Het rampscenario: een nacompetitie met Emmen en Cambuur in de poule

GRONINGEN - De afscheidswedstrijd die Erwin Koeman op 16 mei aangeboden zou krijgen, gaat niet door. Het feestcomité heeft het duel geschrapt. Het gaat er vanuit dat FC Groningen die dag andere zaken aan het hoofd heeft: de vroegere voetbaltrots uit het noorden des lands moet dan via de na-competitie zijn plaats in de eredivisie zien veilig te stellen. Op naar een nieuw seizoen vol hangen en wurgen. Want er gaat steeds meer boven (FC) Groningen.

JOHAN WOLDENDORP

Voor wat een aantal punten betreft, heeft de stichting overigens wel een ongeëvenaard hoog niveau bereikt. Geen elftal verzamelde in één seizoen zoveel rode kaarten (tien), geen speler in de historie van het vaderlandse betaalde voetbal werd in één voetbaljaargang zo vaak (vier maal) vroegtijdig naar de kleedkamer gestuurd als Raymond Atteveld. Toen de toenmalige clubleiding hem anderhalf jaar geleden aantrok, moet een slimme makelaar hebben geadviseerd meteen ook maar een stand-in aan te schaffen: voor de wedstrijden dat de Amsterdammer er door een schorsing niet bij zal kunnen zijn.

En om aan te geven hoe consistent het beleid in het Oosterparkstadion - één van de weinige echte voetbaltempels in dit land - is: in de 27 jaren van haar bestaan joeg FC Groningen er maar liefst 19 hoofd- en interim trainers doorheen. In volgorde van opkomst sinds 1971: Ron Groenewoud, Wim Beltman, Wim Hendriks, weer Ron Groenewoud, Jan Notermans, Theo Verlangen, Han Berger, Rob Jacobs, Martin Koeman, Henk van Brussel, Hans Westerhof, Pim Verbeek, Leen Looyen, Theo Vonk, Wim Koevermans, wederom Hans Westerhof, Jan van Dijk, Wim Rijsbergen en, na diens ontslag de vorige maand, opnieuw Jan van Dijk die meteen maar een contract voor het leven tekende.

Het hadden er twintig moeten zijn, maar in februari 1993 weigerde directeur Henk Nienhuis Verbeek te ontslaan omdat hij - naar verluidt - niet zelf het trainerspak wilde aantrekken. Westerhof maakte de meeste dienstjaren (ruim zesenhalf), Hendriks was daarentegen na vijf weken alweer 'exit'. Het is aardig na te gaan wat de heren oefenmeesters allemaal over het prachtige FC Groningen riepen toen ze, voor één keer in driedelig grijs, het contract voor een nieuwe uitdaging in hun onzekere bestaan signeerden. Henk van Brussel tekende op afstand voor de mooiste uitspraak: “Wie hier niet kan werken, kan nergens werken.” Dat de oud-speler van Go Ahead Eagles het echt meende, liet hij na zijn vertrek (al na negen maanden) blijken: “Het was het hoogtepunt van mijn carrière.”

Voorzitters en directeuren sleet de club in hetzelfde hoge tempo. Voor het totaal aan afkoopsommen zou waarschijnlijk een heel aardig elftal op de been gebracht kunnen worden. “Met het tussentijdse ontslag van een trainer hebben we bij het opstellen van de begroting rekening gehouden,” verklaarde voorzitter Wim Entzinger, toen Rijsbergen te horen kreeg dat hij niet meer dagelijks tussen Leiden en Groningen hoefde te pendelen. Dat die uitspraak een tikje bezijden de waarheid was, bleek uit een reactie van de CBV (Coaches betaald voetbal) deze week. Directeur Jan Reker dreigde de trainerspositie van Groningen besmet te verklaren wanneer er uiterlijk donderdag geen afvloeiingsregeling met Rijsbergen was getroffen. Toen dat aan het eind van koninginnedag nog steeds niet het geval bleek, dreigden Jan van Dijk en diens assistent Martin Koopman de trainingen niet te zullen leiden.

Het is crisisbeeld in optima forma. Terwijl Entzinger het ene oude lijk na het andere uit onafzienbare rijen kasten haalt - het lijkt wel of Overtoom iedere dag 'tuut-tuut' langs is geweest in het Oosterpark - voert opportunisme noodgedwongen hoogtij. Westerhof, die in februari 1997 moest vertrekken, had zoveel medelijden met de club dat hij niet het onderste uit de kan eiste. Het blijmoedige mens is nu zielsgelukkig als hoofd opleidingen van Ajax. Rijsbergen heeft geen emotionele band met FC Groningen en laat zich daarom niet afschepen met een aalmoes.

Tot overmaat van ramp is óf het effect Van Dijk al uitgewerkt óf het elftal zo zwak dat zelfs Mister FC Groningen (die in totaal 537 wedstrijden voor de club speelde, een aantal waar niemand in de verste verte aan kan tippen) zich de kapitein van een voetballende Titanic waant. Vorig jaar veroverde het elftal onder leiding van de interim-coach in de slotfase zoveel punten dat het van degradatiekanditdaat een solide middenmoter werd.

Omdat Van Dijk pas over een paar weken in het bezit wordt gesteld van het diploma coach betaald voetbal, kon hij zijn Jomanda-achtige carrière niet voortzetten. Rijsbergen werd voor een periode van twee jaar gecontracteerd, terwijl (zie boven) één seizoen voor de hand lag. Dat de keus op een westerling viel, bevreemdde de immer kritische buitenwacht. Die had in het verleden al die arrogante types met hun grote bek en hun gladde babbel - Jacobs, Verbeek, Vonk - al snel uitgekotst. Hele polemieken ontstonden er langs de lijn en de luizen in de pels van de stichting, de sportredactie van co-sponsor Nieuwsblad van het Noorden voorop. Iemand die Groningen van binnen en buiten kende, had trainer moeten worden: Azing Griever. De coach van Emmen wilde dolgraag, maar het balletje stuiterde wederom richting westen des lands.

Rijsbergen profiteerde van de onervarenheid van het bestuur van Groningen en 'troggelde' meteen een tweejarig contract af. Daardoor viel voor Van Dijk automatisch de deur in het slot. Entzinger cs raakten in paniek toen de hondstrouwe assistent solliciteerde bij clubs waar hij als hoofdtrainer zou kunnen werken - hij kon terecht bij Cambuur, MVV en VVV - en gingen koortsachtig op zoek naar argumenten (die waren er, geen prestaties, een gebrekkige communicatie) en middelen (die waren er niet) om Rijsbergen te lozen. Van Dijk kreeg meteen een contract voor onbepaalde tijd aangeboden en liet zijn technische staf mee omhoog gaan in dezelfde vaart der volkeren.

Op 17 juni 1991 schreef het Nieuwsblad van het Nootden in een commentaar: “Van kwakkelaar tot club met uitstraling - populair en succesvol als nooit tevoren heeft FC Groningen de leeftijd van twintig jaar bereikt.” De club was derde geworden in de competitie, het beste resultaat ooit. Twee jaar daarvoor was Groningen door de beruchte zwart geld-affaire waarin met name oud-voorzitter Renze de Vries tot de oren toe verstrikt raakte, bijna ten onder gegaan. De gemeenschap, zo ontdekte de FIOD, was voor 2,2 miljoen getild. Bewonderenswaardig snel klauterde de FC uit dat dal, en tot op de dag van vandaag beweert De Vries dat zijn trots zonder dat financiële 'beleid' nooit 24 Europa Cupwedstrijden had gespeeld.

De typeringen 'succesvol en (positieve) uitstraling' heeft het 'Nieuwsblad' sinds de zomer van '91 niet meer gebruikt. Er is dit decennium ook weinig aanleiding toe geweest. De elkaar in hoog tempo opvolgende voorzitters en directeuren waren geen voetbaldieren, maar interim-managers en schuldsaneerders. Lange termijnbeslissingen werden structureel vooruit geschoven. De zondvloed zou pas na hen komen. De voorbij trekkende bonte stoet trainers moest onderwijl het 'onmogelijke' presteren: een bijeen geraapt vreemdelingenlegioen met een enkel regionaal idool (Erwin Koeman, Harris Huizingh, mooie nuttige voetballers, maar fysiek broos als beschuit) in de eredivisie zien te houden. In 1996 kwam 'Sport 7' als mannah uit de hemel vallen. Het hele financiële beleid werd opgehangen aan de gouden kalveren die in de prachtige tuinen van dat luchtkasteel graasden.

Twee wonderen zijn in ieder geval de wereld nog niet uit: dat FC Groningen nog bestaat en dat het nog in de eredivisie speelt. Het eerste dankt het aan zijn ongelooflijk positieve uitstraling als club in een stad met een fantastisch voetbalklimaat. Keer op keer dreigde een faillisement, maar met name de gemeente trad herhaaldelijk op als reddende engel; bang als ze was voor volksopstanden.

In 1974, drie jaar na de oprichting, kreeg de club pas na een emotioneel debat in de Groninger gemeenteraad de reddingsboei toegeworpen. De afgelopen winter stond Entzinger weer voor de deur van het stadhuis, ditmaal om een 'gift' van drie miljoen te vragen. Zou dat bedrag niet per direct zijn overgemaakt, dan had FC Groningen volgens hem nu niet in degradatiegevaar verkeerd. Dan had de club namelijk al niet meer bestaan. Met de verkiezingen voor de boeg en de Oosterparkrellen net achter de rug - al is er geen direct oorzakelijk verband met de malaise in het stadion in die volkswijk - durfde de plaatselijke PvdA niet te weigeren.

Entzinger had dat geld nodig om het gemis aan tv-rechten (voortvloeiend uit het opdoeken van Sport (z)even) te compenseren en om noodzakelijke verbouwingen in het stadion uit te kunnen voeren. Het was een rare reden om te bedelen. Iedere club kampt met de naweeën van het geflopte sportkanaal - nog geen honderd Nederlanders geloofden in het succes van het station, waaronder wel alle voetbalbobo's - en iedere club moet voor de som van minstens twee miljoen renovaties uitvoeren. In 1988 was de bvo's al bekend dat de deadline van het ombouwen van staanplaatsen tot zittribunes tien jaar later zou zijn. Groningen had geen geld voor die renovatie opzij gelegd. Het kon dat waarschijnlijk moeilijk doen omdat de sponsors in hun creatie van redder in de nood wel hun naam aan het aantrekken van spelers, maar niet aan anderssoortige innovatieprojecten wilden verbinden. Om dezelfde reden werd de bouw van een nieuw stadion consequent op de lange baan geschoven. Nu wordt er voor een paar miljoen gemeenschapsgeld geïnvesteerd in een accommodatie die over enkele jaren tegen de vlakte gaat.

Een noodscenario voor een onvermoede afloop van de competitie ligt pas sinds enkele dagen klaar. Tot de verloren thuiswedstrijd tegen Utrecht (afgelopen zondag) werd in de catacomben schouderophalend over “een mislukt seizoen” gesproken. Het loopt met een sisser af, en volgend jaar gaan we er met een nieuwe trainer en dito organisatie heel wat meer van maken. Tussen droom en realiteit zweeft nu het volgende spookbeeld: FC Groningen komt straks met de regio-rivalen Cambuur en Emmen in één degradatie-promotiegroep terecht. Voor Groningen wordt dat waarschijnlijk een poule des doods. De gevolgen van degradatie kunnen verstrekkend zijn. Al is het alleen maar omdat de buitenlandse spelers een ontsnappingsclausule in hun contract hebben staan en de gemeente Groningen als voorwaarde aan de subsidie van drie miljoen handhaving in de eredivisie verbond. Op 12 mei 1974 degradeerde FC Groningen voor het laatst. Pas zes jaar later promoveerde het weer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden