Interview

‘Het probleem van depressie is niet de somberheid, maar het gevoel van isolement’

Het probleem bij depressie is volgens Bert van den Bergh niet zozeer somberheid, maar een gevoel van isolement. Beeld Bram Petraeus

Een bruisend sociaal leven en toch eenzaam: hoe kan dat? Volgens filosoof Bert van den Bergh is existentieel isolement de oorzaak van de huidige depressie-epidemie.

In een klein kamertje in de verloederde Amsterdamse Staatsliedenbuurt heeft twintiger Bert van den Bergh een duistere nachtmerrie. We schrijven jaren tachtig, de tijd van Margaret Thatcher, punk en no future. Als hij uit zijn raam kijkt, ziet hij zelfkantigheid en krakers. Een oord van uiterlijke onrust, waarin hij zijn innerlijke rusteloosheid ziet weerspiegeld.

Hij wordt wakker, althans dat denkt hij, want hij droomt nog steeds. Hij voelt dat er iemand in huis is die er niet hoort, angst bekruipt hem, hij wil weg – rennen, rennen, het raam uit desnoods – maar is niet in staat om zich te verroeren, vastgeplakt aan de lakens, weerloos. De dreiging wordt groter. Weer denkt hij dat hij wakker wordt, maar nog steeds droomt hij.

Deze matroesjkadroom van aanzwellende angst en ingebeeld wakker worden, gaat nog even zo door. Tot hij uiteindelijk echt wakker wordt, zwetend, in datzelfde bed, tussen diezelfde lakens. Hij kan zich weer verroeren.

Er is verder niemand in huis. Wat heeft deze droom hem te zeggen, vraagt hij zich af. Is het de grimmige buitenwereld die hem beangstigt, de maatschappij waarop hij zoveel kritiek heeft?

Bert van de Bergh Beeld -

Nee, denkt filosoof Bert van den Bergh (60), als hij de droom nu interpreteert: het gevaar, dat was hijzelf. Hij was zijn connectie met anderen en de wereld om hem heen kwijt. Deze droom heeft voor Van den Bergh, docent cultuurbeschouwing aan de Haagse hogeschool, alles te maken met het wezen van depressie, zo beschrijft hij in het boek ‘De schaduw van de zwarte hond’, dat deze maand uitkomt. Het is een bewerking van zijn proefschrift ‘De gestolen stoornis’. Daarin onderzoekt hij wat er in de ervaring van depressie schuilgaat en welke rol onze cultuur daarbij speelt.

U gaat op zoek naar de oorsprong van de ‘depressie-epidemie’. Maar is het wel zeker dat die er is?

“De term impliceert dat het probleem is toegenomen, maar daar lijkt het niet op. Je ziet wel dat meer mensen depressief zijn, maar dat komt ook door de bevolkingsgroei en de vergrijzing. Het is een merkwaardige term, je denkt erbij aan een besmettelijke ziekte. Maar of het allemaal erger wordt, is niet de vraag in mijn boek. Ik onderzoek hoe een individu wordt gevormd door de cultuur en of die vorming misschien depressogeen is. 

Het is interessant dat depressie naast als persoonlijk probleem nu ook breeduit als maatschappelijk probleem wordt gezien. De Wereldgezondheidsorganisatie noemt het zelfs de hoofdoorzaak van uitval of invaliditeit wereldwijd. Hier in Nederland sloten we een Depressiedeal om het aantal depressies drastisch terug te dringen. Maar hoeveel we er ook over spreken, we hebben eigenlijk nog steeds geen grip op depressie, omdat we niet goed weten wat het is. We bestrijden de zwarte schaduw die over onze dynamische wereld valt. We jagen daarbij op een schim: het is iets wat we niet kunnen grijpen, omdat we het niet begrijpen.”

Begrijpt u het wel, na het schrijven van dit boek?

“De huidige tendens is om depressie als een ziekte beschouwen, een hersenziekte zelfs. Als iets wat van buiten komt dus. Wetenschappelijk is daar geen bewijs voor. Vóór depressie had je de traditie van melancholie, die het gevolg zou zijn van een verkeerde verhouding van lichaamssappen. Er is altijd al een tendens geweest om psychische stoornissen te verankeren in iets lichamelijks. Maar de grote vraag is of je het probleem zo niet wegredeneert, je bent er dan ook vanaf hè.”

Van den Bergh zet een stemmetje op: “Ik ben het niet, het is niet mijn levensstijl, het zijn mijn hersenen”. Hij zwijgt even. “Stel dat de Wereldgezondheidsorganisatie voor de helft gelijk heeft. Dan is het minder erg, maar alsnog erg. Dus al die mensen lijden aan een hersenziekte? Natuurlijk, er gebeurt iets met de stofjes in je hersenen als je depressief bent. Maar of dat oorzaak is of gevolg, dat is niet vastgesteld. Anders kun je verliefdheid ook een hersenaandoening noemen. Zo ontwijken we het echte probleem.”

Wat is dat echte probleem?

“Volgens mij is depressie niet iets wat van buiten komt, maar van binnen: we nemen allemaal deel aan een levensstijl die ons een verkeerde kant op duwt, aan een cultuur die depressogeen is, zoals ik dat noem. We leven in een ultra­liberale tijd. Sinds de jaren zestig hebben we het individu en zijn egoïsme steeds meer op de troon geplaatst, ons economisch systeem is hierop gebaseerd. We hebben eerst onszelf en daarna de markt bevrijd. Die markt heeft ons nu bij onze lurven. Niet in de zin dat wij potentiële consumenten zijn, nee, onze definitie van het goede leven wordt erdoor gestuurd. En zodoende lijkt het alsof we zwalkende eilandjes zijn geworden die heel snel naar depressie neigen.”

Maar dan ligt de oorzaak van depressie toch net zo goed buiten onszelf?

“Nee, want wij zijn de cultuur. Het oude jarenzestigdenken – de maatschappij maakt ons ziek – stelt de maatschappij voor als iets buiten onszelf, maar dat is niet zo. Wij zijn het zelf. Wij wíllen ook zo leven. Als wij klagen over de huidige tijd, klagen we over wat we zelf doen. We kiezen in zekere zin voor een leven dat ons niet bevalt. In mijn boek zeg ik: het probleem bij depressie is niet zozeer somberheid, maar een gevoel van isolement. Zoals radio-dj Stephan Bouwman recentelijk op de radio vertelde: ondanks alle vrienden om hem heen, zijn succesvolle bestaan, voelde hij zich depressief. ‘Ik voel me gewoon klote’, zei hij, ‘alleen en eenzaam’. Mensen als hij hebben het gevoel dat ze erbuiten staan, dat het ze niet meer raakt: het is existentieel isolement. Hun afstemming op anderen en op de wereld om hen heen is zwaar verstoord.”

Dit is de centrale stelling van Van den Bergh: omdat wij in onze cultuur zo sterk focussen op het sterke, competitieve, op zichzelf staande individu als ideaal, komt deze cruciale afstemming in het gedrang; ‘elementaire binding’ noemt de filosoof dat, dat je deel bent van een sociaal geheel, je verbonden weet met mensen, met je werkplek en materiële omgeving, je huis, je spulletjes.

Depressie is niet alleen een stemmingsstoornis, zoals de ziekte in de psychiatriebijbel DSM wordt omschreven, maar vooral een afstemmingsstoornis, is de conclusie van Van den Bergh . “De tijd om ons af te stemmen op de dingen om ons heen, om ons eigen ritme te vinden, geven we onszelf niet meer. De hedendaagse idealen zijn: je moet je voortdurend opnieuw oriënteren, je losmaken uit verbanden.”

Hij ziet in het populaire fenomeen van de talentenshow een metafoor voor onze samenleving: je moet optrekken met de anderen, maar uiteindelijk moeten ze verdwijnen: jij moet de winnaar zijn. En dat moet plezierig zijn, terwijl het bij velen eerder het onbehagen voedt. Zo krijgt onze samenleving een ‘bipolair’ karakter, aldus de filosoof.

Psychiater Thomas Fuchs, die Van den Bergh veelvuldig aanhaalt, zegt het zo: “De gedeprimeerde is uit de gemeenschappelijke tijd gevallen”. Depressie is in die opvatting een vorm van bedekte cultuurkritiek. Van den Bergh: “Een beschermingsmechanisme, dat vaak op hol slaat omdat het niet de aandacht krijgt die het nodig heeft. Het is een eerste reactie op de wereld om je heen, waarop een verkeerde tegenreactie komt en daardoor uit de hand loopt. Wat men ervaart, wordt niet adequaat geadresseerd.”

In navolging van hoogleraar psychiatrie Jim van Os en schrijver en psychoanalyticus Paul Verhaeghe pleit Van den Bergh voor een radicaal andere geestelijke gezondheidszorg, met meer oog voor de individuele ervaring en de invloed van cultuur, en meer tijd om in therapie de verstoorde verhouding met anderen en de wereld te onderzoeken en te herstellen.

In de tijd dat u de matroesjkadroom kreeg, was u ook depressief. Wat heeft u geleerd van uw eigen ervaring?

“Ik zat in een soort op Nietzsche gebaseerd verzet, de wereld om mij heen werd voor mijn gevoel steeds oppervlakkiger, harder en competitiever. Ik groef mij in als reactie daarop. Ik ben nooit in een zware depressie gevallen, maar ik was toch wel behoorlijk ver heen. Ik had het idee dat ik mijn eigen realiteit moest maken, dat het anders moest dan wat mij – voor mijn gevoel – werd opgedrongen.

“De droom was daar een uiting van, dacht ik toen. Nu kijk ik er anders naar. Het gevaar was niet de buitenwereld; het was mijn positionering in dat huis, dat wil zeggen in mijn leven. Ik kon niet weg, ik lag daar vastgeplakt. Dat beangstigde me, omdat ik niet besefte dat je via de wereld waar je deel van uitmaakt, je weg moet vinden. Ik zette mijzelf erbuiten.

“Via de filosoof Heidegger leerde ik over het idee van gelatenheid. Dat heeft helemaal niets te maken met defaitisme, het is juist heel actief: het kunnen laten gebeuren van dingen, het accepteren dat je deel uitmaakt van een context, dat je die depressieve gevoelens hebt. Het gevaar ben je zelf, maar de redding ook.”

Lees ook:

Wat weten we over het depressieve brein?

Antidepressiva zetten volgens hoogleraar Peter Gøtzsche weinig zoden aan de dijk. Tijd voor groot onderzoek.

Bloggen over een depressie verdrijft de eenzaamheid

Hadden ze hun been gebroken, dan waren er vast kaartjes met beterschap op de mat gevallen. Maar hun kwelgeest heet depressie en die maakt dat mensen afstand nemen. Bloggen is hun oplossing; dat brengt begrip.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden