Het spel met de vrije keuze

Indonesie gaat op maandag 7 juni naar de stembus. Het is dan voor het eerst sinds 1955 dat er sprake is van vrije verkiezingen. De Golkar van president Habibie zou uiteindelijk aan het langste eind trekken, meent Indonesie-kenner Nico Schulte Nordholt. Een analyse en een voorspelling.

De kaarten binnen de regerende Golkar-partij van Indonesië zijn geschud: zittend president Habibie is als enige kandidaat naar voren geschoven. De politieke verhoudingen staan hierdoor nog meer op scherp. Is Habibie niet het verlengstuk van Soeharto's Nieuwe Orde, van de status quo?

De drie belangrijkste oppositiepartijen reageerden direct. Ze gaan samenwerken om de Golkar uit de regering te houden. Zij presenteerden zich als de reformasi tegenover de status quo van Habibie's Golkar.

Liggen de werkelijke politieke verhoudingen wel zo eenduidig? Hoe veranderingsgezind is die oppositie van Megawati's PDI-P (Partai Demokrasi Indonesia - Perjuangan, de Strijdbare Indonesische Democratische Partij), Gus Dur's PKB (Partai Kebangkitan Bangsa - Partij voor de Verheffing van de Natie) en Amien Rais' PAN (Partai Amanat Nasional - Partij van het Nationale Mandaat)? En: hoe hecht zal die coalitie zijn? Hoeveel kans hebben ze met die nieuwe wet die sinds februari 1999 van kracht is? Een wetgeving die een combinatie is van het districtenstelsel en een evenredige vertegenwoordiging.

Bovendien, in een presidentieel systeem heeft een zittende president een enorme voorsprong op elke oppositie. Hij kan overheidsfondsen inzetten waar de oppositie (nog) niet over kan beschikken. En hij kan vergunningen geven of intrekken aan ondernemers waardoor die vrijwillig Golkars verkiezingsfonds steunen. Hoe sterk de Golkar onder Habibie ook in verband wordt gebracht met het verleden (de status quo) en de financieel-economische crisis in het land, de Golkar is als machtsfactor nog lang niet afgeschreven.

Die crisis raakt vooral de bevolking van Java en Bali, in veel mindere mate daarbuiten. In die provincies waar agrarische producten worden geëxporteerd, is zelfs sprake van een economische hausse. Dat wordt op het conto van de Golkar geschreven. Bovendien is de Golkar de enige partij die over het hele land goed is georganiseerd, tot op dorpsniveau toe. Bij een districtenstelsel is dat van enorme betekenis. De Golkar heeft ook de meeste ervaring met verkiezingscampagnes en beschikt over enorme fondsen die onder de 33 jaar Nieuwe Orde van Soeharto zijn opgebouwd.

Dat de politieke verhoudingen ingewikkelder zijn dan de tweedeling (status quo versus reformasi) bleek al enkele dagen na het verbond tussen de drie. De PPP (Partai Persatuan Pembangunan - Partij voor Eenheid en Opbouw; een islampartij die al bestond onder Soeharto's Nieuwe Orde en die zich afzet tegen de Golkar maar eventueel bereid is Habibie's kandidatuur te steunen), wil samenwerken met Amien Rais' PAN. Deze PAN heeft vooral aanhang binnen de Muhammadyiah-stroming binnen de islam. Terwijl de PPP juist met Gus Dur's PKB in een hevige strijd is verwikkeld over de aanhang binnen de Nahdathul Ulama-stroming (NU).

Het is dus de vraag of Amien's coalitie met Gus Dur wel zo hecht is? Spelen bij deze zogenaamde coalities op nationaal niveau wellicht andere motieven mee? Wil zij ernstige botsingen tussen de massa's van de partijen op lokaal niveau voorkomen door hun leiders elkaar de hand te laten geven? Die 'coalities' gelden waarschijnlijk slechts voor de duur van de campagne. Ze zeggen niet veel over de uiteindelijke politieke steun voor een van de presidentskandidaten.

Van een werkelijke politieke krachtmeting is pas sprake na de verkiezingen van 7 juni. In november zullen namelijk de 700 leden van de MPR, het hoogste gezagsorgaan, de nieuwe president kiezen. Van die 700 leden zijn er 500 van de DPR (parlement) waarvan er op 7 juni maar 462 direct worden gekozen; 38 DPR-leden zijn al toegewezen aan de strijdkrachten; 135 worden na 7 juni aangewezen door de 27 provincies, elk 5, ongeacht de bevolkingsgrootte, en 65 leden worden dit keer door een speciale commissie benoemd (KPU, Komisi Pemilihan Umum - Verkiezingscommissie).

Deze procedure biedt de beste kansen voor Habibie. Om in november gekozen te worden, moet hij minstens 351 stemmen krijgen. Dat hoeft niet te betekenen dat hij daarmee de grootste steun onder de bevolking heeft. Dat heeft alles te maken met de nieuwe wet die sinds februari dit jaar van kracht is.

Zo kan Habibie legaal, dat wil zeggen volgens de nu geldende regels, worden gekozen op basis van een meerderheid aan zetels. Daarmee hoeft zijn regering echter nog niet als legitiem worden ervaren als blijkt dat op 7 juni de reformasi-coalitie rondom Megawati een afgetekende meerderheid van stemmen heeft behaald. In dat geval valt te verwachten dat de spanningen en diepliggende conflicten binnen de Indonesische samenleving met geweld naar buiten treden.

Het is niet zeker of de reformasi-coalitie een afgetekende meerderheid behaalt. De uit het westen ingevoerde opiniepeilingen voorspellen weliswaar een riante voorsprong voor Megawati en Amien Rais, maar in een overwegende agrarische samenleving als Indonesië, waar oude patroon-client relaties belangrijker zijn dan individuele keuzes, kan aan deze peilingen niet veel geldigheid worden toegekend.

Aan de 'reformasi'-zijde blijven de drie leiders hun eigen kandidatuur voor het presidentschap handhaven. Elk van de drie partijen heeft aanhang binnen een 'eigen segment' van de samenleving. Een campagne met een eigen kandidaat zou dan het beste resultaat opleveren. Van die drie krijgt vermoedelijk Megawati de meeste stemmen. Dus in feite gaat de strijd tussen Habibie en Megawati.

Dit gescheiden optreden maakt de 'coalitie' kwetsbaar voor onderlinge rivaliteit op nationaal niveau. En daarnaast hebben de drie partijen en hun leiders op wezenlijke punten belangrijke visies, die Habibie's coalitie kan uitspelen, zoals de toenadering van de PPP naar de PAN laat zien.

Megawati's PDI-P heeft haar aanhang vooral op Java en Bali onder de seculier-nationalistische bevolkingsgroepen. Zij houdt onverkort vast aan de pancasila als de grondslag van de staat en de eenheidsstaat van de republiek.

Gus Dur's PKB moet het hebben van steun van de NU-leden, een organisatie die tussen de 30 en 40 miljoen leden zou hebben, vooral op Java. Ook hij houdt onverkort vast aan de pancasila maar ziet op den duur een seculiere staat als wenselijk. Op korte termijn ondersteunt hij de eenheidsstaat-gedachte al staat hij wel open voor een geleidelijke overgang naar een federatief stelsel.

Op papier is Amien Rais's PAN een partij die zich niet op een bepaalde religieus-maatschappelijke stroming richt. Ze wil heel bewust de traditionele banden binnen de Indonesische politiek doorbreken. Maar het grootste deel van PAN's aanhang bestaat uit leden van de Muhammadyiah, de massa-organisatie die 28 miljoen leden zegt te hebben en waarvan Amien Rais tot augustus 1998 voorzitter was. De partij onderschrijft de pancasila. Maar velen binnen de Muhammadyiah hebben een voorkeur voor de oude Masyumi-partij, die een islamisering van de politiek nastreefde.

Het wantrouwen hiertegen binnen niet-moslimkringen maar ook binnen de PDI-P en PKB heeft Amien Rais, ondanks tal van uitspraken dat hij voor de pancasila-staat is, niet kunnen wegnemen. Bovendien, heeft de PAN zich bij de oprichting in augustus 1998 uitgesproken vóór een federatie. Onder grote druk van het leger, dat hier mordicus tegen is, en van Megawati's PDI-P, wordt dit punt in de campagne aardig op de achtergrond gehouden. Maar het vormt een ernstig potentieel geschilpunt tussen Megawati en Amien Rais' PAN wanneer de 'reformasi'-partijen een regeringscoalitie zouden vormen.

Tussen Gus Dur's PKB en Amien Rais' PAN bestaat nog een fundamenteler en historisch dieper verschil. Beide stromingen, de Muhammadyiah en de Nahdathul Ulama, zijn al vanaf de Nederlandse koloniale tijd elkaars rivalen. En onder het voorzitterschap van Gus Dur (sinds 1984 van de NU) en Amien Rais (van 1995 tot 1998 voorzitter van de Muhammadyiah) waren er tal van botsingen, mede veroorzaakt door beide sterke persoonlijkheden met zo'n verschillende stijl van optreden. Maar vooral ook, tot aan het terugtreden van Soeharto in mei 1998, door diepgaande verschillen over de grondslag van de staat.

Vanaf de oprichting van de Indonesische republiek leidde het debat over de grondslag van de staat tot felle tegenstellingen. Soekarno's formule van de vijf principes van de pancasila, waarbij het eerste principe spreekt van het geloof in de Ene (God = Yang MahaEsa), leek in 1945 een aanvaardbaar compromis voor alle partijen in hun strijd om onafhankelijkheid. Maar bepaalde krachten binnen de islam, vooral binnen de Masyumi-partij, die cultureel-religieus weer dichtbij de Muhammadayiah stond, bleken hun ideaal voor een islamstaat niet te hebben opgegeven.

Tijdens de Constituante in de jaren vijftig probeerden ze, op democratische wijze, de grondwet op dit punt te wijzigen. Dat lukte toen niet, mede doordat president Soekarno, met behulp van het leger, de Constituante voortijdig ontbond. Na Soekarno's val, in 1965, dachten zij in de beginjaren van Soeharto's Nieuwe Orde, als politieke machtsfactor terug te kunnen komen. Soeharto en zijn generaals blokkeerden deze politieke weg. De bestaande islampartijen, die onder Soekarno niet werden verboden, moesten in 1974 fuseren binnen de PPP. In de 25 jaar daarna nestelden zich vervolgens binnen deze PPP allerlei groeperingen die dat oude ideaal van een islamstaat koesterden.

Om zoveel mogelijk buiten de politieke invloed van Soeharto's Nieuwe Orde te blijven heeft Gus Dur aan het begin van zijn voorzitterschap, in december 1984, zijn Nahdathul Ulama organisatie uit de 'omklemming' van de PPP weten te halen door de NU voortaan als een puur religieus-maatschappelijke organisatie te duiden. Door zich nu zo actief te verbinden met de PKB lijkt hij daar afstand van te hebben genomen.

De krachten die de islamisering van de politiek bleven nastreven, zagen hun kans vooral toenemen toen president Soeharto, om zich te wapenen tegen de groeiende kritiek binnen zijn Nieuwe Orde (vooral legerkringen), 'de islam' als bondgenoot ging omarmen. Hij liet in december 1990 zijn trouwe vazal, professor Habibie, de ICMI oprichten. Deze associatie van Indonesische moslim-intellectuelen, was een emancipatiebeweging die via opleidingen de achterstand van moslims binnen de overheid (bureaucratie en leger) maar ook op andere maatschappelijke terreinen, in recordtempo wilde 'rechttrekken'.

Populair was de uitspraak: 90 procent van de Indonesische bevolking is moslim, dus 90 procent van alle posities moet worden bezet door moslims. En inderdaad, in snel tempo werden vooral de topposities binnen de bureaucratie, dus ook binnen de Golkar, en het leger bezet door actieve leden van deze ICMI. En Amien Rais behoorde, zeker als voorzitter van de Muhammadyiah, tot een fervent voorstander van deze leuze. Gus Dur verzette zich hiertegen en wees er op dat een dergelijk beleid zou leiden tot tweespalt.

Bovendien, vroeg hij zich af, welke moslims vertegenwoordigen die 90 procent, die van de Muhammadyiah of die van de NU? Geen wonder dat velen in Indonesië zich afvragen hoe hecht nu de 'coalitie' wel is tussen Gus Dur's PKB en Amien Rais' PAN. En als de PAN niet als de grootste van de drie partijen uit de bus komt, wat wordt verwacht, en Amien Rais kansen op het presidentschap vrijwel nihil zijn, zijn dan de PAN-vertegenwoordigers in het nieuwe parlement nog gebonden aan de coalitie?

Of zullen velen van hen dan alsnog kiezen voor Habibie, hopend dat onder zijn presidentschap de islamisering van de politiek zich eindelijk kan manifesteren? Want, zitten er in de 'nieuwe' Golkar niet vele geestverwanten uit de ICMI die er juist voor gezorgd hebben dat Habibie al op 14 mei als enige kandidaat naar voren werd geschoven?

Het argument dat Golkar staat voor status quo wordt in deze kringen gepareerd met het verweer dat Megawati's PDI-P en Gus Dur's PKB nog geen enkel bewijs hebben geleverd dat zij afwijken van de bestaande partijen onder Soeharto's Nieuwe Order. ,,Ja'', wordt er dan gezegd, ,,zij noemen zich reformasi, want zij zijn tegen de corruptie en het nepotisme van Soeharto, maar dat zijn wij (ICMI/PAN) ook.'' En ook willen zij wel toegeven dat Habibie op deze punten geen haar beter is dan zijn voorganger. Maar zeggen zij dan: ,,als Habibie wint dankzij ons kunnen we hem later op deze punten corrigeren.''

Deze stellingname doet erg denken aan het optimisme waarmee vele intellectuelen eind jaren zestig het nieuwe bewind van generaal Soeharto steunden om vervolgens al binnen enkele jaren te ervaren dat zij Soeharto niet konden sturen. Integendeel hij kreeg hun langzaam maar zeker volledig in zijn greep. Enkele informanten vertelden mij dat het eigenlijke doel van deze krachten van de ICMI/PAN de islamisering van de politiek is. De anti-corruptie bestrijding, inclusief de felle aanvallen op de familie Soeharto, zou slechts een onderdeel vormen van die politieke strategie.

Dit sluit aan bij het proces dat zich het laatste jaar binnen de Golkar heeft voltrokken. Op het congres in augustus 1998 verloor het meer seculiere-nationalistische deel binnen deze partij de strijd om het voorzitterschap ten gunste van de door de ICMI en de bureaucratie gesteunde Akbar Tandjung. Deze civiele Sumatraan kreeg ook de steun van de opperbevelhebber, generaal Wiranto. Onder druk van Habibie moest Wiranto deze steun wel geven anders dreigde hij zijn positie te verliezen ten gunste van een generaal die de politieke islamkrachten nog meer zou steunen.

Toen Akbar Tandjung en Wiranto er voor hadden gezorgd dat Habibie de Bijzondere Zitting van de MPR (het hoogste gezagsorgaan van de staat) in november 1998 had overleefd, heeft Habibie er vervolgens alles aangedaan om zijn kandidatuur voor een volgende termijn veilig te stellen zonder verder te veel afhankelijk te zijn van Akbar Tanjung en Wiranto.

Zo wist Habibie zijn positie internationaal te versterken door in de kwestie Oost Timor een mogelijk vreedzame oplossing aan te dragen: een volksraadpleging onder de Oost-Timorezen voor vergaande autonomie onder Jakarta of onafhankelijkheid. Een voorstel dat bepaalde krachten in het leger niet aanvaardden. Vandaar de oprichting van militia-groepen die een keuze voor onafhankelijkheid moeten voorkomen. De spanningen en het geweld kan Habibie echter op het conto van Wiranto schrijven.

Een tweede punt waarmee Habibie (inter)nationaal hoopt te scoren, is het organiseren van eerlijke verkiezingen. Want pas dan kan er een legitieme regering tot stand komen, vindt ook de internationale gemeenschap die vooral een afwachtende houding tegenover Habibie's regering heeft ingenomen. Maar, vooral via zijn 'clan' van streekgenoten uit Zuid-Sulawesi binnen zijn regering en de Golkar, heeft Habibie er wel eerst voor gezorgd dat de nieuwe wet die in februari in recordtempo door het parlement werd gejaagd, de Golkar een straatlengte voorsprong geeft. De 'reformasi'-partijen waren toen zo druk bezig zichzelf als nieuwe partij te organiseren en waren er zo van overtuigd dat de Golkar, als machtsinstrument van Soeharto, al volledig was afgeschreven, dat zij toen nauwelijks aandacht gaven aan de gevolgen van deze nieuwe wet.

Volgens deze wet is er gekozen voor een combinatie van het districtstelsel en een evenredige vertegenwoordiging. De 462 zetels die straks op 7 juni op het spel staan, zijn gelijk verdeeld over Java (231) en de overige provincies (231). Maar op Java wonen in de 5 provincies met 107 districten ruim 120 miljoen mensen, terwijl de overige provincies, met in totaal 209 districten, slechts 90 miljoen inwoners tellen.

Tweederde van de zetels wordt dus, op basis van het districtstelsel waarbij de grootste partij binnen een district de zetel krijgt toegewezen, verdeeld, terwijl een-derde van de zetels wordt bepaald door de absolute grootte van de partijen per provincie met een kiesdeler van 450 000. De kleine partijen (in totaal doen er 48 partijen mee) vallen in zo'n systeem buiten boord. Naar verwachting blijven er slechts 5 partijen met enige omvang over, meer dan 7 procent, of rond de 35 zetels (ongeveer het aantal dat de fractie van de strijdkrachten al kreeg).

Dit systeem biedt de Golkar de beste kansen, want door de regionale concentratie van de aanhang van de drie reformasi-partijen op Java gaat hun strijd allereerst slechts om 107 zetels, terwijl de Golkar zich kan concentreren op de 209 districten buiten Java waar ze redelijk veel invloed heeft. Bovendien is bepalend of men de grootste wordt van het aantal uitgebrachte stemmen. In een provincie als Aceh, waar slechts 15 procent van de potentiele kiezers zich heeft ingeschreven, vooral door toedoen van de Golkar, betekent dit dat ondanks een afwijzende houding van de meeste bewoners tegenover de regering Habibie alle 11 districtzetels toch naar de Golkar kunnen gaan.

Op basis van de politieke krachtverhoudingen in 1955 bij de eerste én laatste echte vrije verkiezingen (ook nu worden de politieke keuzes meer bepaald door die oude primordiale banden met ideologische stromingen dan op basis van partij-politieke standpuntbepalingen) kom ik, na vele gesprekken met Indonesische collega's en een analyse van de gevolgen van de nieuwe wet tot de inschatting van het huidige krachtenveld, zoals op het schema is te zien.

De strijdkrachten willen de grootste politieke groepering steunen en laten in het midden of dit een enkele partij of een coalitie betreft. Ervan uitgaande dat Wiranto's lot door Habibie wordt bepaald, gaan de 38 zetels van de strijdkrachten bij de hierboven gegeven uitslag zeer vermoedelijk naar de Golkar. En als de Golkar in tenminste 15 provincies weet te winnen dan kan Habibie in november ook nog op 75 van de 135 kiesmannen uit de provincies rekenen.

Met zijn machtsmiddelen als president kan hij dan de meeste van de 65 door de KPU te benoemen leden aan zich binden. Daarmee wordt hij dan, volgens de nieuwe wet, in november herkozen. Een keuze die een meerderheid van de bevolking zeer waarschijnlijk niet zal aanvaarden. Waardoor voor nieuw geweld moet worden gevreesd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden