Recensie

Het San Marcoplein in Amsterdam dat er nooit kwam

Gabri van Tussenbroek Beeld Marc Driessen
Gabri van TussenbroekBeeld Marc Driessen

De Dam moest allure krijgen met een kerktoren tot de hemel. Maar het bleef bij een stompje.

Gabri van Tussenbroek
De toren van de Gouden Eeuw. Een Hollandse strijd tussen gulden en God.
Prometheus; 368 blz. € 24,99
OORDEEL Tussenbroek vervlecht knap grote en kleine verhalen, maar verliest ten slotte de regie

Het achtste wereldwonder leek aanstaande in Amsterdam. In de maand juni van 1647 werd met twee ceremonies alvast een voorschot genomen op dat wat ging komen: een toren bij de Nieuwe Kerk die ontzag wekte voor de stad maar vooral voor God. Op 6 juni ging de laatste van 6363 heipalen de grond in.

Dat ondergrondse bos moest de last erboven gaan dragen. Op 26 juni legde Cornelis, de 14-jarige zoon van Willem Backer, een van de burgemeesters van Amsterdam, de eerste steen voor de toren. Als bouwoffer werd er het voor die dagen kapitale bedrag van 200 gulden aan goud onder gestopt, opdat er zegen op het werk mocht rusten.

De eerstesteenlegging vergde een afdaling in de bouwput. Ruim 1,3 miljoen extra stenen moesten nog worden gelegd voordat de toren zich voor het eerst boven de grond liet zien. Om nog maar niet te spreken over wat daarna nog zou volgen: het meest ambitieuze ontwerp ging uit van een icoon van bijna 116 meter, hoger dan de Domtoren van Utrecht. bouw kwam uiteindelijk nauwelijks boven het maaiveld uit.

'De toren van de Gouden Eeuw. Een Hollandse strijd tussen gulden en God' is het verhaal van een onvoltooide uit de architectuurgeschiedenis. De auteur, Gabri van Tussenbroek, is bouwhistoricus op de afdeling monumenten en archeologie van de gemeente Amsterdam en hoogleraar stedelijke identiteit en monumenten aan de Universiteit van Amsterdam. Ook in eerdere publicaties koppelde hij de hoofdstedelijke geschiedenis aan bouwprojecten.

Tekst gaat verder onder afbeelding

null Beeld DE TOREN VAN DE GOUDEN EEUW
Beeld DE TOREN VAN DE GOUDEN EEUW

Gevecht

In dit boek draait het om het 17de-eeuwse Amsterdam, dat zijn macht en rijkdom zag groeien en zich bij de plannenmakerij voor een toren volgens Van Tussenbroek spiegelde aan andere steden in de Nederlandse Republiek. De inspiratie kwam ook van verder weg: Venetië. De Dam moest het Amsterdamse San Marcoplein worden, flink meer uitstraling krijgen dan tot dan toe het geval was, daar was eigenlijk iedereen in de stad aan het IJ het wel over eens. Het bestaande stadhuis was een bouwval. De Nieuwe Kerk stak er aanvankelijk trots bij af, maar begin 1645 verwoestte een brand vrijwel de gehele kap en het interieur.

Het rijke Amsterdam zag zich voor twee grote bouwopdrachten tegelijkertijd gesteld: het neerzetten van een nieuw stadhuis en het herstel van de kerk ernaast waarbij die meteen kon worden voorzien van een aansprekende toren. In voorname kringen, zelfs binnen het stadsbestuur, was men zelden even enthousiast voor beide projecten. De realisering ontaardde in de strijd tussen gulden en God, waarnaar Van Tussenbroek in de ondertitel van zijn boek verwijst. In feite kondigde de Verlichting zich al aan, want het was ook een gevecht tussen geloof en ratio, tussen kerk en staat, tussen rekkelijken en preciezen. Of om het maar heel Nederlands te maken: tussen de later spreekwoordelijk geworden koopman en dominee.

Koopman versus dominee

De auteur weet er een mooi persoonlijk duel van te maken van twee mannen met diametraal tegenovergestelde ideeën: de strenge calvinist Willem Backer (1595-1652), voorstander van een grote invloed van predikanten en behoud van het protestantse karakter van stads- en landsbestuur, en Andries Bicker (1586-1652), nietsontziend als koopman maar gematigd en pragmatisch als politicus.

Laatstgenoemde was voller van de plannen voor een nieuw, wereldse almacht uitstralend stadhuis. Backer ijverde voor een toren die naar de machten in de hemel reikt.

Zeker in het begin van zijn boek weet Van Tussenbroek de diverse verhaallijnen, grote en kleine geschiedenis knap met elkaar te vervlechten. De tijd van toen met de bijbehorende debatten herleeft.

Later in 'De toren van de Gouden Eeuw' weet de schrijver die strakke regie niet helemaal te handhaven. Makkelijk heeft Van Tussenbroek het ook niet: langzaam maar zeker speelde van alles door elkaar en het verhaal van de toren ging eigenlijk als een nachtkaars uit.

Het stadhuis werd volgens plan uitgevoerd. Het stak uiteindelijk boven de Nieuwe Kerk uit. Die bleef verstoken van een toren. Het stadhuis, toonbeeld van burgerlijke macht, zou faam verwerven als het achtste wereldwonder. Aan Willem Backers droom herinnerde een schamel stompje, herinnering aan wat had kunnen zijn. Eind 19de eeuw viel het besluit om de laatste restanten maar helemaal op te ruimen.

Wat is uw favoriete boek van 2017? Laat het ons weten!

Lees hier meer boekrecensies.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden