Het proces doorbreken waarin steeds meer arbeid wordt afgestoten

Welke sociaal-economische koers moet het CDA de komende jaren varen? De voorstellen van de commissie-Andriessen daarvoor zijn, vooral op het punt van het loslaten van het wettelijk minimumloon, omstreden. Ten onrechte, meent Marc Wortmann, oud-lid van Provinciale Staten van Utrecht voor het CDA en directeur van een detailhandelsonderneming.

Het is een verdienste van de jaren zestig dat tegenwoordig alles bespreekbaar is. Alles? Nou ja, er zijn enkele onderwerpen waarover niet mag worden nagedacht en die alleen maar Pavlov-reacties oproepen. Een daarvan is het minimumloon.

In het CDA-rapport 'Nieuwe wegen, vaste waarden' wordt een aantal interessante ideeën ontwikkeld om de veel te hoge structurele werkloosheid in Nederland aan te pakken. Kern daarvan is de gedachte dat iedereen een bijdrage moet kunnen leveren aan de samenleving, ook als de arbeidsproductiviteit beneden het sociaal minimum ligt. Daarvoor kan het nodig zijn om het sociaal minimum los te koppelen van het minimumloon. Daarmee probeert het rapport twee schijnbaar tegenstrijdige doelen te verenigen: enerzijds het garanderen van een bestaansminimum voor iedereen, anderzijds het doorbreken van een proces waarin steeds meer arbeid wordt afgestoten.

Het nadenken over het minimumloon bevindt zich voor veel mensen in de taboesfeer, zo blijkt wel uit diverse reacties op het CDA-plan (bijvoorbeeld van FNV'er Lodewijk de Waal in Trouw van 4 mei) en op vergelijkbare uitlatingen vanuit het kabinet. Er zijn mensen in het CDA die hier zo van schrikken dat ze de discussie snel de kop willen indrukken onder verwijzing naar het debacle met de AOW in het laatste verkiezingsprogramma. Het zou jammer zijn als dat gebeurt, om twee redenen:

1. Het is hard nodig dat er creatief wordt nagedacht over het bevorderen van de werkgelegenheid;

2. Het CDA moet niet de fout maken weg te lopen voor moeilijke discussies, anders wordt het net zo grijs als de paarse coalitie.

Beide punten wil ik onderstaand graag toelichten. Allereerst het minimumloon.

Bodem

De oorspronkelijke functie van het minimumloon was gericht op het garanderen van een bestaansminimum voor iedereen die werkt, dat wil zeggen, voor elke kostwinner. Het was niet de bedoeling, maar wel het effect dat met het minimumloon een bodem is gelegd voor rendabele arbeid. Elke baan kost de werkgever nu minimaal 35 à 40.000 gulden op full-time basis. Als het werk minder toegevoegde waarde heeft dan dit bedrag is het niet rendabel en wordt het afgestoten.

Dit proces heeft de afgelopen 20 jaar op een dramatische manier plaatsgevonden en er voor gezorgd dat steeds meer mensen die dat wel zouden willen, niet meer aan het reguliere arbeidsproces deelnemen. Hun werk wordt ofwel zwart gedaan of uitbesteed naar landen met lagere lonen of het is intussen geautomatiseerd. Het heeft er toe geleid dat de groep werkloze en kansloze gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers bij iedere recessie fors stijgt en dat het uitzicht op echt werk voor steeds grotere groepen in onze samenleving onbereikbaar wordt.

Het minimumloon is een vorm van protectie: we zetten als het ware een muur om de arbeidsmarkt en sluiten de poort voor iedereen die niet kerngezond of hoog opgeleid is. Vervolgens verbazen we ons over het ontstaan van armoede, van achterstandswijken en van criminaliteit onder allochtone jongeren. Anders dan Lodewijk de Waal in Trouw van 4 mei jl. geloof ik er niets van dat het voor werkgevers heel eenvoudig wordt bij afschaffing van het minimumloon iedereen voor een hongerloontje te laten werken. Het is immers ook hun belang om goed personeel te vinden. Bovendien hebben goed opgeleide werknemers tegenwoordig, mede dankzij de vakbeweging een veel gelijkwaardiger positie tegenover hun werkgever. Wat werkgevers wel doen, is arbeid verplaatsen naar goedkopere landen en het op veel grotere schaal aanbieden van met name flexibele arbeid. De reactie van de vakbeweging op de ideeën van de CDA-werkgroep toont dat zij vooral de belangen van de werknemers met een bestaande vaste baan behartigt. De vakbeweging houdt een soort kartel in stand: het minimumloon is in wezen niets anders als een minimum-broodprijs of vaste boekenprijs. Ik ben niet tegen kartels, maar je moet je altijd afvragen of het middel wel strekt tot het doel en of de neveneffecten niet nog negatiever zijn.

Lapmiddelen

Het is nog een lange weg naar structurele vermindering van de werkloosheid in Nederland. De meeste maatregelen zijn tot nog toe lapmiddelen gebleken omdat ze veelal de loonkosten niet matigen.

De vakbeweging verwacht al jaren lang al het heil voor de werkgelegenheid van arbeidstijdverkorting. Zij miskent daarbij dat zonder evenredig inleveren van loon er nooit voldoende herbezetting totstand komt. In de Nederlandse praktijk leidt arbeidstijdverkorting altijd tot hogere loonkosten. Het is op zijn best geschikt om de afstoot van arbeid een aantal jaren uit te stellen, zoals nu in de bankensector gebeurt.

De Melkert-banen, gesubsidieerde banen, ook wel neerbuigend kunstbanen genoemd zijn bedoeld om langdurig werklozen aan werkervaring te helpen. Het is een zeer halfslachtige aanpak omdat het geen echte structurele banen betreft en omdat via een omweg de barrière van het minimumloon voor de werkgever wordt omzeild.

Vermindering van de kosten van arbeid door vermindering van de werkgeverslasten zet zeker zoden aan de dijk. Ten tijde van de laatste Kamerverkiezingen was er grote consensus onder economen en adviescommissies om hier massief op in te zetten. Ook de verkiezingspro-gramma's van CDA, D66 en VVD gingen uit van forse vermindering van de werkgeverslasten. Onder het paarse kabinet is het draagvlak geleidelijk aan verdampt, doordat er andere prioriteiten kwamen en omdat men het nodig vond de lastenverlichting te versnipperen over een groot aantal maatregelen. De mogelijkheden om door te gaan met verlichting van de lasten op arbeid zullen de komende jaren strijden met het terugdringen van de staatsschuld en het op peil houden van de inkomensontwikkeling.

Tweesprong

Het CDA bevindt zich op een tweesprong. Het kan terugschrikken voor de fundamentele en creatieve aanpak uit 'Nieuwe wegen, vaste waarden' of het kan zich aansluiten bij het 'grijze' beleid van paars. Dat betekent het stukje bij beetje afbreken van de bestaande zekerheden. Dat betekent steeds ook weer het deponeren van de rekening bij de minder weerbare groepen in onze samenleving: de kinderen, studenten, arbeidsongeschikten, weduwen, kleine zelfstandigen en agrariërs, om maar eens een paar groepen te noemen die de laatste twee jaar door de selectieve bezuinigingen zijn getroffen.

Er zijn CDA'ers die uit angst voor verdere verliezen deze defensieve benadering kiezen. Het is de angst om het sociale gezicht te verliezen. Maar wat is nu eigenlijk socialer: om honderdduizenden die kunnen en willen werken aan de kant te houden of om hen met behoud van een sociaal minimum een kans te bieden?

Het CDA zal in mijn visie zijn uiterste best moeten doen om met werkelijke alternatieven te komen. De kansen liggen er, nu de partij niet zoals PvdA, D66 en VVD genoodzaakt wordt om dagelijks vage compromissen te sluiten. Je moet die kansen dan wel durven grijpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden