Opinie

Het sociaal akkoord: een eerste stap, maar we zijn er nog lang niet

NV-voorzitter Ton Heerts (L) en VNO-NCW-directeur Niek Jan van Kesteren (R) komen aan in de Tweede Kamer voor een toelichting op het sociaal akkoord. Beeld anp

Na de grote euforie rond het onlangs ondertekende sociaal akkoord is het tijd om de balans op te maken. Het akkoord weerspiegelt het hernieuwd vertrouwen tussen werkgevers en werknemers, maar biedt de 8 procent werklozen binnen de beroepsbevolking weinig hoop.

Voor het eerst sinds vele jaren hebben werkgevers- en werknemersorganisaties weer een sociaal akkoord gesloten. Dat is winst voor 'de polder'; het geïnstitutionaliseerde stelsel dat er in Nederland voor zorgt dat meningsverschillen op sociaal-economisch terrein zonder al te hoge transactiekosten via overleg worden beslecht. En het is ook en vooral winst voor het kabinet Rutte-II dat zich voorlopig een tijdje achter de kennelijke overeenstemming tussen werkgevers en werknemers kan verschuilen ("Als zij het eens zijn, wie zijn wij dan om ...") en moeilijke keuzes die de coalitie verdelen uit de weg kan gaan.

Vooral minister van Financiën spint garen bij WW-afspraak
De opstellers van het akkoord zijn niet over één nacht ijs gegaan. Het ruim veertig pagina's tellende akkoord dat alleen door zijn omvang al niet op een achternamiddag kan zijn opgesteld, toont een duidelijke koers. Sociale partners willen een deel van de verloren zeggenschap over sociaal-economische aangelegenheden terugveroveren op de overheid. Het duidelijkst manifesteert dit streven zich in de afspraken over het derde werkloosheidsjaar. Terwijl sociale partners de wijze keuze maken momenteel niets aan de hoogte van de WW te veranderen, worden werkgevers en werknemers weer samen verantwoordelijk voor de werkloosheidsuitkering die werklozen na afloop van de eerste twee jaar publieke WW-uitkering moeten ontvangen.

Voor sommigen is dat een schrikbeeld. Zij hebben alle misstanden rond de uitvoering van de sociale zekerheid door sociale partners nog levendig op hun netvlies. Anderen benadrukken de voordelen van de prikkels die werkgevers en werknemers ervaren als zij zelf het derde WW-jaar voor hun rekening moeten nemen.

Beide argumenten zijn weinig overtuigend. Van de misstanden is hopelijk geleerd en publieke handen verrichten een taak niet perse beter en met meer toewijding dan private handen en vice versa. De prikkels die van het derde WW-jaar uitgaan, komen mogelijk enigszins als mosterd na de maaltijd. Als een (ex-)werknemer twee jaar werkloos blijft, is de kans om alsnog aan de slag te komen inmiddels fors gedaald. Het vergt van werkgevers nogal wat in termen van een proactieve benadering om ter vermijding van de kosten van een derde WW-jaar bij dreigende werkloosheid aan de slag te gaan om een werknemer van werk naar werk te helpen en zo langdurige werkloosheid te voorkomen.

Vanuit dat perspectief lijkt de door het Centraal Planbureau gesuggereerde ontslagbelasting meer soelaas te bieden. Ondertussen spint vooral de minister van Financiën garen bij deze afspraak. De verplichtingen voor het derde WW-jaar dragen niet meer bij aan het tekort.

Bovendien voedt het streven weer wat van de zeggenschap over de sociaal-economische instituties terug te halen, opnieuw de discussie over de representativiteit van de overlegpartners.

Akkoord toont te weinig ambitie om werkloosheid te bestrijden
Hoewel het akkoord beoogt de positie van flexwerkers te verbeteren, is te betwijfelen of de overeengekomen maatregelen ook daadwerkelijk dat effect zullen hebben. Juist in een periode waarin voor veel aanbieders van arbeid geldt dat een flexbaan, hoe slecht geregeld dan ook, altijd nog beter is dan geen baan, zullen zij met allerlei krakkemikkige constructies akkoord blijven gaan.

Als een nulurencontract niet meer mag, verzint een 'creatieve' werkgever (of zijn advocaat) wel weer een nieuwe variant. En een verlenging van de periode tussen tijdelijke contracten van drie naar zes maanden leidt er onder de huidige arbeidsmarktomstandigheden heus niet toe dat meer werknemers een vast contract krijgen, maar bewerkstelligt uitsluitend dat zij nu drie maanden extra moeten zien te overbruggen. Tel uit je winst!

Met het afschaffen van de voorgenomen quotumverplichting hebben ook (gedeeltelijk) arbeidsgehandicapten niet onmiddellijk reden om bij dit akkoord in juichen uit te barsten. En dat geldt al helemaal voor de 643.000 werklozen (8,1 procent van de beroepsbevolking) die Nederland volgens het CBS in maart 2013 telde. Terwijl de werkloosheid in hoog tempo oploopt, bevat het sociaal akkoord weinig concrete aangrijpingspunten waaruit werklozen (of zij die dat de komende maanden zullen worden) hoop kunnen putten. Ja, (een deel van) de extra bezuinigingen voor 2013 lijken van tafel .... of toch niet .... of slechts tot na de zomer.

Van het op grote schaal creëren van nieuwe banen is geen sprake. En al evenmin van het op een slimme manier verdelen van de pijn van de werkloosheid door het stimuleren van deeltijdpensioen. Toegegeven: zonder een forse bijdrage van de overheid komen dergelijke initiatieven moeilijk van de grond. Bovendien hebben sociale partners afgesproken een aantal dossiers (zoals dat van de pensioenen) later aan te pakken. Maar waar de groeiende werkloosheid (in maart: + 30.000) in toenemende mate een sociaal probleem vormt en bijdraagt aan een neerwaartse economische spiraal van minder koopkracht en minder vertrouwen, had in het sociaal akkoord meer ambitie mogen doorklinken om dit urgente probleem aan te pakken en op te lossen.

Het feit dat werkgevers en werknemers elkaar weer voldoende vertrouwen om eindelijk weer eens een akkoord te sluiten, betekent winst voor de Nederlandse economie. Immers, zonder vertrouwen komen we nergens. Ook de keuze de WW niet (verder) te verslechteren, maar de regeling te laten doen waar zij ooit voor bedoeld was, namelijk het zorgen voor een bodem in de koopkracht, kan als winst van het sociaal akkoord worden bestempeld. Op de weg naar herstel van werkgelegenheid en bestrijding van de werkloosheidsplaag is met het akkoord echter nog maar een enkel stapje gezet. Er is nog een lange weg te gaan.

Joop Schippers is Hoogleraar Arbeidseconomie aan de Universiteit Utrecht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden