Het publiek is zo wit

diversiteit | Nederland kleurt langzaam donkerder, maar in de culturele bolwerken zit voornamelijk wit publiek. Dat kan op simpele manieren anders: door hier en daar, toen en nu te mixen.

En weer introduceert 'De Wereld Draait Door' op tv een rockbandje dat succes heeft in Londen. Weer een blonde jongen in een houthakkersblouse. Leuk hoor, maar wie denk je daar een plezier mee te doen? Yassine Boussaid, programmeur en adviseur in de culturele wereld, wordt er bijna moedeloos van. "Zoiets spreekt toch geen veelzijdig grootstedelijk publiek aan?"

Grootstedelijk publiek: daarmee bedoelt Boussaid de multiculturele smeltkroes die inmiddels in alle grote en middelgrote steden in Nederland is ontstaan. Die is te zien op straat, in winkels, op scholen, maar veel te weinig in de concert- of toneelzaal. Zelfs niet bij popconcerten of festivals.

De overheid is het al jaren een doorn in het oog dat cultuurclubs die subsidie krijgen zo'n wit publiek hebben. Voor plannen om een gekleurd publiek aan te trekken kun je zelfs extra subsidie krijgen. Maar tot nu toe werkt het nauwelijks, constateerde minister Bussemaker van OCW in een brief die ze in november naar de Tweede Kamer stuurde. Uit onderzoek blijkt dat het cultuurpubliek geen afspiegeling vormt van de veranderende bevolkingssamenstelling, staat in het rapport 'Cultuur in beeld 2016' van het ministerie van OCW. Ook als je de cijfers corrigeert voor opleiding, inkomen, woonplaats en leeftijd gaan niet-westerse allochtonen veel minder vaak naar musea (35 procent tegen 51 procent van de autochtonen), populaire voorstellingen (74 procent tegen 81 procent van de autochtonen) en klassieke muziek en klassiek toneel (29 procent tegen 39 procent van de autochtonen). Dat kan in de toekomst betekenen dat cultuurinstellingen nauwelijks bestaansrecht hebben, aangezien de autochtone bevolking afneemt en het aantal nakomelingen van allochtone inwoners groeit.

Op de conferentie Cultuur in beeld die het ministerie vandaag organiseert, staat het onderwerp centraal. Een van de sprekers is Yassine Boussaid. Hij weet feilloos de vinger op de zere plek te leggen. Altijd weer dat blonde rockbandje op tv of bijvoorbeeld een tentoonstelling over keramiek uit de barok of de grachten van Brugge. "Het grootstedelijke publiek associeert zich niet met dat rockbandje of die keramiek," zegt hij. "Probeer toch eens een link te leggen met een diverser publiek. Betrek er dan in elk geval keramiek bij uit andere delen van de wereld."

Boussaid werkt als programmeur bij theater De Meervaart in Amsterdam-Nieuw-West, heeft het Amsterdams Andalusisch Orkest opgericht en is als adviseur of organisator bij tal van cultuurprojecten betrokken. Hij schudt de ideeën voor het trekken van een gemengd publiek uit zijn mouw. Het Concertgebouworkest bijvoorbeeld zou een Perzische toegift kunnen geven of een van de liederen van de grote Egyptische zangeres Oum Kalthoum kunnen spelen tijdens een regulier concert. Met een tentoonstelling erbij over het Caïro van de jaren vijftig en zestig, en mensen die vertellen wat zij voor hen heeft betekent. "Zoiets hoeft niet wekelijks, maar een orkest kan best eens per kwartaal een grote meester uit de Arabische of Latijnse wereld centraal stellen."

Hoe het niet moet? "Een bus vrouwen met hoofddoek naar het Rijksmuseum sturen en zeggen: dit is kunst, wist u dat? Dan krijg je een mismatch, dat gaat niet werken." Zelfs een tentoonstelling in het Rijksmuseum over het exotische Suriname zonder link met het hier en nu is geen goed recept. "Iets halen uit het land van herkomst en denken: nu komen ze wel. Te gemakkelijk. Veel Surinaamse Nederlanders zijn nog nooit in Suriname geweest. Nee, het vertrekpunt moet het leven in de Nederlandse grote steden zijn. Mensen zijn op zoek naar verhalen waarin ze zichzelf herkennen. Niemand zit nog te wachten op zielige verhalen over hun grootvader die naar Nederland kwam en het zo moeilijk had of hun analfabete moeder . Die emancipatie-verhalen horen we al vijftien jaar. Vertel gewoon het verhaal van nu."

Relevant

Dat verhaal van nu is bijvoorbeeld te zien in de dance. Amsterdam Dance Event programmeert Arabische artiesten waar een gemengd publiek op afkomt. "Dat programmeren ze omdat ze het een relevante ontwikkeling vinden. Niet omdat ze speciaal voor Arabisch publiek een programma samenstellen. Dat is een belangrijke nuance", zegt Boussaid.

Met zijn Amsterdams Andalusisch Orkest zorgt hij altijd voor een mix: bijvoorbeeld een zanger uit Marokko of Algerije, waar de Andalusische muziek is blijven bestaan, een jazzmuzikant die erop improviseert, een storyteller die er een hedendaags verhaal aan vastknoopt. "Ik heb het Ud-festival georganiseerd in het Concertgebouw. We hadden een geweldige jazz-artiest uit Tunesië gehaald, Dhafer Youssef. Maar we hadden ook een orkest uit Noord-Afrika, ons Andalusische orkest en Nederlandse ud-spelers in het programma ondergebracht. Die brachten allemaal hun achterban mee. De zaal zat voor tachtig procent vol, maar was ook erg gemixt. Een doorsneemiddag Kinkerstraat zat in de zaal. Het kán dus wel."

Het Holland Festival heeft de niet-westerse muziek al ontdekt. Het Amsterdams Andalusisch Orkest speelde er afgelopen editie tijdens de ramadan met Marokkaanse musici, met een iftarmaaltijd tot besluit. Toch kwamen er weinig Marokkaanse Nederlanders op af. Boussaid: "De kaartjes voor het concert waren al maanden van tevoren gereserveerd door een eenzijdig wit publiek. Als je ook de Fatima's van Plein '40-'45 erbij wil hebben, moet je het mogelijk maken dat ze last-minute kunnen binnenkomen. Of nog beter: laat de makers de helft van de zaal vullen. Die hebben een eigen achterban."

Programmeren is dus maar één kant van de zaak. Je zult ook moeten nadenken over hoe je dat diverse publiek bereikt. Boussaid ziet een grote rol voor 'kernfiguren': acteurs, makers die een eigen achterban hebben. Veelal via sociale media. Denk aan Jörgen Raymann, Najib Amhali, Humberto Tan, Jandino, Abdelkader Benali, Nasrdin Dchar. "Veel van hen vertellen het verhaal van vandaag en trekken er volle zalen mee."

Nederlands Blazers Ensemble

'Niet omdat het moet, maar omdat het waanzinnig leuk is'

Ze spelen de Gran Partita van Mozart. Maar net zo goed een programma met flamencozangers of Afrikaanse percussionisten. Het Nederlands Blazers Ensemble - ruim vijftig jaar oud en altijd sociaal geëngageerd geweest - bestaat uit de beste blazers van Nederland, die bijna allemaal verbonden zijn aan orkesten. In het NBE kijken ze buiten de gebaande paden van de klassieke muziek, vaak in niet-westerse kringen. "Niet omdat het moet, maar omdat het waanzinnig leuk is", zegt woordvoerder Olga Mouret. "Er moet altijd een artistieke reden voor zijn. Maar als je kunt spelen met Mohsen Namjoo, door The New York Times de Iraanse Bob Dylan genoemd, dan is dat toch geweldig?"

En ja, als die komt, gaan ze wel proberen de Iraanse gemeenschap binnen te krijgen. "Dat gaat niet vanzelf", zegt Mouret. "In het begin zijn we weleens op de fiets gestapt om 's avonds posters op te hangen in Bos en Lommer. Inmiddels hebben we wel onze ambassadeurs in de gemeenschappen gevonden via wie we contact kunnen leggen met een diverser publiek. Bij onze voorstellingen met bewoners uit de azc's proberen we ook altijd een paar bussen met bewoners naar het theater te krijgen." Het NBE heeft zijn thuisbasis tegenwoordig in Podium Mozaiek, een cultureel centrum in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer. Daar houden ze al hun voorpremières. "Dat is ook omdat we midden in de samenleving willen staan."

Lowlands

'Er zijn vast ook festivals waar nauwelijks witte mensen komen'

Lowlands een wit festival? "Ja, dat klopt wel", zegt Lowlands-woordvoerder Bente Bollmann. "We houden de samenstelling van het publiek op dat gebied niet bij, omdat het voor ons geen issue is, maar als je globaal kijkt hebben we een overwegend wit publiek. Wij verkopen geen dagkaarten en bezoekers blijven dus drie dagen op het festival. En je moet kamperen. Misschien houden mensen met een andere culturele achtergrond daar minder van."

Maar Bollmann wil niet van een probleem spreken. "We laten horen wat nu relevant is in de alternatieve muziekwereld. Iedereen die daarin is geïnteresseerd, is welkom, we gaan niet speciaal werven onder bepaalde bevolkingsgroepen of onder mannen of vrouwen. Wij zijn een festival met overwegend blanke bezoekers, maar er zijn vast ook festivals waar nauwelijks witte mensen komen. Zo organiseert Mojo naast Lowlands ook North Sea Jazz en Pitch. Daar hoef je niet te kamperen en is het publiek ook veel gemengder."

Overigens is de laatste drie jaar zwarte muziek als hiphop in opkomst en daarom ook te horen op Lowlands. Bollmann: "Dat heeft nog niet geleid tot een substantiële toename van een gekleurder publiek."

Nederlands Philharmonisch Orkest

'Bij speciale concerten doen we catering uit de buurt'

In 2012 nam het Nederlands Philharmonisch Orkest een repetitieruimte in gebruik in het hart van de multiculturele Amsterdamse Indische Buurt. Elke woensdagmiddag en zondag zijn er gratis concertjes, openbare repetities en komen scholen er op bezoek voor educatieprogramma's. Met drie fte's werkt het orkest aan het bereiken van publiek dat normaal niet naar een orkest komt luisteren. Mensen in verzorgingstehuizen en ziekenhuizen zoeken ze op; bevolkingsgroepen die niet gewend zijn aan concerten nodigen ze uit. Daar krijgen ze subsidie voor, onder andere van de stichting Doen.

Maar het diverse publiek is lastig te bereiken. Er komt meer bij kijken dan flyeren en de deur openzetten, vertelt Jacco Minnaard, projectmanager NedPho Go! "We willen graag dat iedereen van klassieke muziek geniet. Maar de drempel is hoog. Daarom schakelen we de participatiemakelaar van de wijk en buurtinstanties met een achterban in. Tweemaal per jaar hebben we speciale concerten met musici van ons en met een lokaal bandje, een buikdanseres of gospelkoor. De kickboksschool doet de beveiliging, de catering komt uit de buurt. Daar komen veel mensen op af."

Weinig mensen uit de buurt zetten de stap naar het Concertgebouw. Minnaard: "Ze hebben het gevoel dat het gebouw niet voor hen is, terwijl wij dat wel met randprogrammering rond de concerten toegankelijk maken."

Het Stedelijk Museum

'Amsterdamse jongeren bedenken speciale exposities'

Het Stedelijk Museum is een Amsterdams museum: veertig procent van de bezoekers komt uit Amsterdam. En aangezien Amsterdam een multiculturele stad is, wil het museum een divers publiek binnenhalen.

Het belangrijkste middel daarvoor, vertelt voorlichtster Marie-José Raven, is educatie. Alle basisscholen van Amsterdam komen naar het museum, duizenden kinderen per jaar. En er is een vrijkaart voor familie en vrienden van Amsterdamse schoolkinderen, zodat ze een keer terug kunnen komen.

Verder fungeert een groep Amsterdamse jongeren van gemengde afkomst jaarlijks als 'blikopener'. Zij hebben een bijbaan in het museum als bedenker van speciale tentoonstellingen en programma's voor leeftijdgenoten.

Sinds drie jaar focust het Stedelijk Museum in het programma Global Collaborations speciaal op kunst uit Afrika, Midden-Oosten en Azië. Raven: "Dat heeft onze eigen ogen enorm geopend en ook tot nieuwe aankopen geleid. Je ziet het al terug in de programmering. Nu hebben we een tentoonstelling van de Frans-Algerijnse Mohamed Bourouissa. Volgend jaar staan de Indiase Nalini Malani, de Zuid-Afrikaanse Zanele Muholi en de Colombiaanse Carlos Motta op het programma.

Sinds kort heeft het museum een werkgroep diversiteit. Want we willen de nieuwe inzichten een structurele plek geven."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden