Het slaan staat los van de islam

Ze is moslim én ze strijdt tegen de systematische onderdrukking van vrouwen in de islamitische cultuur. Zelf vindt Fadoua Bouali, geboren in Marokko, daar niets vreemds aan. Ze prees, ongeveer als enige moslim, de film 'Submission'. En daarna ging ze op pelgrimage, naar Mekka.

Naar Mekka wilde ze, opeens. De pelgrimstocht maken naar het Huis van God. Want Fadoua Bouali (33) is diepgelovig, op haar eigen, spirituele manier. Terug in haar woning in Amsterdam-West vertelt ze wat ze in Mekka vooral heeft geleerd: ,,Geduld oefenen. Niet boos worden. Slikken, slikken, slikken.'' Ze grijnst.

In de heilige stad trof Fadoua Bouali namelijk weer het soort mannen dat haar als vrouw als hun mindere beschouwt. Die haar met een beroep op hun Koran allerlei rechten willen ontzeggen. ,,Het begon er al mee dat ik als ongetrouwde vrouw geen reis naar Mekka mocht boeken als er geen mannelijk familielid meeging. Ik moest via het reisbureau een imam als 'voogd' inhuren. In Mekka zelf mocht ik bij de ene ingang wel, en bij de andere ingang niet naar binnen in de heilige moskee. De moslimbroeders die het me verboden keken me aan alsof ik iets vreselijks van plan was. Ik werd als vrouw geweigerd bij een internetcafé. 'Voor jou is het verboden', zei de eigenaar. Hij beriep zich niet eens op de Koran. Als ze daar al een tekst zouden vinden, want die is er niet. Dat is voor dat soort mannen ook niet nodig. Zij zijn de man, ze staan nog bóven de Koran.''

Het doet Fadoua Bouali briesen van verontwaardiging. ,,In Mekka dacht ik echt: het verbaast me niets dat het zo slecht gaat in de islamitische wereld. Als ik er een cynische grap over zou willen maken, zou ik zeggen: Het is gewoon de straf van God, voor de manier waarop de moslimgemeenschap vrouwen behandelt. Ik wou daar wel door de straten schreeuwen 'Jongens, waar zijn we mee bezig!'' Tussen de boosheid door vond ze ook spirituele verdieping. ,,Gelukkig wel. Ik ben daar in Mekka zo geraakt, ik voelde bijna vlinders in mijn buik.''

Het is verontwaardiging die haar drijft om opiniestukken en ingezonden brieven te schrijven, onder andere in Trouw. Ze begon daarmee nadat Pim Fortuyn had gezegd dat hij de islam een 'achterlijke' cultuur vond. ,,Op eens was daar het besef dat de mensen die vóór Fortuyn waren, waarschijnlijk tégen mij waren. Want ik ben ook zo'n 'achterlijke' moslim.'' Ze wil dingen uitleggen over haar geloof en cultuur. ,,Want er wordt veel gezeurd hoor, en lelijk gedaan, over de islam. De islam die ik ken, is heel relaxed. Tegelijkertijd begrijp ik goed dat veel niet-moslims bang zijn geworden. Moslims zelf misbruiken de Koran voor vreselijk gedrag dat niets met geloof te maken heeft. Voor geweld en moorden zelfs. Na mijn reis naar Mekka heb ik geschreven dat Theo van Gogh met al zijn beledigingen nog eerder in de hemel komt dan de doorsnee-Mekka-ganger. Zo kwaad was ik. Wat is dat voor geloof? Niet het mijne.''

Door haar ongezouten standpunten is ze een van de meest opmerkelijke verschijningen in het land der meningen, ook al is ze geen professioneel publicist. Zelfs het Amerikaanse weekblad Time heeft haar al eens geciteerd. Ayaan Hirsi Ali schreef juichend: ,,Naar haar was ik op zoek. Mijn vorm heeft Fadoua bereikt.'' Wat Fadoua Bouali trouwens maar weinig imponeert. ,,Tegen Ayaan Hirsi Ali zou ik zeggen: wacht even, mevrouw, ik heb jou niet nodig. Die analfabete vrouwen die dagelijks worden onderdrukt, díe hebben jou nodig. Maar die help je niet met een Engelstalig intellectueel filmpje, met bloot dat iedereen wegzapt. Hoe mooi ik zelf dat filmpje verder ook vind. De tijd stond tien minuten stil.''

In het dagelijks leven is ze verpleegkundige. Ze werkt in het Amsterdamse ziekenhuis OLVG, op een afdeling thoraxchirurgie. ,,Keihard werken, een heel mooi vak. De hart- en longpatienten komen na een operatie via de intensive care bij ons op de special care.'' Ze staat daarmee in een familietraditie. ,,Mijn grootmoeder, die in het Rifgebergte woont, is een traditionele genezeres. Zij heeft het vak geleerd van háár vader. Oma deed vroeger zelfs kleine operaties. Een leuke, eigenzinnige vrouw. Ze heeft een lat-relatie met mijn opa. Eens per week zoeken ze elkaar op.''

Fadoua Bouali kwam als zevenjarig meisje naar Nederland. Haar vader liet zijn gezin overkomen. Op de (witte) basisschool werd ze begroet met 'vieze Turk'. De familie met negen kinderen ging op een piepkleine flat wonen. ,,Het moest wel misgaan.'' In haar eigen familie en in haar omgeving zag ze hoe ingrijpend emigratie was. ,,De uiteindelijke scheiding van mijn ouders. De met geen pen te beschrijven botsingen tussen mijn vader en mijn broers- het past allemaal in een patroon dat ik bij heel veel Marokkaanse gezinnen zie. De rekening van emigratie is zo hoog.''

Volgens Fadoua Bouali liggen veel Marokkaanse gezinnen 'totaal overhoop'- ze zegt het maar gewoon even zoals het is. Dat is volgens haar de belangrijkste oorzaak van de moeizame integratie en van radicalisering. Vooral de afwezigheid van de vaders en de ongelijkwaardige relaties tussen mannen en vrouwen zijn desastreus. ,,De islam is het probleem niet. Als een man thuis zijn vrouw slaat, dan haalt hij er echt de Koran niet bij. Hij heeft zijn eigen redenen. Hij wil de baas zijn. Hij wil zijn eigen frustraties botvieren op een ander.''

Dat geldt ook voor Mohammed B, die Theo van Gogh vermoordde. ,,Ik denk dat Mohammed B, de dader, compleet was doorgedraaid. En daarná heeft hij het terrorisme omhelsd. Het erge is: het stikt van dat soort jongens hier, in Amsterdam-West. Ze groeien op in gezinnen zonder basis. De vader is afwezig. De moeder ploetert. Ze praten niet met elkaar, er wordt alleen maar geschreeuwd. Die ouders zijn bang voor de buitenwereld. Sociale vaardigheden geven ze de kinderen niet mee. Maar hun kinderen komen in de Nederlandse maatschappij, waar ze sociaal moeten zijn, een eigen mening mogen hebben, kritiek moeten kunnen verdragen -en dan gaat het mis. De jongens mislukken. Ze vluchten in extreem gedrag. Ze gaan in de drugs, in de prostitutie, in de criminaliteit. En nu worden ze dus ook nog terrorist, zo ver is het al gekomen. En de meisjes? Die flippen niet, want die mogen sowieso niks.''

Het is een deprimerende schets. ,,Ik zou niemand de schuld willen geven. Die ouders? Ze zijn zo onwetend. Als je uit de Rif komt, dan denk je dat ouderschap eruit bestaat dat je je kinderen eten geeft, kleren, een huis. Klaar. Want in de diepe armoede van daarginds is dat al een hele prestatie. Ik hoor zoveel vaders wanhopig zeggen: 'Ik heb nog wel zo mijn best gedaan!'. Maar wat wil je ook, die vaders hebben nauwelijks binding met hun gezin. Mijn eigen vader was niet bij de geboorte van zijn kinderen, hij woonde in Nederland. Hij zag onze eerste stapjes niet. Dat is zo onnatuurlijk.''

Dus vertelt Fadoua Bouali tegen elk Marokkaans gezin dat ze tegenkomt: neem ze mee naar de bibliotheek, meld ze aan bij een club, help ze met huiswerk. ,,Maar ik zie heel veel moeders die er alleen voor staan, die al verdrinken in hun eigen problemen. Ze hebben zes kinderen, zijn gescheiden. Help ze, Ayaan, met onderwijs, met praktische ondersteuning.''

Fadoua Bouali heeft zichzelf ook afgevraagd waarom juist de islamitische gemeenschap zoveel problemen heeft. ,,Het komt ook omdat alles er draait om de familie. Er is geen Marokkaanse gemeenschap. Het is elke familie voor zich. Ik ben vooral boos over de systematische onderdrukking van vrouwen. Het is een cultuur van: jongens moeten zich uitleven, meisjes mogen niets, en hun seksualiteit is daarbij drukmiddel. Als ik in Marokko kom, voel ik zelf op straat hoe weinig respect er is voor vrouwen. Vrouwen worden geslagen, mishandeld. Maar ik blijf het maar zeggen: het is niet de islam die die vrouwen slaat. Het is een man.''

Ze zegt dat ze Ayaan Hirsi Ali en Afshin Ellian wel eens zou willen uitdagen tot een mooi experiment. ,,Zij zeggen dat het allemaal aan de islam ligt. Oke, dan schaffen we de Koran af. Zo. En is nu het geweld over? Slaan die mannen hun vrouw nu niet meer? Zijn er geen radicale jongeren meer die hun toevlucht zoeken in terrorisme? Ik geloof er niets van. Het debat moet gewoon gaan over persoonlijke verantwoordelijkheid. Je mag niet slaan. Punt uit.''

Fadoua Bouali leest zelf graag in de Koran. ,,Je moet de Koran niet letterlijk willen toepassen; het is een universele manier van leven. Ik genoot ervan hoe mijn vader me vroeger voorlas, hij vertaalde dan zelf uit het Arabisch. Nu lees ik zelf, de Nederlandse vertaling. Ik lees er echt niet in dat je fijn moet gaan moorden, dat je een ander mag onderdrukken, of je vrouw lijfelijk mag slaan. Als de profeet het al eens ergens heeft over slaan, dan bedoelt hij dat symbolisch: als je bij een ruzie té boos wordt, dan sla je maar met een zakdoekje. Die uitleg gaf mijn vader. Maar dat hoor je niet in de moskee. Daar vertelt de ouderwetse imam dat de hel vol vrouwen zit.''

Ze hoopt dat de critici van de islam ook willen begrijpen hoe die mannen zelf ook onderdeel zijn van een systeem van repressie. ,,Veel moslims wonen in landen met grote armoede, met corrupte leiders. Dan gaan ook gewone mannen zich onmachtig voelen. Nee, dat is nog geen vrijbrief om je vrouw te slaan. Maar ze zitten wel in een systeem waar de één de ander onderdrukt. Dáár moeten we wat aan veranderen.'' Ze verbaast zich dat anderen haar vrijmoedig vinden. ,,Lef? Ik? Ach, zoveel bijzonders zeg ik nu ook weer niet.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden