Het schrijven heeft mij gelukkig gemaakt Michael Berg

Michael Berg, pseudoniem van Michel van Bergen Henegouwen (Heerlen, 1956), werkte als muzikant, documentairemaker en programmaleider voordat hij in Frankrijk thrillers ging schrijven. In 2013 won hij de Gouden Strop. Onlangs verscheen zijn zevende titel: 'Het meisje op de weg'.

I Gij zult de Here uw God aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

"Als kind heb ik gedacht dat ik geroepen werd. Ik was zes of zeven jaar oud. De pastoor kwam in de klas vertellen dat zoiets mogelijk was. God riep soms mensen. Misschien deed ik het om interessant te doen, dat kan ik niet meer achterhalen, maar ik wist het zeker: ik zou priester worden. Tijdens mijn middelbareschooltijd bij de paters Franciscanen leerde ik stukjes klassieke muziek schrijven en toen er in hun kerk beatmissen werden georganiseerd zag ik mijn kans schoon. Ik heb jarenlang voor de kerk gecomponeerd. Eén van die liedjes is nog een enorme hit geworden. Het begon met: 's Morgens in het dauwgras willen wij U danken. Heel aanstellerig, maar ik heb er via Buma Stemra inmiddels heel wat geld voor gekregen.

"Ik was op mijn achttiende nog zo gelovig dat ik in gewetensnood kwam toen ik verliefd werd op een protestants meisje. Mind you: Limburg, 1956. Toen ik in 1974 in Amsterdam ging studeren, voelde ik mij een ongelooflijke kneus. Ik liep minstens tien jaar achter. De schellen vielen mij van de ogen: ik zag toen pas met hoeveel indoctrinatie die katholieke jeugd in het katholieke zuiden gepaard was gegaan. Het eerste wat ik kwijtraakte, was mijn accent en als ik het mij goed herinner verdween God niet lang daarna."

undefined

II Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken

"Als ik vloek, doe ik dat niet om te choqueren; het floept er gewoon uit. Er is geen echo meer, dat wil zeggen: geen stem die mij tot de orde roept. Ik heb nog weleens heimwee. Vooral als ik in een speelfilm zie hoe gelovigen van heinde en verre door de sneeuw naar de kerk lopen om daar samen Kerstmis te vieren. Het is altijd mijn grootste verlangen geweest om ergens - een geloofsgemeenschap, een omroep, een uitgeverij - bij te horen. Vriendschap, geborgenheid, mensen die om je geven. Dat gevoel is na de dood van mijn vrouw, een maand geleden, alleen nog maar sterker geworden."

undefined

III Gij zult de dag des Heren heiligen

"Ik ontmoette Anna in 1985, tijdens een sabbatical. Ik had 7000 gulden gekregen om een hoorspel te schrijven. Bij de RVU, mijn toenmalige werkgever, vonden ze het goed als ik een paar weken onbetaald verlof opnam. Op advies van vrienden ging ik naar het Griekse eiland Paros. Ik streek neer in Naoussa, een dorpje met gezellige terrassen vol leuke, jonge mensen. Daar hoorde ik verhalen over Anna, een mooie Duitse vrouw. Ze woonde daar al jaren en iedereen sprak met groot ontzag over haar. Ze was heel dominant, ze kon je maken of breken. The queen of the island. Op een middag stonden we tegenover elkaar. Ik dacht: Ik vind jou leuk. En zij dacht hetzelfde. We waren elkaars tegenpool: zij was een wereldburger, ik nog altijd die naïeve jongen uit Zuid-Limburg. We werden buitengewoon verliefd op elkaar.

"Na een paar weken ging ze naar Duitsland om wat geld te verdienen en ik keerde terug naar Nederland. Ik kon alleen maar aan haar denken. Ik ging naar mijn baas en zei: 'Sorry, ik kan nog niet werken. Ik ben ontzettend verliefd geworden op een vrouw en ik móet naar haar toe.' Bij de RVU - die lieve, softe, veel te softe club - vonden ze het goed. Ik vertrok naar München en... nou ja, kort samengevat: ze kwam na enige tijd met mij terug naar Nederland. Na een aantal jaren kochten we een huisje in Frankrijk en in 2004 besloten we om daar voorgoed te gaan wonen. Ik zei mijn baan op en begon een nieuw leven. Als schrijver. En Anna was mijn muze. Wat ooit een vakantiehuisje was, groeide al snel uit tot een comfortabele woning, midden in het paradijs.

"Tweeënhalf jaar geleden werd Anna ziek. Langzaam maar zeker veranderde die powerwoman van het eiland, in een zielig hoopje mens dat hele dagen op bed lag, incontinent werd, en niemand meer in haar buurt kon verdragen. Het was vreselijk om haar zo te zien lijden. Het was, zeker in die laatste maanden, alsof er een deken voor mijn gezicht hing; ik kon de zon niet meer zien schijnen, alle contouren vervaagden. Toen het echt niet meer ging, is Anna gestopt met eten. Zo is ze, langzaam, weggegleden. Ik ben blij dat er een einde aan haar lijden is gekomen... het spijt me, nu komen toch de tranen. Is niet erg, toch?

Het werd, na drie dagen, wel weer eens tijd om te huilen. Weet je wat ik me, op weg naar onze afspraak, denkend over dit gebod, plotseling realiseerde? Dat de zondag voor mij de somberste dag van de week dreigt te worden. Ik woon als God in Frankrijk, maar dankzij mijn onbeperkt-bellen-abonnement heb ik toch bijna alle dagen contact met mijn vrienden in Holland. Alle dagen, behalve die zondag. Dat is de dag voor familie en geliefden; dan val je elkaar niet zomaar lastig. Maar nu, als het te somber wordt, weet ik soms niet meer... Ik moet er iets op verzinnen. Tennissen met een vriend. De tuin in, waar Anna's as is verstrooid. Ik denk dat ze wel tevreden is, als ze mij ziet lopen. Eigenlijk is het een park, hè? Zo'n vierduizend vierkante meter, met een laantje, en prachtige doorkijkjes in de haag. Als je in de buurt bent, moet je maar eens komen kijken."

undefined

IV Eer uw vader en uw moeder

"Laatst kwam ik iemand tegen die zei: 'Ik heb nog tekenles van jouw vader gehad, dat was zó'n lieve man!' Ik moest echt op mijn tong bijten om niet te zeggen: dan was 'ie liever voor jou dan voor mij. Ik was altijd bang voor hem. Mijn vader was streng en mijn moeder was ook geen lieve vrouw. Ze hebben op hun manier van mij gehouden, maar ik kan me niet herinneren dat ik ooit door hen ben geknuffeld.

"Ik ben de oudste van drie jongens. De broer die na mij komt, is autistisch. Dat hij veel aandacht kreeg, vond ik vanzelfsprekend, maar het ontbrak gewoon aan warmte bij ons thuis. Ik merkte al op jonge leeftijd dat het in andere gezinnen véél gezelliger was. En ik was niet de enige die het in de gaten had; nooit wilde iemand bij mij thuis komen spelen. Te frigide. Te veel regeltjes.

"Nee, ik heb er niet onder geleden. Als ik mezelf in die slachtofferrol duw, verlies ik de controle. Ik heb gewoon mijn heil ergens anders gezocht. In de loop der jaren verbeterde de verstandhouding met mijn ouders een beetje. Mijn moeder - ze is vorig jaar overleden - werd mijn grootste fan en ook met mijn vader vond ik, toen hij eenmaal oud en blind was, dankzij die schrijverij eindelijk een onderwerp om over te praten. Want dat was het: een onderwerp. Meer niet. Ons contact bleef afstandelijk. We spraken niet over het leven, en zeker niet over onszelf.

"Ik zeg nu dingen over mijn ouders die ik niet gezegd zou hebben als ze nog in leven waren, maar ik had er natuurlijk allang over geschreven. Onbewust. Ik kreeg pas na een paar boeken in de gaten wat mijn thema was: de onmogelijkheid van familierelaties, hoe je een einzelgänger wordt en toch altijd naar de warmte van een groep op zoek blijft gaan."

undefined

V Gij zult niet doden

"Wil je dit echt weten? Ik heb weleens een paar jonge katjes gedood. Het was een veel te groot nest. Ik heb er twee, direct na de geboorte, in een plastic zak gestopt en daarna met een grote hamer doodgeslagen. Het ging heel snel. Je ziet die bultjes, je weet precies waar je ze moet raken. Ik hoorde 'krak, krak' en het was gedaan. Niets van gezien, gewoon met zak en al weggegooid. Het was niet prettig, nee, maar ik vond het wel een humane methode."

undefined

VI Gij zult geen onkuisheid doen

"Pater Vic had erg veel aandacht voor ons. Op zaterdag gingen we bij hem langs om zijn postzegels te bekijken, of zijn brommer schoon te maken. En ja, dan werd er weleens gestreeld. Ik geloof dat ik het, toen, helemaal niet zo vervelend vond. Ik genoot van zijn aandacht. Misschien hebben andere jongens, met wie hij intiemere dingen deed, er meer last van gehad. Ik had helemaal geen idee van seksualiteit. We zijn ongelooflijk preuts opgevoed. Het werd je niet letterlijk verteld, maar op een of andere manier wist je toch wel wat onkuisheid was. Zondige gedachten die onmiddellijk moesten worden opgebiecht. Dat vond ik trouwens wel een fijne kant van dat katholieke geloof: één keer biechten en je was overal weer vanaf."

undefined

VII Gij zult niet stelen

"Elk boek is een variatie op de Bijbel. Je zou het jatwerk kunnen noemen, maar het gaat volgens mij toch om een andere vorm van toe-eigenen: ik ga op mijn manier met de oude thema's aan de slag en maak er een Berg-boek van. Wat dat is? Hm, lastig om over je eigen werk te praten, maar ik zal het proberen. Bij een Berg-boek komt alles wat ik in mijn leven heb gedaan van pas: het leest als een muzikale compositie, ik gebruik de kracht van documentaires door er altijd iets intelligents tussen te zetten, en als radiomaker weet ik precies hoe je ervoor moet zorgen dat een verhaal je nooit zal vervelen. Zoiets?"

undefined

VIII Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

"Misschien heb je gelijk. Misschien staan mijn boeken vol sublimaties van mijn eigen gevoelens. Verdriet, woede. Zo heb ik absoluut stoerdere versies van mezelf gecreëerd. Mensen die van alles durven. Ik ben zelf nogal een bange wezel. Ik herinner mij dat ik een keer met Anna in de trein van Hilversum naar Amsterdam zat en werd lastiggevallen door een stel jongens. Ik heb nu eenmaal zo'n hoofd. 'Wat moet je nou?' zei de leider van het clubje, en hij begon mij in elkaar te slaan. Anna vloog hem onmiddellijk aan, griste de sleutels uit zijn zak en hield ze uit het raam. 'Als je niet stopt, laat ik ze vallen.' Toen de jongens afdropen zei ze: 'Jij zou mij nooit verdedigen zoals ik jou nu heb verdedigd.' Ik denk dat ze gelijk had. Maar in mijn boeken, in die ándere werkelijkheid, ben ik voor de duvel niet bang."

undefined

IX Gij zult geen onkuisheid begeren

"Ik was Anna zeer trouw, zij mij zeker niet. Omdat ze wist dat ik er moeite mee had, ging ze erover liegen. 'Ik ga naar een vriendin in Zwitserland', zei ze dan. En deed vervolgens heel andere dingen. Dat heb ik achteraf gehoord. Ik gaf haar zoveel liefde, maar het was kennelijk toch niet genoeg. Zij was die eerste jaren gewoon de baas, heel simpel. De dominante factor in het geheel. Het zat mij dwars, maar ik leerde er tegelijkertijd van. Ik was vaak te tuttig, te voorzichtig. Zij heeft mij geleerd om dingen ruimer te zien, om risico's niet uit de weg te gaan. Door bij haar zelfvertrouwen te tanken, draaiden de rollen langzaam maar zeker een beetje om. Dat kwam misschien wel doordat zij er moeite mee had om te accepteren dat ze ouder werd, dat ze niet zo mooi meer was als vroeger. Tegen die tijd was ik inmiddels zo ver dat ik kon zeggen: 'Dat is geweest, we moeten nu vooruitkijken.' In de laatste tien jaar dat wij samen waren, was dit het grootste verschil: zij was van toen, ik was van de toekomst."

undefined

X Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

"Tijdens het afscheidsfeestje bij mijn laatste werkgever vroeg iemand: 'Wat ga je dan doen, in Frankrijk?' 'Een boek schrijven', zei ik. Waarop een vervelende medewerker, ergens achter in de zaal, riep: 'O, jij wilt zeker ook een bestseller?' 'Dat is wel de bedoeling,' antwoordde ik pissig. Ik zag die man denken: ach gut, Van Bergen Henegouwen, rare dromer, wat zal jij op je bek gaan... Ik moet je eerlijk zeggen dat ik de eerste jaren behoorlijk onzeker ben geweest. Het lukte, ik schreef mijn boek en er volgden er nog meer, maar pas in 2013, na het winnen van de Gouden Strop voor 'Nacht in Parijs' kon ik zeggen: Lekker puh. Doe ik trouwens nog weleens, als ik het even niet meer zie zitten. Dan zie ik die prijs staan en denk: lekker puh. Ik zal mijn leven lang de winnaar van de Gouden Strop blijven. Het is ook sinds die prijs dat ik mij schrijver durf te noemen. Voor die tijd was ik iemand die het ook eens een keer wilde proberen.

"Inmiddels maak ik deel uit van de gemeenschap van thrillerauteurs. Een leuke club. En ik hoor erbij. Het klinkt een beetje raar om zoiets op dit moment te zeggen, maar ik geloof dat het schrijven mij gelukkig heeft gemaakt. Ik heb zoveel geleerd. Van alles wat ik in mijn leven heb gedaan, van de mensen die ik heb ontmoet, van Anna...

"Ik ben geen schim meer van het kneusje uit Zuid-Limburg. Het enige wat mij nu te doen staat, is antwoord zoeken op de vraag: what's next?"

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden