Het slot van een lusteloos seizoen

Post-olympische depressie maakt eind aan Nederlandse hegemonie. Er is werk aan de winkel, voor rijders en bond.

Met de 10 kilometer van Sven Kramer, waarmee hij zijn zevende wereldtitel allround veroverde, kwam in Calgary het schaatsseizoen feitelijk tot zijn einde. Dat er op 21 en 22 maart nog een wereldbekerfinale op het programma staat in het Duitse Erfurt geeft vooral aan dat de internationale schaatsunie iets aan haar wedstrijdkalender moet veranderen.

De meeste atleten zijn nu doodmoe en de bonden hebben nauwelijks geld om hun schaatsers weer een keer per vliegtuig een oceaan te laten oversteken. Bart Schouten, de coach van Canada, liet vorige maand al weten dat er misschien maar één Canadees in Erfurt zal zijn om de World Cup-finale te rijden. Het geld is domweg op.

Kijk je naar de toernooien en naar de kalender, dan zie je bovendien dat er geschaatst wordt in de meest vreemde oorden, waar een handvol schaatsfans de tribunes beklimmen. Een WK sprint in Kazachstan? Waarom? Omdat ze daar in Centraal-Azië van de weeromstuit niets beters wisten te doen met al dat oliegeld dan een, zoals dat heet, hypermoderne schaatshal te bouwen?

Als één ding dit seizoen duidelijk werd is dat je een sport als schaatsen moet brengen naar locaties waar mensen zitten te wachten op deze sport. Waarom volgend jaar een EK allround in het Wit-Russische Minsk? Waarom niet Inzell? Of Heerenveen? Of Hamar? Of een buitenbaan hoog in Noorwegen?

Het beste bewijs dat het zinvol is je sport naar de mensen te brengen werd vorig jaar om deze tijd geleverd, toen het Olympisch stadion in Amsterdam voor het gecombineerde NK allround en sprint was omgebouwd tot een schaatsbaan, en de tribunes vol zaten.

Dan de sporters zelf. De Nederlandse schaatsequipe maakte dit na-olympische seizoen een vermoeide, soms lusteloze indruk. Sommige schaatsers kenden een minder seizoen. Na haar overstap van TVM naar Team Continue van Marianne Timmer grossierde Ireen Wüst in zilveren medailles (ze won wel het EK in Tsjeljabinsk), en de sprinters van Team Beslist waren niet helemaal onzichtbaar, maar bepaald niet dominant; olympisch- en wereldkampioen Michel Mulder werd vierde op de WK sprint en won geen goud op de WK afstanden.

Grootste tegenvaller dit schaatsjaar was de formatie van Corendon, waar onder anderen de olympische medaille-winnaars Marrit Leenstra, Lotte van Beek, Koen Verweij en Jan Blokhuijsen onder contract staan. Blokhuijsen zwaaide al gedesillusioneerd af bij het NK allround (en maakte voor de camera ruzie met zijn coach Jan van Veen), Van Beek kwam niet eens serieus in actie vanwege een tijdens een skivakantie opgelopen blessure, Leenstra fladderde wel af en toe maar won niets, en Verweij was vooral druk met zichzelf. Hij legde tijdens het EK nog beslag op zilver maar viel afgelopen zaterdag in Calgary al na een paar slagen op zijn knieën en maakte daarna een nogal zielige indruk met zijn gebaartjes en pseudo-stoere teksten.

Verweij had gewoon harder moet trainen in de zomer, serieuzer als sportman moeten leven in plaats van deel te nemen aan een televisieprogramma als 'Sterren Springen' en selfies te maken met zijn net aangeschafte Harley Davidson, een motor die vooral stoer is als je er níet mee pronkt.

Verweij had een voorbeeld mogen nemen aan Sven Kramer, een atleet met wie hij zich graag vergelijkt, maar bij wie hij nog niet eens de sinaasappels zou mogen uitpersen voor het ontbijt.

De buitenlanders profiteerden van deze Nederlandse vorm- en motivatie-dip en dat verheugde de liefhebbers. Er werden weer duels uitgevochten met Russen, met Noren en met Amerikanen, alsof de jaren tachtig weer even terugkeerden.

In Calgary wonnen de Noren twee maal brons met Sverre Lunde Pedersen en Ida Njåtun en ontpopte de Rus Denis Joeskov zich als de grootste uitdager van Sven Kramer (hij eindigde als derde op het EK en tweede op het WK).

De nieuwe sprint-sensatie Pavel Koelizjnikov won de 500 meter op de WK afstanden en twee weken later in Astana het WK sprint, en de Amerikaanse Brittany Bowe was oppermachtig op de korte afstanden.

Daarmee werd overduidelijk dat wat een post-olympische depressie is gaan heten niet aan Nederland voorbij trok. De Winterspelen van Sotsji zijn voorbij, de Nederlandse hegemonie is weer teniet gedaan. Conclusie: er is werk aan de winkel, voor de Nederlandse schaatsers en voor de internationale schaatsbond.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden