Het stempel van het leven met hiv

Leven met hiv is heftig, zo bleek uit de 33 verhalen die de jury ontving. Al zijn er ook schrijvers met een zonnige blik: „Je kunt beter hiv hebben dan dat je rookt.”

Van onze verhalenjury

Bent u of kent u iemand die moet leven met hiv? Zo luidde enige weken geleden de uitnodiging voor de schrijfwedstrijd van Trouw en het Aids Fonds. Ruim dertig schrijvers gaven daaraan gehoor: vooral hiv-patiënten, maar ook verpleegkundigen, wereldreizigers, een geestelijk verzorger. Hun verhalen belichten vrijwel alle facetten van het leven met hiv, het virus dat aids veroorzaakt en inmiddels een chronische ziekte is.

Dat wil zeggen: in het rijke Westen, waar verzekeraars de dure aidsremmers gewoon vergoeden. In arme landen is hiv nog steeds een doodvonnis, zo benadrukken veel schrijvers. Via hen maakte de jury kennis met een weesjongetje in Kenia, dat sterft aan aids. En met de zwangere, Afrikaanse Emily, illegaal in Nederland. En met Pia, gevlucht uit de hel van Congo en in Nederland misbruikt en besmet met hiv.

Indringende portretten, die de jury niet gauw zal vergeten. Dat geldt ook voor de verhalen van de ervaringsdeskundigen: de hiv-patiënten die elke dag pillen moeten slikken, die vrienden verloren aan aids, die beschrijven hoe de ziekte hun leven compliceert maar vaak ook verrijkt.

Dat was een van de rode draden: dat hiv óók goede kanten heeft. ,,Ik had het zo graag willen missen, maar het zij gezegd”, zo schrijft G.H. te Voortwis: ,,Ik heb er een hoop van geleerd.’’ Over zichzelf, over eenzaamheid, over verdriet, maar ook dit: ,,Ik bespeur bij mezelf meer dankbaarheid en blijheid naar het leven, naar mijn vrienden en familie, naar alles wat vanzelfsprekend is en tegelijk ook helemaal niet.’’ Iets vergelijkbaars ervoer Rob de Groot: ,,Ik ontdekte een familie die voor mij klaarstond, die geen oordeel velde over mijn, in hun ogen althans, verwerpelijke levensstijl en die kortom gewoon liefde toonde die ik misschien niet verdiende.’’

De familie speelt niet altijd zo’n positieve rol: in verschillende verhalen figureren boze of bekrompen ouders, die al niet kunnen accepteren dat hun zoon homo is, laat staan dat hij hiv heeft. Ook collega’s, vrienden en buren reageren soms angstig of afwijzend. Zo maakt hiv-patiënt Johan, in een verhaal van Corrie Timmer, het volgende mee op zijn werk: ,,Dan namen sommigen voor de koffie een ’leuke, eigen beker’ mee. Flauwekul natuurlijk. Ze waren gewoon bang om uit een beker te drinken die ik had gebruikt, ook al was-ie door de afwasmachine geweest.’’

Dragers van het virus durven er soms zelf niet over te praten, zoals een anonieme jongen van vijftien: ,,Ik was bang dat ze me vies zouden vinden. Maar ze namen het heel goed op.’’ Vandaar zijn hartekreet: ,,Ik roep iedereen op om erover te praten, het helpt echt!’’

Maar daar hebben lang niet alle hiv-patiënten behoefte aan, zo blijkt bijvoorbeeld uit het verhaal ’Ik zou uw buurman kunnen zijn’ van Vincent Bloem. (Op de Schrijf!-site te lezen onder de titel ’Ik zou uw buurman kunnen zijn’). Voor hem is hiv een chronische ziekte, die hij uitstekend kan combineren met een verantwoordelijke baan. Alleen zijn allerbeste vrienden weten van zijn hiv-besmetting, aan anderen vertelt hij niets ,,omdat ik geen meewarige of agressieve blikken of medelijden wil hebben”. Eenvoudig, concreet en eerlijk vindt de jury dit verhaal: het krijgt daarom de tweede prijs (een pakket boeken rond het thema hiv/aids).

Indruk maakte ook Tineke van der Kruk, met haar verhaal ’De stille revolutie’. Als verpleegkundige zag zij hiv veranderen van een dodelijke in een chronische ziekte. Sommige patiënten hadden hun begrafenis al geregeld en stonden – dankzij de combinatietherapie – als het ware op uit de dood. Van der Kruk beschrijft deze ’lazarus-ervaring’ op heldere wijze, waarmee zij een eervolle vermelding én een stapel boeken verdient.

Tot slot de winnares van deze bijzondere verhalenwedstrijd: Ageeth van der Veen. Zij beschrijft een situatie die zich nog steeds voordoet in nachtelijke ziekenhuizen, hier of elders in de wereld: een piepjonge verpleegster helpt een ernstig zieke aidspatiënt. Dat doet zij zonder ervaring of kennis van protocollen, maar wel met haar hart. Dit verhaal ontroert de jury, ook omdat de schrijfster de gestorven aidspatiënt met zoveel mededogen tot leven wekt. En dus krijgt Van der Veen de eerste prijs: een online Trouw-schrijfcursus en een boekenpakket. Alle andere inzenders wil de jury hierbij graag bedanken voor het delen van hun persoonlijke, soms verpletterende verhalen, en voor het inzicht dat ze ons gaven in hun leven met hiv.

De jury bestond uit Trouw-redacteuren Nicole Lucas en Iris Pronk en Antony Oomen, medewerker van het Aids Fonds.

iAlle inzendingen zijn te lezen op www.trouw.nl/schrijf!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden