HET RECHTELOZE LEVEN VAN EEN FILIPPIJNSE MEID

Vanwege de enorme werkloosheid hebben miljoenen Filipino's hun land verlaten om elders geld te verdienen dat aan de achtergebleven familie wordt overgemaakt. De meeste vrouwen werken onder barre omstandigheden als dienstmeid. Het slechtst bekend staat het Midden-Oosten, waar zij door hun werkgevers worden verkracht en mishandeld. Maar ook in het relatief vriendelijker Hongkong stellen hun rechten niets voor.

Asoesina Pasquale naaide tegen stukloon T-shirts in een Filippijnse fabriek. Ze verdiende zo weinig dat ze inging op het aanbod van een ronselaar om in Hongkong als dienstbode te gaan werken. Van haar nieuwe baas moest ze haar paspoort inleveren. Bijna twee jaar lang leefde Asoesina op een bovenverdieping waar ze van 's ochtends zes uur tot 's nachts een uur moest werken. Zodra ze kans zag ontvluchtte ze.

De avond dat Mila Bhalerao het huis werd uitgegooid, brachten twee vrouwen haar naar een opvanghuis van de Missie voor Filippijnse Migranten. Met hulp van deze organisatie eist ze nu voor achttien jaar onderbetaling en doorwerken op zondag 220 000 Hongkong dollar schadevergoeding, bijna 49 000 gulden. Alleen onrecht dat in geld is uit te drukken valt te verhalen, maar het is meer dan genoeg om terug te keren naar India.

Ook Asoesina Pasquale had het geluk dat er plaats was in Tahanan, een huis voor vrouwen die procederen tegen hun ex-werkgevers. Voor buitenlandse 'domestic helpers', dienstmeisjes, geldt de speciale regel dat ze bij voortijdige beëindiging van hun standaard tweejaarscontract Hongkong binnen veertien dagen moeten verlaten. Wie een proces aanspant, mag blijven maar niet werken en is voor huisvesting aangewezen op een van de schaarse opvanghuizen. In Tahanan staan naast de tafel twee matrassen tegen de muur geklemd. In de twee kamers wonen dertien vrouwen die zich verdringen rond Asoesina Pasquale. Als zij haar handen ruw over elkaar heen wrijft beginnen de vrouwen te lachen. Asoesina's nagels zijn half gesmolten; door haar handen lopen diepe kloven. Elke avond moest zij na haar gewone werk met de hand kleding wassen voor de winkel van haar baas. Naarmate haar verhaal schrijnender wordt, lachen de vrouwen harder. Alsof ze zo ook hun eigen ervaringen kunnen afschudden.

Asoesina ratelt door. Dat ze overleefde op oude etensresten, dat ze de afwasspons niet voor haar vuile bord mocht gebruiken, dat ze als een gevangene zat opgesloten, dat haar baas, als hij een avond uit was geweest, weigerde zijn eigen sleutel te gebruiken; nee, Asoesina moest maar opstaan om voor hem open te doen. Bijna was ze er gek geworden. En weer wil hij voor de komende twee jaar een contract afsluiten. “Ik heb hem op mijn knieën gesmeekt me te laten gaan”, zegt Asoesina. Ze heeft een schadevergoeding gevraagd en het recht om een andere werkgever te zoeken, maar haar baas weigert elke medewerking. Een vervolgprocedure kan een jaar duren. Al die tijd mag ze niks verdienen. De laatste keer dat Asoesina geld stuurde naar haar twee zoontjes op de Filippijnen was eind vorig jaar.

In Hongkong werken naar schatting meer dan 125 000 Filippijnse vrouwen. Hongkong is populair, want de arbeidsomstandigheden zijn er vergeleken met andere landen gunstig: de vrouwen hebben recht op 24 uur per week vrij en een minimum loon van 3750 Hongkong dollar, zo'n 830 gulden. In Maleisië bijvoorbeeld hebben de vrouwen maar eens per twee weken vrij en ligt het officiële loon op iets meer dan driehonderd gulden. De Filipina's die negentig procent van het totale aantal dienstmeisjes in Hongkong uitmaken, zijn gewild, omdat zij meestal ook Engels spreken. De overige dienstmeisjes komt uit landen als Sri Lanka, India, Indonesië en Bangladesh. Deze vrouwen zijn nog rechtelozer dan de Filipina's die zich goed hebben georganiseerd in hun eigen organisatie Unifil waarbij 26 kleinere initiatieven zijn aangesloten.

Volgens Filippijnse regeringscijfers zijn 3,5 miljoen Filipino's weggetrokken om elders op de wereld te werken. Officieuze cijfers spreken van zes miljoen mensen, bijna tien procent van de totale bevolking. Meer dan de helft hiervan bestaat uit vrouwen. Dit leger van overzeese arbeiders is de belangrijkste impuls voor de nationale economie. Jaarlijks zouden ze meer dan 12 miljard gulden terugsturen. Als de bevolking door blijft groeien, zullen er rond 2020 honderd miljoen Filipino's zijn. Nu al is het nationale jaarinkomen niet hoger dan 1 500 gulden; een derde van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Intussen wordt de stroom migranten steeds groter. Het aantal vrouwen dat in Hongkong als dienstmeid is gaan werken, is de laatste vier jaar verdubbeld.

Volgens de Chinese mevrouw Choi van het wervingsbureau Further Creation - met vestigingen in Taiwan, Singapore, Canada, op de Filippijnen en in Hongkong - staan de Filippijnse vrouwen te dringen om zich als 'domestic helper' te verhuren. Afgelopen twintig jaar heeft ze meer dan dertigduizend vrouwen naar Hongkong gehaald. Op haar bureau slingeren tientallen mappen; van iedere kandidate is een video beschikbaar. Het persoonsdossier bevat een foto in dienstersuniform, uitgebreide personalia en een door de kandidaat ingevulde vragenlijst. Zou je je haar kortknippen als je baas dat eiste? Zou je je vrije dag opgeven? Wat zou je doen als je baas je uitscheldt en schoffeert?

De antwoorden zijn zonder uitzondering instemmend en onderdanig. Vroedvrouwen en verpleegsters liggen op een speciale stapel. Die gaan naar gezinnen met heel jonge kinderen, bejaarden of gehandicapten. Zestig procent van mevrouw Chois bestand voor Hongkong komt van de universiteit, beweert ze, nog eens twintig procent heeft een hogere beroepsopleiding gevolgd en de rest heeft in elk geval de middelbare school afgemaakt. Kandidaten van mindere kwaliteit stuurt ze naar Maleisië, Japan, Taiwan of in het ergste geval naar het Midden-Oosten. Voor Europa, waar de meeste Filippijnse vrouwen in Italië en Spanje werken, bemiddelt ze niet. Ook in Nederland arriveren - vooral in Wassenaar en het Gooi - steeds meer Filippijnse au pairs. Hun aantal groeide in twee jaar tijd van dertig naar vijftienhonderd.

In Manila alleen al floreren dertienhonderd Filippijnse wervingsbureaus. Daarnaast nog een onbekend aantal internationale vestigingen, zoals het kantoor van mevrouw Choi. Gemiddeld betalen de kandidaten zo'n duizend gulden inschrijfgeld. Ook de staat verdient aan elke uitgezonden werkkracht, maar stelt daar niet veel tegenover. Nadat gebleken was dat een aantal bureaus ronselde voor 'Entertainment' - gastvrouwen in Japanse nachtclubs - maakte de POEA, het Filippijnse Kantoor voor Overzeese Arbeid, daar door strengere regelgeving een eind aan. Maar verder bekommert deze instantie zich nauwelijks om zijn verantwoordelijkheden.

Sinds de terechtstelling van het dienstmeisje Flor Contemplacion afgelopen maart in Singapore is op de Filippijnen een felle discussie over contractarbeid op gang gekomen. Het dienstmeisje werd veroordeeld voor een dubbele moord maar volgens de Filippijnse autoriteiten is daar nooit een duidelijk bewijs voor geleverd. Diplomatieke actie kon de ophanging van Flor Contemplacion niet voorkomen. De regering werd vervolgens verweten dat zij niets doet aan de hoge werkloosheid die mensen dwingt elders werk te zoeken en dat de overzeese contractarbeiders in volstrekte rechteloosheid verkeren. De regering kwam met een tegenzet: de Magna Carta, een wetsvoorstel dat de contractarbeiders bescherming moet gaan bieden. Als de Magna Carta in werking treedt, wordt iedere werkgever op voorhand gecontroleerd en zullen ambtenaren de belangen van de Filippijnse werknemers ter plekke behartigen. Voor Japan bijvoorbeeld waar 262 000 Filipino's verspreid over het hele land werken staat één contactambtenaar geboekt; voor Saoedi-Arabië met zijn 700 000 Filippijnse migranten (van wie 150 000 dienstmeisjes) zijn twee ambtenaren voorzien.

Een 'lachertje' noemt Poe Gratello, vertegenwoordiger van de organisatie Migrante in Manila, de voorgestelde wetgeving. Hij werkte tien jaar in Saoedi-Arabië waar hij bij Migrante, dat voor de belangen van de overzeese arbeiders opkomt, betrokken raakte. Hij ziet de oplossing voor de economische problemen in een herverdeling van de grond, iets wat tijdens de regering van Cory Aquino al is beloofd. Regelmatig demonstreren aanhangers van Migrante in het senaatsgebouw waar de Magna Carta wordt besproken. Ze roepen leuzen dat het land los moet komen van het Internationaal Monetair Fonds, dat de export van goedkope Filippijnse arbeid toejuicht om zo de schuldenlast te verminderen. Volgens Poe Gratello gebruikt president Fidel Ramos de Magna Carta als voorwendsel om de uitvoer van goedkope arbeid naar andere delen van de wereld te stimuleren. “Bescherming van zóveel mensen in zóveel landen waar de Filippijnse staat niks te zeggen heeft, is onmogelijk. Met de Magna Carta houdt de regering de mensen voor de gek.”

Onafhankelijk congreslid Tomas Concepcion, tevens de enige afgevaardigde voor Overzeese Contractwerkers, spreekt van 'moderne slavernij' die halverwege de jaren zeventig onder de dictatuur van Marcos tot grote bloei kwam, maar waar ook de daaropvolgende machthebbers van hebben geprofiteerd. Verhalen over seksueel misbruik van dienstmeisjes in het Midden-Oosten deden vanaf het begin af aan de ronde. “Ze waren vergeten dat het om mensen ging, in plaats van om geiten”, zegt Concepcion bitter. Sinds hij twee jaar geleden benoemd werd door president Ramos, reisde hij diverse malen naar Al-Ain, een van de Arabische Emiraten. Daar is de zestienjarige Sarah Balabagan, een Filippijns moslimmeisje, afgelopen maandag veroordeeld tot zeven jaar cel omdat ze vorig jaar haar werkgever doodstak toen die zich aan haar vergreep. “Ze zocht hulp bij de agent die haar contracteerde maar werd door hem in een geitenstal opgesloten en teruggebracht naar haar verkrachter.” De rechtbank veroordeelde het meisje weliswaar, maar beval ook dat de familie van het slachtoffer haar 42 000 gulden schadevergoeding moet betalen omdat zij seksueel was misbruikt.

Een andere lugubere gebeurtenis speelt rond het 27-jarige dienstmeisje Sarah Tabar, wier lichaam in februari uit de Arabische Emiraten naar de Filippijnen werd teruggestuurd. Bij lijkschouwing bleek dat er onder een vers litteken op haar buik een foetus in een plastic zak was verborgen.

Vorige week stierf de 22-jarige Margaret Almogela nadat zij door haar bazin in Koeweit was mishandeld. Zij is in het oliestaatje het vierde dodelijke slachtoffer van geweld in twee jaar tijd. Een Filippijnse onderzoekscommissie die momenteel de Golfstaten afreist, meldt dat op dit moment honderd dienstboden hun toevlucht hebben gezocht tot de Filippijnse ambassade in Koeweit, tweehonderd in Riaad, honderd in Jeddah, dertig in Dubai en vijftig in Abu Dhabi.

Tomas Concepcion vindt dat de export van vrouwen naar het Midden-Oosten direct moet stoppen. Wat andere werelddelen betreft moet de arbeidsexport - althans van vrouwelijke werknemers - beperkt blijven tot opgeleide vrouwen. “Dat levert meer geld op en bovendien kunnen de meeste van onze vrouwen dan thuisblijven, waar ze horen, bij hun families.”

De sociale gevolgen van de afwezigheid van de Filippijnse moeders - voor iedere moeder blijven gemiddeld drie kinderen achter - lopen torenhoog op. Gebroken gezinnen en in de steek gelaten kinderen noemt Tomas Concepcion de 'vloek' van de Filippijnse samenleving. Onder president Ramos wordt alles anders, denkt Concepcion. In zijn toekomstplan Philipines 2000 belooft de president dat er voor de eeuwwisseling een miljoen banen bij zullen zijn gekomen. Afgelopen jaar lag de economische groei op 4,8 procent. Critici beweren echter dat dat komt doordat Ramos met geleend geld extra elektriciteitscentrales liet bouwen zodat er een einde kwam aan de storingen die voorheen de fabrieken lamlegden. Naar hun mening is er sprake van een correctie en nauwelijks van een daadwerkelijke toename van economische bedrijvigheid.

Myrna Gose heeft niks van de veronderstelde economische verbetering in haar land gemerkt. Haar man is al jaren werkloos. Haar oudste dochter Abigel, opgeleid als computertechnicus, is twee maanden geleden ook als 'domestic helper' naar Hongkong gekomen. Zelf verliet ze haar gezin tien jaar geleden; de jongste was zeven jaar oud. Myrna zorgt voor een kindje van anderhalf dat haar soms 'mama' noemt. De vrouw des huizes is bijna altijd aan het werk. Inmiddels heeft Myrna een huis in een achterbuurt van Manila kunnen kopen, maar spaargeld heeft ze niet. Dus moet ze in Hongkong blijven. Zolang het nog kan, want in juli 1997 wordt de Britse kolonie aan China teruggegeven. Niemand weet wat er dan met de vele buitenlandse werkkrachten zal gebeuren.

Elke zondag gaat Myrna naar Statue Square, een groot plein in het centrum van Hongkong. Daar staan de vrouwen samen in groepjes, gerangschikt naar de streek van herkomst; hun grote tassen vol eten, brieven en foto's onder de arm geklemd. Voor veel vrouwen is het wekelijks bezoek aan het plein - op zondag net een overvol kippehok - de enige manier om de heimwee te verlichten. Een plek waar je stoom kunt afblazen en het laatste nieuws hoort. Het gesprek van de dag is de zelfmoord van het 34-jarige dienstmeisje Santos Milapror. Haar baas had haar gedwongen naast haar huishoudelijke werk ook in zijn restaurant te werken. Dat komt vaak voor: de meeste vrouwen moeten - zonder dat ze daarvoor worden betaald - wel eens bij familie van hun baas of in zijn bedrijf werken. Omdat een 'domestic helper' volgens de wet in Hongkong alleen mag doen wat in het contract staat, werd Santos Milapror ervan beschuldigd illegale arbeid te verrichten. De immigratiedienst dreigde haar met uitzetting, waarop ze van acht hoog uit het raam sprong.

Slechts enkelen hebben het getroffen met hun werkgever, zo blijkt uit de verhalen op het plein. Een meisje werd iedere maand gedwongen te tekenen dat zij 3 750 Hongkong dollar had verdiend, terwijl ze in werkelijkheid maar tweeduizend in handen kreeg. Een oudere vrouw moest op een kast slapen. Een mooi meisje heeft zich de jaloezie van de vrouw des huizes op de hals gehaald en wordt voortdurend uitgescholden. Weggaan kan ze niet, ze weet niet waarheen. Een ander werd op staande voet ontslagen nadat ze bij het schoonmaken een stuk glas in haar been kreeg en naar de dokter moest.

Myrna's tante Cynthia, een ex-onderwijzeres die jong weduwe werd en daarom in Hongkong moest gaan werken, is met twee dochters naar Statue Square gekomen. Deze week heeft ze een nieuw contract getekend. Er zat een hele lijst voorwaarden bij: paspoort inleveren, Chinees leren, niet in de woonkamer zitten, brieven schrijven alleen op zondag, geen bezoek ontvangen. Maar ze móest wel tekenen want bij haar huidige baas moet ze meer dan achttien uur per dag werken. Dat houdt ze niet meer vol. Nichtje Marita is net ontslagen. Ze werd door het kind van haar baas gespuugd en geslagen en toen ze er wat van zei, kon ze gaan. Ze probeert een rechtszaak aan te spannen maar heeft nog geen plaats in een opvanghuis gevonden.

Bijna alle vrouwen die een rechtszaak tot het einde toe volbrengen, winnen die ook. Maar de meeste haken om financiële redenen voortijdig af. Bij een laatste bezoek aan het huis van de Missie voor Filippijnse Migranten blijkt ook Mila Bhalerao haar zaak te hebben gewonnen. Maar het grijze omaatje zit op de bank te huilen; ze is ervan overtuigd dat haar ex-baas haar wil vermoorden. Hij wil de toegekende 220 000 Hongkong dollar niet betalen maar stelt voor de zaak onderhands te regelen voor 40 000 Hongkong dollar, zo'n negenduizend gulden. Onder één voorwaarde: dat de overhandiging van het geld plaatsvindt in zijn huis en zonder getuigen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden