Het staatsbezoek van de gemiste kansen

De auteurs zijn resp. journalist bij de Wereldomroep en politiek-antropoloog, verbonden aan de Universiteit Twente.

Dergelijke voorvallen kunnen binnen de Nieuwe Orde van Suharto geen toevalligheden zijn. Evenmin als het op het laatste moment niet aanwezig zijn van Indonesische veteranen bij de kranslegging op het Nederlandse ereveld Menteng Pulo. Hoewel minister Van Mierlo en de woordvoerder van de RVD, Van der Voet, deze voorvallen nu trachten te bagatelliseren en volhouden dat dit bezoek in emotioneel en politiek opzicht bevredigend is verlopen, oordelen de publieke opinie in Indonesië en diegenen in Nederland die de genoemde voorvallen niet als 'toevallig' kunnen zien, daar anders over.

Een grondige evaluatie van de oorzaken van dit 'treurig fiasco' (R. Kousbroek, NRC Handelsblad, 1 september jl.) zal moeten plaatsvinden. Gevreesd moet worden dat dit niet zal gebeuren op de plek waar dit behoort te gebeuren, het parlement. Het zijn immers de vier grote fracties geweest die het snelle besluit van het kabinet (met als hoofdverantwoordelijke Van Mierlo) in januari van dit jaar gesteund hebben om de koningin vier dagen te laat in Jakarta te laten arriveren.

Al te graag zullen de politiek verantwoordelijken zich verschuilen achter argumenten van culturele verschillen tussen beide landen en het ondoorgrondelijke en ondoorzichtige schimmenspel dat zo kenmerkend zou zijn voor de Indonesische politiek. Hoe boeiend en lezenswaardig een analyse vanuit dat perspectief ook is (zie het artikel van prof. Van Peursen in Trouw, 30 augustus jl.), het biedt ons inziens een te beperkte verklaring voor de incidenten. Bovendien is zo'n culturologische benadering te Java-, ja zelfs te Jogja-centrisch. Niet alleen de Batak en de Soembanees, maar vooral de jongeren in Jakarta die zich inzetten voor meer recht en vrijheid, herkennen zich niet in die wajang-verhalen. Een dergelijke benadering gaat bovendien te gemakkelijk voorbij aan politiek-economische factoren die óók van invloed zijn.

Signaal

Wij onderschrijven volledig Van Peursens stelling dat het achterwege blijven van een volmondige erkenning dat “de wortel van het Indonesische zelfbesef niet bij de juridische overdracht ligt (op 27 december 1949), maar in het veel omvattender vrijheidsgevoel dat besloten ligt in de proclamatie van 17 augustus 1945”, de kern vormt van de teleurstelling aan Indonesische zijde over de rede van de koningin. Maar door de koningin pas op 21 augustus te laten arriveren, heeft het Nederlandse kabinet haar ook de pas afgesneden zo'n royale erkenning tijdens het staatsbanket te laten uitspreken.

Het kabinet en parlement hadden begin dit jaar gretig het 'signaal uit Jakarta' gevolgd, dat de aanwezigheid van het Nederlandse staatshoofd op de onafhankelijkheidsdag alleen maar verwarrend zou werken en dat 'het ongebruikelijk is dat buitenlandse staatshoofden bij die gelegenheid aanwezig zijn'. De werkelijke reden is echter een andere. Ver voor de commotie rond het bezoek van Poncke Princen rondom de jaarwisseling had 'Jakarta' al laten weten dat koningin Beatrix van harte welkom zou zijn op 17 augustus 1995. Maar een efficiënte lobby van de veteranen heeft voorkomen dat het kabinet hier op is ingegaan.

Om 'Den Haag' geen gezichtsverlies te bezorgen, kwam toen het bericht 'uit de kringen van Suharto' “dat het beter zou zijn wanneer het Indonesische volk dit feest zonder een buitenlands staatshoofd viert”. Tijdens de Third Indonesia-Netherlands Conference echter, georganiseerd door het Instituut Clingendael te Den Haag op 1 en 2 september jl., werd deze verklaring door de leden van de Indonesische delegatie als 'nonsens' van tafel geveegd. Integendeel, het niet aanwezig zijn, en vervolgens het niet volmondig kunnen erkennen van 17 augustus als de geboortedag van de republiek, heeft geleid tot een gevoel van teleurstelling.

Ook wat betreft die excuses werd in Nederland te gretig geluisterd naar slechts een deel van de 'signalen uit Jakarta'. Zo merkte men wel op wat de Indonesische ambassadeur op 12 januari jl. antwoordde op de vraag of Indonesië excuses verlangde: “Jullie hoeven geen oude koeien uit de sloot te halen, laten we aan de toekomst werken.” Wat bijna niemand toen schijnt te hebben gehoord, is dat hij er vervolgens, kort, aan toevoegde: “maar als ze gegeven worden is dat natuurlijk wel goed.”

In Indonesië wordt het namelijk gezien als een zwaktebod als je om excuses vraagt; de ander moet zelf zo grootmoedig kunnen zijn om excuses te kunnen aanbieden. Zo niet, dan heb je eigenlijk geen gevoel van eigenwaarde (harga diri).

Voor de regering-Suharto was het duidelijk, op grond van de commotie rond het bezoek van Poncke Princen, dat 'Den Haag' de gevoelens van de Nederlandse veteranen kennelijk niet durfde te trotseren, en daarmee, jegens Indonesië, niet ruimhartig kon zijn. Dat Suharto zich desondanks toch coulant opstelde moet daarom vooral begrepen worden uit een politiek pragmatisme omwille van zakelijk profijt dat een hechtere band met Nederland zou kunnen opleveren. Want inmiddels was ook duidelijk geworden dat de koningin vergezeld zou worden door de grootste handelsdelegatie die ooit door Nederland op de been is gebracht.

Achter die coulante houding schuilt echter, op zijn mildst, een gevoel van medelijden en, op zijn hardst, een gevoel van minachting voor de politieke onmacht van de Nederlandse regering en de gretigheid van het zakenleven - een kwetsbare positie voor het Nederlandse staatshoofd, die op elk gewenst moment door de gastheer zou kunnen worden uitgebuit. Dat dit is gebeurd, ligt niet aan het hof of aan het kabinet in Den Haag, al kan men zich afvragen of de Nederlandse ambassade in Jakarta de omslag in de houding van Suharto niet tijdig had moeten signaleren.

Achtergrond

In twee recente interviews met de Wereldomroep (23 en 26 augustus) heeft de oud-strijder en oud-adviseur van de presidenten Soekarno en Suharto, dr. Ruslan Abdulgani, de achtergrond onthuld van de omslag van de aanvankelijke coulante, pragmatische houding van Suharto naar één waarin de incidenten verklaarbaar worden.

In de maanden juni en juli ontstond naar aanleiding van de bisschoppelijke verklaring over de relatie Nederland-Indonesië een debat in Nederland waarin bisschop Muskens de suggestie deed dat het een prachtig gebaar zou zijn indien tijdens het staatsbezoek een krans zou worden gelegd bij het monument voor het Gedung Proklamasi, het standbeeld van Soekarno-Hatta, in Jakarta. De woedende afwijzing van deze suggestie door generaal b.d. T. Meines, voorzitter van een van de veteranenbonden, is in Indonesië zeer slecht gevallen, met name, volgens Ruslan, bij de president. Volgens de informatie van de Indonesiërs waren het die veteranenbonden die al voor de verlate aankomst hadden gezorgd en nu, één maand voor haar komst, wist een belangrijke vertegenwoordiger uit die kring opnieuw de diepste emotionele gevoelens van nationalisme van het Indonesische volk te kwetsen.

Dan moet die ex-koloniale mogendheid nog maar weer eens een gevoelig lesje leren. Vandaar de symbolische boycot van de Indonesische veteranen bij de kranslegging op het ereveld. En ook de veel besproken incidenten tijdens het bezoek kunnen voor een belangrijk deel tegen deze achtergrond worden begrepen.

De aanleiding voor de aankondiging van de politieke executies ligt bij de interne spanningen (na de vrijlating, tegen de uitdrukkelijke wil van de legerleiding in, van Subandrio en twee medegevangenen, moest Suharto een 'tegenzet' doen als 'wisselgeld' om de militairen gezichtsverlies te besparen), maar de aard van die 'tegenzet' en het moment waarop, toen de koningin net in het vliegtuig zat, waren zorgvuldig gepland en troffen doel: het heeft gedurende de drie dagen in Jakarta de Nederlandse delegatie danig ontredderd.

'Andere Indonesië'

Zou het Nederlandse staatshoofd tijdens haar bezoek wel het monument van Soekarno-Hatta hebben bezocht, dan zou ze niet alleen het verleden goed hebben afgesloten, maar had zij ook de hand gereikt naar het 'andere Indonesië' van vandaag, dat tevens het Indonesië van de toekomst zal kunnen zijn. Het perkje waarin het monument staat, is daarvan namelijk de laatste jaren het symbool geworden.

Het is de plaats waar mensenrechten- en vakbondsactivisten, intellectuelen, kritische parlementariërs en vooral studenten en jongeren zich verzamelen om, zoals bijvoorbeeld op 17 augustus gebeurde, hun onafhankelijkheid te vieren. Zij vertegenwoordigen, in de woorden van de Indonesische historicus dr. Onghokham, het streven naar een 'autonomous civil society' te midden van een alom aanwezige Staat. Die demonstratie was een protest tegen en uiting van bezorgdheid over schendingen van mensenrechten en, wat nieuw is, zij getuigde van een groeiend besef onder de jongeren voor het zelfbeschikkingsrecht van de Oosttimorezen, die nu, evenals de Indonesiërs 50 jaar geleden, voor hun onafhankelijkheid strijden.

De Nederlandse politiek heeft het staatshoofd deze kans op een 'handreiking naar de toekomst' onthouden. In plaats daarvan heeft zij met dit bezoek het begin ingeluid van een tijdperk waarin de ééndimensionale zakelijke relatie tussen koopman en ambitieuze partner in Zuidoost-Azië niet veel verschilt van die van de 16de-eeuwse zeevaarder Cornelis de Houtman en de machtige Sultan van Bantam.

Maar Nederland krijgt nog een kans om een ruimhartige houding te tonen waarin eigen fouten worden erkend en hersteld. Dit moet dan vóór het aangekondigde tegenbezoek van Suharto gebeuren, als de regering in Den Haag niet weer de kans wil lopen het Indonesische gevoel van eigenwaarde ernstig te krenken. Dit is bovendien ook een zakelijk belang van Nederland. Want om goede zaken te doen in Europa heeft deze ontwakende reus in Zuidoost-Azië eigenlijk het kleine Nederland niet echt nodig, en al helemaal niet als het een partner is die geen harga diri (zelfrespect) bezit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden