Het Residentie Orkest heeft bodem gezien en is als nieuw orkest opgekrabbeld

Nicholas Collon dirigeert het Residentie Orkest in popzaal Paard van Troje.Beeld RV

Bijna was er geen Residentie Orkest meer geweest. Maar na een diepe crisis krabbelde het orkest weer op. Nu speelt het met nieuw elan onder een piepjonge dirigent. 'We hebben ons vak opnieuw moeten uitvinden.'

Hij hoefde het document alleen nog maar te tekenen. Maar burgemeester Jozias van Aartsen van Den Haag weigerde het Residentie Orkest op te heffen. Musici van het Residentie Orkest spreken nog altijd met dankbaarheid over de burgemeester, die in 2013 het orkest op het nippertje in leven hield.

Het was het dieptepunt in de ruim honderdjarige geschiedenis van het roemrijke orkest, dat met name in de jaren vijftig, zestig en zeventig onder leiding van Willem van Otterloo en met de twee concertmeesters Herman Krebbers en Theo Olof internationale faam had. In 2013 verloor het een derde van de subsidie van ministerie en gemeente. Staatssecretaris Zijlstra (VVD) van Cultuur bezuinigde fors op cultuur; per regio wilde hij maar één 'orkestvoorziening'. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest kon ook wel in Den Haag het grote symfonische repertoire spelen. Het Residentie Orkest moest terug naar zestig musici voor het kleine klassieke repertoire of helemaal verdwijnen.

Vier jaar later staat het orkest er heel anders voor. Blakend van zelfvertrouwen, kwalitatief verbeterd, met een nieuwe chef-dirigent, een nieuwe concertzaal in het vooruitzicht en de gemeente als belangrijke steun in de rug. Celliste Justa de Jong: "We hebben de bodem gezien, en van daaraf onszelf opnieuw als orkest uitgevonden."

Het was geen leuke tijd, beaamt De Jong. Als je hoort dat je orkest wel weg kan, knaagt dat aan het zelfvertrouwen en ontstaat een deprimerende sfeer. De musici kregen allemaal een ontslagbrief thuis. Ook niet opbeurend. Maar uiteindelijk werd besloten niet terug te gaan naar zestig musici, maar 84 musici met een deeltijdaanstelling te behouden. Een goede beslissing, blijkt nu.

De Jong: "Vroeger speelden we week in week uit, nu minder. Je gaat op zoek naar dingen om ernaast te doen: in andere orkesten en ensembles spelen, lesgeven. Dat heeft mijn leven verrijkt. Je behoudt je frisheid en brengt je ervaringen mee in het orkest. Maar het grote verschil met vroeger is dat nu niets meer vanzelfsprekend is. Twintig jaar geleden, in de glorietijd onder dirigent Svetlanov, speelde je gewoon je partij. Nu is iedereen actief betrokken bij de positie van het orkest in de stad."

Onbekend terrein

Werken aan de relatie met het publiek werd een prioriteit. De Jong: "Je denkt dat er vanzelf waardering is voor het moeilijke vak van klassiek musicus en voor de mooie muziek die we maken. Maar de laatste twintig jaar is dat niet meer vanzelfsprekend. We moeten de mensen gaan ophalen en meenemen."

Den Haag lijkt een keurige diplomatenstad, maar 52 procent van de inwoners is van niet-westerse afkomst, vertelt artistiek directeur Sven Arne Tepl. Voor velen van hen zijn een orkest en concertzaal onbekend terrein. Het Residentie Orkest laat daarom musici spelen in popzaal Paard van Troje, in de Bijenkorf, bij amateurdansproducties, met het Nationale Theater of op scholen.

Inmiddels wordt een kwart van het publiek bereikt door educatie. Violiste Mara Oosterbaan, sinds drie jaar bij het orkest, laat schoolkinderen voor het eerst kennis maken met de viool. "Sommigen hebben nog nooit een viool gezien. Eerst vinden ze het maar gek, maar na een tijdje krijg je opmerkingen als: 'ik werd er helemaal koud van." Inmiddels zijn er veertien leerorkesten op basisscholen gevormd. Die spelen eens per jaar in het voorprogramma van het Residentie Orkest op het podium van de zaal hun eigen stuk van tien minuten.

Niet alleen voor de orkestleiding is het bereiken van publiek een taak. Ook individuele musici moeten aan de bak. Hoboïste Pauline Oostenrijk gaat naar sponsors om te vertellen over leiderschap. Justa de Jong houdt tegenwoordig voor de concerten beginnen inleidingen en interviews met de dirigent of solist. "Ik wist niet dat ik dat kon. Maar het is een leuke manier om het publiek bij ons te betrekken."

Ook tijdens het concert is er iets veranderd. Oosterbaan: Van de acteur Aus Greidanus sr. hebben we geleerd dat er altijd iemand in het publiek naar jou persoonlijk kijkt, ook al ben je maar een van de tachtig musici. Daarom moet je je steeds bewust zijn van je uitstraling. Het helpt dat we nu tijdelijk in het Zuiderstrandtheater optreden. Dat heeft de vorm van een amfitheater: de rijen lopen omhoog, zodat we het hele publiek kunnen zien. En zij ons dus ook."

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Beeld RV

Ook onderging het orkest artistieke vernieuwing, vertelt Tepl. Onder leiding van experts Jan Willem de Vriend en Richard Egarr werd gewerkt aan de authentieke uitvoering van het klassieke repertoire. Dat bracht meer wendbaarheid, doorzichtigheid en precisie in het orkest. "Als je daar waardering voor krijgt, leidt dat weer tot meer zelfbewustzijn en beter spel."

De nieuwe werkwijze helpt. De bezoekersaantallen gaan omhoog, het gemeentebestuur ziet nu het belang van het orkest voor de stad, aldus Tepl. En het onderlinge gevoel van verbondenheid dat traditioneel al erg sterk is onder de Haagse musici, is alleen maar toegenomen, zeggen De Jong en Oosterbaan. De Jong: "We zijn opnieuw geïnspireerd geraakt."

In deze nieuwe opstelling, waarin communicatie met het publiek voorop staat, past de keuze voor de nieuwe chef-dirigent Nicholas Collon. De 34-jarige Brit heeft precies die open houding ten opzichte van het publiek die het Residentie Orkest nastreeft. Oosterbaan: "Maar hij is ook open tegenover ons. Als je een idee hebt over hoe iets gespeeld moet worden, kun je naar hem toestappen. Dan zegt hij: interessant, ik denk er over na. En als we het dan toepassen, geeft hij je tijdens het spelen een knipoog." De Jong: "Dat kon bij Svetlanov echt niet. Die heb ik in al die jaren nooit gesproken."

Het Residentie Orkest speelt zaterdag onder leiding van Nicholas Collon in de open lucht. In het Zuiderparktheater klinken werken van Tsjaikovsky en Humperdinck. Zondag speelt het orkest in het Concertgebouw hetzelfde programma, aangevuld met het tweede pianoconcert van Rachmaninov.

Nicholas Collon: 'Er heerst hier een opvallend positieve mentaliteit'

Kiezen voor de jonge Engelsman Nicholas Collon (34) als chef-dirigent is een avontuur. Zijn eigen Londense Aurora Orchestra, dat hij met vrienden oprichtte, speelt regelmatig staand en uit het hoofd. Gaat hij dat bij het Residentie Orkest introduceren? "Dat weet ik nog niet," is zijn antwoord aan de telefoon. "Maar we praten bij het orkest veel over hoe we willen communiceren. Daar is het orkest enorm mee bezig."

Collon was toen hij vorig jaar als gastdirigent langs kwam, meteen getroffen door de gretigheid en alertheid van de musici. "Ze hebben een moeilijke periode gehad. Maar door de transitie die ze hebben doorgemaakt, is dit nu een flexibel orkest. Het kan het grote symfonische werk aan, maar de musici hebben ook een bijzonder stijlgevoel ontwikkeld in het klassieke repertoire. En er heerst een sterke, positieve mentaliteit."

Al vindt Collon de presentatie van een concert belangrijk, op de eerste plaats staat de kwaliteit van de muziek zelf. "We gaan hard werken aan techniek en aan het orkestspel. We moeten elkaar nog beter gaan verstaan. Ik heb al een keer bij een repetitie de blazers vooraan neergezet, op de plek van het publiek, zodat ze de strijkers aan konden kijken. Dan luister je op een andere manier naar elkaar. Het is fijn dat het orkest voor dit soort zaken allemaal in is."

Denkt hij dat er altijd publiek zal zijn voor klassieke muziek?

"Zeker. Men praat al heel lang over de crisis in de klassieke muziek. Maar het bestaat nog steeds. We moeten wel alert zijn, niet denken: ze komen wel. Jongeren houden wel van klassieke muziek - kijk maar eens hoeveel jong talent er op de conservatoria is - maar er is nu zoveel afleiding: computers, televisies. We moeten ze laten inzien dat het de moeite waard is twee uur stil te zitten en te luisteren."

Alternatieve locaties, cross-overs, uit het hoofd spelen, je kunt van alles bedenken om een concert toegankelijk te maken, vindt Collon. Hij verheugt zich al op het concert in Paard van Troje half september.

Wat ook zal helpen is de nieuwe concertzaal die in 2020 bij het Spui moet verrijzen. "Een nieuwe zaal kan een nieuwe bevolkingsgroep nieuwsgierig maken. Het hele orkest kijkt daar naar uit. Ook dat zorgt voor een hoopvolle stemming."

Lees ook: Nieuwe dirigent Collon geeft Residentie Orkest 'boost'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden