Het recept van Klaas Vaak

Van alle bedgeheimen is de slaap het meest mysterieus. Tijd om de slaap te evalueren. Deel 4: het wemelt in ons lijf van de stoffen die slaap op kunnen wekken.

Het bed, centrum van ons bestaan: daar worden we geboren, daar hebben we lief, daar geven we de geest. Guy de Maupassant wist waar het leven zich afspeelt. We volgen hem het ledikant in, maar voor we wegzakken, zien we hoe menige creatieveling er door een levendige geest wordt bevangen.

Zo kreeg een niet gering deel van 'A la recherche du temps perdu' van Marcel Proust gestalte onder de lakens. Het bed doet blijkbaar wat met het brein, zeker als het begint te dommelen en de hypnagogische fase binnentreedt. In die schemerzone lijkt de hersenschors, zetel van het hogere denken, in zijn 'vrij' te lopen. Zonder input van buiten laat het creatieve brein nog enige tijd merkwaardige beelden en geluiden langskomen.

Zo probeerde Rossini gekke reeksen van noten uit, zag Matisse wonderlijke vormen op zijn doek verschijnen en meende schrijver-dichter Gilbert Chesteron een enorm penseel in zijn hand te ontwaren, waarmee hij het plafond kon halen.

In zekere zin is het wakker dromen, waarbij het hallucinaire karakter van de gewaarwordingen wel duidelijk is maar je aan de opdringerigheid ervan niet kunt ontkomen. Charles Dickens kende zulke halfdromerijen zelfs tijdens het wandelen: de woorden dansten dan naar dickensiaanse spelregels door zijn hoofd, in een heel aparte taal.

Genoeg, genoeg: de gewone sterveling wil nu echt gaan slapen. En zeker niet bezocht worden door hypnagogische fantasieën die optreden bij een lijder aan slaapverlamming. In bijna wakkere maar verlamde staat, ziet zo'n gekwelde hoe zijn geest uittreedt en op excursie door de kamer gaat, voelt hij hoe een demon hem dreigt te vermorzelen of een buitenaards wezen hem komt halen. Moet zeer beangstigend zijn, en komt redelijk vaak voor.

Slapen!!! Het lukt maar niet: er komen nog lichte hallucinaties voorbij, de spieren trekken zo nu en dan, en af en toe val je de diepte in. Misschien is het brein onrustig doordat je langdurig het computerspel Tetris hebt geoefend. Tegen de slaap aan beginnen de gekleurde blokken dan gestaag naar beneden te regenen, zonder dat je er zeggenschap over hebt. En soms zonder dat je weet waar ze vandaan komen. Dat hoorden onderzoekers van Harvard Medical School van mensen met geheugenverlies, die na een avondje Tetris zich in bed verbijsterd afvroegen waar zij die gekleurde regenbui in hun hoofd aan te danken hadden.

Hè hè, we zakken eindelijk weg. Dan is direct de hamvraag: wat had Klaas Vaak bij zich, waardoor we de hypnagogische sluimer verlieten en echt insliepen? Zet u schrap voor de biochemie die komen gaat, de aard van het slaapzand blijkt moeilijk te doorgronden. En de vraag is of dat spul zo beslissend is. Zo voelt het wel aan, schrijft Jerome Siegel in 'The Neural Control of Sleep & Waking': het is alsof een of andere chemische stof zich ophoopt in het lijf en er per se eruit geslapen moet worden.

Hoe bewijs je dat zo'n natuurlijk slaapmiddel bestaat? Ooit probeerden Japanners het uit bij honden die ze vier dagen wakker hielden, daarna doodden en hun hersenen droogden. Andere honden bleken prima op de verpulverde breinstof te slapen. Later deden Fransen het nog eens over: zij lieten honden langdurig door de straten van Parijs rennen, namen wat hersenvloeistof af en spoten het bij andere honden in. Ook die waren zo van de wereld.

Zwitserse biologen zochten de slaapstof in een konijn. Ze prikten in het brein van het dier, dat daarop reageerde met typische langzame slaapgolven. Het konijn ging onder zeil, en hetzelfde gebeurde met een soortgenoot die aan haar bloedsomloop werd gekoppeld. De donor had als reactie op de prikkeling van het brein blijkbaar iets zitten kokkerellen in het bloed.

Zo zoomde men meer dan een halve eeuw lang in op de slaapstof. Het hersenvocht van geiten die dagen hadden gewaakt, voldeed uitstekend als slaapmiddel voor katten en ratten. Slaapzand bleek nog universeel ook, maar net nu het natuurlijke hypnoticum in zicht kwam, begonnen de dierstudies elkaar tegen te spreken. Het is niet één simpel stofje dat het licht uitdoet.

Dat hadden Chang en Eng Bunker, de broers die in 1811 buik-aan-buik in Siam (Thailand) werden geboren, de experts zo kunnen vertellen. Hoewel één van bloed, sufte de Siamese tweeling lang niet altijd tegelijk weg. Dan moet er meer over de slaap regeren dan één stofje. Heel anders was dat toen Chang in 1874 Eng dood naast zich trof in bed: nu onderging Chang door de gedeelde bloedsomloop wel hetzelfde lot.

Als overweldigende slaperigheid trouwens een kwestie is van opgehoopte slaapstof, waarom verdwijnt de slaapdrang dan na een nacht waken 's morgens uiteindelijk toch? Dat spul zit nog in het lichaam. Vermoedelijk frissen de hormonale invloeden van de biologische klok ons op. Door de dag heen wordt het brein weer ontvankelijk voor het eigengemaakte slaapmiddel.

Het wemelt van stoffen om slaap op te wekken. Maar de mokerslagen die we bij de apotheek halen, brengen ons doorgaans in een weinig natuurlijke slaaptoestand. Biochemici speuren nu langs variërende wegen naar de lichaamscellen die dat wel doen. Eén pad voert naar een merkwaardige conclusie: slaap lijkt in scheikundig opzicht enigszins op een ziekelijke afweerreactie.

Jaren terug realiseerden onderzoekers van Washington State University zich dat mens en dier, getroffen door een bacteriële infectie, niet alleen koorts krijgen maar ook langer slapen. In de urine van geïnfecteerde mensen vonden zij restanten van opgevroten bacteriën, vooral eiwitten van hun celwand. Die spoten zij in bij een konijn, dat meteen in slaap viel. Het dier kreeg koorts, dus was de eerste gedachte dat de hoge lichaamstemperatuur het beest sluimerende hield. Maar ook als het kwik met aspirine werd gedrukt, sufte het konijn gewoon door.

Pas onlangs is de biochemische trits achter dit verschijnsel een beetje opgehelderd. Om snel te vergeten: het bacterieafval beweegt het immuunsysteem ertoe allerlei gifstoffen - cytokines - te maken, die het brein een zetje - even om een hormoon aan te maken dat op zijn beurt de productie van groeihormoon in gang zet en tevens je ogen sluit. Er zitten nog enkele andere schakels tussen, de natuur bewijst zich weer eens een superalchemist.

Het immuunsysteem als medeleverancier van het slaapzand, dat is een bizarre vondst. En in het licht van Marcel Prousts literaire bespiegelingen over de slaap uiteraard een afknapper. Ongetwijfeld is het maar één radertje in de nog duistere receptuur van Klaas Vaak. Maar de geïnfecteerde konijnen hadden er baat bij: degenen die het niet redden en blijkbaar over een inferieure afweer beschikten, sliepen maar even voor ze het leven lieten. De langslapers overleefden het.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden