Het recht op rechten is ontspoord

Het recht op rechten heeft absurde proporties aangenomen. Iedereen vindt dat hij overal recht op heeft. Dat geldt niet in de laatste plaats voor ambtenaren. Zij zouden eens wat meer aan hun plichten en verantwoordelijkheden moeten denken.

De Italiaanse rechtsfilosoof Norberto Bobbio duidde de twintigste eeuw aan als 'de eeuw van rechten'. De eeuw heeft ons verschillende verklaringen van fundamentele rechten gebracht, zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Ook is de praktische toepassing van die rechten mogelijk gemaakt. Maar de grootste revolutie is misschien wel de wijze waarop het denken in termen van rechten zijn beslag heeft gekregen in het rechtsbewustzijn van mensen.

Het rechtsbewustzijn is een bewustzijn van je eigen rechten geworden. Dat heeft ook schaduwkanten. Mega-processen, zoals tegen de van drugssmokkel verdachte Bouterse, ontaarden steeds meer in een ingewikkeld steekspel over procesrechtelijke trivialiteiten. De bestuursrechter maakt het in verschillende gevallen bijna onmogelijk om democratisch tot stand gekomen overheidsbeleid uit te voeren. De hoeveelheid rechten die in de internationale fora worden gecreëerd, neemt absurde proporties aan, zoals het recht te genieten van kunst. Waar fundamentele rechten in dictatoriaal geregeerde landen een nuttige functie vervullen in de strijd voor gerechtigheid, lijken deze in de democratische rechtsstaten steeds meer een instrument waarmee het constitutioneel bestel uit zijn voegen wordt gelicht.

Een voorbeeld van het ontspoorde rechtsdenken is de positieve houding jegens de grondrechten voor overheidspersoneel. Zo berichtte Trouw maandag 22 maart over de onvrede die zou bestaan over de reorganisatie van het openbaar ministerie. Deze reorganisatie is reeds door de Tweede Kamer aanvaard, maar moet nog door de Eerste Kamer. Scheidend advocaat-generaal A.G. Korvinus en haar collega P.M. Brilman ventileerden onlangs hun kritiek op de reorganisatie, omdat de vrijheid van de individuele officier met de nieuwe wetgeving wordt beknot. Brilman maakte zelfs de tendentieuze vergelijking van democratisch vastgestelde richtlijnen met 'marsorders'.

Het voorbeeld laat zien dat het 'ik-ben-lekker-stout'-principe het leidende beginsel is geworden voor onze ambtenarij, van oud-politiecommissaris Nordholt tot generaal Couzy, van secretaris-generaal Borghouts van justitie tot zijn collega Van Wijnbergen van economische zaken. Achter die mentaliteit schuilt een doorgeschoten rechtsdenken. Ambtenaren zijn steeds meer vervreemd geraakt van het klassieke Weberiaanse model, dat aangeeft dat zij in principe het democratisch tot stand gekomen overheidsbeleid moeten uitvoeren. In de Ambtenarenwet van 1988 is zelfs te vinden dat het goed functioneren van de overheidsdienst moet worden afgewogen tegenover een vermeend recht op vrijheid van meningsuiting van ambtenaren. Alsof het belang van de overheid op één en hetzelfde vlak zou staan met het recht van één individuele ambtenaar. Alsof de hoogst individuele expressie van de hoogst individuele emotie van een topambtenaar evenveel gewicht in de schaal moet leggen als het goed functioneren van onze parlementaire democratie.

De vraag is hoe het zover heeft kunnen komen. De Amerikaanse intellectuelen Irving Babbitt (1865-1933) en Paul Elmer More (1864-1930) stelden de romantiek verantwoordelijk voor een narcistische preoccupatie met de eigen belevingswereld. Met Rousseau als aartsvader van deze cultuurhistorische periode, sluipt een egoïstische ideologie van zelfverwerkelijking de Europese cultuur binnen. Babbitt en More waren voorstanders van een 'inner check', zelfbeheersing en plichtsbesef.

Nooit waren deze Amerikaanse intellectuelen actueler dan nu. Het lijkt tijd voor een correctie op het doorgeschoten denken in termen van rechten. Men kan dan ook niet anders dan welwillend staan tegenover het initiatief van een aantal ex-regeringsleiders, zoals Helmut Schmidt en Dries van Agt, te komen tot het opstellen van een verklaring van menselijke verantwoordelijkheden. Deze zou als een pendant op de Verklaring van de Rechten van de Mens moeten worden aangenomen door de Verenigde Naties.

Het nieuwe millennium zal ons weer plichten en verantwoordelijkheden moeten leren, te beginnen bij het overheidspersoneel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden