Het selectieve geheugen van een ex-CDA-Kamerlid

De auteur is politicoloog en promoveerde in 1991 op het proefschrift 'Strategie en Illusie, elf jaar intern debat in de PvdA', Amsterdam, Het Spinhuis.

De voortreffelijke memoires van Zijlstra zijn volgens Van Tellingen (Trouw 17 maart) een rijke bron voor geschiedschrijvers. Een juiste constatering, maar tevens worden deze memoires nu aangegrepen door voormalige ARPKamerleden om hun politieke rol ten tijde van het kabinetDen Uyl met terugwerkende kracht te herschrijven.

Sytze Faber heeft daar in zijn artikel in Trouw van 14 maart een aanvang mee gemaakt, Van Tellingen ondersteunt hem daarin. De constatering van Zijlstra dat de progressieve

ARP'ers als CDA-Kamerlid 'gemene zaak maakten met de PvdA' zou onjuist zijn. De bron van Zijlstra, een noot in mijn proefschrift 'Strategie en Illusie' zou onbetrouwbaar zijn.

Voor ik hier inhoudelijk op reageer wil ik er op wijzen dat mijn proefschrift primair over de PvdA gaat. Politiek relevante informatie over het handelen van niet-PvdA-politici heb ik met een zekere terughoudendheid en vrij summier gepresenteerd. Dat gold zeker voor het gedrag van de linkervleugel van de ARP.

Het ging mij erom te laten zien dat de PvdA-politici zich bij de inschatting van de ontwikkelingen binnen het CDA te sterk lieten leiden door informatie uit de linkervleugel van de ARP. Nu deze terughoudendheid door Faber wordt aangegrepen om te beweren dat de contacten met leden van de Steenwijkgroep in de PvdA een volstrekt onschuldig karakter hadden, zal ik enige nader bewijsmateriaal presenteren afkomstig uit de dagboekaantekeningen van H. Kombrink.

Bron duister

In de gewraakte noot, door Zijlstra in extenso geciteerd, constateer ik dat PvdA-voorzitter Van den Heuvel en Van Thijn onder andere goede contacten onderhielden met Hans de Boer en Willem Aantjes. Verder stel ik dat Kombrink blijkens zijn aantekeningen met enige regelmaat informatie kreeg over de verdeeldheid in de CDA-fractie van Kamerleden als Scholten, Faber, Van Houwelingen en eveneens van De Boer en stel ik vast dat in het archief van Kombrink CDA-notulen van 23, 26 en 30 augustus 1977 aanwezig zijn. Faber vindt dat laatste in hoge mate suggestief. Het zij zo. Hoe Kombrink aan deze notulen is gekomen, vind ik politiek niet zo interessant. Het is ook mogelijk dat Kombrink ze van een journalist heeft gekregen. Delen van deze notulen hebben later in Vrij Nederland gestaan. De bron van dit soort Haagse lekken blijft altijd duister.

Relevant is met name dat in CDAkring notulen gelekt werden die aangaven hoeveel weerstand er in de CDA-fractie bestond tegen het abortusstandpunt waarop Van Agt de formatie liet vastlopen. Relevant is ook dat deze notulen uitgerekend in het archief van Kombrink zitten (en niet in het archief van de PvdA-fractie of het PvdA-bestuur) aangezien Kombrink en andere leden van de Steenwijkgroep zich het felst verzetten tegen compromissen met het CDA.

Binnen de verdeelde CDA-fractie was Faber overigens een van de tegenstanders van Van Agt. Op 25 augustus schrijft Kombrink over de omstreden abortusbrief van Van Agt: "Brief geheel buiten fractie om. Frustratie daar alom. Faber stelt 't in dagelijks bestuur ARP aan de orde. Onzekerheid over hoe nu verder."

Strategisch

Kombrink wisselde veel vaker strategische informatie uit met

ARP'ers. Op 31 augustus, Veringa is dan net benoemd als informateur, meldt hij: "Met Bouke B. en Jan v. H. nog eens wederzijdse posities uiteengezet" (het gaat dan ongetwijfeld om Bouke Beumer en Jan van Houwelingen). Op 1 september heeft Kombrink een gesprek met Hans de Boer over diens standpunt over de formatie (wil geen CDA- of PvdA-minderheidskabinet, maar een coalitie met de PvdA). Verder acht hij de kritiek op Van Agt juist (om welke kritiek het gaat blijft onduidelijk).

De informatie die Kombrink op 19 september van De Boer ontvangt, is bepaald niet onschuldig: "Van Leeuwen niet op defensie. Van Agt in kabinet, ook Andriessen, 7-7-1 hard. Ik laat ruimte in 8-7-1 zien. Begrijpt niet dat we Kruisinga slikken. Koppelt Van Agt aan Kosto. Zegt dat verdedigen Pronk en Van Kemenade niet zal meevallen. Solliciteert als burgemeester in Velsen." Ruim een week later schrijft Kombrink: "Van Houwelingen meldt: Andriessen in kabinet niet unaniem gedeeld. Hij is tegen."

Ik ben het met Van Tellingen eens dat het oorlogsverleden van Aantjes niet de belangrijkste oorzaak is van het mislukken van de formatie van het tweede kabinet-Den Uyl. Het heeft echter wel een, ook door mij niet precies doorgronde rol gespeeld in de formatie.

Volgens Kombrink was de PvdA half oktober door een lid van de CDAfractie (ARP) op de hoogte gesteld dat Aantjes vanwege zijn oorlogsverleden geen ministerschap zou kunnen aanvaarden. De volgende korte aantekening van Kombrink geeft aan dat er op 19 oktober over gesproken is in het PvdA-fractiebureau: "Vondeling: Bevestigt dat Aantjes boos was op Van Agt. Ziet ministerschap niet meer reeel. Spijt van oorlogsverleden, wraak . . . , Gechanteerd?" Het fractiebureau besloot met deze informatie, die men niet bevestigd kon krijgen, niets te doen (zie blz. 333 van mijn proefschrift).

Mijn conclusie dat Kombrink en andere PvdA'ers tijdens de formatie met enige regelmaat informatie kregen over de verdeeldheid in de CDA-fractie lijkt mij met deze citaten voldoende onderbouwd.

Zeer geladen

Overigens had Aantjes in maart '77, vlak voor de kabinetscrisis over de grondpolitiek, eveneens informatie aan Van Thijn verstrekt die politiek zeer geladen was: "Aantjes pleitte (bij Van Thijn) niet alleen voor begrip voor de moeilijke positie van Van Agt, maar was half maart ook bang dat het CDA zou splijten bij een kabinetscrisis" , waarop ik in mijn proefschrift de conclusie trek: "Een niet geringe aanmoediging voor de PvdA om geen concessies te doen." (blz. 233, informatie ontleend aan niet gepubliceerde dagboekaantekeningen van Van Thijn).

Het minste dat men over het optreden van Aantjes, Faber en anderen dient vast te stellen, is dat het politiek uitermate naiefwas, gezien het feit dat een van de belangrijkste doelstellingen van de toenmalige PvdA was de vorming van het CDA te voorkomen. Misschien was het bij sommigen ook wel een combinatie van naviteit en sympathie voor deze PvdA-doelstelling?

De stelling van Van Tellingen dat het CDA juist in de formatie zo eensgezind was omdat iedereen in het CDA baalde van de toenmalige arrogante PvdA, heeft weinig met geschiedschrijving te maken, wel alles met mythevorming. Faber worstelt bovendien met een zeer selectief geheugen. Niet de meest betrouwbare bron voor toekomstige geschiedschrijvers van de ARP.

Ik deel het harde oordeel van Zijlstra over zogenaamde loyalisten niet, maar ik ben bang voor Faber dat Zijlstra bij een herdruk van zijn boek de passages over de voormalige linkervleugel van de ARP eerder aanscherpt dan afzwakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden