Het Scheepvaarthuis: een lab voor architecten

Een detail van de binnenkant van het Scheepvaarthuis Beeld Amrath grand hotel,Amsterdam
Een detail van de binnenkant van het ScheepvaarthuisBeeld Amrath grand hotel,Amsterdam

Het jaar 1913 is in de kunsten in veel opzichten een annus mirabilis. De Eerste Wereldoorlog sluimert op de achtergrond, maar schilders, componisten, architecten, choreografen en schrijvers roeren zich met luide trom. Het is het jaar van het opbloeien van het modernisme. Een eeuw later belicht Trouw enkele iconische kunstuitingen van 1913. Vandaag: het Scheepvaarthuis.

Het mocht wat kosten, het Scheepvaarthuis. Sterker nog: het was het duurste gebouw dat, sinds iemand zich kon herinneren, in Amsterdam was neergezet.

Het was immers niet zomaar een gebouw, het moest de haven van Amsterdam, die de concurrentiestrijd met Rotterdam en Antwerpen langzaam begon te verliezen, weer een impuls geven. Zes grote rederijen zouden er hun intrek nemen, en iedere centimeter in het pand moest trots uitstralen op het roemruchte zeevarende verleden van Amsterdam. Opdat ook de toekomst weer zou stralen.

Was die op de toekomst gerichte blik de reden dat de onervaren architect Johan Melchior van der Mey de opdracht kreeg om het prestigieuze pand te ontwerpen? Van der Mey gold in die jaren als een up and coming talent, hij had de Prix de Rome gewonnen en was in dienst bij de stad Amsterdam als esthetisch adviseur. Maar aan de andere kant: voor een groot bouwproject was hij nog nooit verantwoordelijk geweest.

Zijn biografen Helen Boterenbrood en Jürgen Prang vermoeden dan ook dat er nog iets aan de hand was. Van der Mey, zo wil de overlevering, was het buitenechtelijke kind van jonkheer Op ten Noort, de directeur van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, en dus een van de opdrachtgevers. Als het klopt, is het verhaal haast te mooi om waar te zijn: dat een slippertje van een jonge adellijke reder met de huishoudster, ergens tegen het einde van 1877, decennia later het aanzien van de stad Amsterdam ingrijpend zou veranderen.

Amsterdamse School

Want met het Scheepvaarthuis, waarvan de bouw in 1913 begon, werd tegelijk het startschot gegeven voor de Amsterdamse School, een architectuurstroming die de sociale woningbouw nog zo'n vijftien jaar zou domineren: toevallig net de jaren dat er koortsachtig gebouwd werd in de hoofdstad.

Als je in de wijken uit die tijd rondloopt, herken je die stijl onmiddellijk: baksteenornamenten, hoeken die nooit zomaar hoeken zijn, maar krullende ronde vormen, en gevels waarachter je de individuele woningen vaak niet kunt onderscheiden, maar die met kunstige horizontale elementen tot gemeenschappelijke straatwanden zijn gemaakt. Er werden niet zomaar huizen gebouwd, er werd een monumentale stedelijke omgeving geschapen.

Niet dat je al die elementen al precies terug kunt zien in het Scheepvaarthuis. "Dat was om te beginnen geen sociale woningbouw", zegt Alice Roegholt van Museum Het Schip, dat gewijd is aan de Amsterdamse School. "En de architecten en kunstenaars die hier aan het werk waren hadden natuurlijk niet het idee dat ze zich moesten houden aan de regels van een stijl die op dat moment nog helemaal niet vastlagen."

Sterker nog, de bouw van het Scheepvaarthuis was een soort laboratorium, waarin veel van die stijlkenmerken gaandeweg ontwikkeld werden. Van der Mey haalde er twee jonge collega-architecten bij, Michel de Klerk en Piet Kramer, en nog een hele sloot ambachtslieden, kunstenaars en beeldhouwers, die gezamenlijk aan het gebouw werkten.

Het resultaat was dan ook een waar Gesamtkunstwerk. Louise de Blécourt is als curator in dienst bij het Amrâth Hotel in Amsterdam, dat tegenwoordig in het pand gevestigd is. "Het is vaak niet te achterhalen wie er precies verantwoordelijk is voor een bepaald detail of beeldhouwwerk", vertelt ze.

De zee

Ze heeft als curator genoeg te doen, want wie door, of langs, het gebouw loopt, valt van de ene verbazing in de andere. Er is geen stukje muur of plafond dat niet kunstig gedecoreerd is. En overal komt dat ene thema terug: de zee. Bijvoorbeeld in het sleutelgat in een kastje, dat omgewerkt is tot een ankervorm. Of in de tapijtpatronen, waarin we golven en vissen herkennen. In een stoelleuning, die vormgegeven is als de drietand van Neptunus. In het glas en lood in het dak boven het trapportaal, in de vorm van wereldkaarten met vaarroutes en walvissen. En in het houtsnijwerk in de Beraadzaal, waarvoor speciaal een groep houtsnijders uit Nederlands-Indië werd gehaald.

Want, zoals gezegd, het mocht wat kosten. Het gebouw zit ook vol destijds zeer moderne snufjes, zoals de 'paternosterlift'. "Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak werd de aanvoer van kostbare materialen soms een probleem, maar ook daardoor lieten de opdrachtgevers zich uiteindelijk niet tegenhouden", vertelt De Blécourt. En dus konden de architecten en beeldhouwers die we later als leden van de Amsterdamse School zouden bestempelen, in dit gebouw een paar jaar lang onbekommerd hun gang gaan, en er vrijelijk op los experimenteren, zonder geremd te worden door beperkingen in hun budget.

Het gebouw was in Amsterdam het 'gesprek van de dag', vertelt Roegholt. Al viel het ook niet bij iedereen in de smaak.

Polemiek

Er werden zelfs heftige polemieken gevoerd over de expressionistische, weelderige stijl van de Amsterdamse School. In de jaren rond de eeuwwisseling had de architectuur zich langzaam bevrijd van de 'neostijlen' die de negentiende eeuw hadden gedomineerd: neo-renaissance, neo-classicisme. Architecten wilden af van de hang naar het verleden, van de versieringen uit een ander tijdperk, en zochten naar een manier van bouwen die bij het eigen, moderne tijdperk paste.

In Nederland, en in Amsterdam, was Berlage een van de belangrijkste wegbereiders van die ontwikkeling. Als je zijn Koopmansbeurs aan het Rokin uit 1903 vergelijkt met het even verderop gelegen Centraal Station van Pierre Cuypers, dat in 1889 was voltooid, dan zie je goed wat er in de tussentijd gebeurd was. De overdadige versieringen verdwenen; Berlage had een meer rationalistische stijl die zijn kracht ontleende aan de verhoudingen van de ruimte, niet zozeer aan de opsmuk.

Maar hoe voort te bouwen op het voorbeeld van Berlage? Sommige architecten trokken de lijn door, en gingen alsmaar abstracter werken, zoals dat ook in de schilderkunst gebeurde, die alsmaar abstracter werd. Het devies voor zulke architecten werd dat de vorm van een gebouw geheel gedicteerd moest worden door de functie. In 1908 had de Oostenrijkse architect Adolf Loos al uitgeroepen dat ornament een 'misdaad' was.

Modernisme

Maar het modernisme kende ook een heel andere stroom, en die werd door de Amsterdamse School vertegenwoordigd. Die architecten erkenden Berlage als een groot voorbeeld, die de lei als het ware had schoongeveegd. Maar daarna was het zaak om juist op zoek te gaan naar nieuwe vormen. Michel de Klerk schreef in 1916 over Berlage: "Het tintelend-niéuwe, het sensationeel-schokkende, het indrukwekkend-imposante (waarmede de mechanische technologie ons heden ten dage telkens weer verrast), wat het eigenlijke moderne kenmerkt, doorvoelt hij niet."

De zoektocht naar dat sensationele moderne gevoel konden ze voor het eerst inzetten bij de bouw van het Scheepvaarthuis. Berlage zelf vond dat gebouw wel erg overdadig: iedere vierkante centimeter van het gebouw is versierd, en nergens kun je ook maar iets terugzien van de onderliggende structuur - een destijds heel modern skelet van gewapend beton.

Overigens zou Berlage in de stadsplannen die hij voor Amsterdam maakte de nieuwe generatie expressionistische architecten wel genereus de ruimte geven: zo verhit waren de discussies kennelijk toch ook weer niet.

Wie tegenwoordig in het Amrâth hotel rondloopt, moet concluderen dat ze nu zelfs helemaal verstomd zijn. Louise de Blécourt doet haar best om zoveel mogelijk originele elementen van het Scheepvaarthuis te behouden en te laten restaureren. Maar waar dat niet lukt, bijvoorbeeld in het meubilair, gaat ze op zoek naar originele meubels uit hetzelfde tijdperk. En dan blijkt een stoel van Berlage best goed in zo'n interieur van de Amsterdamse School te passen, zo zie je op een van de kamers.

Museum het Schip verzorgt op zondagen rondleidingen door het Scheepvaarthuis. www.hetschip.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden