Het rijksonderwijs is niet meer

Voor onderwijsofficials was het een ongewoon feestelijke gebeurtenis, er is zelfs gedanst. Aan boord van motorschip 'Valencia' werd vrijdag gevierd dat na 128 jaar het rijksonderwijs, de meest zuivere vorm van openbaar onderwijs, is opgeheven.

NELY VAN DAM

De ironie wil dat de overdracht van de rijksscholen, die altijd een VVD-etiket hebben gehad, aan de gemeenten werd voltooid onder staatssecretaris Wallage. Toen begin jaren tachtig voor het eerst over de afstoting werd gerept maakte met name Wallages opstelling als PvdA-wethouder van de gemeente Groningen de rectoren van de rijksscholen beducht.

Ze moesten er niet aan denken dat zo'n rooie wethouder de macht kreeg. En zeker Wallage niet. Die stond bekend om zijn eigenzinnigheid en daadkracht. Hij had immers bepaald dat alle leerlingen met een mavo-diploma toegelaten moesten worden tot het gemeentelijk havo, ongeacht hun cijfers.

Tot dan toe hanteerde iedereen, inclusief de rijksinspectie, de regel dat gemiddeld een zeven voorwaarde was voor doorstroming. Wallage weerstond het verzet en de openbare school moest zich schikken. Een dergelijke inmenging vreesden de rijksrectoren zeer.

De rijksschoolleiders waren niet gewend aan bestuurders die hen rechtsstreeks op de vingers keken. Hun bestuur zat ver weg, eerst in Den Haag, later in Zoetermeer. Na overdracht aan de gemeente zou van hun zelfstandige positie weinig overblijven.

Razend enthousiast zijn de 54 rijksscholen over de overdracht nooit geworden. Maar van een georganiseerd verzet is het niet gekomen. Een politieke lobby zoals de gymnasia die keer op keer weten te organiseren, kregen zij niet op gang. Alleen de VVD was principieel tegen, omdat het rijk geen garantie meer kan bieden dat er openbaar onderwijs bestaat als gemeenten daarvoor niet kunnen of niet willen zorgen. Na de overdracht is namelijk niet uitgesloten dat de gemeentelijke openbare scholen door toekomstige fusieperikelen van kleur zullen verschieten en een bijzondere status zullen krijgen.

Dat de rectoren nog steeds niet gerust zijn over de plannen van onderwijswethouders blijkt uit het gedenkboek over de 128-jarige geschiedenis van het rijksonderwijs dat vrijdag verscheen. Drie van hen zeggen daarin over fusieplannen van wethouders onder andere: "Hoewel bijna iedereen tegen is, gaan die plannen maar door." Bovendien klagen zij dat de brede scholengemeenschappen alleen openbare zijn, er zijn nauwelijks bijzondere.

Zij wijzen op het gevaar van de leegloop van de openbare scholen, die bovendien grote kans lopen 'te verworden tot zwarte scholen'. "Voor je het weet verliezen die scholen hun bovenbouw en krijgen de status van de oude klompenschool. Een weinig aantrekkelijk toekomstbeeld. Je ziet die ontwikkeling al bij het openbaar onderwijs in Rotterdam en Utrecht " , aldus de rectoren.

De huidige bewindslieden Wallage en Ritzen zien in de angsten van de rectoren geen reden het rijksonderwijs in stand te houden. Hun voorgangers Deetman en Ginjaar-Maas, die de overgang in gang hebben gezet, zagen dat evenmin. De overheveling naar een lagere overheid past huns inziens in het beleid van decentralisatie, waarbij de school zelfstandiger wordt.

Thorbecke

De liberale minister Thorbecke van binnenlandse zaken maakt in de vorige eeuw de eerste rijksscholen mogelijk. Aanleiding voor hem is het achterlijke karakter van dit land in vergelijking met omringende staten. Rond 1850 bezoekt slechts een op de tweeduizend Nederlanders een Latijnse school of gymnasium. Verder zijn er alleen wat particuliere of Franse scholen van veelal twijfelachtige kwaliteit.

Thorbecke wil met spoed een netwerk van middelbare scholen oprichten en kwam met de vijfjarige HBS, de hogere burgerschool. In de Eerste Kamer, bij de aanname van het wetsontwerp in 1863, voorspelt hij: "Wij gaan eene groote en blijvende weldaad aan het land bewijzen." Met de school wil hij 'de kern des volks verhoogen' opdat de economie niet langer stagneert door gebrek aan ontwikkeling.

De primeur van de eerste rijksschool gaat, in 1864, naar Groningen. Direct daarna volgt Roermond, dat geluk heeft omdat de eerst-uitverkorene in Limburg, Maastricht, de voorkeur geeft aan een gemeentelijke, maar wel katholiek getinte HBS.

In het gedenkboek staat een ooggetuige verslag van de toewijzing van de rijks-HBS aan Roermond. "Van alle kanten ziet men mannen van velerlei stand zich spoeden naar het raadhuis, waar - verbeeldt u op zondag - een buitengewone raadszitting wordt gehouden." De burgemeester leest er een net gearriveerde brief van Thorbecke voor, waarna vreugdekreten losbarsten en het stadje aan het feesten slaat. De vlaggen gaan uit, de zangvereniging brengt een serenade, er is een fakkeloptocht en de volgende dag blijft het feesten met een concert van de harmonie op de markt.

Zo plat

Veel nieuwgebouwde rijksscholen krijgen een statig voorkomen. De belabberde gebouwen zijn vooral de HBS-en van noodlijdende gemeenten die het rijk later soms overneemt. Zoals in Harlingen.

Simon Vestdijk beschrijft zijn eigen school in die plaats in de roman 'Terug naar Ina Damman': "Het had niet eens een portiek, zo plat was het. Niets vond er houvast, alles zou er afgegleden zijn, te pletter op de lange, rode ingesleten stoep. Bijna leek het, alsof een van de drie dimensies zoek was geraakt, en met die ene dimensie alles wat een grijsgekalkte steenklomp een voor mensen bewoonbaar huis doet zijn. En daar er zelfs geen magere schooljongen in de vensterbanken had kunnen zitten, had men er maar een HBS van gemaakt, van dit oude gebouw met zijn twee verdiepingen, dat in vroeger eeuwen iets met de handel uitstaande had gehad, naar men elkaar nog wel vertelde in Lahringen."

In de beginjaren is de HBS een jongensschool. Aletta Jacobs, 's lands eerste vrouwelijke arts, verricht ook hier baanbrekend werk. In 1870 slaagt zij erin als toehoorster door te dringen tot de lessen in Sappemeer. Weldra laten ook de andere rijksscholen (mondjesmaat) meisjes toe, maar het duurt tot 1906 voordat de geslachten officieel gelijk behandeld worden. Tot dan moeten de meisjes maar naar de MMS, de middelbare meisjesschool, waar letteren en kunst de boventoon voeren.

Relletjes

In onderwijskundig opzicht hebben de rijksscholen zelden voorop gelopen. En financieel werden zij kort gehouden, omdat de andere scholen hun budget met argusogen bezagen. Een rector in Appingedam die tien gewone en twee armstoelen aanvroeg, kreeg te horen dat die laatste te luxueus waren. Eigenmachtig besloot hij voor de prijs van twee gewone stoelen een exemplaar met armleuningen te kopen. Zijn opvolger heeft er nog over ingezeten dat de rijksinspecteur aanmerkingen zou maken.

In emancipatoir opzicht daarentegen hebben de rijksscholen recent nog een voorbeeldfunctie gehad. Staatssecretaris Ginjaar-Maas kon 'haar' scholen voorschrijven meer vrouwen te benoemen in leidinggevende functies, de gemeentelijke en bijzondere scholen kon zij dat slechts adviseren. Onder haar bewind kwamen er negen rectoren en tientallen conrectoren van het vrouwelijk geslacht. De VVD-politica, die minder dan haar CDA-minister Deetman geporteerd was voor de overdracht, betreurt het dan ook dat de rijksoverheid dergelijke instrumenten nu moet missen.

Zij zegt in het gedenkboek genoten te hebben van het praktische bestuurswerk. De relletjes nam zij op de koop toe, want vrijwel elke misstap van een rijksleerling of rijksleraar leidde tot Kamervragen. Zo heeft een van haar voorgangers zich in de jaren vijftig in het parlement moeten verantwoorden voor aangeschoten pubers in Belgie. De rijksleerlingen trokken tijdens een schoolreis in Antwerpen een standbeeld van zijn sokkel en een bewindspersoon droeg uiteraard verantwoordelijkheid voor een 'beeldenstorm' zoals deze gebeurtenis is genoemd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden