Het probleem: te veel langdurig werklozen

Oudere werklozen op een UWV-bijeenkomst in 2008, het jaar dat de arbeidsmarkt op z'n krapst was. Beeld anp
Oudere werklozen op een UWV-bijeenkomst in 2008, het jaar dat de arbeidsmarkt op z'n krapst was.Beeld anp

De daling van de werkloosheid stokt, nu meer mensen weer een baan zoeken. Verontrustend is vooral de hoge langdurige werkloosheid.

De werkloosheid is in Nederland relatief laag, meldde het CBS gisteren monter naar aanleiding van weer eens een aanpassing van de definitie aan internationale maatstaven. De langdurige werkloosheid neemt echter snel toe en is juist hoger dan in andere landen.

Zat in het tweede kwartaal dit jaar nog 40 procent van de 672.000 werklozen langer dan een jaar thuis, inmiddels is dat 45 procent. Bij de 45-plussers gaat het nog harder. Ruim 60 procent zit langer dan een jaar zonder baan, drie maanden geleden was dat ruim de helft.

Vaardigheden
Dat de langdurige werkloosheid niet meteen daalt, lijkt nogal logisch. Na een recessie is er een flink reservoir aan werklozen. Werkgevers hebben bij economisch herstel de neiging eerst uit de 'verse' lichting te putten. Dat heeft te maken met het inschatten van risico's. Werknemers die kort zonder baan zitten, zullen hun vaardigheden nog op peil hebben, gemotiveerd zijn en op tijd hun bed uitkomen, is de gedachte. Wie lang thuiszit kan daarnaast ontmoedigd raken om nog enthousiast elke dag naar een baan uit te kijken.

Na de vorige recessie, begin deze eeuw, liep de langdurige werkloosheid ruim een jaar achter. Ofwel: eerst daalde de kortdurende werkloosheid, ruim een jaar later was pas het omslagpunt voor de groep die langer dan een jaar zonder werk zat. Nog niks bijzonders aan de hand, zou je zeggen, dat jaar is nu nog niet voorbij.

Maar die gewone mechanismen verklaren niet waarom Nederland er vergeleken met andere, soortgelijke Noord-Europese landen slecht uitkomt in de statistieken. Waarom is de langdurige werkloosheid hier hoger? Het Centraal Planbureau zoekt het in de categorie 'elk voordeel heeft zijn nadeel', het omgekeerde van de Cruijffiaanse wijsheid. Aanvankelijk bleef de werkloosheid na het begin van de crisis in 2008 verrassend laag. Werkgevers bleken personeel zo lang mogelijk vast te houden omdat de arbeidsmarkt net voor de crisis krap aan het raken was. Beter mensen vasthouden voor als de economie weer gaat groeien, dan kosten moeten maken om de juiste krachten te vinden. De recessie duurde echter te lang voor dit scenario.

null Beeld Trouw | Bron: Eurostat
Beeld Trouw | Bron: Eurostat

Vanaf 2011 liep de werkloosheid daarom alsnog snel op, rapper dan verwacht. Pas sinds mei dit jaar daalt het aantal werklozen elke maand een beetje. Die extreme stemmingswisselingen, van opvallend optimistisch naar langdurig pessimistisch, hebben volle kaartenbakken met werklozen opgeleverd. Werkgevers blijven ook volgend jaar zeer behoedzaam met het aannemen van nieuw personeel, bleek gisteren uit de kwartaalenquête onder bedrijven.

Zichzelf versterkend effect
Maar er lijkt meer aan de hand dan voorzichtigheid van werkgevers. Nederland heeft al decennia een relatief hoge langdurige werkloosheid. Neem de periode van 2001 tot 2007, onderzocht door de Oeso. In Nederland was de algehele werkloosheid in die periode het laagst van een hele rits landen, van Zweden tot Frankrijk. Op de langdurige werkloosheid scoorde Nederland op zijn best in de middenmoot. Datzelfde beeld doemt op uit de cijfers over de jaren negentig. Pas toen de arbeidsmarkt op zijn krapst was, in 2008, was het aandeel mensen dat lang zonder baan zat voor Nederlandse begrippen laag.

Verklaringen hiervoor, vaak uitgewisseld aan de borreltafel - luiheid, te hoge uitkeringen -, kunnen dat verschil niet verklaren. In onderzoek springt één factor eruit: de duur van de werkloosheid zelf. Wie even thuiszit in Nederland, ziet de kansen op een baan al na een half jaar hard naar beneden gaan. Het wordt een zichzelf versterkend effect, meer dan in andere landen.

Flink bijscholen zodra iemand zijn baan kwijt is, blijkt nauwelijks te helpen. Trainingsprogramma's monden juist uit in langere werkloosheid, zo toont onderzoek aan. De scholing moet al eerder plaatsvinden, voordat de baan verloren gaat. Dat is nog altijd niet echt van de grond gekomen.

Abonnee's en losse kopers van Trouw lezen vandaag het verhaal van Henk Robers: hij heeft net op tijd nieuw werk dankzij de gemeente Enschede.

Meer mensen zijn weer op zoek naar een baan

De werkloosheid is afgelopen maand niet verder gedaald. In oktober stond het percentage mensen zonder baan onveranderd op 8 procent van de beroepsbevolking, ofwel 627.000 personen. Dat wil niet zeggen dat de arbeidsmarkt alweer stagneert. De afgelopen drie maanden meldden zich meer mensen op zoek naar een baan. De beroepsbevolking is dus toegenomen, met gemiddeld 13.000 personen per maand. Dat betekent dat degenen die eerder ontmoedigd werden, of weer naar school gingen, nu weer een poging wagen. Eerder dit jaar nam de beroepsbevolking nog af.

Het aantal ww-uitkeringen is met 419.000 in oktober ongeveer gelijk gebleven. Vergeleken met een jaar eerder zijn het er 2,8 procent meer.

Volgens de internationale definitie van werkloosheid, afkomstig van arbeidsorganisatie ILO, is de werkloosheid in oktober 6,5 procent van de beroepsbevolking. Dat is Europees gezien laag. De eurozone kwam in september uit op 11,5 procent.

Vanaf januari stapt het Centraal Bureau voor de Statistiek in de publicaties over op het ILO-cijfer. De internationale maatstaf rekent met een grotere beroepsbevolking: iedereen die minimaal een uur per week werkt of wil werken. Nederland rekent tot dusver alleen mensen mee die minimaal twaalf uur per week werken of willen werken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden