Het requiem als ritueel

Het moet een nieuw ritueel worden op een vaste plek in de drukke concertkalender van het Koninklijk Concertgebouworkest. Een muzikaal baken, zoals de jaarlijkse Passieconcerten in de lente, en de Kerstmatinees in de winter - het requiem in de herfst.

Het is de bedoeling dat het KCO voortaan elk jaar een requiem zal spelen, in de herfst, als de dagen korter worden en Allerzielen wordt gevierd. Men wil een ritueel creëren waarbij iedereen op zijn eigen manier kan stilstaan bij verlies. Met het requiemritueel wil het orkest schoonheid als deel van het leven verankeren en publiek verbinden.

Vanavond begint chef-dirigent Mariss Jansons met dit nieuwe ritueel middels een uitvoering van het Requiem van Mozart. De dodenmis wordt in het programma gekoppeld aan Stravinsky's 'Psalmensymfonie'.

Opvallend is dat alledrie de muzikale rituelen van het Koninklijk Concertgebouworkest te maken hebben met de kerkelijke kalender: Pasen, Kerstmis en Allerzielen. Volgens orkestdirecteur Jan Raes is dat geen toeval, "omdat de lage landen heel erg bepaald zijn door dat ritme. Maar rituelen hoeven niet kerkelijk te zijn. Alle culturen hebben hun eigen rituelen, vooral waar het gaat om het begraven van hun doden. Rituelen hebben net als religies iets verbindends. Je deelt iets met anderen.

"Ik voel het belang van rituelen goed aan. Uitvergroot zou je kunnen zeggen dat een goed concert in een bijzondere ruimte, zoals het Concertgebouw, ook een ritueel is. Zo is het idee voor dit requiemritueel een beetje ontstaan, ook omdat er zo veel goede requiems geschreven zijn."

Het KCO kiest voor requiems waarin het orkest een prominente rol heeft, maar Raes sluit niet uit dat er in de toekomst plaats kan zijn voor gespecialiseerde ensembles als dat een programma zou versterken. Raes wil vooral niet dogmatisch denken.

"In de jaren hierna staan Brahms' 'Ein deutsches Requiem' en Verdi's 'Messa da Requiem' gepland, maar ook het Requiem van Ligeti komt aan bod en we hebben huiscomponisten bij wie we een requiem kunnen bestellen. Chef-dirigent Mariss Jansons is de eerste keus voor deze requiemconcerten. Mariss is een religieus mens én een groot koordirigent. Niet voor niets koos hij in onze Mahlerserie voor de symfonieën Twee, Drie en Acht, alle met groot koor."

Ondanks de kerkelijke associaties is het requiemritueel niet liturgisch bedoeld. Er is ook plaats voor overdrachtelijker bedoelde composities als Benjamin Brittens 'War Requiem' of Penderecki's 'Threnodie voor de slachtoffers van Hiroshima'.

Als Jansons vanavond Mozarts Requiem dirigeert is het bijna veertig jaar geleden dat het KCO dat werk voor het laatst (onder Bernard Haitink) speelde. Raes: "Dat heeft te maken gehad met het heftige debat dat in de jaren '70 en '80 woedde over de uitvoeringspraktijk van oude muziek. Kennelijk dacht men toen: 'Laten we daar maar even van afblijven'. Gelukkig zijn de tijden veranderd."

Het Koninklijk Concertgebouworkest, Groot Omroepkoor en solisten olv Mariss Jansons voeren het Requiem van Mozart en de Psalmensymfonie van Stravinsky vanavond, donderdag, vrijdag en zondagmiddag (live op Radio 4) uit in het Concertgebouw.

'Missa pro defunctis'
Tot aan het einde van de tiende eeuw was er in de kerk geen verschil tussen dodenmissen en gewone missen. In Frankrijk vond de verandering plaats. Abt Odo van het Benedictijner klooster in Cluny bepaalde dat 2 november de dag zou zijn ter nagedachtenis van de doden - de dag van Allerzielen. Sinds de dertiende eeuw is die dag algemeen geaccepteerd in de christelijke wereld.

De bijbehorende dodenmis, officieel getiteld 'Missa pro defunctis', mis voor de overledenen, is bijgevolg van Frankisch-Gallische origine. De éénstemmige gregoriaanse muziek op teksten uit het Oude en Nieuwe Testament kon gezongen worden op 2 november, op begrafenissen en hun verjaringen, én op de derde, zevende en dertigste dag na iemands dood. Door de eeuwen heen hebben componisten zich aangetrokken gevoeld door de dodenmis.

Van de vijftiende eeuwse Dufay (die zijn eigen requiem op zijn begrafenis wilde horen) tot aan Britten (die als verklaard pacifist in 1946 het 'War Requiem' schreef) en verder maakten componisten hoogst persoonlijke interpretaties van de teksten voor de dodenmis.

Vooral in het beroemde gezang 'Dies irae, dies illa' konden componisten theatraal en dreigend uitpakken (Berlioz en Verdi bijvoorbeeld). Ook aan het slot van de mis - er wordt geen zegen uitgesproken - komen de verschrikkingen van de dag der wrake terug in het 'Libera me'.

Bij de liturgische hervormingen die het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) doorvoerde, werden zowel het 'Dies irae' als het 'Libera me' geschrapt, omdat de inhoud niet meer zou passen in de twintigste eeuw.

Het requiem werd een typisch katholiek werkstuk waar in de landen van de Reformatie geen behoefte aan was. Wat weer niet wil zeggen dat de dode daar in stilte begraven werd.

Het beroemdst is wel de begrafenismuziek die Heinrich von Reuss voor zichzelf bestelde bij Heinrich Schütz. De 'Musikalische Exequien' uit 1636 is het eerste requiem in het Duits, tweeëneenhalve eeuw later groots gevolgd door het zeer persoonlijke en troostende werk van Johannes Brahms: 'Ein deutsches Requiem'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden