niet moet zijn. In een onderzoek uit 2004 van de Rabobank en MKB Nederland wordt zelfs gesproken van het 'Herman Finkers-effect'. De cabaretier zou een van de oorzaken zijn van het negatieve imago van Almelo. In hetzelfde rijtje staan het lage opleidingsniveau, de hoge werkloosheid en het onverwerkte textielindustrieverleden. Finkers denkt er het zijne van. "Dit soort onderzoeken is erg slecht voor het imago van Almelo dat ik in al die jaren zo zorgvuldig heb opgebouwd", reageerde hij destijds.

Relativerende inborst

Ironie? Nee hoor, vertelt hij in een café in het centrum van Almelo. "Volgens mij heeft Almelo helemaal niet zo'n slecht imago. Als je aan de gemiddelde Nederlander zou vragen wie hij sympathieker vindt, een Amsterdammer, een Hagenees, een Eindhovenaar of een Almeloër, dan denk ik niet dat Almelo onderaan eindigt. Het ligt er maar aan wat je met imago bedoelt. Als je bedoelt dat er geen spectaculaire dansparty's zijn en hordes Aziatische toeristen onze kathedralen komen fotograferen, dat klopt. Maar er heerst een prettige sfeer die ik heb omschreven als 'koo wit de floo', Engels op z'n Almeloos uitgesproken."

Zijn nieuwe album ziet hij dan ook zeker niet als Wiedergutmachung. "Dat doe je als je je ergens schuldig over voelt. Dat voel ik me helemaal niet. Ik ben trots op die zin. Ik heb daarmee, vind ik, het imago van Almelo flink omhoog gevijzeld. De gemeente brak dat goede imago juist weer af door vlak voor de millenniumwisseling overal plakkaten op te hangen met de tekst: 'Almelo is klaar voor de twintigste eeuw.' Terwijl we de eenentwintigste eeuw in gingen. Dat haalde toen ook het journaal en de krant, in die zin hebben ze zich wel op de kaart gezet. Maar het is veel verloren geld, terwijl iets over een stoplicht zeggen niets kost."

Dat de gemeente tot twee jaar geleden niets van zijn stoplichtzin wilde weten, getuigt volgens Finkers vooral van slechte kennis van de lokale volksaard. Almeloërs kunnen wel tegen een stootje en moesten juist het hardst lachen om zijn grap. "Ze gaven me allemaal groot gelijk. Je kunt het vergelijken met een man die weet dat hij niet de mooiste vrouw ter wereld heeft, maar wel heel gek is met haar. Je moet dan niet van hem verlangen dat hij zegt: mijn vrouw is mooier dan Miss Universe. Almelo is natuurlijk niet mooier dan Amsterdam of Utrecht, maar we houden wel meer van Almelo omdat het er prettig toeven is. 't Is hier relaxed en het heeft alles wat een stad kan bieden: bibliotheken, scholen, station, muziekschool, zwembad, theater."

Die relativerende inborst kan ook buiten Almelo op waardering rekenen, meent Finkers. "Vorig jaar is voor het eerst een voorstelling van mij uitgezonden in België. Toen belde een journalist van weekblad Humo en het eerste waar hij over begon, was Almelo. 'Daar moeten we toch eens een keer naar toe, dat lijkt mij een heel fijne stad', zei hij. Toen ik vroeg waarom, begon hij over dat stoplicht. Die humor kende hij niet en vond hij interessant." Zie, zegt Finkers, hij heeft zijn stad alleen maar een dienst bewezen. "Je maakt reclame voor Almelo door iets typisch Almeloos te laten zien, en dat is in de vorm van zelfspot en humor. Niet door te zeggen: Almelo is geweldig en super en de mooiste stad van de wereld."

Trots

Logisch dus dat de vorige stadsspreuk - 'Almelo is zo!' - niet aansloeg, meent Finkers. "Ik zag een Almeloër naar een bumpersticker kijken waar die tekst op stond, zei die man: 'Je moet het niet overdrijven hè.' Dan worden de bestuurders en reclamemensen, die vaak van buiten Almelo komen, boos op de Almeloërs omdat ze niet met de duimen omhoog lopen. Maar ja, je kunt toch veel beter trots zijn op hoe bescheiden de Almeloër is, dan proberen die mentaliteit te veranderen die al die eeuwen zo is gegroeid? Dat komt nog uit de tijd dat Twente geen bescherming had van een graaf of bisschop en rovers er op los plunderden. Mensen hielden zich gedeisd, op de vlakte. Die mentaliteit krijg je er toch niet uit."

Bescheiden zijn ze dus, die Almeloërs. Wars van dikdoenerij en opschepperij, zingt Finkers. Toch klinkt op de cd ook onvervalste trots door. Dat Steve Mokone als eerste zwarte voetballer in Nederland bij Herácles speelde. Dat de stad de eerste zwarte Sinterklaas voortbracht. De eerste moskee. Miss World Azra Akin, zangeres Ilse DeLange, presentatrice Daphne Bunskoek, astronaut Wubbo Ockels.

"Het is een ander soort trots dan wanneer je jezelf op de borst slaat", meent Finkers. "Het is meer constateren. Die en die komen er allemaal vandaan en het zijn op een enkele uitzondering na wel prettige mensen." Die uitzonderingen benoemt hij ook op zijn album. Zo komt de Pakistaanse atoomgeleerde Abdul Kahn voorbij, in de jaren zeventig spion bij de vestiging van Urenco in de stad. Waar hij zijn atoombom vandaan heeft? 'Oet Almelo', laat Finkers Kahn zingen. "Zo is het wel. Als IS met behulp van Pakistan een atoombom laat ontploffen, komt die uit Almelo."

Het moest ook geen halleluja-cd worden. "Als je begint, ga je idealiseren, maar dan wordt Almelo een Arcadië dat nooit heeft bestaan." Daarom schreef hij niet alleen nostalgische liedjes over de lelijke buurvrouw en de blinde melkboer, maar ook met een rapper een Turks-Twentse tekst over de Almelose mengelmoes. 'Eerlijker' teksten, aldus Finkers. Over de jeugd die in het Almeloos - Nederlands noch Twents - wordt opgevoed en buiten de stad maar blijft hannesen met dat accent vol lange klinkers. Over de onuitputtelijke bouwdrift.

Veranderingswoede, noemt Finkers dat laatste. Hij kan zich kwaad maken over het gemak waarmee historische gebouwen tegen de vlakte zijn gegaan om plaats te maken voor nietszeggende kantoren en appartementen. "In de oorlog is veel gevochten en vernield rond het station. Maar daarna kwam pas de echte sloop. Wat ze in de oorlog hebben vergeten, is daarna door projectmakelaars kapotgemaakt, zeggen we weleens. Waarom maken ze geen appartementen van de oude fabrieken? Dan krijg je veel meer een stad met kloten." Neem de oude gevangenis, wijst hij in een zijstraat van het Waagplein, daar is nu een hotel van gemaakt. "En met smaak ingericht."

Kale merel

Finkers wijdde een van zijn nummers aan de sloopdrift. Wat hebben ze je te pakken gehad, zingt hij op de muziek van 'Blackbird' van The Beatles. Hij vergelijkt de stad met een merel die door een kat te grazen is genomen en met amper nog een veer aan z'n lijf stug doorzingt. Lieten de Britten tijdens het nummer vogels kwetteren, Finkers laat heipalen horen. Arm Almelo, dat is wat hij struinend door de straten denkt. Hoe anders had het kunnen lopen als de graaf van Almelo de hele stad in handen had gekregen, mijmert Finkers. Al eeuwen bezit de adellijke familie Van Rechteren Limpurg een landgoed dat zich uitstrekt van het centrum van Almelo tot landerijen ver daarbuiten. Hier geen bedrijventerreinen, maar goed onderhouden bossen en weidse weilanden. Twents land zoals Finkers het graag ziet. Niet voor niets verhuisde hij alweer jaren geleden naar een boerderij in Beuningen aan de Duitse grens. "Je zou de klok moeten terugdraaien en de stadsplanning opnieuw moeten doen", zegt hij met een blik op de statige lanen rondom de havezate van de Van Rechteren Limpurgs. "Ik zou dan alles overlaten aan de graaf, terwijl die niet eens katholiek is."

Uiterlijk mag Almelo dan niet meer de plek zijn van zijn jeugd, het heeft nog altijd genoeg karakter voor een cd, meent Finkers. Hij hoopt dat Almeloërs zich herkennen in zijn liedjes over de stad. En mensen van buiten, want zo gek veel anders dan een andere stad is Almelo in zijn ogen nou ook weer niet. "Als je zingt over iets specifieks, zing je eigenlijk over iets heel algemeens. In Amsterdam heb je ook buurtjes waar je een bal tegen de muur schopte, alleen zijn de huizen er hoger. Dat is het verschil."

Al is Finkers blij dat hij niet in een van die hoge huizen is geboren, maar in het 'niks te grote en niks te kleine' Almelo. Inmiddels lijkt het gemeentebestuur daar ook vrede mee te hebben. Het nam recentelijk niet alleen Finkers' stadsspreuk over; toen de cabaretier in december zestig werd en in het kleine stadstheater een verrassingsfeest voor hem was georganiseerd, gaf de gemeente hem een bijzonder cadeau. Bij de zaal die sindsdien zijn naam draagt, hangt een stoplicht. Loopt er een voorstelling, dan staat het licht op rood. Kunnen bezoekers de zaal binnengaan, dan springt het op groen.

Herman Finkers

Na de hbs in Almelo ontdekt Herman Finkers (1954) tijdens zijn studie psychologie in Groningen zijn talent voor cabaret. Hij wint op het Camarettenfestival van 1979 drie prijzen en trekt twintig jaar lang langs de theaters met voorstellingen als 'EHBO is mijn lust en mijn leven' en 'Kalm aan en rap een beetje'. Tot 2000. De inspiratie is weg, hij trekt zich terug. Kort daarna krijgt hij te horen dat hij chronische lymfatische leukemie heeft. In 2007 keert hij terug op de planken met 'Na de pauze'. Daarna volgen de cd's 'Liever dan geluk' (2010) en 'Koo wit de floo in Almelo' (2015), beide medegeproduceerd door zijn muzikale kompaan Daniël Lohues. Eind dit jaar neemt hij de Vara-oudejaarsconference voor zijn rekening.

Azra, Ilse, Daphne en zo,

O, de mooiste meeks hef Almelo.

Van miss World töt astronaut,

't is ammoal hier in Almelo bouwd.

Ene Kahn in Pakistan kwam der met

'n atoombom an.

"Woar vun ie den dan?" vreugen ze,

Kahn zee: "O,

den kump oet Almelo."

De een leest hier een stukkie uit de Koran

de ander een encycliek.

Maar hun vaders stonden naast elkaar

in de textielfabriek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden